Canto ostinato

Extra Concert 20.15 uur

Polo de Haas piano
Hannes Minnaar piano
Kees Wieringa piano
Arielle Vernède piano
Gerard Bouwhuis piano 

Simeon ten Holt 1923-2012

Canto ostinato (1976-79)

er is geen pauze
einde van het concert ca. 22.00 uur

 

Toelichting

Simeon ten Holt 1923-2012

Canto ostinato

Door Robbert-Jan Sebregts

Canto  is in een kleine veertig jaar uitgegroeid tot een vast onderdeel van het Nederlandse concertleven. De populariteit van het stuk lijkt niet te stuiten. Componist Simeon ten Holt heeft de verschillende uitwerkingen die het stuk heeft op mensen nooit geheel kunnen verklaren.

Velen spreken na het beluisteren van zijn meesterwerk over een transcendente ervaring. De een vindt troost, de ander veert op uit een depressie, en voor menig student wordt het werk gebruikt om lange avonden studeren te vergemakkelijken. Wat Canto  onderscheidt van andere klassieke ‘bestsellers’ – neem BachMatthäus-Passion – is de toegankelijkheid van het werk. Een diepe kennis van het bijbelverhaal of muziektheorie zijn niet vereist om erdoor meegenomen te worden.  

Simeon ten Holt

Simeon ten Holt componeerde Canto  in een tijdperk waarin componisten zoekende waren naar nieuwe uitvalswegen, gedesillusioneerd door het strikte van de jaren 1950. De kloof tussen de klinische, veelal mathematische, compositietheorieën en de levende luisteraar was in de loop van de twintigste eeuw alsmaar groter gegroeid. Vanaf de jaren 1960 werd het idee van de geldende concertpraktijk, waarbij de componist componeert, de musicus musiceert en het publiek luistert en applaudisseert, ter discussie gesteld. De grens tussen createur en spectator werd door de avant-gardisten bestreden. 

Het was temidden van dit artistieke slagveld dat Ten Holt zich terugtrok en begon met het schrijven van een neo- werk voor vier vleugels, genaamd Perpetuum, dat later bekend zou worden als Canto ostinato (‘Oneindig ’). Als autodidact componist zag Ten Holt zichzelf als een buitenstaander tussen zijn collega-componisten in Nederland. Opgegroeid, en tot zijn dood woonachtig in kunstenaarsdorp Bergen, raakte hij steeds verder verwijderd van de Nederlandse avant-gardisten van de Haagse School zoals Jan van Vlijmen of Louis Andriessen.

Na in de jaren 1950 en 1960 te hebben geëxperimenteerd met de atonaliteit en het , brak de componist met de streng dogmatische muziektraditie. Regels hield hij nog steeds aan in zijn muziek, want ‘er moeten altijd regels zijn. Ook in de kunst. Regels en vrijheid horen bij elkaar’. Door het loslaten van andermans regels creëerde Ten Holt zijn eigen wijze van componeren. Of zoals hij het zelf zei: ‘Een manier van leven.’ 

Vrijheid

Het vrijheid keert in Canto  op verschillende manieren terug. Allereerst is er de vrijheid in instrumentarium. Alhoewel het stuk oorspronkelijk vier vleugels als uitgangspunt had, zijn de instrumenten en de hoeveelheid instrumenten vrij te kiezen. Daarnaast is er een vrijheid in het aantal herhalingen van de 106 secties waaruit het werk bestaat. Enkel secties met een overbruggingsfunctie dienen niet herhaald te worden.

De lengte van het stuk kan dus variëren van een krap uur tot oneindig lang. Doordat een sectie op zijn hoogst negen maten omvat is de herkenbaarheid van passages groot. Slechts twee secties keren in hun volledigheid terug, sectie 74 en 95. Deze secties omvatten het e thema van Canto ostinato, een echte ‘hook’, dat nog dagenlang in het hoofd van menig concertganger zal blijven rondzingen. 

De vrijheid voor de muzikant is te vinden in de manier waarop er door de ge­navigeerd wordt. Zowel de hoeveelheid herhalingen als het moment waarop elke stem in dient te vallen kan door de vertolkers zelf vastgesteld worden. Er wordt dus van de musici gevraagd om zich los te maken van de partituur en tijdens het spelen onderling te communiceren om een succesvolle overgang van sectie naar sectie te bereiken. De hegemonie van de componist wordt hiermee doorbroken. Het werk werd door Ten Holt niet als geheel afgeleverd, hij leverde enkel maar de bouwstenen voor iedere unieke uitvoering.

Vanaf de eerste maat is Canto  te herkennen aan de herhalende olen. Hoewel het stuk grotendeels in een 2/4-maat is opgetekend, geeft het constante patroon van vijf zestienden het stuk een wiegend gevoel mee. De steeds wisselende mate van ie en het al dan niet oplossen van de spanning die dergelijke klanken met zich meebrengen houden de luisteraar bij de les. Hetzelfde geldt voor de verwijzingen naar het hoofdthema, die vroeg klinken, al vanaf sectie 12, terwijl de verlossende pas veel later, soms zelfs uren later, zal klinken. 

Canto ostinato kent geen programmatische of ideologische inslag. De luisteraar wordt daarmee niet opgezadeld met verwachtingen, er is niet één manier waarop het stuk begrepen zou kunnen of moeten worden. Iedere uitvoering is voor zowel musici als publiek een unieke gebeurtenis. Het werk maakt op elk individu een andere indruk. Misschien maakt juist die gezamenlijke beleving van individuele ervaringen het bijwonen van Canto ostinato in de concertzaal zo bijzonder.

Biografie

Polo de Haas, piano

Polo de Haas studeerde aan het conservatorium van zijn geboortestad Amsterdam cum laude af bij Jan Odé en zette zijn studie voort bij Jacques Février in Parijs en bij Eduardo del Pueyo in Brussel.

Na het winnen van een aantal belangrijke concoursen soleerde hij bij vrijwel alle bekende Nederlandse orkesten, waaronder het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van Bernard Haitink. s gaf hij in diverse Europese landen, maar ook in Japan, Cuba, Korea, Canada en de Verenigde Staten.

Polo de Haas is een voorvechter van eigentijdse muziek; hij componeert zelf, tal van componisten droegen werk aan hem op en hij presenteert geregeld eigenzinnige concerten. Zijn opname van Simeon ten Holts Canto  in duo met Kees Wieringa werd met goud bekroond.

Preludium publiceerde in februari 2017 een interview met Polo de Haas ter gelegenheid van zijn 55-jarige podiumjubileum. Die maand speelde hij Canto ostinato in de in een versie voor vijf concertvleugels met Kees Wieringa, Hannes Minnaar, Arielle Vernède en Gerard Bouwhuis.

In februari 2018 volgde een uitvoering op vier vleugels en het Maarschalkerweerd-, samen met Kees Wieringa, Arielle Vernède en Hannes Minnaar en organist Matthias Havinga.

Lees hier het interview met Polo de Haas over zijn 55-jarige podiumjubileum in februari 2017. 

Hannes Minnaar, piano

Hannes Minnaar werd internationaal bekend door zijn tweede prijs op het Concours de Genève (2008) en de derde prijs van het Koningin Elisabeth Concours (2010). In 2011 werd hij Borletti-Buitoni Trust Fellow, in 2012 won hij een Edison voor zijn debuut-cd (Rachmaninoff en Ravel) en in 2016 ontving hij de Nederlandse Muziekprijs.

Naast zijn pianostudie bij Jan Wijn en Ferenc Rados en masterclasses van Menahem Pressler was zijn studie bij Jacques van Oortmerssen van bepalende invloed. 

Hannes Minnaar soleerde bij welhaast alle Nederlandse orkesten. In mei 2013 debuteerde hij bij het Concertgebouworkest met het Vierde pianoconcert van Beethoven onder leiding van Herbert Blomstedt.

In de coronaperiode bracht de pianist Nox uit, met de gelijknamige nieuwe cyclus van Rob Zuidam en werken van Schumann en Ravel. Ook ging hij op tournee met Bachs Goldberg-variaties; de opname daarvan kreeg onder meer een Diapason d’Or. Onder de hoogtepunten van seizoen 2022/2023 waren uitvoeringen en cd-opnames van de 24 Preludes en ’s van Sjostakovitsj, en van seizoen 2023/2024 de wereld­première van het Concert voor luthéal en orkest van Jan-Peter de Graaff in de NTR ZaterdagMatinee.

Solorecitals verzorgt Hannes Minnaar wereldwijd en in 2019 deed hij dat voor het eerst in de . Zijn vorige solo-optreden in de was een Chopin op 13 juli 2023. Het Van Baerle Trio – in 2004 opgericht met violiste Maria Milstein en cellist Gideon den Herder – is voor de pianist een wezenlijk onderdeel van zijn muzikale bestaan.

Kees Wieringa, piano

Kees Wieringa studeerde aan het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam en was leerling van onder anderen Willem Brons en Gerben Makkes. Hij was in 1988 winnaar van het Berlage Concours en ontwikkelde een drukke concertpraktijk. Als solist werd Kees Wieringa uitgenodigd door onder meer het Residentie Orkest en het Noord Nederlands Orkest.

Naast vele optredens in Nederland concerteerde de pianist tijdens internationale tournees op podia in Groot-Brittannië, Turkije, India, Indonesië, Japan en Rusland. Ook trad hij op in Carnegie Hall in New York. Verscheidene componisten hebben composities aan hem opgedragen.

Kees Wieringa nam werken op van bijvoorbeeld Simeon ten Holt, Morton Feldman, Jakob van Domselaer en Daniël Ruyneman en maakte bovendien de cd-serie Nederlandse sonatines voor piano, een overzicht van de Nederlandse pianomuziek in de twintigste eeuw.

Naast zijn carrière als pianist componeert Kees Wieringa en was hij directeur van cultureel centrum YXIE in Alkmaar (2008-2012) en van de culturele buitenplaats Kranenburgh in Bergen (2012-2016). Sinds oktober 2016 is hij algemeen directeur van het Sheikh Faisal Bin Qassim Al Thani Museum in Qatar. Sinds februari 2011 is Kees Wieringa min of meer jaarlijks een van de pianisten in de Canto -avonden in Het Concertgebouw.

Arielle Vernède, piano

Arielle Vernède studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag bij Geoffrey Madge, vervolgde haar opleiding in Parijs bij Claude Helffer en volgde in Luzern lessen bij Mieczysław Horzowski. De pianiste was onder de prijswinnaars van de Robert Casadesus International Piano Competition in Cleveland en het Arnold Schönberg Concours in Rotterdam.

In 1984 won ze de Zilveren Vriendenkrans van de Vereniging Vrienden van Het Concertgebouw en het Koninklijk Concertgebouworkest. Arielle Vernède trad regelmatig op met orkest en werkte zo met en als Lucas Vis, Heinz Wallberg en Kent Nagano. In de programmering van haar solorecitals zoekt ze geregeld naar een combinatie van bekend en minder bekend repertoire.

Simeon ten Holts Canto  nam ze in 2014 op cd op in een versie voor piano solo, nadat ze dat werk kort na haar afstuderen al had opgenomen met Gerard Bouwhuis, Gene Carl en Cees van Zeeland.

Ook nam Arielle Vernède muziek op van Debussy, Szymanowski en Granados en bracht ze opnames uit van de Fantasie-stücke en Kreisleriana van Robert Schumann. Sinds 2011 nam de pianiste bijna jaarlijks deel aan Canto ostinato-uitvoeringen door bezettingen m Polo de Haas in Het Concertgebouw.

Gerard Bouwhuis, piano

Gerard Bouwhuis profileerde zich na zijn conservatoriumopleiding in Den Haag – waar hij tegenwoordig zelf lesgeeft – vooral als vertolker van nieuwe muziek. Onder anderen Louis Andriessen, Guus Janssen, Rob Zuidam, Martijn Padding en Cornelis de Bondt schreven nieuw werk voor hem en voor zijn bijzondere inzet voor de hedendaagse Nederlandse muziek ontving hij in 2003 de Theo Bruinsprijs.

De pianist is een veelgevraagde gast van toonaangevende Nederlandse muziekgezelschappen als Asko|Schönberg, het Nederlands Blazers Ensemble en de Ebony Band en werkte mee aan producties van het Nationale Ballet, het Nederlands Dans Theater en Dansgroep Krisztina de Châtel.

Hij maakte deel uit van Hoketus, het Xenakis Ensemble en de groep LOOS. Met Cees van Zeeland vormde hij in 1978 Het Pianoduo, dat internationale tournees maakte naar Groot--Brittannië, Canada, Zuid-Amerika en de Verenigde Staten.

Gerard Bouwhuis werkte veelvuldig met Reinbert de Leeuw, Oliver Knussen en Peter Eötvös en richtte in 2005 met violiste Heleen Hulst het ensemble Nieuw Amsterdams Peil op. In de Canto -uitvoeringen in Het Concertgebouw speelde hij eerder mee in 2011, 2013, 2015 en 2017.