Bychkov leidt Glanert en Mendelssohn bij het Concertgebouworkest

Koninklijk Concertgebouworkest
Semyon Bychkov dirigent
Tanja Ariane Baumgartner mezzosopraan
Christian Immler bas

Het concert maakt deel uit van de serie B, en wordt voorzien van boventiteling in het Nederlands en Engels.

Het concert wordt opgenomen door AVRO­TROS voor radio-uitzending via NPO Klassiek op zondag 18 juni om 14.00 uur.

Ook interessant:
Detlev Glanert: ‘Als ik tevreden zou zijn, zou ik stoppen met componeren’
- De werkdag van Detlev Glanert

Detlev Glanert (1960)

Prager Sinfonie (Symfonie nr. 4) (2019-20)
Lyrische Fragmente nach Franz Kafka für Mezzosopran, Bass und Orchester
Wenn du vor mir stehst – Träume – Menschen – Um was klagst du – Hades – Stelle dich – Kleine Seele – O schöne Stunde – In der abendlichen Sonne – Kühl und hart – Du bist zu spät gekommen – Nimmermehr
Nederlandse première

pauze ± 21.00 uur

Felix Mendelssohn (1809-1847)

Symfonie nr. 3 in a kl.t., op. 56 (1842) ‘Schotse’
Andante con moto, Allegro un poco agitato, Assai animato –
Vivace non troppo –
Adagio –
Allegro vivacissimo, Allegro maestoso assai

einde ± 22.15 uur

Toelichting

Detlev Glanert (1960)

Prager Sinfonie

Door Martijn Voorvelt

Detlev Glanert studeerde bij Hans Werner Henze in Keulen en bij Oliver Knussen in Tanglewood en is bekend om zijn (tot nu toe maar liefst veertien) ’s en grote orkestwerken in heldere en meeslepende narratieve vormen. Een groot aantal daarvan ontstond in de periode 2011–2017, toen Glanert huiscomponist was van het Concertgebouworkest; ook in recente jaren stond zijn muziek nog regelmatig op de lessenaars.

  • Detlev Glanert in Het Concertgebouw

Voor zijn vierde symfonie vond hij inspiratie in Praag, en de manier waarop de stad wordt geportretteerd door Franz Kafka (1883-1924). Volgens Glanert overheersen de ‘melancholieke avondsfeer, die je ook vaak terugvindt in Kafka’s teksten, en ook een subtiel maar constant gevoel van onbehagen.’ Kafka zou ooit gezegd hebben dat Praag een moeder is die je nooit uit haar klauwen laat ontsnappen. Deze ‘vreemde aantrekkingskracht’ en de constante herinnering aan het verleden vindt Glanert ook terug in de schilderijen van Jakub Schikaneder (1855-1924), zoals Avondstemming of Kade met tram.

De Prager Sinfonie bestaat uit twaalf korte episoden, beurtelings gezongen door de mezzosopraan en de bas, tegen het eind steeds meer samen. Het werk is gecomponeerd in één doorgaande beweging, onderverdeeld in drie vocale gedeelten die van elkaar gescheiden zijn door instrumentale tussenspelen.

De tekstfragmenten zijn afkomstig uit brieven van Kafka – aan zijn vriend ­Oskar Pollak (1903), zijn geliefde Hedwig Weiler (1907), zijn biograaf Max Brod (1909) en zijn vriendin Minze Eisner (1920) –, de korte verhalen Beschrijving van een strijd (1904-11) en De jager Gracchus (1917), dagboekfragmenten uit de jaren 1914-17, losse aantekeningen uit 1917-20, de roman Het slot (1922) en andere nagelaten teksten (1922-24). Ze worden met elkaar verweven tot een weemoedig filosofisch geheel, waarin we niet alleen terugkijken op het leven van een eeuw geleden, maar ook iets van onze eigen tijd terug horen. ‘Het is een psychologisch landschap, waarin twee mensen ons iets over onszelf vertellen’, aldus Glanert, ‘een verhaal over het leven van het begin tot het eind, met alle menselijke omstandigheden die je je kunt voorstellen: grapjes maken, de pijn van geweld, geluk, enzovoorts.’

Als invloeden noemt hij Alexander Zemlinsky’s e Symphonie en Gustav Mahlers Das von der Erde – niet toevallig werken van joodse kunstenaars over outsiders, net als een groot deel van Kafka’s oeuvre en dan met name deze onbekendere korte, uiterst spitsvondige teksten. Vooral in het inbedden van liederen binnen een lange symfonische vorm is Glanert schatplichtig aan Mahler. Muzikaal gezien groeit de grote vorm uit korte jes, op een manier zoals Ludwig van Beethoven dat deed in zijn late strijkkwartetten.

De componist benadrukt dat kunstwerken uit het verleden ons veel kunnen vertellen over onszelf. ‘Een goede componist, zoals Mahler, kan de toekomstige maatschappelijke ontwikkelingen aanvoelen en componeren wat die betekenen. Een componist moet dat zelfs doen! Dat ik voor deze symfonie Kafka gebruikte is niet omdat ik zo gefascineerd ben door de vroege twintigste eeuw, maar omdat wat hij schreef vandaag relevant is.’

Felix Mendelssohn (1809-1847)

‘Schotse’ symfonie

Door Martijn Voorvelt

Felix Mendelssohn werd als jongeman door zijn vader op avontuur door Europa gestuurd om zijn horizon te verbreden en contacten op te doen. Zo’n ‘grand tour’ voor jongens was in die tijd gebruikelijk in gegoede families. Tijdens zijn reizen werden de fundamenten gelegd voor   Mendelssohns twee internationaal georiënteerde symfonieën, de ‘Italiaanse’ en de ‘Schotse’, die geïnspireerd werden door landschappen, sfeerbeelden, historische achtergronden en andere associaties.

De eerste aanzet voor de Derde symfonie in a klein, de ‘Schotse’, werd gegeven door een avondbezoek aan Holyrood House, het paleis ‘waar ooit Koningin Mary leefde en liefhad’. Vooral de ruïne van de abdijkerk aldaar sprak tot zijn verbeelding. ‘Alles is vermolmd en half vergaan, en de heldere hemel schijnt naar binnen’, schreef hij in een brief aan zijn zus Fanny. ‘Ik geloof dat ik vandaag in die oude kapel het begin van mijn Schotse symfonie heb gevonden.’ Hij stuurde alvast de noten van een mee.

Men vond dat Mendelssohn zichzelf als dirigent wel een erg centrale rol toebedeelde: pal voor het orkest, met de rug naar het publiek!

Na zijn reis vond Mendelssohn, die naar eigen zeggen aan ‘Revisionskrankheit’ leed, het echter moeilijk terug te keren naar de ‘Schotse nevelsfeer’. Bijna dertien jaar later, in 1842, verzorgde hij de première van zijn symfonie met het Gewandhausorchester in Leipzig, waarvan hij inmiddels al jaren Kapellmeister was.

Als was Mendelssohn geliefd, al vond men wel dat hij zichzelf een erg centrale rol toebedeelde: pal voor het orkest, met de rug naar het publiek! Dat was nieuw. In de Derde symfonie in a klein introduceerde hij nog een andere noviteit: het opheffen van de pauzes tussen de delen – het moest één geheel worden, waarmee hij aangaf hoezeer hij het werk als een verhaal opvatte. Dat viel niet bij iedereen in goede aarde, getuige de negatieve ­reacties naar aanleiding van de Londense ­première. Mendelssohn was echter niet te beroerd water bij de wijn te doen: bij de tweede uitvoering in Londen, nog datzelfde jaar, laste hij twee pauzes in.

Met wat fantasie kunnen we de Schotse ‘mist en melancholie’ wel horen, al is nergens sprake van een letterlijk programma. De langzame, breed uitwaaierende introductie doet weliswaar denken aan een Schotse volksballade, en ook verderop lijken er zo nu en dan flarden Schotse volksmuziek te horen te zijn, bijvoorbeeld in de klarinetmelodie waarmee het begint. Maar Mendelssohn had een hekel aan volksmuziek. Het geluid van doedelzakken vond hij verschrikkelijk. 

De vriendschap tussen Semyon Bychkov en Detlev Glanert dateert van 2006, toen de Glanerts orkestwerk Theatrum bestiarum ontdekte en vervolgens een trouw voorvechter werd van de vooraanstaande Duitse componist. Glanerts Prager Sinfonie ontstond in opdracht van Semyon Bychkov en zijn Tsjechisch Filharmonisch Orkest en ging op 8 december 2022 in première in Praag.

Indrukken van die stad, zoals teksten van de Praagse schrijver Franz Kafka die oproepen, staan aan de basis van de symfonie, zoals impressies van een reis naar Schotland terechtkwamen in Felix Mendelssohns ‘Schotse’ symfonie – eveneens een sterk verhalend werk dat één geheel vormt, zonder pauzes tussen de delen.

Biografie

Semyon Bychkov, dirigent

Semyon Bychkov is sinds 2018 chef- van het Tsjechisch Philharmonisch Orkest, waarmee hij onder meer werkt aan een ­complete Mahler-cyclus. Hij was in Leningrad leerling van Ilya Musin, emigreerde als twintiger naar de Verenigde Staten en vestigde zich in de jaren 1980 in Europa.

Hij maakte naam als music director van het Grand Rapids Symphony Orchestra en het Buffalo Philharmonic Orchestra en werd chef-dirigent van het Orchestre de Paris (1989), het WDR Sinfonieorchester Köln (1997) en de Semperoper in Dresden (1998).

Als gastdirigent staat Semyon ­Bychkov voor de Wiener, de Berliner en de Münchner Philharmoniker, het Gewandhausorchester Leipzig, en de en van New York, Chicago en Los Angeles. Bij het Concertgebouworkest is hij al sinds 1984 regelmatig te gast. De laatste keer dat hij het orkest leidde was in april 2025 met SjostakovitsjZevende symfonie, ‘Leningrad’.

De werkte met hedendaagse componisten als Bryce Dessner, Detlev Glanert, Thierry Escaich en Thomas Larcher. is voor hem ook een belangrijk werkveld: er waren talloze engagementen bij de Royal Opera Covent Garden (debuut 2003), de ­Metropolitan Opera in New York, de Opéra de Paris, de Staatsoper Wien, de Scala in Milaan, het Teatro Real in Madrid, de Salzburger Festspiele en het Bayreuth Festival.

Semyon Bychkov bekleedt ereposities bij de Royal Academy of Music in Londen en het BBC Symphony Orchestra. Dirigent van het jaar werd hij in 2015 bij de International Opera Awards en in 2022 bij Musical America.

Tanja Ariane Baumgartner, mezzosopraan

Na te zijn afgestudeerd als violiste aan de Hochschule für Musik Freiburg stapte Tanja ne Baumgartner over op een zangstudie in Karlsruhe, Wenen en Sofia. Van 2002 tot 2008 was ze ensemblelid van de Lucerne .

Als vaste solist bij de Oper Frankfurt sinds 2009 vertolkte ze onder meer de titelrol van Bizets Carmen, Mary in Wagners Der fliegende Holländer, Fricka in Das Rheingold en Die Walküre van Wagner, Eboli in Verdi’s Don Carlos en Amme in Die Frau ohne Schatten van Richard Strauss.

In 2010 debuteerde de Duitse mezzosopraan op de Salzburger Festspiele als Geschwitz in Bergs Lulu. Haar repertoire bevat ook hedendaagse ’s. Zo zong ze de rol van Circe in de wereldpremière van Rihms Sirenen in 2014. Tussen 2013 en 2015 debuteerde ze achtereenvolgens in het London Opera House Covent Garden (Clairon in Strauss), op het Edinburgh Festival (Judith in Blauwbaards burcht van Bartók) en aan de Deutsche Oper Berlin (Brangäne in Wagners Tristan und Isolde), de Staatsoper Hamburg en de Konzertverein in Wenen.

Recenter trok Tanja ne Baumgartner de aandacht als Cassandra in Berlioz’ Les Troyens en in twee grote Wagnerrollen, Ortrud in Lohengrin en Kundry in Parsifal. Als concertzangeres zong ze onder meer Berlioz’ Les nuits d’été, Verdi’s Messa da requiem en Mahlers Tweede symfonie en werd ze geëngageerd door de Münchner Philharmoniker en het Orchestre de Radio France.

Christian Immler, bas

Christian Immler is een veelgevraagd solist voor , en concert, met Bach, Händel, Mozart, Mendelssohn en Mahler als constanten. Hij begon in het Tölzer Knabenchor, en studeerde in München, in Frankfurt en bij Rudolf Piernay aan de Guildhall School of Music in Londen.

Hij zong onder leiding van en als Nikolaus Harnoncourt, Masaaki Suzuki, Philippe Herreweghe, Kent Nagano, Herbert Blomstedt, Daniel Harding en Leonardo García-Alarcón. Hoogtepunten waren Mahlers Achtste symfonie met de orkesten van Minnesota en Cincinnati en Glanerts Prager Sinfonie met het Concertgebouworkest en Semyon Bychkov (juni 2023).

Als zanger was Christian Immler te horen in prestigieuze concertzalen als Wigmore Hall in Londen, de Tonhalle Zürich, de Philharmonie de Paris en het Mo­zarteum in Salzburg. zong hij in Parijs, Dijon, Brussel, Madrid, Wenen en Genève. Het vorige optreden van Christian Immler in de was in april 2025 in een Haydn-­programma van de NTR ZaterdagMatinee door het Kammerorchester Basel onder leiding van René Jacobs.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest