Bychkov en Katia en Marielle Labèque bij het Concertgebouworkest

Koninklijk Concertgebouworkest
Semyon Bychkov dirigent
Katia en Marielle Labèque piano

pauze ca. 20.50 uur
einde ca. 22.20 uur 

Dit programma maakt deel uit van de series D en E.

Max Bruch 1838-1920

Concert voor twee piano’s en orkest, op. 88a (1912) 
Andante sostenuto
Andante con moto - Allegro molto vivace
Adagio ma non troppo
Andante, Allegro
eerste uitvoering door het Koninklijk Concert­gebouworkest

pauze

Dmitri Sjostakovitsj 1906-1975

Vijfde symfonie in d kl.t., op. 47 (1937) 
Moderato, Allegro non troppo
Allegretto
Largo
Allegro non troppo

Toelichting

1915

Bruch: Concert voor twee piano's

tekst: Michiel Cleij

In 1971 werd in Baltimore de nalatenschap geveild van de één jaar eerder overleden pianiste Ottilie Sutro. Met haar zus Rose, 13 jaar eerder overleden, vormde zij een van de eerste klassieke pianoduo's en had zij een zekere faam verworven − ook in Europa, waar het duo was opgeleid. Optreden deed zij al decennia niet meer; haar naam deed nog bij weinig muziekliefhebbers een bel rinkelen.

De Sutro's hadden het concert grondig vereenvoudigd om het beter te laten aansluiten bij hun pianistische kwaliteiten

Pianist Nathan Twining kocht een doos met oude partituren en ontdekte tot zijn verbazing het manuscript van een Concert voor twee piano's. De componist was Max Bruch, die het werk in 1915 voor de zussen gecomponeerd had nadat die in Berlijn indruk op hem hadden gemaakt. Eenmaal in Amerika hadden de Sutro's het concert grondig vereenvoudigd om het beter te laten aansluiten bij hun pianistische kwaliteiten, zonder Bruchs toestemming of medeweten.

Het resultaat was een zwaar vervormd werk dat na twee uitvoeringen roemloos van hun concertprogramma's verdween. Maar nog jarenlang bleven ze eigenmachtig wijzigingen in Bruchs manuscript maken, in de kennelijke hoop het werk ooit opnieuw onder de aandacht te brengen.

Twining en collega-pianist Martin Berkofsky slaagden erin de oorspronkelijke compositie te reconstrueren. In die vorm kreeg het een bescheiden plaats op het repertoire van hedendaagse pianoduo's − waarmee het publiek er af en toe aan herinnerd wordt dat Bruch meer componeerde dan zijn beroemde Vioolconcert in g klein en de fantasie Kol Nidrei. Katia en Marielle Labèque, immer op zoek naar buitenissig repertoire, kunnen niet om dit stuk heen.

Wat Bruch voor de Sutro's had geschreven was geen totaal nieuw werk; hij baseerde zich op een oudere compositie voor en orkest die tot dan toe onuitgevoerd en onuitgegeven was gebleven. Dat stuk was geïnspireerd door een reis naar Capri in 1904, waar hij op Sacramentsdag vanuit zijn hotelraam gefascineerd een religieuze processie had gadegeslagen.

Twee markante 's noteerde hij voor later gebruik en kregen een plaats in de delen één en vier van dit Concert. Het illustreert Bruchs scherpe oor voor volksdeuntjes en andere 'gevonden ën'; ook zijn bekendere werken zijn ervan doordrenkt.

Even overwoog Bruch de vier delen van beschrijvende titels te voorzien; het frisse tweede deel zou lente-achtige associaties moeten hebben, deel drie was een ´´ en de Finale had een heroïsch dan wel feestelijk karakter. Tegen een Amerikaanse vriend zou hij gezegd hebben dat dat slotdeel een hommage aan Bismarck was.

Veel speculaties, weinig feiten. Het enige wat je met zekerheid kunt zeggen is dat Bruch voor het arrangeren van een orgelpartij voor twee piano's een bijzondere vertaalslag moest maken − en daar soms glorieus in slaagde.

Lees ook: 'Max Bruch schreef een dubbelconcert voor valsspelers'

Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975)

Vijfde symfonie

Door Carine Alders

Dmitri SjostakovitsjVijfde symfonie sloeg in als een bom bij de première op 21 november 1937 in Leningrad. Veel mensen hielden het niet droog bij het intens droevige Largo. Sommigen konden tijdens de finale al niet blijven zitten en de staande ovatie na afloop hield volgens ooggetuigen wel een half uur aan. Het moet voor Sjostakovitsj een hart onder de riem geweest zijn na zijn totale verkettering in 1936, naar aanleiding van zijn succesvolle Lady Macbeth uit het district Mtsensk. Sjostakovitsj werd beschuldigd van ‘formalisme’ en zijn muziek was sindsdien uit de gratie. Maar nu konden de autoriteiten niet om het succes heen. Daarom werd de symfonie uitgelegd als de getuigenis van een kunstenaar die tot inzicht was gekomen. In de Pravda verscheen een artikel waarin Sjostakovitsj gezegd zou hebben dat deze symfonie zijn creatieve antwoord was op terechte kritiek. En inderdaad, zo zou je de symfonie – met de onrust in het eerste deel, het naar binnen gekeerde Largo en de uitbundig optimistische finale – kunnen interpreteren. Ogenschijnlijk lijkt het alsof Sjostakovitsj met zijn neoklassieke werk, voortbouwend op de traditie van Beethoven, Brahms, Tsjaikovski en Mahler, zich conformeerde aan de heersende norm van het sociaal realisme.

  • Dmitri Sjostakovitsj in 1934

Hoewel hij zelf een broertje dood had aan het letterlijk interpreteren van instrumentale muziek, heeft Sjostakovitsj vermoedelijk nooit publiekelijk geprotesteerd toen schrijver Aleksej Tolstoj (1883-1945, verre verwant van ­Leonid) zijn Vijfde symfonie bombardeerde tot ‘Symfonie van het Socialisme’. Tolstoj hoorde machines in fabrieken, sportieve, gezonde en gelukkige burgers en tot slot het enthousiasme van de massa in de finale. Tolstojs opvatting bood bescherming tegen het regime, maar het tot tranen toe geroerde publiek bij de première, Sjostakovitsj toejuichend als een ware held, zal die lezing niet gedeeld hebben.

Violist Joeri Jelagin probeerde jaren later – inmiddels gevlucht naar de Verenigde Staten – te analyseren waarom de première zo’n indruk op hem had gemaakt. Hoe goed de muziek ook was geweest, de achterliggende gebeurtenissen moesten ook een rol gespeeld hebben. De tri­omf was een ontlading, een protest tegen de onzinnige aanvallen op Sjostakovitsj. Ook nu nog ontkomt geen luisteraar aan het beeld van marcherende militairen als na tien minuten een wordt ingezet, aangejaagd door de kleine trom. Het aanwezige publiek in Leningrad zal ongetwijfeld gedacht hebben aan de terreur waarmee Stalin het land teisterde. En de verwijzing naar de orthodoxe begrafenisliturgie in het ­Largo zal ook niemand ontgaan zijn, met Stalins Grote Zuivering in vol bedrijf. Tegen een achtergrond van ’s in de strijkers leggen eerst de hobo en vervolgens de klarinet en de fluit hun neer, als bloemen bij het graf; een muzikaal eerbetoon dat in die dagen zeer gebruikelijk was. Ondanks het volkse Allegretto hield de mythe van de socialistische symfonie niet lang stand. Al snel was het een publiek geheim dat niemand de finale als authentiek optimistisch ervoer. Een lezing die na de glasnost ook in Rusland postvatte, was dat Sjostakovitsj een pastiche had gecomponeerd. Als dat werkelijk het geval is, dan heeft hij gespeeld met zijn leven.

Biografie

Katia en Marielle Labèque, piano

Katia en Marielle Labèque zijn geregeld te gast bij gezelschappen als de Berliner en de Wiener Philharmoniker, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Gewandhausorchester Leipzig, de Staatskapelle Dresden, het London Symphony Orchestra en de orkesten van Chicago, Cleveland en Boston.

Bij het Concertgebouworkest debuteerden ze in januari 1985 met Gershwins Rhapsody in Blue (het werk waarvoor ze een van de eerste gouden platen in de klassieke muziek kregen), en waren ze voor het laatst te gast in februari 2018 in Bruchs Concert voor twee piano’s en orkest onder leiding van Semyon Bychkov

Ze traden op met ensembles als The English Baroque Soloists, Il Giardino Armonico en il Pomo d’Oro maar werkten ook met componisten als Thomas Adès, Louis Andriessen, Luciano Berio, Pierre Boulez, György Ligeti en Olivier Messiaen.

Een nieuw concert van Philip Glass brachten ze in première met de Los Angeles Philharmonic en Gustavo Dudamel, en een van Bryce Dessner met het London Philharmonic Orchestra en John Storgårds. Op uitnodiging van de Philharmonie de Paris presenteerden ze daar met de gitaristen David Chalmin en Bryce Dessner het Dream House Quartet, met opdrachtwerken van Thom Yorke en Anna Thorvaldsdottir.

Een ander recent hoogtepunt was In Certain Circles van Nico Muhly, dat het duo uitvoerde met het Orchestre de Paris en Maxim Emelyanychev en met de New York Philharmonic en Jaap van Zweden. In de uitgebreide discografie valt de cd-box Sisters (2014) op, naast de recentere albums Amoria, Moondog, El Chan en Les enfants terribles.

De zussen Labèque betraden voor het laatst het podium van de op 3 juli 2022 met de Filarmónica Joven de Colombia onder leiding van Andrés Orozco-Estrada, voor de solopartijen in Nazareno van Osvaldo Golijov.

Semyon Bychkov, dirigent

Semyon Bychkov is sinds 2018 chef- van het Tsjechisch Philharmonisch Orkest, waarmee hij onder meer werkt aan een ­complete Mahler-cyclus. Hij was in Leningrad leerling van Ilya Musin, emigreerde als twintiger naar de Verenigde Staten en vestigde zich in de jaren 1980 in Europa.

Hij maakte naam als music director van het Grand Rapids Symphony Orchestra en het Buffalo Philharmonic Orchestra en werd chef-dirigent van het Orchestre de Paris (1989), het WDR Sinfonieorchester Köln (1997) en de Semperoper in Dresden (1998).

Als gastdirigent staat Semyon ­Bychkov voor de Wiener, de Berliner en de Münchner Philharmoniker, het Gewandhausorchester Leipzig, en de en van New York, Chicago en Los Angeles. Bij het Concertgebouworkest is hij al sinds 1984 regelmatig te gast. De laatste keer dat hij het orkest leidde was in april 2025 met SjostakovitsjZevende symfonie, ‘Leningrad’.

De werkte met hedendaagse componisten als Bryce Dessner, Detlev Glanert, Thierry Escaich en Thomas Larcher. is voor hem ook een belangrijk werkveld: er waren talloze engagementen bij de Royal Opera Covent Garden (debuut 2003), de ­Metropolitan Opera in New York, de Opéra de Paris, de Staatsoper Wien, de Scala in Milaan, het Teatro Real in Madrid, de Salzburger Festspiele en het Bayreuth Festival.

Semyon Bychkov bekleedt ereposities bij de Royal Academy of Music in Londen en het BBC Symphony Orchestra. Dirigent van het jaar werd hij in 2015 bij de International Opera Awards en in 2022 bij Musical America.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest