Bychkov dirigeert Tsjaikovski bij het Concertgebouworkest

Koninklijk Concertgebouworkest
Semyon Bychkov dirigent
Ivan Podyomov hobo

Deze concerten maken deel uit van de serie B.

Het concert van donderdag 12 maart wordt opgenomen door AVROTROS voor uitzending op zondag 15 maart om 14.00 uur via NPO Radio 4.

Maurice Ravel (1875-1937)

Le tombeau de Couperin (1914-17, orkestratie 1919)
suite d’orchestre
Prélude
Forlane
Menuet
Rigaudon

Richard Strauss (1864-1949)

Hoboconcert (1945)
Allegro moderato
Andante
Vivace, Allegro

pauze ± 21.00 uur

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski (1840-1893)

Zesde symfonie in b kl.t., op. 74 (1893) ‘Pathétique’
Adagio, Allegro non troppo
Allegro con grazia
Allegro molto vivace
Finale: Adagio lamentoso, Andante

einde ± 22.20 uur

Toelichting

Maurice Ravel 1875-1937

Ravel: Le tombeau de Couperin

Door Hugo Bouma

‘De doden zijn al droevig genoeg, in hun eeuwige zwijgen.’ Zo ­verdedigde Maurice Ravel zijn besluit om de trauma’s van de Eerste Wereldoorlog te verwerken in zijn opvallend opgewekte Le de Couperin. De componist was zelf, vanwege zijn fragiele gezondheid, afgekeurd voor militaire dienst, maar maakte als ambulancechauffeur de gruwelen van dichtbij mee. Hij verloor vele vrienden in de strijd. Daarnaast was in 1917 zijn moeder overleden, met wie hij altijd een zeer nauwe band had gehad. Toch weigert Ravel in zijn muziek een zwaarmoedige toon aan te slaan, en beperkt hij zich tot ingetogen nostalgie.

De eerste schetsen voor een pianosuite gebaseerd op ke dansvormen dateren van net vóór de oorlog. Ravel liet zich in veel van zijn werk inspireren door historische voorbeelden, onder wie zijn landgenoten Jean-­Philippe Rameau (1683-1764) en François Couperin (1668-1733). Juist in hun strenge muzikale vormen vond hij de vrijheid om zijn eigen stijl te ontwikkelen.

Toen de componist dit werk na de oorlog weer hervatte, besloot hij ieder deel op te dragen aan één van zijn gevallen vrienden. Enkele jaren later maakte hij van vier van de zes delen een orkestratie in zijn kenmerkende, gedetailleerde en kleurrijke stijl. De titel verwijst naar méér dan een letterlijke graftombe: in de vroege werden er regelmatig muzikale x gecomponeerd ter nagedachtenis aan overleden personen. Zo voegt Ravel nog een extra niveau van historisering toe.

Ravel beperkte zich tot een bescheiden orkestbezetting, maar weet hier een rijkdom aan kleuren aan te ontlokken. Alle partijen zijn solistisch geschreven, en in de doorzichtige orkestklank telt iedere noot. Het eerste deel, Prélude, is een zacht voortrazende notenwaterval, waarvan het leeuwendeel aan de hobo is toebedeeld. De hierop volgende Forlane is een van oorsprong Venetiaanse dans, ritmisch conventioneel maar harmonisch pikant. Ravel vervolgt met een ingetogen , waarin de hobo opnieuw een hoofdrol speelt, en sluit zijn oorlogsmonument af met een Zuid-Franse Rigaudon, waarin energieke muziek opnieuw een uitgebreide hobosolo omlijst.

Richard Strauss 1864-1949

Strauss: Hoboconcert

Door Hugo Bouma

Garmisch, Beieren, 1945. Een Amerikaanse legereenheid klopt aan bij de villa waar de 81-jarige Richard Strauss na een complexe geschiedenis met het naziregime al enkele jaren onder huisarrest leeft. Hij begroet de soldaten en stelt zich voor als de componist van Der Rosenkavalier en Salome. Enkele van de Amerikanen zijn bekend met zijn werk en er wordt besloten om zijn huis te bewaken tegen verdere plunderingen.

Onder hen is John de Lancie, in zijn burgerleven hoboïst bij het ­Pittsburgh Symphony Orchestra. Voorzichtig peilt deze bij Strauss of hij wel eens gedacht heeft aan het schrijven van een hoboconcert. Ondanks een nadrukkelijk ‘nee’ van de oude componist, verschijnt dit werk enkele maanden later alsnog.

  • Richard Strauss

StraussHoboconcert is in bepaalde opzichten een anachronisme te noemen. Zijn eerdere werk was veelal hoog­romantisch, complex, lang van stof, soms flirtend met atonaliteit, en niet zelden geschreven voor kolossale orkestbezettingen. Bovendien was er al jaren niets meer uit zijn pen gevloeid, en leek zijn lange carrière ten einde. En dan verschijnt in 1945, nu de oorlog definitief een einde heeft gemaakt aan de oude wereldorde in Europa, plotseling dit hoboconcert: opgeruimd, bescheiden, overzichtelijk in vorm en bezetting, mozartiaans van sfeer. Een hommage aan het oude Europa.

Het concert is klassiek van opzet: drie delen (snel-langzaam-snel), aan elkaar geschreven met cadenzen voor de solist. In tegenstelling tot een concert van Mozart of Beethoven is de solist hier van begin tot eind bijna onafgebroken aan het woord, wat het werk berucht zwaar maakt om te spelen. Opvallend is ook het solistisch inzetten van instrumenten uit het orkest (met name de en de klarinet) die zich met de hobo-monoloog bemoeien. Een laatste opvallende zet is het afsluitende : een beknopte ritmische herinterpretatie van materiaal uit alle voorgaande delen.

Pjotr Tsjaikovski 1840-1893

Zesde symfonie ‘Pathétique’

Door Anneloes Brand

Na de pauze klinkt een van de bekendste werken van Pjotr Tsjaikovski en een van de hoogtepunten van de . De Zesde symfonie in b klein, 74, bijgenaamd ‘Pathetique’, is Tsjaikovski’s laatste symfonie en ook zijn laatste voltooide werk, vol inspiratie geschreven tussen ­februari en augustus 1893. Negen dagen na de première op 28 oktober 1893 in Sint-Petersburg, die hij zelf dirigeerde, stierf de componist.

Tsjaikovski beschouwde de ‘Pathetique’ als zijn beste werk en droeg het op aan zijn geliefde neef Vladimir Davidov (ook wel bekend onder zijn koosnaam ‘Bobyk’). Nog even had hij erover gedacht om het de bijnaam ‘Programmasymfonie’ mee te geven, maar hij realiseerde zich toen dat men nieuwsgierig zou worden naar de achterliggende betekenis, die hij niet wilde prijsgeven: ‘Het verhaal erachter zal voor iedereen een mysterie blijven, laat ze maar raden!’

  • Pjotr Iljitsj Tsjaikovski

Zijn broer Modest beweert de bijnaam ‘Pathetique’ – in de betekenis van ‘vol pathos’, niet ‘meelijwekkend’ – te hebben bedacht. Pjotr was er eerst blij mee, maar bedacht zich later en vroeg uitgever Jurgenson zijn compositie gewoon als Zesde symfonie te publiceren. Uiteindelijk kon Jurgenson de verleiding niet weerstaan de symfonie toch mét bijnaam uit te geven.

Mede door de plotselinge dood van de befaamde componist (waarvan de oorzaak werd vastgesteld als cholera) kwamen de geruchten rond een ‘programma’ op gang: al bij de tweede uitvoering op 18 november 1893 probeerden mensen voortekenen van de dood in de muziek te horen. Ze dachten die te vinden in de geciteerde uit het Russisch-orthodoxe requiem in het openingsdeel en natuurlijk in de ongebruikelijk langzame Finale, met de intense ën aan het begin en de ontroerende noten aan het eind, alsof het licht langzaam uitgaat.

Biografie

Semyon Bychkov, dirigent

Semyon Bychkov is sinds 2018 chef- van het Tsjechisch Philharmonisch Orkest, waarmee hij onder meer werkt aan een ­complete Mahler-cyclus. Hij was in Leningrad leerling van Ilya Musin, emigreerde als twintiger naar de Verenigde Staten en vestigde zich in de jaren 1980 in Europa.

Hij maakte naam als music director van het Grand Rapids Symphony Orchestra en het Buffalo Philharmonic Orchestra en werd chef-dirigent van het Orchestre de Paris (1989), het WDR Sinfonieorchester Köln (1997) en de Semperoper in Dresden (1998).

Als gastdirigent staat Semyon ­Bychkov voor de Wiener, de Berliner en de Münchner Philharmoniker, het Gewandhausorchester Leipzig, en de en van New York, Chicago en Los Angeles. Bij het Concertgebouworkest is hij al sinds 1984 regelmatig te gast. De laatste keer dat hij het orkest leidde was in april 2025 met SjostakovitsjZevende symfonie, ‘Leningrad’.

De werkte met hedendaagse componisten als Bryce Dessner, Detlev Glanert, Thierry Escaich en Thomas Larcher. is voor hem ook een belangrijk werkveld: er waren talloze engagementen bij de Royal Opera Covent Garden (debuut 2003), de ­Metropolitan Opera in New York, de Opéra de Paris, de Staatsoper Wien, de Scala in Milaan, het Teatro Real in Madrid, de Salzburger Festspiele en het Bayreuth Festival.

Semyon Bychkov bekleedt ereposities bij de Royal Academy of Music in Londen en het BBC Symphony Orchestra. Dirigent van het jaar werd hij in 2015 bij de International Opera Awards en in 2022 bij Musical America.

Ivan Podyomov, hobo

Ivan Podyomov is sinds augustus 2016 solohoboïst van het Koninklijk Concertgebouworkest. Eerder vervulde hij die functie bij de Bamberger ­Symphoniker en bij MusicAeterna. Gastaanvoerder was hij bij het Orchestra Mozart, het Mahler Chamber Orchestra en het Lucerne Festival Orchestra.

De Russische hoboïst studeerde bij Ivan Poesjetsjnikov aan de Gnessin Special Music School en de Gnessin Staatsacademie voor Muziek in Moskou, en voltooide zijn opleiding van 2006 tot 2011 bij Maurice Bourgue aan het conservatorium van Genève. Hij won onder meer de ARD-Musikwettbewerb in München (2011), het Concours de Genève (2010), de Sony Oboe Competition in Japan (2009) en het internationale muziekconcours van de Praagse Lente (2008).

Ivan Podyomov soleerde bij het ­Deutsches Symphonie-­Orchester Berlin, het ­Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, de Bamberger ­Symphoniker, het Tokyo Philharmonic Orchestra, het Münchner Kammerorchester en het Academisch van Sint-­Petersburg. Bij het Concertgebouworkest trad hij als solist op in Richard StraussHoboconcert (maart 2020), Haydns ­Sinf­onia concertante (oktober 2021) en Connessons Les belles heures (april 2025).

Kamermuziek speelde Ivan Podyomov met het Hagen Quartett, de pianisten Lars Vogt en Olga Pashchenko, klarinettiste Sabine Meyer en fluitist Jacques Zoon, en in de was hij eerder te beluisteren in een Close-up-­concert met oudemuziekpionier Trevor Pinnock. Ivan Podyomov geeft les aan de Musikhochschule in Luzern.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest