Busch Trio speelt Brahms en Schubert
Busch Trio:
Omri Epstein piano
Mathieu van Bellen viool
Ori Epstein cello
Dit concert maakt deel uit van de serie Pianotrio’s.
Franz Schubert (1797-1828)
Sonatensatz in Bes gr.t., D 28 (1812)
Adolf Busch (1891-1952)
Pianotrio in a kl.t., op. 15 (1919)
Allegro agitato
Scherzo
Largo
Finale
pauze ± 20.55 uur
Johannes Brahms (1833-1897)
Eerste pianotrio in B gr.t., op. 8 (1853-54, revisie 1889)
Allegro con brio
Scherzo: Allegro molto
Adagio non troppo
Allegro molto agitato
einde ± 21.55 uur
Toelichting
Franz Schubert 1797-1828
Schubert: Sonatensatz
Door Aad van der Ven
De ën staan in ontelbare harten en geheugens geprent: de ’s van Franz Schubert. Wordt over die werken gesproken, dan bedoelt men daarmee de twee composities die in Schuberts sterfjaar 1828 werden gepubliceerd en de nummers 99 en 100 dragen. Daarnaast bestaat er een veel minder bekend werkje van dezelfde componist, eveneens voor de bezetting piano-viool-, dat de titel Notturno draagt. Maar er is nóg een pianotrio van Schubert, kort maar krachtig, dat meestal over het hoofd wordt gezien.
De Oostenrijkse musicoloog Alfred Orel ontdekte het in 1922 tussen allerlei andere manuscripten in de collectie van de Weense stadsbibliotheek, een instituut waaraan hij als wetenschapper verbonden was. Dit eendelige dat oorspronkelijk het opschrift Sonata droeg, moet Schubert hebben geschreven toen hij vijftien was. Zo jong als hij was, kreeg hij les van een van de e muzikale persoonlijkheden in Wenen, namelijk Antonio Salieri, degene die al dan niet terecht wel in verband wordt gebracht met de dood van Wolfgang Amadeus Mozart.
Als componist en hofkapelmeester gold Salieri als een nogal saaie en starre persoonlijkheid. Maar sociale betrokkenheid kan hem niet worden ontzegd. Zo was hij vice-voorzitter van het pensioenfonds voor musici. Ook gaf hij talrijke talentvolle jonge componisten die financiële problemen hadden gratis les.
Schubert heeft veel van hem geleerd, al streefde hij al snel zijn leraar voorbij. Het een eeuw later ontdekte , een in , vraagt met drie dappere en meteen de aandacht om vervolgens een meer beminnelijke toon aan te slaan. Het werk toont een mooi evenwicht in de dosering van zowel e als markante episodes, waarbij geen van de drie instrumenten domineert. Het slotakkoord roept om een vervolg, maar voor een meerdelig kamermuziekwerk was de tijd kennelijk nog niet rijp.
Adolf Busch 1891-1952
Busch: Pianotrio
De familie Busch stond hoog aangeschreven in het muziekleven tussen de twee wereldoorlogen. Fritz Busch was in die tijd een vooraanstaand en oprichter van onder meer de Glyndebourne , terwijl zijn één jaar oudere broer Adolf als violist carrière maakte. Zo werd de laatste de primarius van het met zijn familienaam getooide strijkkwartet waarin broer Hermann lange tijd speelde.
Adolf was bovendien actief als componist. Tot zijn gepubliceerde stukken behoren een vioolconcert, symfonieën, eren, koormuziek en kamermuziekwerken, waaronder twee ’s. Hoewel zijn familie voor zover bekend geen druppel joods bloed bezat en hij vooral in Duitsland als musicus zeer gerespecteerd werd, was Adolf Busch zo fel gekant tegen de nazi’s dat hij in 1939 – hij was 48 – besloot naar de Verenigde Staten te emigreren. Daar bleef hij tot aan zijn dood.
Hij vestigde zich in Vermont waar hij samen met de pianist Rudolf Serkin, inmiddels zijn schoonzoon, de Marlborough Music School stichtte, bakermat van het daarnaar genoemde festival. De rol van Serkin verklaart het prominente aandeel van de piano in een aantal kamermuziekwerken van schoonvader Busch. De contacten van de familie met componisten als Max Reger en Ferruccio Busoni hebben op andere manieren in artistiek opzicht onmiskenbaar sporen achtergelaten. Wie muziek van Adolf Busch hoort, hoort al snel ook Reger met zijn hang naar geleerd , zijn in het algemeen donkere en zijn neiging tot zwaarmoedigheid.
Ook Busch’ muziek is op haar mooist wanneer uitwaaierende ën rustig de tijd krijgen om zich met elkaar te verbinden zoals in zijn meeste langzame delen; ook in dit , 15 van de 28-jarige componist. Zijn stijl kan, net als die van Reger, ook soms luchtig en sierlijk zijn, zoals hier in het . Maar er is geen zweem te ontdekken van de kleurenpracht van Richard Strauss, Franz Schreker en andere laatromantische klanktovenaars van die periode. Eerder het tegenovergestelde: de muziek is sober en puriteins.
Johannes Brahms (1833-1897)
Eerste pianotrio
Door Aad van de Ven
‘Het wordt niet zo wild als het was, maar of het ook beter wordt?’, aldus Johannes Brahms in een brief uit 1889 aan Clara Schumann. Het ging om een drastische revisie van het van 1854 daterende Eerste waarmee Brahms bij nader inzien niet zo tevreden was. Zo drastisch was die revisie waarmee een 56-jarige zichzelf 35 jaar later corrigeerde dat we welhaast van een nieuwe compositie kunnen spreken.
Als enthousiaste jonge componist had Brahms af en toe geen maat kunnen houden, besefte hij. Hij besloot omvangrijke episodes uit het werk te schrappen. Vooral veel sterk polyfone passages moesten eraan geloven. Clara schreef in haar dagboek dat het pianotrio ‘sterk verbeterd’ was.
Maar enkele maanden later, na een concertuitvoering, sprak zij toch haar aarzeling uit. Ook Brahms’ vriend Heinrich von Herzogenberg was niet helemaal overtuigd: ‘Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat hier twee componisten samenwerken die het niet met elkaar eens zijn’.
De componist zelf kon trouwens ondanks zijn bezwaren moeilijk afscheid nemen van zijn eerste belangrijke kamermuziekwerk zoals hij het aanvankelijk had opgeschreven. Hij vroeg zijn uitgever de eerste versie als alternatief intact te laten. Zo beschikken we nog steeds over twee uitgaven van dit werk waarvan de vroegste een ongeremde uitbarsting van creativiteit is die een direct vervolg zou krijgen in Brahms’ Eerste pianoconcert. Niet aan deze versie maar aan de tweede uit 1889, de kortste, wordt in het algemeen de voorkeur gegeven – ook in dit programma.
Biografie
Busch Trio, trio
Het Busch werd geformeerd in 2012 aan het Royal College of Music in Londen door de Nederlandse violist Mathieu van Bellen en de Israëlische broers Ori en Omri Epstein. Destijds waren de drie aspirant-solisten, maar hun gedeelde passie voor kamermuziek werd hun sterkste band.
Ze vernoemden hun ensemble naar Adolf Busch, op wiens voormalige instrument, een Guadagnini uit 1783, Mathieu van Bellen speelt. Busch (1891-1952) is een voorbeeld voor het trio; ook de keuze om op darmsnaren te spelen weerspiegelt een diepe waardering voor de esthetiek van de grote musici van begin twintigste eeuw. Vormend waren ook een periode aan de Koningin Elisabeth Kapel in Brussel en lessen van Eberhard Feltz, András Schiff en het Artemis Quartett.
In 2016 kreeg het Busch de Kersjesprijs. Het maakte zijn opwachting in Bozar en Flagey in Brussel, het Théâtre des Champs-Elysées in Parijs, het South Bank Centre en Wigmore Hall in Londen, het Beethoven-Haus Bonn en het Konzerthaus Wien. Ook was het te gast op het Edinburgh Festival, tourde het in China en de Verenigde Staten (onder meer afgelopen najaar) en voerde het met Varsovia onder leiding van Karina Canellakis Beethovens Tripelconcert uit.
Na de debuut-cd met pianotrio’s van Dvořák verschenen albums met diens pianokwartetten (met altviolist Miguel da Silva) en -etten (met Da Silva en violiste Maria Milstein) en met werken van Schubert respectievelijk Ravel en Sjostakovitsj. Afgelopen najaar verscheen de eerste van uiteindelijk vijf cd’s met de complete pianotrio’s van Beethoven. Het Busch Trio debuteerde in de op 14 februari 2016 en speelde er voor het laatst in oktober 2023.



