Busch Trio, Daniel Palmizio en Naomi Shaham in Schuberts Forellenkwintet
Busch Trio
Matthieu van Bellen viool
Ori Opstein cello
Omri Epstein piano
Daniel Palmizio altviool
Naomi Shaham contrabas
Dit concert maakt deel uit van de serie Kleine Zaal Melange.
Franz Schubert (1797-1828)
Pianotrio in Bes gr.t., D 898, op. 99 (1827)
Allegro moderato
Andante un poco mosso
Scherzo: Allegro – Trio
Rondo: Allegro vivace
pauze ± 20.55 uur
Kwintet in A gr.t., D 667 (1819) ‘Die Forelle’
Allegro vivace
Andante
Scherzo: Presto – Trio
Thema: Andantino – 6 Variationen
Allegro giusto
einde ± 22.00 uur
Toelichting
Franz Schubert 1797-1828
Schubert: Pianotrio in Bes groot
Door Jos van der Zanden
De miraculeuze klankentaal waarvan Franz Schubert zich bediende in het in Bes groot van kort voor zijn dood, is nog altijd voer voor psychologen. Wat kan de aan diepe melancholie ten prooi geraakte meester voor ogen hebben gestaan met dit werk? Was er een financieel oogmerk? Het vooruitzicht op een uitvoering? We weten het niet. De vier delen beslaan zo’n drie kwartier – zelden vertoond en niet bepaald publieksvriendelijk.
Kort na voltooiing was Schubert al niet meer onder de levenden. Het werk werd in 1836 door Anton Diabelli op de markt gebracht als ‘Premier Grand ’, een wat onzinnige titel.
De ontvangst was gunstig. ‘Je werpt hier een blik op’, schreef Robert Schumann, ‘en alle ellende van het leven verdwijnt als sneeuw voor de zon, de wereld glanst weer als nooit tevoren.’ Hij vond de muziek passief, vrouwelijk en – interpretaties die in die tijd algemeen waren voor Schubert, met als tegenpool de actieve, mannelijke en robuuste Ludwig van Beethoven. Het heeft in onze tijd tot de hypothese geleid dat Schubert homoseksueel was – flauwekul die inmiddels naar de prullenmand is verwezen omdat de feiten er haaks op staan.
Het contrast met Beethoven is inderdaad sprekend. Word je bij hem meegetrokken in een proces, Schubert geeft je steeds het gevoel dat om je heen kijken volstaat. De muziek is minder dwingend. s zijn schielijk, als plotselinge veranderingen van decor. Frasen zijn monumentaal, harmonische avonturen rijk maar bewegingsloos. Ook op het gebied van het instrumenteren is Schubert een meester: overal is het stemmenweefsel onheilspellend, duister. In het openingsdeel laat hij het hoofdthema volgen door een lichtere variatie van hetzelfde, met -mysterieuze ’s in de – hij speelt simpelweg met de mogelijkheden. Het deel ontwikkelt zich als een onstuimig lenfestival, uitbundig, maar ook met gepassioneerde climaxen en dreigende stiltes. De wereld mag dan glanzen, er is ook een macabere ondertoon.
Het is gebouwd op één zangerige die in diverse gedaanten terugkeert, zowel in het diepste celloregister als in de hoogste pianoligging. Dramatiek wordt gemeden en zelfs het gebruik is mild. In het vrolijke komt Beethoven voorbij, al durft Schubert wat dichter bij de authentieke Weense dans te blijven, met name in het guitige Trio. Inmiddels heeft nog geen spoor van geklonken en in de lange -finale van 654 maten wacht je er eveneens vergeefs op. Schubert voelde zich niet zo zeker op dit terrein en hij overwoog een cursus te volgen bij een volleerd meester. Bij de dansante, huppelende s, en zeker bij het guitige als uitroepteken, ben je de duistere ondertoon van het openingsdeel helemaal vergeten.
Franz Schubert 1797-1828
Forellenkwintet
Door Paul Janssen
Franz Schubert heeft zo zijn zorgeloze tijden gekend, getuige vele anekdotes die over hem en zijn drinkbroeders de ronde doen. Zo beschreef een van Schuberts vrienden, Anselm Hüttenbrenner, hoe de componist na een van alcohol doordrenkte avond voor hem het Die Forelle ‘componeerde’. Schubert dateerde het manuscript ‘11 februari 1818 twaalf uur ’s nachts’.
In feite schreef de componist dit dartele zorgeloze lied voor zijn vriend uit zijn hoofd op, want hij had het werk al in 1817 gecomponeerd. Een dierbaar lied dat ook weer terugkeerde in 1819 toen de 22-jarige Schubert de zomer doorbracht in het dorpje Steyer in Ober-Österreich. Daar kwam hij de plaatselijke mijndirecteur Sylvester Paumgartner tegen, die bekend stond als een uitstekend amateurcellist.
Paumgartner was met vrienden het pianokwintet van Johann Nepomuk Hummel aan het instuderen met de ongebruikelijke bezetting van piano, viool, , en contrabas. Paumgartner vroeg de jonge componist of hij niet een werk voor dezelfde bezetting kon schrijven. Als suggestie gaf Paumgartner Schubert mee iets te doen met het Die Forelle omdat hij dol was op dat lied en omdat Steyer aan de rivier de Ens ligt, een plek waar het goed op forellen vissen was.
Schubert liet het zich geen twee keer zeggen en reserveerde de suggestie voor het vierde deel, een serie variaties over de van Die Forelle. Dit vierde deel is een soort ingelast deel, want Schubert verliet de gebruikelijke vierdeligheid die ook het et van Hummel bevatte door dit deel voor de finale te zetten. De andere delen vormen in feite een standaard pianokwintet met een eerste deel in , een langzaam tweede deel, een duizelingwekkend en een dansante finale.
Biografie
Busch Trio, trio
Het Busch werd geformeerd in 2012 aan het Royal College of Music in Londen door de Nederlandse violist Mathieu van Bellen en de Israëlische broers Ori en Omri Epstein. Destijds waren de drie aspirant-solisten, maar hun gedeelde passie voor kamermuziek werd hun sterkste band.
Ze vernoemden hun ensemble naar Adolf Busch, op wiens voormalige instrument, een Guadagnini uit 1783, Mathieu van Bellen speelt. Busch (1891-1952) is een voorbeeld voor het trio; ook de keuze om op darmsnaren te spelen weerspiegelt een diepe waardering voor de esthetiek van de grote musici van begin twintigste eeuw. Vormend waren ook een periode aan de Koningin Elisabeth Kapel in Brussel en lessen van Eberhard Feltz, András Schiff en het Artemis Quartett.
In 2016 kreeg het Busch de Kersjesprijs. Het maakte zijn opwachting in Bozar en Flagey in Brussel, het Théâtre des Champs-Elysées in Parijs, het South Bank Centre en Wigmore Hall in Londen, het Beethoven-Haus Bonn en het Konzerthaus Wien. Ook was het te gast op het Edinburgh Festival, tourde het in China en de Verenigde Staten (onder meer afgelopen najaar) en voerde het met Varsovia onder leiding van Karina Canellakis Beethovens Tripelconcert uit.
Na de debuut-cd met pianotrio’s van Dvořák verschenen albums met diens pianokwartetten (met altviolist Miguel da Silva) en -etten (met Da Silva en violiste Maria Milstein) en met werken van Schubert respectievelijk Ravel en Sjostakovitsj. Afgelopen najaar verscheen de eerste van uiteindelijk vijf cd’s met de complete pianotrio’s van Beethoven. Het Busch Trio debuteerde in de op 14 februari 2016 en speelde er voor het laatst in oktober 2023.
Daniel Palmizio, altviool
Daniel Palmizio behaalde succes op verschillende internationale concoursen en heeft een omvangrijke concertervaring, met uitnodigingen voor soloconcerten en kamermuziekoptredens met collega’s als Frans Helmerson, Antonio Meneses, Maxim Vengerov en Beatrice Rana.
De Italiaanse altist begon zijn studie aan het Santa Cecilia Conservatorium in Rome en studeerde vervolgens in Engeland aan de Purcell School en het Royal College of Music.
In zijn Engelse jaren trad Daniel Palmizio op in St. John’s Smith Square, de Purcell Room, Wigmore Hall en de Royal Festival Hall. In 2008 keerde hij terug naar zijn geboorteland om in Cremona les te nemen bij Bruno Giuranna; ze gaven samen door heel Italië kamermuziekconcerten en met Giuranna als soleerde Daniel Palmizio in Brittens Lachrymae.
Als solist tourde hij ook met het World Youth Orchestra. Sinds 2012 geeft Daniel Palmizio les aan het conservatorium in Rome waar hij zelf zijn opleiding begon, en op andere Italiaanse conservatoria geeft hij masterclasses; aan het Conservatorium van Amsterdam is hij sinds 2018 gastdocent. Met het Busch Trio werkte de altviolist eerder samen, onder meer tijdens het Grachtenfestival 2017.
Naomi Shaham, contrabas
Naomi Shaham studeert aan het Conservatorium van Amsterdam bij contrabassist Olivier Thiery van het Concertgebouworkest. Sinds 2018 was ze aanvoerder van de basgroep van het West Eastern Divan Orchestra, in 2019 werd ze academist bij het Boedapest Festival Orkest en in 2021 nam het Leipziger Gewandhausorchester haar aan als eerste bassist.
De Israëlische bassiste begon haar opleiding met vijf jaar studie bij Nir Comforty – van het Israëlisch Filharmonisch Orkest – aan de Buchmann-Mehta School of Music van de universiteit van Tel Aviv. Orkestervaring deed ze al jong op in het Verbier Festival Orchestra en het Schleswig-Holstein Musik Festival Orchester. Kamermuziek speelde ze bijvoorbeeld in het Tel Aviv Museum en de Pierre Boulez Saal in Berlijn. Naomi Shaham behaalde verschillende beurzen en concoursprijzen en volgde masterclasses bij befaamde bassisten en bij het Fine Arts Quartet. In de maakt ze haar debuut.




