Bronfmann speelt Rachmaninoff met het Concertgebouworkest
Concertgebouworkest
Fabio Luisi dirigent
Yefim Bronfman piano (artist in residence)
Lees ook: Pianist Yefim Bronfman: ‘Muziek maken is geen beroep, het is een leven op zichzelf’
Serge Rachmaninoff (1873-1943)
Pianoconcert nr. 3 in d kl.t., op. 30 (1909)
Allegro ma non tanto
Intermezzo: Adagio
Finale: Alla breve
pauze ± 21.00 uur
Pjotr Tsjaikovski (1840-1893)
Symfonie nr. 6 in b kl.t. op. 74 (1893)
‘Pathétique’
Adagio, Allegro non troppo
Allegro con grazia
Allegro molto vivace
Finale: Adagio lamentoso, Andante
einde ± 22.15 uur
Toelichting
Serge Rachmaninoff (1873-1943)
Rachmaninoff: Derde pianoconcert
Door Michiel Cleij
‘Ik dool rond als een geest in een totaal van mij vervreemde wereld. Ik kan de oude componeertrant niet loslaten en de nieuwe niet aanleren. Ik heb enorm mijn best gedaan om me in te leven in het hedendaagse componeren, maar het ligt me niet. Ik kan niet van het ene moment op het andere mijn muzikale goden inruilen voor een paar nieuwe.’ Aldus Serge Rachmaninoff in 1939, vier jaar voor zijn dood. Hij woonde al jaren in Californië – na de Russische Revolutie van 1917 had hij zijn werkterrein definitief verlegd naar Amerika – maar hij bleef altijd een Rus en een romanticus. Oorlog, emigratie, Arnold Schönbergs atonaliteit, Igor Stravinsky’s , de Grote Depressie in Amerika – ze lieten Rachmaninoffs zeer negentiende-eeuwse schrijfwijze onaangetast.
Dat Rachmaninoff, met al zijn nostalgie, zich in het moderne leven wist te handhaven is mede te danken aan zijn vele indrukwekkende optredens als concertpianist. In de werken voor en met piano is Rachmaninoff dan ook in zijn natuurlijke element. De pianoconcerten zijn vol van de smachtende lyriek waar Pjotr Tsjaikovski ook zo in uitblonk. Maar anders dan bij zijn voorganger hebben Rachmaninoffs pianopartijen vaak een -achtige spontaniteit, alsof de solist tegen het publiek aan het praten is. Met zijn enorme handen kon Rachmaninoff machtige klanken aan de piano ontlokken; hoewel de toon van zijn muziek vaak diep melancholiek is, spat het pianistische plezier van de partituren af. Kort na het immens succesvolle Tweede pianoconcert in c klein componeerde Rachmaninoff het nog virtuozere Derde pianoconcert in d klein, nog steeds in Rusland, maar al wel met de blik op een Amerikaanse carrière gericht. Hij bracht het werk zelf in première tijdens een overzeese concerttournee, in 1909, met het New York Symphony Orchestra. De reacties waren aanvankelijk gemengd, evenals bij de Moskouse première een jaar later. Maar na een aantal reprises sloeg het werk alsnog aan; zelfs de nieuwlichter Sergej Prokofjev – vaak guller met complimenten aan eigen adres dan aan anderen – was diep onder de indruk.
Het hele concert klinkt als een never ending story van uit elkaar volgende muzikale ideeën
De bezwerende in de beginmaten is de aanhef van een monumentaal betoog: de piano is bijna voortdurend aan het woord en stuwt de muziek steeds naar nieuwe horizonten. Steeds wanneer een melodische ‘zin’ van de solist afgerond lijkt, is de harmonische context dusdanig veranderd dat het verhaal verder verteld moet worden. Vaak geeft Rachmaninoff dergelijke cliffhangers een pathos dat sinds Ludwig van Beethoven ‘heroïsch’ genoemd wordt (het gevecht van een individu tegen een overmacht, de interactie tussen solist en orkest) – maar je kunt het evengoed beschouwen als een voortdurend in- en uitademen, een contrast tussen volheid en leegte. Drie delen lang continueert Rachmaninoff die beweging, zonder het patroon te verstoren met verplichte nummers als een volksdansend of een -achtig rustpunt. Het hele concert klinkt als een never ending story van uit elkaar volgende muzikale ideeën.
Pjotr Tsjaikovski (1840-1893)
Tsjaikovski: Zesde symfonie
Door Henriëtte Sanders
De Zesde symfonie van Pjotr Tsjaikovski ontstond in 1893, kort nadat hij een Symfonie in Es groot, met een geheim programma, vernietigd had. Hij was van plan om ook zijn nieuwe symfonie een programma mee te geven, maar dan zo ‘dat het voor iedereen een raadsel’ bleef. Aan zijn lievelingsneef Vladimir Davidov, aan wie het werk is opgedragen, schreef Tsjaikovski dat het programma zeer subjectief was en dat hij meerdere malen in tranen was bij het componeren. Tsjaikovski beschouwde deze symfonie als het beste en oprechtste dat hij ooit gemaakt had en waarin hij, naar eigen zeggen, zijn hele ziel had gelegd. Het in de lente begonnen werk ging op 16 oktober in première. Omdat de bijzonderheid van het werk vereiste dat het een titel droeg, bedacht Tsjaikovski’s broer Modest de kwalificatie ‘pathétique’ (tragisch), maar die werd de volgende dag door de componist weer verworpen. De symfonie was toen echter al op weg naar de drukker.
Het lijkt een verstandig besluit van Tsjaikovski om datgene wat uit zijn expressieve symfonie spreekt niet ten overvloede in een programma te willen vastleggen. Het van het eerste deel is vanaf de inleidende solo tot de overgang naar het ma non troppo in de strijkers vervuld van smartelijke melodische zuchten, figuren, die in sneller tempo in het Allegro voortgezet worden, totdat in het elegante tweede – teneramente, molto cantabile, con espressione – hartstocht en grandeur op onnavolgbare wijze samengaan. Nadat dit uiterst zacht in de fagot (ppppp) is weggestorven, zet de doorwerking met een plotseling fortissimo in. Hevige emotie beheerst dit Allegro vivo, waarin ook in ten en trombones een kort melodisch citaat uit de orthodoxe dodenliturgie klinkt. Het eerste symfoniedeel wordt afgesloten met een reprise in , voornamelijk gebaseerd op het zangerige tweede thema. In het tweede deel van de symfonie, Allegro con grazia, horen we een vijfkwartsmaat. Hier toonde Tsjaikovski hoe buitengewoon bekwaam hij was in het schrijven van eigenzinnige dansmuziek, want ondanks de heeft het symfoniedeel het karakter van een . Het derde deel, Allegro molto , begint als een lichtvoetig , maar al snel gaan motieven overheersen, die dit enigszins bizarre scherzo tot een einde voeren. De Finale is – uitzonderlijk – een langzaam deel; een symfonische, intens melancholieke, grootse treurzang die eindigt alsof ‘de zanger’ in tranen letterlijk te gronde gaat. Negen dagen na de première van zijn meest dierbare symfonie stierf Tsjaikovski. Het is onduidelijk of zijn dood door ziekte of door eigen handelen veroorzaakt is. Wel kan met zekerheid gezegd worden dat zijn magnifieke Zesde symfonie in elk geval voor een deel ontstaan is vanuit de eigen passie, pijn en stress van een homoseksueel in een wereld die zijn geaardheid niet accepteerde.
Orkestfeiten
Rachmaninoff: Derde pianoconcert
De eerste uitvoering door het Concertgebouworkest was op 23 maart 1911 onder leiding van Willem Mengelberg met Serge Rachmaninoff zelf aan de piano. De laatste uitvoering was op 5 oktober 2017 onder Valery Gergiev met als solist Behzod Abduraimov.
Tsjaikovski: Zesde symfonie
De eerste uitvoering op 24 september 1896 onder Willem Mengelberg betrof de Nederlandse première. Op 11 maart 2020 was de symfonie, in een uitvoering onder Semyon Bychkov, het laatste uitgevoerde werk voor de eerste lockdown.
Biografie
Fabio Luisi, dirigent
Fabio Luisi studeerde piano aan het conservatorium in Genua en directie bij Milan Horvat in Graz. Sinds het seizoen 2022/2023 is hij chef- van het NHK Symphony Orchestra, Tokyo. Daarnaast is hij chef-dirigent van het Dallas Symphony Orchestra en van het Danish National Symphony Orchestra.
De Italiaan is ook music director van het Festival della Valle d’Itria in Puglia en eredirigent van zowel het Orchestra Sinfonica Nazionale RAI als het Teatro Carlo Felice in zijn geboortestad Genua.
Als voormalig chef- van de Wiener Symphoniker werd Fabio Luisi geëerd met de Anton-Bruckner-Ring en -Medaille. Hij stond ook aan het hoofd van onder meer de Staatskapelle Dresden, het Orchestre de la Suisse Romande, het Tonkünstler-Orchester in Wenen, de Grazer Philharmoniker, de Sächsische Staatsoper en de Metropolitan in New York. Voor zijn opnamen van Wagners Siegfried en Götterdämmerung won Fabio Luisi een Grammy Award en de live opgenomen dvd werd in 2012 bij de Grammy Awards uitgeroepen tot beste opera-opname.
Zijn uitgebreide discografie bevat verder onder meer Bruckners Negende symfonie met de Staatskapelle Dresden, waarvoor hij een Echo Klassik Preis in de wacht sleepte, en een complete Nielsen-cyclus met het Danish National Symphony Orchestra, die in 2023 goed was voor een Limelight en een Abbiati Award, terwijl Gramophone de cd met de Vierde en Vijfde symfonie uitriep tot ‘Recording of the Year’. Bij het Concertgebouworkest is Fabio Luisi een regelmatige gast sinds zijn debuut in 2005. In juni 2022 leidde hij bij het orkest de Ammodo Masterclass Dirigeren. De musicus is ook een gepassioneerd parfumeur.
Yefim Bronfman, piano
Yefim Bronfman werd geboren in Tasjkent, Oezbekistan (destijds Sovjet-Unie), emigreerde in 1973 met zijn familie naar Israël en begon zijn studie bij Arie Vardi in Tel Aviv. Hij vervolgde zijn opleiding in de Verenigde Staten – aan The Juilliard School, de Marlboro School of Music en het Curtis Institute of Music in Philadelphia bij Rudolf Firkusny, Leon Fleisher en Rudolf Serkin – en werd Amerikaans staatsburger. De pianist deelde het podium met de meeste grote en.
Zo trad hij in seizoen 2007/2008 als ‘Perspective Artist’ in Carnegie Hall in New York op met zowel het Concertgebouworkest als de Wiener Philharmoniker. In seizoen 2013/2014 was Yefim Bronfman in residence bij de New York Philharmonic. In Europa was hij te gast bij bijvoorbeeld de Berliner en de Münchner Philharmoniker, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks en de Staatskapelle Dresden.
Bij het Concertgebouworkest soleerde Yefim Bronfman sinds zijn debuut in 1999 in pianoconcerten van onder anderen Brahms, Liszt en Prokofjev en trad hij in 2021/2022 als artist in residence op in het Derde pianoconcert van zowel Beethoven als Rachmaninoff en de wereldpremière van het Pianoconcert, 175 van Firsova. In 2023 vergezelde hij het orkest op tournee naar Japan en Zuid-Korea.
Ook met het WDR Sinfonieorchester Köln en de Wiener Philharmoniker was Yefim Bronfman te horen in de . Solorecitals in Het Concertgebouw gaf hij in maart 2003, november 2011 en februari 2025. Yefim Bronfman werd gelauwerd met onder meer de Avery Fisher Prize en met een eredoctoraat van de Manhattan School of Music.



