Brentano Kwartet: klaagzangen van Bartók en anderen

Brentano Kwartet 

Henry Purcell (1659-1695)

Aria ‘When I Am Laid in Earth’ (Dido’s Lament)
uit ‘Dido and Aeneas’ (1689; arr. Mark Steinberg)

Joseph Haydn (1732-1809)

Sonata IV: Eli, Eli, lama asabthani? (Largo)
uit ‘Die sieben letzten Worte unseres Erlösers am Kreuze’, 
op. 51, Hob. III: 50-56 (1787) 

Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975)

Elegie
uit ‘Twee stukken voor strijkkwartet’ (1931)

Carlo Gesualdo (1561-1613)

Mercè grido piangendo (1611; arr. Mark Steinberg)

Moro, lasso (1611; arr. Bruce Adolphe) 

Joseph Haydn

Sonata VI: Consummatum est! (Lento)
uit ‘Die sieben letzten Worte unseres Erlösers am Kreuze’

Elliott Carter (1908-2012)

Elegy (1943) 

Guillaume Lekeu (1870-1894)

Molto adagio sempre cantante doloroso (1887)

pauze (± 21.00 uur)

Béla Bartók (1881-1945)

Tweede strijkkwartet in a kl.t., op. 17 (1915-17)
Moderato
Allegro molto capriccioso
Lento 

einde (± 22.15 uur)

Toelichting

Henry Purcell (1659-1695)

Purcell: When I Am Laid in Earth

Door Lies Wiersema

Al eeuwenlang bestaat onder componisten de traditie van het schrijven van klaagzangen en treurliederen. De composities in dit programma komen uit verschillende muziekhistorische perioden en vertellen uiteenlopende verhalen van afscheid, verdriet en rouw. In de bezetting van een strijkkwartet krijgen die verhalen een speciale, intieme kleur. 

Purcell: ‘When I Am Laid in Earth’ 

Een van de mooiste en meest indringende klaagzangen uit de muziekgeschiedenis is Dido’s lamento When I Am Laid in Earth uit Henry Purcells Dido and Aeneas, de dramatisch verlopende liefdesgeschiedenis tussen Dido (koningin van Carthago) en de Trojaanse held Aeneas. Boze machten beschikken dat Aeneas haar moet verlaten om zich in te schepen voor zijn missie naar Italië.

In een bewogen lamento drukt Dido haar verdriet uit en neemt zij afscheid van het leven. Haar wordt begeleid door een zich voortdurend herhalend, chromatisch dalend basmotief met de omvang van een kwart, een dat al vanaf de zestiende eeuw gebruikt wordt als muzikaal symbool voor de dood, en dat een gevoel van diepe droefheid teweegbrengt. Dido’s laatste , ‘Remember me’, behoort 330 jaar na dato nog steeds tot de meest aangrijpende afscheidsmuziek.

Joseph Haydn 1732-1809

Haydn: Die sieben letzten Worte

Een eeuw later componeerde Joseph Haydn het orkestwerk Die sieben letzten Worte unseres Erlösers am Kreuze, een opdracht van een Jezuïetenpater van de Santa Cueva-kapel in de Andalusische stad Cádiz. Voor de liturgische dienst op Goede Vrijdag in deze ondergrondse kapel mocht de beroemdste componist van Europa een muzikale meditatie schrijven op de zeven laatste woorden van Christus, zeven ’s met introductie en conclusie.

Voorafgaand aan elk van de zeven delen zou de priester in de kapel, verduisterd met zwarte doeken en met een lamp in het midden, één van de zeven kruiswoorden en een korte overpeinzing uitspreken. Van dit orkestwerk maakte Haydn onder meer een versie voor strijkkwartet, waarvan in dit programma de vierde en zesde klinken. Op indrukwekkende wijze weet hij met sobere muzikale middelen het lijden en sterven van Christus uit te beelden.

De vierde Eli, Eli, lama asabthani? (Mijn God waarom hebt u mij verlaten?), is de enige in en opent in de duistere f klein. Voor een tekst waarin de eenzaamheid van de stervende Christus pijnlijk voelbaar is, koos Haydn een toonsoort die in die tijd geassocieerd werd met wanhoop, dodelijke angst en vertwijfeling. In de herhaaldelijk geïsoleerd spelende eerste viool wordt de verlatenheid bij uitstek hoorbaar.

De zesde sonate, Consummatum est! (Het is volbracht!), opent dramatisch met vijf unisono gespeelde noten. De toonsoort g klein staat voor diepe smart, maar in de uiteindelijke overgang naar G groot klinkt de voltooiing van het lijden en de belofte van het nieuwe leven. Het samenspel van liturgische tekst en muziek in een schaars verlichte ruimte moet indertijd op de aanwezigen diepe indruk hebben gemaakt.

Dmitri Sjostakovitsj 1906-1975

Sjostakovitsj: Elegie

Een twintigste-eeuws intermezzo tussen de lamenti in oude stijl is Sjostakovitsj, het eerste van zijn Twee stukken voor strijkkwartet. Deze klaagzang in het van een delicate, langzame is afkomstig uit zijn Lady Macbeth uit het district Mtsensk.

In het eerste bedrijf zingt de ongelukkige Katerina Izmajlova een ontroerende over haar leven van verveling en vreugdeloosheid, gevangen in een kil en liefdeloos huwelijk met een saaie koopman.

Carlo Gesualdo 1561-1613

Gesualdo: Madrigalen

Veel lijden, dood en wanhoop zit in de boeken van de Renaissance-componist Carlo Gesualdo, een weerspiegeling van een getourmenteerd leven. Dat hij de grenzen opzocht is te horen in de buitensporige expressie in zijn muziek.

Dodelijke wanhoop klinkt in Mercè grido piangendo, afkomstig uit het vijfde madrigaalboek: ‘Genade! Ik huil, rouwend. Maar wie hoort mij? Ik zal daarom in stilte sterven’. Er klinkt wanhopig liefdesverdriet uitgedrukt in een verrassende opeenvolging van en en dramatische wendingen.

De tekst van Moro, lasso, ‘Ik sterf aan mijn pijn/ en degene die mij leven kan geven/ brengt mij de dood/ …’, afkomstig uit zijn zesde madrigaalboek, wordt door Gesualdo uitgedrukt met een bijna voelbaar kwellende en com

Elliott Carter 1908-2012

Carter: Elegy

De meest moderne klaagzang van vanavond is van Elliott Carter, een van de voormannen van de naoorlogse generatie Amerikaanse componisten. Hij schreef complexe muziek met veel lagen en polyfone ritmische structuren. Zijn Elegy laat een traditionelere Carter zien.

Deze korte en ontroerende compositie, oorspronkelijk bedoeld voor en piano, werd later onder meer bewerkt voor strijkkwartet. Het werk bestaat uit één lange, peinzende boog die tenslotte rustig en sereen eindigt, of, in de woorden van de componist, ‘een doorlopende ontwikkeling van één hoofdidee’.

Guillaume Lekeu 1870-1894

Lekeu: Molto adagio

Door Lies Wiersema

‘Vrolijkheid is duizendmaal moeilijker te schilderen dan lijden’, schreef de Belgische componist Guillaume Lekeu op zijn achttiende. Enige zwaarmoedigheid kenmerkt veel van zijn werk. Als zeventienjarige koos hij als motto voor een klaagzang over het lijdensverhaal Jezus’ woorden in de olijvenhof Gethsemane, ‘Mijn ziel is bedroefd, tot stervens toe. Blijft hier en waakt met mij’.

De opening van dit Molto sempre cantante doloroso suggereert het luiden van doodsklokken, waarna in wisselend verschillende en doorlopen worden. Lekeu overleed op vierentwintigjarige leeftijd, maar liet nochtans een honderdtal composities na.

Zijn credo was: ‘Met alle geweld wil ik mijn hele ziel in mijn muziek leggen’. Dit emotionele en expressieve Molto adagio lijkt dit te weerspiegelen.

Béla Bartók 1881-1945

Bartók: Tweede strijkkwartet

Het programma wordt afgesloten met Bartóks Tweede strijkkwartet. Bartók componeerde het tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen hij vanwege de oorlogsomstandigheden zijn volks­muziekexcursies moest opschorten. De Hongaarse volksmuziek fascineerde hem en hij verwerkte de typische en gecompliceerde s daaruit in zijn West-Europese muzikale taal.

In zijn Tweede strijkkwartet zijn vooral in het derde deel verwijzingen naar klaagzangen uit de Oost-Europese volksmuziek te horen. Het kwartet heeft drie delen in de ongebruikelijke opbouw langzaam – snel – langzaam. In het overwegend e eerste deel is de volksmuziek niet direct herkenbaar, maar het openingsmotief bestaat uit ­melodische len die ruimschoots in de Hongaarse volksmuziek te vinden zijn.

In het capricieuze tweede deel is het gebruik van volksmuziek het meest herkenbaar. De spectaculaire en soms rauwe ritmiek, drumachtige toonherhalingen, en soms stampende dansritmes doen denken aan Noord-Afrikaanse volksmuziek. De donkere, ­mysterieuze lento-finale vormt hiermee een groot contrast, soms klinkend als een ­lamento, introspectief en contemplatief. De beweging verloopt traag om ten slotte bijna fluisterend tot stilstand te komen.  

Biografie

Brentano Quartet, kwartet

Het Brentano Quartet werd in 1992 opgericht door vier studenten van de Juilliard School of Music in New York en is vernoemd naar Antonie Brentano, de vermoedelijke ‘onsterfelijke geliefde’ van Ludwig van Beethoven. In 1995 won het kwartet zowel de Cleveland Quartet Award als de Naumburg Chamber Music Award, en in 1997 speelde het voor het eerst in Europa.

Inmiddels gaf het Brentano Quartet wereldwijd concerten in belangrijke zalen als Carnegie Hall in New York, de Library of Congress in Washington, het Wiener Konzerthaus, Suntory Hall in Tokio en het Sydney House en op de festivals van Aspen, Edinburgh, Kuhmo en Seoul.

Het viertal heeft een voorliefde voor zowel oude muziek als kersverse composities; het maakt eigen arrangementen van werken van Josquin des Prez, Gesualdo, Monteverdi en Purcell en gaf compositieopdrachten aan onder anderen Steven Mackey, Vijay Iyer, Charles Wuorinen, Lei Liang, Melinda Wagner en James McMillan.

Het Brentano Quartet speelde kamermuziek in grotere bezetting met sopraan Jessye Norman, mezzosopraan Joyce DiDonato en de pianisten Jonathan Biss, Richard Goode en Mitsuko Uchida. Een opname van Beethovens 131 kwam terecht in de soundtrack van de film A Late Quartet (2012).

Sinds 2014 bekleedt het kwartet een residency aan de Yale School of Music, na een eerdere verbintenis van vijftien jaar met Princeton University. In Het Concertgebouw was het Brentano Quartet voor het laatst te gast in januari 2019, met een programma m klaagzangen.