Braziliaans jeugdorkest Neojiba en de Jussens met Golijov en meer
Neojiba
Ricardo Castro dirigent
Lucas Jussen piano
Arthur Jussen piano
Ook interessant:
- Hoe begon Castro zijn orkest Neojiba? (interview)
Antônio Carlos Gomes (1836-1896)
Alvorada
uit ‘Lo schiavo’ (1889)
Osvaldo Golijov (1960)
Nazareno (2009-10)
bewerking door Gonzalo Grau van delen uit ‘La pasión según San Marcos’ (2000)
voor twee piano’s en orkest
Berimbau
Tambor en blanco y negro
Guaracha y Mambo
Sur
Tormenta y Quitiplá
Procesión
pauze ± 20.55 uur
Leonard Bernstein (1918-1990)
Symphonic Dances uit ‘West Side Story’ (1960)
Prologue
Somewhere
Scherzo
Mambo
Cha-Cha
Meeting Scene
Cool Fugue
Rumble
Finale
Aaron Copland (1900-1990)
El Salón México (1932-36)
Alberto Ginastera (1916-1983)
Suite, op. 8a ‘Estancia’ (1941)
Los trabajadores agrícolas
Danza del trigo
Los peones de hacienda
Danza final
einde ± 22.20 uur
Toelichting
Toelichting
Door Joost Galema
Het hoofdpersonage uit de postume novelle In augustus zien we elkaar van de Colombiaanse schrijver Gabriel García Márquez draagt de naam Ana Magdalena Bach: nazaat uit een muzikaal gezin, getrouwd met een . Wanneer zij de eerste avond op het eiland waar haar moeder begraven ligt binnenkomt in de hotelbar, begint de pianist daar ‘Clair de lune van Debussy te spelen in een gewaagde bewerking’.
García Márquez schildert de jaren dat de klassieke muziek nog uitsluitend van Europa naar de Amerika’s lijkt te reizen. Andersom weet maar een enkele dode of levende componist uit deze ‘Nieuwe Wereld’ voet aan de grond te krijgen in Wenen, Parijs, Londen, Berlijn en Amsterdam. De Verenigde Staten leveren enkele grote namen – zoals Bernstein, Gershwin en Copland, – maar op de Europese klassieke podia klinken niet of nauwelijks Latijns-Amerikaanse stemmen.
Dat verandert de laatste jaren. Zo won de Mexicaanse componiste Gabriela Ortiz – komend seizoen composer in residence van Het Concertgebouw – in februari drie Grammy’s voor haar Revolución diamantina. Het album won onder meer de prijs voor het beste hedendaagse klassieke werk. Deze opmars hangt mede samen met die van de dirigenten uit El Sistema, het sinds 1975 bestaande Venezolaanse programma dat kansarme kinderen via de klassieke muziek een betere toekomst tracht te bieden. Het is de vraag of dat ideaal nog altijd overeind staat in de steeds wredere dictatuur van Venezuela.
Niettemin zetten het Orquestra Sinfónica Simon Bólivar – het uithangbord van El Sistema – en de beroemdste dirigent uit haar gelederen, Gustavo Dudamel, de Latijns-Amerikaanse klassieke traditie op de kaart met Europese tournees en opnamen. Datzelfde geldt voor het Braziliaanse Neojiba, door dirigent Ricardo Castro vijftien jaar geleden gemodelleerd naar het voorbeeld van El Sistema. Voor zijn Concertgebouwoptreden brengt dat orkest muziek mee uit de beide Amerika’s.
Antônio Carlos Gomes (1836-1896)
‘Alvorada’ uit Lo schiavo
Antônio Carlos Gomes was een Braziliaanse pianist en componist die als eind-twintiger zijn geluk in Europa beproefde. Hij studeerde in Milaan aan wat nu het Conservatorio Giuseppe Verdi heet. Italiaanse operafans en Verdi zelf waren onder de indruk van zijn talent. Gomes had in La Scala onder meer veel succes met zijn werk Il Guarany, het verhaal over de liefde tussen de dochter van een Portugese edelman en een inheemse Guarani-prins in het zestiende-eeuwse Brazilië.
Na zo’n vijftien jaar Europa keerde Gomes in 1880 terug naar zijn moederland, waar hij – vlak na de afschaffing van de slavernij in Brazilië – de Lo schiavo (‘De slaaf’) schreef. De plot vertoont overeenkomsten met die van Il Guarany, het verhaal speelt zich af in dezelfde tijd, maar ditmaal is de man Portugees en zijn geliefde een indiaanse slavin. Het instrumentale intermezzo ‘Alvorada’ uit Lo schiavo verklankt een zonsopgang in het woud waar de natuur langzaam ontwaakt.
Osvaldo Golijov (1960)
Nazareno
‘Een bom onder het geloof dat klassieke muziek een Europese kunst is,’ schreef The New Yorker begin deze eeuw over de Marcus-passie die de Argentijn Osvaldo Golijov maakte voor de 250ste sterfdag van Johann Sebastian Bach. Dit iconische werk vormde de inspiratiebron voor meerdere nieuwe stukken. De Venezolaanse arrangeur Gonzalo Grau (1972) bewerkte vijftien jaar geleden passages uit deze passie tot een zesdelige, een half uur durende, voor twee piano’s en orkest.
Hij deed dat voor de Franse pianozussen Katia en Marielle Labèque. Nazareno is een helder en vreugdevol werk, wat je misschien niet meteen zou verwachten van muziek over het lijdensverhaal van Christus. De levenslust spat er vanaf.
Leonard Bernstein (1918-1990)
Symphonic Dances uit ‘West Side Story’
Latijns-Amerikaanse muziek paste goed bij de uitbundige natuur van de New Yorkse en componist Leonard Bernstein. Hij beleed zijn liefde ervoor onder meer in zijn musical West Side Story, een Romeo en Julia-verhaal dat zich afspeelt in de achterbuurten van Manhattan, waar de rivaliteit tussen een Puertoricaanse en een Amerikaanse bende ontspoort in dodelijk geweld.
In 1960 – zo’n drie jaar na de première op Broadway – stelde Bernstein een orkestsuite samen met de mooiste thema’s uit het stuk. In zo’n vijfentwintig minuten vertelt het orkest de geschiedenis van een onmogelijke liefde. Voor wie de musical – of de verfilmingen – kent, zijn de symfonische dansen één grote aha-erlebnis.
Aaron Copland (1900-1990)
El Salón México
De Argentijnse componist Alberto Ginastera raakte in 1941 bevriend met zijn oudere Amerikaanse vakgenoot Aaron Copland, die destijds op tournee was in Argentinië. Zo’n tien jaar eerder bracht Copland meerdere bezoeken aan Mexico. Op zijn reizen kocht hij vaak bladmuziek, en zo vond hij de vier ën die het fundament vormen van zijn orkestwerk El Salón México.
Het stuk verbeeldt de sfeer in het populairste danslokaal in Mexico Stad, dat rook naar zweet en waar bezoekers werd verzocht geen smeulende sigarettenpeuken op de vloer te gooien omdat anders de dames hun voeten zouden verbranden.
Op een onverklaarbare manier, schreef Copland, gaven de overvolle danszalen hem het gevoel even in de ziel van het Mexicaanse volk te kijken.
De vier Mexicaanse volksliederen die Copland gebruikte dragen de titels El Palo Verde, La Jesusita, El Mosco en El Malacate. Het is alsof hij ons door meerdere zalen laat wandelen: in de eerste danst de hogere klasse, in de tweede treffen we de arbeiders en in een volgende stampen de boeren.
Alberto Ginastera (1916-1983)
Suite ‘Estancia’
Alberto Ginastera studeerde halverwege de jaren 1940 onder meer in de Verenigde Staten bij Aaron Copland. In de jaren daarvoor had hij zich als leraar over onder anderen de jonge Astor Piazzolla ontfermd. Eenmaal terug in Argentinië wierp hij zich als dertiger op het verenigen van de componisten daar en de ontwikkeling van een Argentijnse klassieke traditie. Begin jaren zeventig vestigde hij zich in Europa.
Voor zijn vertrek naar de VS schreef Ginastera – halfweg de twintig – het ballet Estancia, geïnspireerd op het nationalistische gedicht El gaucho Martín Fierro van José Hernández over het dagelijkse bestaan van de veehouders op de Argentijnse pampa’s. Neojiba speelt vier dansen uit Estancia. ‘Los trabajadores agrícolas’ verklankt het van de gereedschappen waarmee de akkers bewerkt worden; ‘Danza del trigo’ is een traag wuivend instrumentaal gezang waarin de strijkers’s doen denken aan de gitaar; ‘Los peones de hacienda’ verwijst naar de cowboys die het loeiende vee (de ‘s’) bij elkaar houden; en dan is er tot besluit de spectaculaire ‘Danza final’, een malambo.
Biografie
Neojiba, orkest
Het jeugdorkest dat vandaag voor de tweede keer aantreedt in Het Concertgebouw is het vlaggenschip van de Núcleos Estaduais de Orquestras Juvenis e Infantis da Bahia (Neojiba). Dit instituut is in 2007 opgericht naar voorbeeld van de Venezolaanse muziekeducatiepiramide El Sistema, en heeft sindsdien al zeker 36.000 kinderen en jongeren, vaak opgroeiend in kwetsbare omstandigheden, bereikt met muziek.
Neojiba wordt gesteund door de Braziliaanse staat Bahia en georganiseerd door het Instituto de Desenvolvimento Social pela Música. Het hoofdkwartier, waar dagelijks 1.200 leerlingen terecht kunnen voor lessen en repetities, zit in Salvador de Bahia. De orkesten van de verschillende muziekscholen door het hele land hebben bij elkaar opgeteld al meer dan 2.500 concerten gegeven en daarmee bijna een miljoen luisteraars bereikt. Neojiba gaf ruim 370 concerten en ging in 2010 als eerste Braziliaanse jeugdorkest op tournee in Europa.
Inmiddels traden de jonge musici op met de violisten Maxim Vengerov en Midori en de pianisten Martha Argerich, Jean-Yves Thibaudet en Katia en Marielle Labèque, in zalen als de Queen Elizabeth Hall in Londen, het Konzerthaus Berlin, de Philharmonie de Paris en Gulbenkian in Lissabon. In Het Concertgebouw speelde Neojiba bij zijn debuut in september 2022 werken van Gomes en Villa-Lobos en een hedendaags stuk van Cerqueira met een hoofdrol voor de berimbau, een traditioneel Braziliaans instrument; Maria João Pires was bovendien solist in Beethovens Derde pianoconcert.
Ricardo Castro, dirigent
Ricardo Castro werd geboren in de regio Bahia en werd daar de oprichter van Neojiba, waarvan hij nog steeds algemeen directeur en chef- is. Al op zijn zestiende soleerde hij bij het Staatsorkest van São Paulo in het Pianoconcert in a klein van Grieg.
In 1984 vestigde hij zich in Europa om door te studeren, piano bij Maria Tipo en Dominique Merlet en directie bij Arpad Gerecz. Na het ARD Concours van 1987 in München won hij in 1993 ook de Leeds International Piano Competition.
Ricardo Castro speelde op prestigieuze podia als de Wiener Musikverein en het Théâtre des Champs-Elysées in Parijs en werd uitgenodigd door gezelschappen als het Gewandhausorchester Leipzig, het Tonhalle-Orchester Zürich, het BBC Symphony Orchestra, het English Chamber Orchestra en de Academy of St. Martin in the Fields. In 2013 werd hij, als eerste Braziliaan ooit, benoemd tot erelid van de Royal Philharmonic Society in Londen.
Ricardo Castro is hoofd van de pianosectie van de Haute École de Musique de Genève en geeft les aan de Scuola di Musica di Fiesole. Sinds 2005 legt hij zich steeds meer toe op muziekprojecten die bijdragen aan integratie en maatschappelijke ontwikkeling, waarmee hij ongekende mogelijkheden heeft geschapen voor Braziliaanse kinderen en jongeren.
Als pianist verzorgde Ricardo Castro in oktober 2005 in de een duoprogramma met Maria João Pires; zijn Concertgebouwdebuut als maakte hij op 19 september 2022, op de bok bij zijn Neojiba.
Lucas en Arthur Jussen, piano
De broers Jussen kregen hun eerste pianolessen in hun geboorteplaats Hilversum van Leny Bettman. Na gezamenlijke lessen van Maria João Pires, Jan Wijn en Ton Hartsuiker studeerde Lucas Jussen bij Menahem Pressler in Bloomington en Dmitri Bashkirov in Madrid, en Arthur Jussen aan het Conservatorium van Amsterdam bij Jan Wijn.
Hun debuutalbum (Beethoven) kreeg in 2010 de Edison Klassiek Publieksprijs, en in 2011 kregen ze de allereerste Concertgebouw Young Talent Award.
tournees brachten het pianoduo naar de grote Europese podia en festivals, maar ook naar Japan, China, Zuid-Korea, Singapore, Rusland, Mexico en de Verenigde Staten. Lucas en Arthur Jussen traden op met nagenoeg alle Nederlandse orkesten en soleerden bijvoorbeeld ook bij het Dallas Symphony Orchestra onder Jaap van Zweden, het Boston Symphony Orchestra onder Andris Nelsons, de Academy of St. Martin in the Fields onder Neville Marriner (inclusief cd-opnames), het Budapest Festival Orchestra, het Gewandhausorchester Leipzig, de Wiener Symphoniker, het Mozarteumorchester Salzburg, Philharmonia en de Taiwan Philharmonic.
Recent debuteerden de pianisten bij de orkesten van Chicago, Baltimore, Stockholm, Göteborg en Lahti, en ze waren in het seizoen 2024/2025 in residence bij het Orchestre Philharmonique de Monte-Carlo. Onder de componisten die voor hen schreven zijn Fazıl Say en Joey Roukens. Dit seizoen hebben Arthur en Lucas Jussen een Spotlight in de Eigen Programmering van Het Concertgebouw, met vorige optredens op 26 november 2025 met de Münchner Philharmoniker en op 10 maart 2026 met het duo Gerassimez & Kuyumcuyan.







