Brahms' Symfonie nr. 1 & Midori soleert in Dvořáks Vioolconcert
Antwerp Symphony Orchestra
Elim Chan dirigent
Midori viool
Dit concert maakt deel uit van de serie Klassieke Meesterwerken.
Ook interessant:
- De opkomst en neergang van muziekhoofdstad Wenen
Antonín Dvořák (1841-1904)
Vioolconcert in a kl.t., op. 53 (1879)
Allegro ma non troppo
Adagio ma non troppo
Finale: Allegro giocoso ma non troppo
pauze ± 20.55 uur
Johannes Brahms (1833-1897)
Symfonie nr. 1 in c kl.t., op. 68 (1855-76)
Un poco sostenuto – Allegro
Andante sostenuto
Un poco allegretto e grazioso
Adagio – Più andante – Allegro non troppo ma con brio – Più allegro
einde ± 22.05 uur
Toelichting
Antonín Dvořák (1841-1904)
Vioolconcert
Door Martijn Voorvelt
‘Dvořák heeft allerlei soorten muziek geschreven: ’s, symfonieën, kwartetten en pianowerken. Hij is hoe dan ook een zeer getalenteerd man – en daarbij ook nog erg arm! Vergeet dat niet!’ Zo prees Johannes Brahms zijn jongere Praagse collega Antonín Dvořák in 1877 aan bij de voornaamste muziekuitgever van Leipzig, Fritz Simrock. Eerder in dat jaar had de nog vrij onbekende Dvořák al een beurs gekregen van het Keizerlijke Ministerie van Educatie: ook al dankzij Brahms. Om Brahms te bedanken voor zijn aanbevelingen reisde Dvořák naar Wenen, maar helaas: de grote componist was niet thuis. Toch zou er een levenslange vriendschap tussen de twee ontstaan.
De conservatieve Joseph Joachim had moeite met enkele opvallende noviteiten in de vorm.
Op de eerste dag van 1879 dirigeerde Brahms de première van het Vioolconcert dat hij had geschreven voor zijn goede vriend, de beroemde violist Joseph Joachim. Dvořák was aanwezig. Hij was zeer onder de indruk van Joachim en besloot ook een vioolconcert aan de violist op te dragen. Nog datzelfde jaar stuurde Dvořák zijn Vioolconcert in a klein naar Joseph Joachim. Maar die reageerde niet zoals gehoopt. Pas maanden later ontving Dvořák een teken van leven: Joachim liet weten dat het werk nog niet naar zijn zin was en gereviseerd moest worden. De conservatieve Joseph Joachim had niet alleen moeite met de solopartij, maar ook met enkele opvallende noviteiten in de vorm. Zo viel Joachim over het fragmentarische karakter van het eerste , met zijn afwisselingen van tutti-passages en solo’s. Ook had hij het moeilijk met de sterk gereduceerde recapitulatie, die na slechts zes maten abrupt overgaat in het langzame tweede deel.
Dvořák geloofde sterk in deze vormaspecten; hoewel hij met Joachims hulp uitgebreid aan het werk bleef sleutelen, zou hij die dan ook intact laten. Toen Joachim na drie jaar nog niet tevreden was – hij vond het concert mooi, maar nog niet ‘rijp voor het publiek, vooral door zijn nogal zware orkestbegeleiding’ – was Dvořák het zat: hij liet de première in oktober 1883 verzorgen door de jonge violist František Ondrícek.
En met succes. Vooral het laatste deel raakte met zijn opzwepende Slavische volksmuziekkarakter en zijn overvloed aan ën een snaar bij het publiek. Joachim zou het nooit uitvoeren. Brahms en Bruch wond hij om zijn vinger, maar Dvořák was te eigenwijs voor hem.
Johannes Brahms (1833-1897)
Eerste symfonie
Door Aad van der Ven
Beethoven had, toen hij tweeënveertig jaar was, al acht symfonieën op zijn naam staan, Johannes Brahms was op die leeftijd net toe aan zijn eerste.
Niet voor niets worden die twee namen vaak in één adem genoemd. ‘Je moest eens weten wat het betekent steeds de stappen van die reus achter me te horen’, schreef Brahms aan de Hermann Levi. Die ‘reus’ was dus Beethoven voor wie Brahms een grenzeloze bewondering had en die een intimiderende invloed op hem uitoefende.
Na voor het eerst naar Beethovens Negende symfonie in d klein te hebben geluisterd was Brahms totaal uit het veld geslagen. Zijn vrienden begrepen hem niet. Zij zagen in hem al vroeg een geboren ‘symfonicus’ en spoorden hem aan na vele kamermuziekwerken en eren zich ook eens op dat genre te concentreren. De symfonie was in die tijd de ultieme toetssteen voor iedere componist.
Ook zijn uitgever wachtte met smart op een groot orkestwerk van Brahms’ hand. Pogingen waren er wel geweest. Voor de oorsprong van de Eerste symfonie in c klein, die de componist zijn ‘Schmerzenskind’ noemde, moeten we zelfs teruggaan tot 1854 toen Brahms een eerste schets op papier zette. Maar dat materiaal leende zich bij nader inzien meer voor een pianoconcert – het zou zijn 15 worden – dan voor een symfonie.
Dat Brahms zich moeilijk kon losmaken van de piano is begrijpelijk. Het klavier was bij uitstek zijn instrument. Zijn spel was volgens tijdgenoten formidabel en hij componeerde ook altijd aan of in elk geval in de nabijheid van het klavier.
"Je moest eens weten wat het betekent steeds de stappen van die reus achter me te horen"
Brahms over Beethoven
De worsteling met de materie en de uiteindelijke victorie hebben zeker hun sporen achtergelaten in Brahms’ Eerste symfonie. De muziek blaakt althans in de snelle delen van energie en assertiviteit. Ook wanneer Brahms uitgesproken ernstig is, krijgt zelfbeklag nooit een kans. Eerder zal de componist dan de rug rechten.
Meteen de langzame inleiding van het eerste deel, met dreigende slagen onder moeizaam maar toch onverzettelijk omhoog kruipende, verstrengelde melodische lijnen, laat daarover geen twijfel bestaan. Door hun omvang en hun allure maken vooral het eerste en het laatste deel deze symfonie tot een werk dat tot de meest majestueuze onder Brahms’ composities behoort.
Tussen deze twee machtige symfonische zuilen bevindt zich een tweetal meer introverte, poëtische delen. Het sostenuto is gehuld in een sfeer van nostalgische verhevenheid, waarna het Un poco allegretto e grazioso het publiek met vloeiende ën op de finale voorbereidt.
Het slotdeel mondt uit in een non troppo, waarvan het brede, hymnische wel vergeleken is met Beethovens Ode an die Freude. Een statige en tegelijk glorieuze melodie – Brahms zoals alleen Brahms kan zijn – vormt de uiteindelijke bekroning.
Biografie
Antwerp Symphony Orchestra, orkest
Het Antwerp Symphony Orchestra heeft de Koningin Elisabethzaal in Antwerpen als thuisbasis. Philippe Herreweghe (sinds 1997 aan het orkest verbonden) is eredirigent, en Jaap van Zweden (chef 2008-2011) emeritus, en vanaf seizoen 2026/2027 neemt Marc Albrecht de rol van chef-dirigent op zich. Hij volgt Elim Chan op, die sinds september 2019 vijf jaar chef-dirigent was.
Het Antwerp Symphony Orchestra bestaat sinds 1955 en dankzij eigen series in Concertgebouw Brugge, Muziekcentrum De Bijloke (Gent) en Bozar (Brussel) bekleedt het een unieke positie in Vlaanderen. In het buitenland treedt het op als Vlaams cultureel ambassadeur; zo was het afgelopen jaar nog te gast op het George Enescu Festival in Boekarest. De programmering strekt zich uit van de tot de hedendaagse muziek, met bijzondere aandacht voor Vlaams muzikaal erfgoed en het symfonische repertoire van de negentiende en twintigste eeuw.
In de discografie ligt de focus op het grote symfonische werk, muziek van eigen bodem en hedendaags klassiek. Naast zijn reguliere concerten biedt het Antwerp Symphony Orchestra educatieve en sociale projecten, waarmee het kinderen, jongeren en mensen met verschillende achtergronden door de symfonische klankwereld gidst. Met een jeugdorkest en een academie koestert het jong talent. In Het Concertgebouw is het Antwerp Symphony Orchestra geregeld te gast, meest recent met een Italiaans programma in Het Zondagochtend Concert op 25 september jongstleden.
Elim Chan, dirigent
Elim Chan werd geboren in Hongkong en studeerde in de Verenigde Staten aan het Smith College en de University of Michigan. In 2013 maakte ze deel uit van het Bruno Walter Conducting Scholarship en in 2015 volgde ze masterclasses bij Bernard Haitink. In 2014 werd Elim Chan de eerste vrouwelijke winnaar van de Donatella Flick Conducting Competition; dankzij haar overwinning was ze in seizoen 2015/2016 assistent- bij het London Symphony Orchestra.
Bij de LA Phil maakte ze het seizoen daarop deel uit van het Dudamel Fellowship-programma. Tussen 2019 en 2024 was Elim Chan chef- van het Antwerp Symphony Orchestra, van 2018 tot 2023 was ze bovendien vaste gastdirigent van het Royal Scottish National Orchestra. In seizoen 2022/2023 was ze artist in residence bij de Wiener Musikverein naast pianist Igor Levit en violiste Isabelle Faust.
Elim Chan dirigeerde onder meer de New York Philharmonic, het Boston Symphony Orchestra, The Cleveland Orchestra, het Orchestre de Paris, het London Symphony Orchestra, het Philharmonia Orchestra, het Royal Liverpool Philharmonic Orchestra, het Toronto Symphony Orchestra, de Hong Kong Philharmonic en de en van Pittsburgh, Houston, Berkeley, Detroit en Chicago.
Bij het Concertgebouworkest leidde ze op 26 april 2018 het Koningsnachtconcert en in september 2019 zowel Opening Night als het Kinderconcert Assepoester. In augustus 2024 kwam ze terug met werken van Berlioz, Mendelssohn en Prokofjev en in augustus 2025 leidde ze de vijfde editie van het zomerse jeugdproject Concertgebouworkest Young.
Midori, viool
Midori kreeg haar eerste vioollessen in Osaka van haar moeder Setsu Goto. In 1982, op haar elfde, maakte ze haar debuut bij de New York Philharmonic onder leiding van Zubin Mehta. Ze ontwikkelde zich van kindster tot wereldwijd gerespecteerd musicus, en haar veertigjarig podiumjubileum vierde ze met een cd-opname van de complete Beethovensonates met pianist Jean-Yves Thibaudet.
In januari speelde ze het voor haar geschreven vioolconcert An die unsterbliche Geliebte van Detlev Glanert met de NDR Radiophilharmonie en in februari met het Borusan Istanbul Philharmonic Orchestra.
Midori richtte verschillende non-profit organisaties op; met het Orchestra Residencies Program ondersteunt ze jeugdorkesten – onder meer het Afghan Youth Orchestra dat in ballingschap functioneert vanuit Portugal – en met Partners in Performance brengt ze kamermuziek naar kleine gemeenschappen in de Verenigde Staten.
Als erkenning voor haar humanitaire inzet werd Midori benoemd tot United Nations Messenger of Peace en werd ze in 2021 Kennedy Center Honoree. De violiste geeft les aan het Curtis Institute of Music in Philadelphia en is met ingang van de komende zomer artistiek directeur van het Piano & Strings Program van het Ravinia Steans Music Institute. Ze bespeelt de Guarnerius del Gesù ‘ex-Huberman’ uit 1734 en kiest daarbij uit vier strijkstokken: twee van Dominique Peccatte (1810-1874), een van François Peccatte (1821-1855) en een van de Amerikaanse bouwer Paul Siefried (1950-2019).
Het laatste optreden van Midori in Het Concertgebouw was een met pianist Robert McDonald op 28 augustus 2002.



