Borodin Quartet fris, lyrisch en jazzy in Haydn, Borodin en Sjostakovitsj
Borodin Quartet
Nikolay Sachenko viool
Sergei Lomovsky viool
Igor Naidin altviool
Vladimir Balshin cello
Dit concert maakt deel uit van de serie Strijkkwartetten.
Speciaal voor dit concert is aan Vladimir Balshin een cello, gebouwd door Jean Baptiste Vuillaume (Parijs, ca. 1845), ter beschikking gesteld door het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds.
Joseph Haydn (1732-1809)
Strijkkwartet in Es gr.t., op. 33 nr. 2 ‘The Joke’ (1781)
Allegro moderato
Scherzando – Trio
Largo
Finale: Presto
Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975)
Strijkkwartet nr. 9 in Es gr.t., op. 117 (1964)
Moderato con moto
Adagio
Allegretto
Adagio
Allegro
pauze ± 21.05 uur
Aleksandr Borodin (1833-1887)
Strijkkwartet nr. 2 in D gr.t., op. 51 (1881)
Allegro moderato
Scherzo: Allegro
Notturno: Andante
Finale: Andante – Vivace
einde ± 22.00 uur
Toelichting
Joseph Haydn 1732-1809
Strijkkwartet
Door Jos van der Zanden
Drie decennia had Joseph Haydn nodig om de laat-ke te transformeren tot het waardige genre dat Goethe zo treffend ‘een gesprek tussen vier intelligente mensen’ noemde: het strijkkwartet. Met zijn 20, bestaande uit zes strijkkwartetten, werd hij er weliswaar nog niet de vader, maar wel al de geestelijk leider van. Daarna bleef het tien jaar lang stil, tot in 1782 het opus 33, de ‘Russische kwartetten’, werd gepresenteerd. ‘Ik heb het over een andere boeg gegooid’, zei Haydn daar zelf over.
Het was geen verkooppraatje. Wanneer je een vergrootglas legt over Haydns noten, blijkt dat de componist hier een verfijnd spel speelt met twee en die door middel van verbindingszinnen zodanig met elkaar worden verbonden dat de luisteraar een voortstuwende, ‘dramatische’ ontwikkeling ervaart. Hiermee legde Haydn de basis van de Weens-Klassieke stijl, die door Mozart en Beethoven tot grotere bloei werd gebracht.
De zes kwartetten in 33 werden zo populair dat ze bijnamen kregen. Het tweede heet ‘De grap’, wat slaat op de Finale – en dan met name de daarin. Het is een , waarbij een hoofdmelodie diverse malen pregnant op de voorgrond komt, wat tot gewenning leidt bij de luisteraar.
Des te verrassender is het wanneer deze aan het eind ineens stopt in de coda, alsof de muziek klaar is. Onverwacht volgt er dan weer iets, totdat het opnieuw bruusk stopt. Wéér niet voorgoed – etcetera. Het gevaar hier is prematuur applaudisseren, dát is de eigenlijke grap.
Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975)
Negende strijkkwartet
Door Lies Wiersema
Als kind luisterde Dmitri Sjostakovitsj met zijn oor tegen de muur naar de strijkkwartetten in het huis van zijn spelende buurman. Beethoven behoorde tot zijn vroegste muzikale ervaringen. Vooral de invloed van Beethovens late kwartetten is merkbaar, bijvoorbeeld in het steeds meer afwijken van de klassieke vierdeligheid, het zonder pauze in elkaar laten overgaan van de verschillende delen en het laten terugkeren van ’s in andere delen.
Dat gebeurt ook in Sjostakovitsj’ Negende strijkkwartet in Es groot, 117. De vijf contrasterende delen waaruit het kwartet bestaat worden steeds op dezelfde wijze aaneengesmeed: de laatste noten van het ene deel worden gebruikt in de opening van het erop volgende deel. Zo vormt de lang aangehouden noot van de aan het eind van het eerste deel de verbinding met het aansluitende tweede deel, het .
Een andere manier om eenheid te creëren is door motieven te laten terugkeren. Het achtige openingsthema van het eerste deel is in gevarieerde vorm ook in de andere delen terug te vinden, bijvoorbeeld aan het begin van het tweede deel. In een trager tempo en een ander krijgt het daar het karakter van een achtige variatie. Het derde deel, een , zit vol tegenstellingen. Een speelse polka wordt afgewisseld met onstuimiger en. Ook hier wordt de slotfiguur weer doorgegeven aan het volgende deel, deze keer door de tweede viool. Het vormt in het langzame vierde deel de inzet van een meditatieve openingsfiguur. Maar de contemplatieve stemming verandert snel in een unheimische sfeer met onverhoedse -akkoorden. De finale is turbulent en dramatisch met voortdurend wisselende emoties. Oude ’s en citaten uit andere delen passeren de revue. Waar in het voorgaande de angst lijkt te heersen, overheerst hier de woede.
Aleksandr Borodin (1833-1887)
Borodin: Tweede strijkkwartet
Door Olga de Kort
De jaren 1870-80 waren opmerkelijk in de Russische muziekgeschiedenis: het leek alsof alle Russische componisten de symfonie en de terzijde legden en eensgezind besloten zich aan de kamermuziek te wijden. Aleksandr Borodin merkte in een brief schertsend op dat op een dag ‘de wind de kamermuziekkant op sloeg’. Overal richtten musici ensembles op en zelfs het Russisch Muzikaal Genootschap kondigde series kamermuziekavonden aan. In rap tempo maakte het publiek verlaat kennis met meesterwerken van Ludwig van Beethoven, Franz Schubert en Felix Mendelssohn én de nieuwe werken van de Russische componisten.
Als bekwaam cellist en groot liefhebber van ensemblespel juichte Aleksandr Borodin alle nieuwe ontwikkelingen binnen het Russische kamermuzieklandschap van harte toe. Juist de kamermuziek was naar zijn mening ‘het machtigste middel ter ontwikkeling van muzikale smaak en begrip’. Zijn eigen strijkkwartetten schreef deze scheikundige en componist in de jaren 1875-1881, na voltooiing van zijn Tweede symfonie in b klein en tijdens het werken aan de onvoltooid gebleven opera Vorst Igor. Voor het Eerste strijkkwartet had Borodin vier jaar nodig. Hij schreef het tussen zijn lezingen en onderzoeken door en miste de nodige motivatie om het werk voort te zetten.
Bij zijn Tweede strijkkwartet kon hij niet wachten tot hij een vrije minuut had om te componeren. Het werd een gekoesterd liefdeswerk, een waar ‘dagboek’ waar hij zijn gevoelens en passies vrijuit liet spreken. Niet voor niets behoort het tot de meest e, gepassioneerde en romantische werken in de Russische kamermuziek.
Het idee van deze compositie ontstond in 1877 in Heidelberg, een stad vol romantische herinneringen voor Borodin. Zestien jaar eerder had hij hier de pianiste Ekaterina Protopopova ontmoet, de vrouw met wie hij later zou trouwen. Het nieuwe bezoek aan de stad bracht een storm van emoties teweeg. In zijn brief aan Ekaterina beschreef hij de gevoelens die hij beleefde bij het weerzien van de oude gebouwen en de straatjes en paden die de jonge geliefden ooit samen bewandelden. Het Tweede strijkkwartet was klaar op 10 augustus 1881, de dag waarop Borodin twintig jaar eerder zijn liefde aan Ekaterina verklaarde.
Biografie
Borodin Quartet, strijkkwartet
Tachtig jaar geleden, in 1945, vormden vier conservatoriumstudenten het Moskou Filharmonisch Kwartet, dat tien jaar later werd omgedoopt tot het Borodin Quartet. Er waren sindsdien vanzelfsprekend wat wisselingen. Mede-oprichter Mstislav Rostropovitsj werd al in het eerste jaar opgevolgd door Valentin Berlinsky (cellist tot 2007).
Primarius Nikolay Sachenko trad als laatste toe, in september 2022.
De pijlers van het Russische kwartetrepertoire – Borodin, Tsjaikovski, Glinka, Stravinsky, Prokofjev, Schnittke – hebben altijd centraal gestaan, en een bijzondere band heeft het ensemble met het werk van Sjostakovitsj: met die componist werkte het aan al diens vijftien strijkkwartetten. Het Borodin Quartet speelde volledige Sjostakovitsj-cycli in onder meer Wenen, Zürich, Frankfurt, Madrid, Sevilla, Lissabon, Londen, Parijs en New York, en ook in Het Concertgebouw (1991).
In grotere kamermuziekbezettingen deelden de vier strijkers het podium met Sviatoslav Richter, Yuri Bashmet, Michael Collins, Alexei Volodin, Barry Douglas, Mario Brunello, Elisabeth Leonskaja, Christoph Eschenbach, Boris Berezovsky en Nikola Lugansky. Met de Sächsische Staatskapelle Dresden voerden ze de concerten voor strijkkwartet en orkest van Martinů en Schulhoff uit. Het Borodin Quartet geeft graag masterclasses en neemt regelmatig zitting in internationale concoursjury’s.
In de maakte het zijn debuut met twee optredens in april 1969, en bij zijn vijftigjarig bestaan kreeg het kwartet in april 1995 een Concertgebouw Penning. In een van de foyers grenzend aan de Kleine Zaal hangt een schilderij van het Borodin Quartet door Ronald Ophuis, dat werd onthuld ter gelegenheid van het zestigjarig bestaan van het ensemble.



