Borodin Kwartet: Sjostakovitsj cyclus (deel V)

Borodin Kwartet
Ruben Aharonian viool
Sergey Lomovsky viool
Igor Naidin altviool
Vladimir Balshin cello

Barry Douglas piano
Sergei Nakariakov trompet

Dit is het vijfde concert van de serie Borodin Kwartet: Sjostakovitsj.

Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975)

Dertiende strijkkwartet in bes kl.t., op. 138 (1970)
Adagio – Doppio movimento – Tempo primo

Preludes uit Podroegi (‘Vriendinnen’), op. 41a (1934-35)
voor strijkkwartet, piano en trompet
Allegretto
Allegretto
Allegretto moderato
Allegretto
Allegretto
Andante
Allegro

pauze ± 20.55 uur

Pianokwintet in g kl.t., op. 57 (1940)
Prelude: Lento
Fuga: Adagio
Scherzo: Allegretto
Intermezzo: Lento
Finale: Allegretto

einde ± 21.55 uur

Toelichting

Dmitri Sjostakovitsj 1906-1975

Sjostakovitsj

Door Rutger Helmers

In dit vijfde concert van de Sjostakovitsj-cyclus van het Borodin-kwartet klinken het Dertiende strijkkwartet, Preludes uit de film Podroegi en het Piano­et in g klein. Het strijkkwartet toont een donkere Sjostakovitsj: het middendeel wordt ook wel 'jam session from hell’ genoemd. De filmmuziek bij Podroegi en het Pianokwintet tonen Sjostakovitsj' inzet geaccepteerd te worden door de Sovjet-leiders. 

Dertiende strijkkwartet

Het Dertiende strijkkwartet is het derde werk dat Dmitri Sjostakovitsj opdroeg aan een van de leden van het beroemde Beethoven Kwartet, en ditmaal viel de eer te beurt aan de altviolist van het ensemble, Vadim Borisovski, die zijn zeventigste verjaardag vierde.

Het kwartet bestaat uit slechts één deel, en Sjostakovitsj bouwde daarmee voort op eerdere experimenten in de richting van een grotere, geïntegreerde vorm in zijn Zevende en Twaalfde strijkkwartet.

Dat ene deel van het Dertiende, dat bijna twintig minuten duurt, is overigens wel ruwweg in drie secties te verdelen die symmetrisch gerangschikt zijn. Het begint – en eindigt – met een treurzang, die wordt ingeleid door een solomelodie voor de die alle twaalf tonen van het omvat, maar vooral wordt gedomineerd door het klaaglijke van de dalende secunde (een figuur die in het Duits bekend staat als een Seufzer: een zucht).

Een onheilspellende passage met noten mondt vervolgens uit in de eigenaardige centrale sectie van het kwartet. De ’s in de houden ergens het midden tussen een ke passacaglia en een walking bass uit de jazz en begeleiden nerveuze figuren die weer uit een heel andere wereld afkomstig zijn.

Van de spelers van het kwartet wordt niet alleen verwacht dat zij strijken en tokkelen, maar ook dat zij met hun stok op de klankkast van hun instrumenten kloppen.

Zoals journaliste Wendy Lesser in haar boek over de Sjostakovitsj-kwartetten vaststelde, is dat een techniek waar menig bespeler van kostbare oude instrumenten voor terugdeinst: het Britse Fitzwilliam Quartet koos zelfs voor goedkopere exemplaren, zodat ze hun eigen instrumenten niet hoefden te beschadigen.

Sjostakovitsj zelf zou dit middendeel ooit omschreven hebben als een ‘grap’, maar de indruk die het maakt is eerder grotesk dan komisch. Het centrale deel is wel beschreven als een ‘jam session from hell’, en de klank van het kloppen met de strijkstok vergeleken met dat van nagels aan een doodskist.

Die verontrustende tikken keren aan het einde van het kwartet, als we weer bij de treurzang zijn beland, nog even terug. Kort daarna eindigt het kwartet met een scherp op één hoge bes – alsof er iets afgesneden wordt.

Preludes uit Podroegi

Sjostakovitsj componeerde regelmatig voor film: dat sloot aan bij het socialistische ideaal van een componist die dienstbaar was aan het volk, en het leverde uiteraard ook de nodige inkomsten op.

De film Podroegi (‘Vriendinnen’) uit 1934-35 was zijn derde samenwerking met de regisseur Lev Arnsjtam en vertelt het verhaal van drie meisjes die elkaar van jongs af aan kennen en uiteindelijk verpleegster worden in de Russische Burgeroorlog.

De soundtrack, die lang verloren was gedacht, is inmiddels deels teruggevonden en gereconstrueerd, en bevat onder meer curiositeiten als De internationale gespeeld op een en het revolutionaire  Zamoetsjen tjazjoloj nevolej (‘Gebroken door zware slavernij’), een favoriet van Lenin die Sjostakovitsj later in zijn Achtste strijkkwartet zou citeren.

Maar de staat vooral bekend als een van de eerste werken waarin Sjostakovitsj uitvoerig voor strijkkwartet componeerde (zijn Eerste strijkkwartet voltooide hij immers pas in 1938). Het Borodin Kwartet speelt een selectie van zeven preludes uit deze partituur, waarin de strijkers worden vergezeld door Barry Douglas op de piano en Sergei Nakariakov op .

Pianokwintet

Sjostakovitsj schreef zijn Piano­et in g klein in 1940 op verzoek van zijn vrienden uit het Beethoven Kwartet, en de componist nam bij uitvoeringen graag zelf aan de piano plaats.

Aan zijn vertrouweling Isaak Glikman bekende hij zelfs dat hij de pianopartij specifiek had gecomponeerd met het oog op de mogelijkheid om kwartetten te kunnen vergezellen op tournees naar het buitenland. Door de snelle escalatie van de Tweede Wereldoorlog zou van die dromen niets terechtkomen: een half jaar na de première viel het Duitse leger de Sovjet-Unie binnen.

Het Pianokwintet vormde wel een belangrijke stap in het herstel van Sjostakovitsj’ positie aan het thuisfront, na de publieke veroordeling van zijn Lady Macbeth van het district Mtsensk in 1936 en zijn ‘boetedoening’ door middel van de Vijfde symfonie in het jaar daarop.

Hij ontving er de prestigieuze Stalin-Prijs voor, wat wel als signaal is opgevat dat hij weer bij de Grote Leider in de gratie was. Maar zoals de musicologe Marina Frolova-Walker onlangs met uitvoerig archiefonderzoek heeft laten zien, was toekenning van de prijs vooral te danken aan de onmiskenbare muzikale kracht van het werk, waardoor ook juryleden die niet in muziek gespecialiseerd waren het direct op één lijn plaatsten met dat van de ‘grote meesters’ uit het verleden.

Het kwintet heeft sterk neoclassicistische trekken, met heldere vormen en lijnen en de indrukwekkende Prelude en als openingsdelen. De regelmatige, getokkelde baslijn in het Intermezzo – interessant om te vergelijken met die uit het Dertiende strijkkwartet – klinkt ook onmiskenbaar , en dient als begeleiding van enkele prachtige e duetten.

In vergelijking met de strijkkwartetten is het een extravert werk: het uitgelaten en de ontspannen Finale zijn delen waar het speelplezier vanaf spat.

Biografie

Borodin Quartet, strijkkwartet

Tachtig jaar geleden, in 1945, vormden vier conservatorium­studenten het Moskou Filharmonisch Kwartet, dat tien jaar later werd omgedoopt tot het Borodin Quartet. Er waren sindsdien vanzelfsprekend wat wisselingen. Mede-oprichter Mstislav Rostropovitsj werd al in het eerste jaar opgevolgd door Valentin Berlinsky (cellist tot 2007).

Primarius Nikolay Sachenko trad als laatste toe, in september 2022.

De pijlers van het Russische kwartet­repertoire – Borodin, Tsjaikovski, Glinka, Stravinsky, Prokofjev, Schnittke – hebben altijd centraal gestaan, en een bijzondere band heeft het ensemble met het werk van Sjostakovitsj: met die componist werkte het aan al diens vijftien strijkkwartetten. Het Borodin Quartet speelde volledige Sjostakovitsj-cycli in onder meer Wenen, Zürich, Frankfurt, Madrid, Sevilla, Lissabon, Londen, Parijs en New York, en ook in Het Concertgebouw (1991).

In grotere kamermuziekbezettingen deelden de vier strijkers het podium met Sviatoslav Richter, Yuri Bashmet, Michael Collins, Alexei Volodin, Barry Douglas, Mario Brunello, Elisabeth Leonskaja, Christoph Eschenbach, Boris Berezovsky en Nikola Lugansky. Met de Sächsische Staats­kapelle Dresden voerden ze de concerten voor strijkkwartet en orkest van Martinů en Schulhoff uit. Het Borodin Quartet geeft graag masterclasses en neemt regelmatig zitting in ­internationale ­concoursjury’s.

In de maakte het zijn debuut met twee optredens in april 1969, en bij zijn vijftigjarig bestaan kreeg het kwartet in april 1995 een Concert­gebouw Penning. In een van de foyers grenzend aan de Kleine Zaal hangt een schilderij van het Borodin Quartet door Ronald Ophuis, dat werd onthuld ter gelegenheid van het zestigjarig bestaan van het ensemble.

Barry Douglas, piano

De Ierse pianist Barry Douglas brak in 1986 internationaal door met het winnen van de Gouden Medaille van het Tsjaikovski Internationaal Concours in Moskou.

Recente hoogtepunten waren optredens met het Hallé Orchestra, het London Sym­phony Orchestra en het RTE National Symphony Orchestra in Dublin, en eerder werd hij geëngageerd door bijvoorbeeld het Orchestre National de France, het Melbourne Symphony Orchestra en het Hong Kong Philharmonic Orchestra.

In de loop der jaren maakte Barry Douglas tal van geprezen cd-opnamen, en onlangs voltooide hij een zesdelige cd-serie met alle muziek voor piano solo van Brahms. Eerder nam hij ook het complete solowerk van Schubert en ­Tsjaikovski op.

In 1999 richtte de pianist het kamer­orkest Camerata Ireland op, waarvan hij sindsdien artistiek leider is. Voor zijn verdiensten in de muziek kreeg Barry Douglas de Order of the British Empire.

In de van Het Concertgebouw was de pianist eerder te beluisteren met het Radio Filharmonisch Orkest en het Concertgebouworkest; in de maakt hij vandaag zijn debuut.

Sergei Nakariakov, trompet

Sergei Nakariakov groeide op in de Russische plaats Nizjni Novgorod en speelde aanvankelijk piano. Wegens een rugblessure moest hij dit instrument echter opgeven, waarna hij voor de koos. Hij kreeg les van zijn vader, Mikhail Nakariakov, en later van Guy Touvbron.

Vanaf jonge leeftijd treedt Sergei Nakariakov veelvuldig op; hij debuteerde in 1991 op de Salzburger Festspiele en een jaar later op het ­Schleswig-Holstein Musik Festival, waar hij – op zijn vijftiende – de Prix Davidoff in ontvangst nam.

Naast het traditionele repertoire voor speelt Sergei Nakariakov graag s van concerten voor andere instrumenten. Ook componeerden diverse hedendaagse toondichters nieuw werk voor hem. Zo schreef Jörg Widmann het concert ad absurdum, dat Sergei Nakariakov uitvoerde met het Münchener Kammerorchester.

Als solist bij andere grote orkesten speelde de trompettist onder leiding van bijvoorbeeld Yuri Temirkanov, Jaap van Zweden en Valery Gergiev. Kamermuziek speelt hij graag met de pianisten Maria Meerovitch en Vera Okhotnikova, zijn zus.