Bomsori Kim soleert in Tsjaikovski, het Residentie Orkest speelt Prokofjevs Vijfde

Residentie Orkest Den Haag
Michał Nesterowicz dirigent
Bomsori Kim viool

Dit concert maakt deel uit van de serie Klassieke Meesterwerken.

Ook interessant:
Luistertip: 7 minder bekende vioolconcerten

Pjotr Tsjaikovski (1840-1893)

Vioolconcert in D gr.t., op. 35 (1878)
Allegro moderato
Canzonetta: Andante
Finale: Allegro vivacissimo

pauze ± 20.55 uur

Sergej Prokofjev (1891-1953)

Symfonie nr. 5 in Bes gr.t., op. 100 (1944)
Andante
Allegro moderato
Adagio
Allegro giocoso

einde ± 22.05 uur

Toelichting

Pjotr Tsjaikovski 1840-1893

Tsjaikovski: Vioolconcert

Door Frits de Haen

Pjotr Tsjaikovski componeerde zijn Vioolconcert in D groot in Zwitserland. Hij was in de herfst van 1877 uit Rusland vertrokken voor een reis door Italië en Zwitserland, nadat duidelijk was geworden dat er geen zegen rustte op zijn kort tevoren gesloten huwelijk.

Hij had dat mede gesloten om de geruchten over zijn homoseksualiteit de kop in te drukken, maar zijn vrouw Antonina ­Miljoekova (een oud-leerlinge) en hij bleken totaal niet bij elkaar te passen. Op de rand van een zenuwinzinking besloot Tsjaikovski haar te verlaten en Rusland te ontvluchten. Tijdens zijn verblijf in Clarens, aan het meer van Genève, werd de componist opgezocht door de violist Yosif Kotek. Kotek arriveerde op 14 maart 1878 en had zijn koffer vol met allerlei stukken voor viool en ­piano, waaronder een piano-uittreksel van Lalo’s Symphonie espagnole.

Niet ­alleen praatten de twee veel over muziek, maar ook speelden ze verscheidene keren samen. Zo stond ook Lalo’s werk op de lessenaar (waarin de viool een bijzonder prominente plaats inneemt). Het moet in die periode zijn geweest dat Tsjaikovski het plan opvatte om zelf een werk voor soloviool en orkest te componeren.

Kort na de aankomst van Kotek begon Tsjaikovski te schetsen aan zijn Vioolconcert, op die manier ook maximaal profiterend van de aanwezigheid van de violist. Het werk ­vorderde snel: in minder dan tien dagen stond het eerste deel op papier en op 28 maart 1878 waren de schetsen voor het gehele concert gereed. Kotek was ­enthousiast over de twee hoekdelen, evenals ­Tsjaikovski’s broer Modest, maar hij had bedenkingen bij het langzame deel. Klaarblijkelijk onderschreef de componist die, want op 5 april had hij een geheel nieuw middendeel af (overigens ging het oude langzame deel niet verloren; het bleef voortleven onder de naam Méditation en vormt aldus het eerste deel van het drieluik Souvenir d’un lieu chèr voor viool en piano). Onder het goedkeurende oog van ­Kotek – ‘Hoe ontroerend dat hij zich zo bezighoudt met mijn concert’, schreef de componist – voltooide Tsjaikovski de orkestratie op 11 april.

  • Violist Adolf Brodsky

Hoewel hij bijzonder enthousiast was over de wijze waarop Kotek zijn concert uitvoerde, zou hij het werk uiteindelijk toch opdragen aan de Hongaarse violist Leopold Auer. Dacht hij dat Auer een betere pleitbezorger van het werk zou zijn dan Kotek? Of was Kotek teruggekomen op zijn aanvankelijke enthousiasme, zoals wel eens beweerd wordt? Het lijkt moeilijk te bepalen, maar in ieder geval liep Auer evenmin erg warm voor het concert. Aan zijn weldoenster en penvriendin Nadezjda von Meck schreef Tsjaikovski: ‘Ik weet niet of Auer gevleid was door mijn opdracht – ik weet alleen dat hij, ondanks zijn oprechte gevoelens van vriendschap jegens mij, nooit echt de moeilijkheden van dit concert wilde overwinnen en het als onhandig om te spelen beschouwde – en dat een vonnis als dit van een gezaghebbende uit Sint-Petersburg mijn arme kind gedurende vele jaren in de peilloze diepte, naar het scheen, van eeuwige vergetelheid gooide.’

Inderdaad beschouwde Auer het concert als onspeelbaar en zo bleef het een tijd onuitgevoerd liggen, Uiteindelijk werd Tsjaikovski’s Vioolconcert door Adolf Brodsky in première gebracht, niet eerder dan op 4 december 1881 in Wenen. De ontvangst van het werk was zeker niet onverdeeld positief. Het strengst werd het neergesabeld door de gevreesde criticus Eduard Hanslick: ‘De viool wordt niet meer bespeeld, maar geschud en bont en blauw geslagen. Tsjaikovski’s Vioolconcert werpt voor het eerst de afschuwelijke vraag op of er niet ook muziekstukken bestaan die men hoort stinken.’ Volgens zijn broer Modest vergat Tsjaikovski deze woorden nooit.

Toch zou het tij keren en werd zelfs Leopold Auer een enthousiast pleitbezorger van wat nu het bekendste vioolconcert is uit de Russische .

Sergej Prokofjev 1891-1953

Prokofjev: Vijfde symfonie

Door Clemens Romijn

Voorafgaand aan de Oktober­revolutie van 1917 was hij het enfant terrible van de Russische muziek geweest: Sergej Prokofjev. Zijn optredens, waarbij hij met zijn spitse granieten aanslag de meest ijzingwekkende samenklanken de zaal in lanceerde, leidden tot heftige polemieken. In 1918 week Prokofjev vanwege de revolutie uit naar het buitenland. Na een kort verblijf in Japan leefde en concerteerde hij afwisselend in Europa en de Verenigde Staten - maar vooral in Parijs, waar Serge Diaghilev en later Sergej Lifar zijn balletten opvoerden. In 1936 keerde Prokofjev definitief terug naar zijn vaderland, zoals hij zelf zei omdat hij de Russische lucht en de Russische taal zo hevig miste.

Maar hij moest erkennen dat Rusland in de ergste nachtmerrie verkeerde. Nu eens werd hij beticht van ‘westerse barbarismen’, dan weer sleepte hij staatsprijzen in de wacht met bombastische heldhaftige sovjetmuziek waarmee hij zijn huid wilde redden. Hij bekeerde zich tot wat hij noemde de ‘Nieuwe Eenvoud’, met werken als het Tweede vioolconcert en de balletmuziek Romeo en Julia. Die composities sloten goed aan bij de muzikale ideologie van toegankelijkheid van het sovjetregime, maar waren tegelijk een terugkeer naar zijn vroegste jeugdmuziek, die sterk op de georiënteerd was geweest. De in het nauw gedreven componist had zichzelf veiliggesteld, maar had hij ook zijn ziel gered? Net als Dmitri Sjostakovitsj moest hij zien te laveren langs de hindernissen van censuur en tirannie.

Toen Prokofjev het podium opkwam en het stil werd, donderden plotseling salvo’s van de artillerie

De Vijfde symfonie presenteerde Prokofjev in 1944 zelfbewust als een nieuw culminatiepunt in zijn leven: ‘[…] dat als het ware een lange periode van mijn werk voltooit. Ik concipieerde het als een symfonie over de grootheid van de menselijke geest, als een loflied op de vrije en gelukkige mensheid.’ Was dit sovjettaal? Of had Prokofjev een werk met dubbele bodems geschapen, zoals we dat kennen van zijn collega Sjostakovitsj? Is zijn Vijfde een tragisch beethoveniaans epos à la Sjostakovitsj of een amoreel orkestraal showstuk? Waait hier een straffe wind als in een moderne ‘Eroica’ of gaat het om een theatralere, eigentijdsere Schlacht-­sinfonie en moet de eigenlijk Stalins tri­omf heten? Prokofjev begon aan deze symfonie toen de Tweede Wereldoorlog zijn einde naderde en de Russische troepen bezig waren aan hun invasie van Duitsland.

Cellist Mstislav Rostropovitsj woonde de eerste uitvoering bij en herinnerde zich: ‘Die première op 13 januari 1945 aan de vooravond van de overwinning op de nazi’s zal ik nooit vergeten. Toen Prokofjev het podium opkwam en het stil werd, donderden plotseling salvo’s van de artillerie. Hij wachtte en toen het kanonnenvuur voorbij was, begon hij pas. Daar school iets heel bijzonders in, iets erg veelbetekenends, iets symbolisch. Het leek of iedereen een grens was overgestoken.’ 

Biografie

Residentie Orkest, orkest

Aan de wieg van het Residentie Orkest stond in 1904 Henri Viotta – advocaat, , componist en conservatoriumdirecteur. Hij was overtuigd van de impact van muziek op de samenleving en van de noodzaak van een uitzonderlijk orkest in Den Haag, en tot 1917 bleef Viotta dirigent en directeur van zijn nieuwe orkest.

Na de Tweede Wereldoorlog werd ­Willem van Otterloo aangesteld als chef-dirigent; hij bleef tot 1973. Vervolgens leidden Jean Martinon, Ferdinand Leitner, Hans Vonk, Evgeny Svetlanov, Jaap van Zweden en Neeme Järvi het orkest.

In de zomer van 2021 is Nicholas Collon opgevolgd door Anja Bihlmaier, en sinds afgelopen zomer is Jun Märkl chef-. Richard Egarr is sinds 2019 vaste gastdirigent, Chloe Rooke is sinds de zomer van 2024 emerging artist in residence. Het Residentie Orkest is gehuisvest in het nieuwe cultuur- en onderwijscomplex Amare. Tournees in de afgelopen jaren voerden naar Duitsland, Roemenië en China.

Het orkest werkt samen met Haagse en nationale partners als het Nationaal ­Theater, het Festival Classique, het The Hague African Festival, Het Paard, De Nationale en het Koninklijk ­Conservatorium. Met zijn educatieprogramma en het jaarlijkse Zuiderparkzomerconcert draagt het bij aan de sociale cohesie in zijn thuisstad. Het vorige optreden van het Residentie Orkest in Het Concertgebouw was op 24 augustus jongstleden, samen met violiste Bomsori Kim, die voor het seizoen 2025/2026 artist in residence is van het orkest.

Michał Nesterowicz, dirigent

Michał Nesterowicz maakte zijn debuut in Het Concertgebouw in februari 2016 op de bok bij het Noord Nederlands Orkest, en was voor het laatst te gast met datzelfde orkest in september 2019 met Mahlers Vierde symfonie.

De Poolse studeerde bij Marek Pijarowski in Wrocław en won in 2008 de Cadaqués Orchestra International Conducting Competition.

Dit seizoen debuteert hij bij het George Enescu Philharmonisch Orkest in Boekarest en keert hij terug bij de en van Taipei en Maleisië en zowel de als het symfonieorkest van Malmö. Onder zijn Poolse engagementen in 2023/2024 zijn het Pools Nationaal Radio Symfonie­orkest en het Nationaal Forum Wrocław. Eerder dirigeerde Michał Nesterowicz het Konzerthausorchester Berlin, het Gewandhausorchester Leipzig, de Münchner Philharmoniker, het Tonhalle-Orchester Zürich, het Gulbenkian Orchestra,  het Orchestre Philharmonique du Luxembourg, het BBC Symphony Orchestra, het Orchestra della Svizzera Italiana en de orkesten van Taiwan, Singapore en Kyoto.

Vast verbonden was hij aan het Sinfonieorchester Basel (gastdirigent 2016-2020), het Orquesta Sinfónica de Tenerife (chef- 2012-2016), het Orquesta Sinfónica de Chile (­artistiek leider 2008-2012) en het Gdańsk Philharmonisch Orkest (artistiek leider 2004-2008). Momenteel is Michał Nesterowicz vaste gastdirigent van het Arthur Rubinstein Philharmonisch Orkest in Łódź.

Bomsori Kim, viool

Highlights in het huidige seizoen zijn voor Bomsori Kim concerten met de New York Philharmonic en Jaap van Zweden, met het Rotterdam Philharmonisch Orkest en Lahav Shani, en met het Royal Philharmonic Orchestra, het Kammerorchester Basel en het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks.

In juli maakte ze haar BBC Proms-debuut en in september debuteerde ze op de Hollywood Bowl met de Los Angeles Philharmonic.

In 2021 was ze focus­artiest van het Rheingau Musik Festival en begon haar vijfjarige residency op het Gstaad Menuhin Festival. De violiste stond in de Wiener Musikverein, de Tsjaikovskizaal in Moskou, Finlandia in Helsinki, het Prinzregententheater in München, de Berliner Philharmonie, het Rudolfinum in Praag en Carnegie Hall en Lincoln Center in New York. Bonsori Kim is laureaat van het ARD Concours, het Tsjaikovski Concours, de Koningin Elisabethwedstrijd, het Sibelius Concours, het Joseph Joachim Concours, de Sendai International Music Competition en het Wieniawski Concours.

In 2018 kreeg ze van het Ministerie van Cultuur in haar vaderland Zuid-Korea de Young Artist Award. In 2021 kwam haar cd Violin on Stage uit, opvolger van haar bekroonde album met pianist Rafał Blechacz. Bomsori Kim studeerde aan Seoul National University en aan The Juilliard School in New York bij Sylvia Rosenberg en Ronald Copes. Ze bespeelt de Guarnerius del Gesù ‘ex-Moller’ (Cremona, 1725) en maakt haar debuut in Het Concertgebouw.