Boedapest Festival Orkest, Iván Fischer & Emanuel Ax

Boedapest Festival Orkest
Iván Fischer dirigent
Emanuel Ax piano

pauze ca. 21.10 uur
einde ca. 22.20 uur

Dit concert maakt deel uit van de serie Wereld­beroemde Symfonieorkesten.

Johann Sebastian Bach 1685-1750

Derde orkestsuite in D gr.t., BWV 1068 (1731)
Ouverture
Air
Gavotte I en II
Bourrée
Gigue

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Twintigste pianoconcert in d kl.t., KV 466 (1785)
Allegro (cadens: Beethoven)
Romance
Rondo: Allegro assai (cadens: Hummel)

pauze

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski 1840-1893

Vierde symfonie in f kl.t., op. 36 (1877-78)
Andante sostenuto – Moderato con anima
Andantino in modo di canzona
Scherzo: Pizzicato ostinato, Allegro
Finale: Allegro con fuoco

Toelichting

1685-1750

Bach: Derde orkestsuite

tekst: Lies Wiersema

Johann Sebastian Bachs vier ­orkestsuites – door hemzelf zoals toen gebruikelijk ‘ouvertures’ genoemd – zijn reeksen van verschillende in die tijd populaire dansen. Duitse hoven hadden Franse dansmeesters in dienst en Franse hofdansen vulden het repertoire, zo ook in de s van Bach. Zijn Derde orkestsuite bestaat uit een ouverture, een , twee gavottes, een bourrée en een gigue, alles in dezelfde d groot.

"Bach liet de ouverture niet door een Franse dans volgen, maar door de beroemde ‘Air op de g-snaar'"

Met majestueus geschal wordt de suite geopend. Johann Wolfgang von Goethe zag in zijn verbeelding ‘een processie van elegant geklede mensen een grote trap afdalen’, toen een jeugdige Felix Mendelssohn hem de ouverture op de piano voorspeelde. Anders dan gebruikelijk liet Bach de ouverture niet door een Franse dans volgen maar door een , het beroemde Air, dat later ‘Air op de g-snaar’ is gaan heten en een cult­status verwierf. 

Die titel was afkomstig van de negentiende-eeuwse Duitse violist August Wilhelm die het werk zodanig bewerkte dat de oorspronkelijke melodische bovenstem in zijn geheel op de g-snaar gespeeld kon worden, wat een unieke sonore klank gaf. De is het enige deel dat alleen voor strijkers geschreven is. Het heeft de vorm van één lange cantabile in de eerste violen boven een stapsgewijze beweging in de bas, een continue beweging van begin tot eind.

De eerste echte dans is de Gavotte, opgewekt en feestelijk van karakter, vooral door de ten en . Eigenlijk bestaat hij uit twee gavottes die achter elkaar gespeeld worden, waarna de eerste gavotte herhaald wordt. Het was indertijd een in aristocratische kringen geliefde Franse hof­dans. Iets sneller is de Bourrée, van oorsprong net als de gavotte een Franse volksdans maar in Bachs tijd een temperamentvolle Franse hofdans die vaak gedanst werd aan het hof van Lodewijk XIV.

De vrolijkste van alle dansen is de Gigue, ontstaan in Schotland en Ierland, waar hij bekend staat als de jig. De uitbundigheid van de blazers doet denken aan de openingsfanfare van de suite. Met hun kleurrijke klanken maken ze dit laatste deel tot een feestelijke afsluiting.

1785

Mozart: Pianoconcert

Zo levenslustig als Bachs Orkestsuite is, zo donker en dreigend is Wolfgang Amadeus Mozarts Twintigste pianoconcert in d klein, een hoogtepunt in zijn concertrepertoire vol dramatische contrasten van de eerste tot de laatste noot.

Met zijn onheilspellende karakter was het een van de weinige van zijn pianoconcerten die bij de romantische negentiende-eeuwers in de smaak vielen. Mozart schreef slechts twee pianoconcerten in een toonsoort. Het eerste daarvan in d klein, een die hij ook koos voor de Don Giovanni (en de demonische scene met de Stenen gast) en het Requiem, werken waarin de dreiging voelbaar is.

Geagiteerde syncopen en grommende piano­len in de opening van het pianoconcert laten die dreiging goed voelen. Met de uitbarsting van het hele orkest is het alsof demonische machten losbreken. Daarna zet de solist in met een bevallige, achtige frase. Na de volgt een lang naspel van het orkest, tot alles uiteindelijk tot rust komt.

"Op de dag van het concert was de kopiist nog bezig"

Opgelucht, alsof na de storm de zon doorbreekt, zo opent het tweede deel; een Romance, met een vredige, ongekunstelde . Het heeft de vorm van een thema dat nog tweemaal te horen is. Maar midden in de Romance, in een stormachtig intermezzo, lijken de demonische machten uit het weer op te doemen, tot ten slotte de serene melodie terugkeert.

Het laatste deel werd in haast voltooid. Op de dag van het concert was de kopiist nog bezig en de gekopieerde partijen moesten nog nagekeken worden. Met een opwindend rondothema opent dit laatste deel dat vol zit met verrassingen en verwijzingen naar het eerste deel. Alles eindigt in een zonnig D groot, waarmee Mozart na alle stormen zijn publiek uiteindelijk een ontspannen afronding gunt.

Vaak is gezegd hoe dicht dit concert bij Ludwig van Beethovens idioom staat. Beethoven had grote bewondering voor Mozarts Pianoconcert en schreef beroemd geworden cadensen voor het eerste en derde deel. Mozarts eigen geïmproviseerde cadensen zijn niet overgeleverd.

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski (1877-1878)

Vierde Symfonie

Door Lies Wiersema

Het fatum, het onafwendbare noodlot, dat is wat ons leven volgens Pjotr Iljitsj Tsjaikovski beheerst: ‘het noodlot, … dat ooit voorkomt dat ons streven naar geluk zijn doel bereikt, … dat als een zwaard van Damocles boven onze hoofden hangt …, onontkoombaar’.

Dit fatum klinkt in de fanfare-introductie waarmee zijn Vierde symfonie in f klein opent. De symfonie kwam tot stand in een turbulente tijd die vooral getekend werd door de avances van een hopeloos verliefde aanbidster, Antonina Miljoekova. Haar dreiging zonder hem niet meer te kunnen leven en zijn behoefte aan een maatschappelijk geaccepteerde oplossing voor zijn homoseksualiteit leidden tot een verstandshuwelijk waarin ze ‘als broer en zus’ zouden samenleven.

Na drie maanden beëindigde Tsjaikovski wat een ondraaglijke situatie was geworden

De dag na de huwelijksvoltrekking bleek het een vergissing. Na drie maanden beëindigde Tsjaikovski wat een ondraaglijke situatie was geworden. De symfonie droeg hij anoniem op aan zijn beschermvrouwe Nadezjda von Meck. Hij schreef haar dat zijn symfonie een programma heeft waarin het onontkoombare noodlot, het motto- van de in het eerste deel, de kern vormt.

De twee middendelen zijn zachtaardiger. De hobomelodie in het begin van het ­langzame tweede deel drukt melancholie uit: ‘Dat melancholische gevoel dat ’s avonds in je opkomt als je alleen zit, moe van je werk. Je pakt een boek, maar het valt uit je handen en een hele stoet herinneringen trekt voorbij.’ In het worden de twee buitensecties door de strijkers geheel gespeeld.

Tsjaikovski beschrijft het als ‘grillige arabes­ken, vluchtige beelden die in je opkomen na een paar glazen wijn’. De inzet van de Finale lijkt een uitbundige uitbarsting van opwindende vrolijkheid. Tsjaikovski spreekt over een volksfeest. In allerlei varianten klinkt steeds het Russische volksliedje over een berkenboom: ‘Op het veld stond een berk’. Maar dan dringt zich uiteindelijk toch weer het noodlot op, in de dramatische terugkeer van de omineuze fanfares met het motto-­.

Daaruit maakt zich het volksliedje los en alles eindigt in een definitieve, glorieuze apotheose. Of de symfonie echt autobiografisch is wordt betwijfeld. Het werk aan de eerste schetsen dateert immers van voor de episode Antonina en het programma schreef hij pas achteraf voor Von Meck. Maar de compositie is wel beïnvloed door Tsjaikovski’s sombere gemoedstoestand in die tijd.

Over het resultaat was hij overigens buitengewoon tevreden. Het was zijns inziens zijn beste orkestwerk, en wat betreft textuur en vorm een flinke stap vooruit in zijn ontwikkeling. De première in Sint-Petersburg was een ongekend succes.

Biografie

Boedapest Festival Orkest, orkest

In 1983 richtte Iván Fischer samen met Zoltán Kocsis het Boedapest Festival Orkest op. Het gezelschap bracht al snel grote internationale artiesten naar het Hongaarse publiek, zoals Georg Solti (eerste gastdirigent tot aan zijn dood in 1997), Yehudi Menuhin, Pinchas Zukerman, Gidon Kremer, Radu Lupu, András Schiff en Martha Argerich. Ook jonge musici en zangers van overal ter wereld worden frequent uitgenodigd.

Het Boedapest Festival Orkest staat bekend om zijn innovatieve programma’s, zoals de autismevriendelijke Chocolademelkconcerten, verrassingsconcerten, Midnight Music (voor studenten) en muzikale marathons. Met het Paleis der Kunsten (Müpa) werkt het samen voor -­uitvoeringen en het door het orkest geïnitieerde Bridging Europe Festival.

Het Boedapest Festival Orkest treedt op in de belangrijkste concertzalen wereldwijd, waaronder Carnegie Hall en het Lincoln Center in New York, de Wiener Musik­verein en de Royal Albert Hall in Londen, en is te gast op het Mostly Mozart Festival in New York, de Salzburger Festspiele en het Edinburgh International Festival.

Voor zijn talrijke opnamen ontving het orkest vele onderscheidingen; een ­registratie van Mahlers Eerste symfonie werd genomineerd voor een Grammy Award en Mahlers Vijfde won een Diapason d’Or.

De vorige optredens van het Boedapest Festival Orkest en zijn chef- Iván Fischer in Het Concertgebouw waren een Stravinsky-programma op 13 februari 2019 en Mahlers Negende symfonie op 25 november 2021.

Iván Fischer, dirigent

Iván Fischer studeerde piano, viool, en compositie in Boedapest, en vervolgde zijn opleiding in Wenen met lessen orkestdirectie van Hans Swarowsky. Daarop was hij twee seizoenen lang assistent van Nikolaus Harnoncourt. In 1983 richtte Iván Fischer het Budapest Festival Orchestra op.

Met dit gezelschap, waarvan hij nog steeds chef- is, voerde hij vele vernieuwingen door, zoals ‘chocomel­concerten’ voor kleine kinderen, ‘Midnight Music’-concerten voor een jong publiek, verrassingsconcerten en verschillende educatie- en ­outreachprojecten, zoals een tournee langs voormalige synagogen.

Hij is actief als componist en regisseur met zijn Iván Fischer Opera Company en richtte diverse festivals op, waaronder het Vicenza Opera Festival. In het verleden stond hij aan het roer van Kent Opera, de Opéra National de Lyon, het National Sym­phony Orchestra in Washington en het Konzerthausorchester in Berlijn, waar hij sindsdien eredirigent is.

Bij het Concertgebouworkest is Iván Fischer al sinds 1987 vrijwel jaarlijks te gast. Vanwege zijn belangrijke artistieke bijdragen benoemde het orkest hem tot honorair gastdirigent met ingang van het seizoen 2021/2022. In maart kreeg hij de vijftiende Concertgebouw Prijs. Eerder ontving Iván Fischer de Kossuth Prijs, de Ovatie Prijs en de Crystal Award van het World Economic Forum voor het steunen van internationale cultuuruitwisseling, en is Chevalier des Arts et des Lettres en erelid van de Royal Academy of Music in Londen.

Iván Fischer beperkt zijn gastdirigentschappen tot slechts enkele orkesten om voldoende tijd en aandacht te kunnen geven aan het componeren, aan zijn Budapest Festival Orchestra en zijn operagezelschap, en aan het voortdurend ontwikkelen van creatieve ideeën. Hij is een erkend voorvechter voor mensenrechten, democratie en tolerantie.

Emanuel Ax, piano

Emanuel Ax studeerde aan de Juilliard School of Music in New York. In 1974 won hij het eerste Arthur Rubinstein Pianoconcours in Tel Aviv en vijf jaar later de Amerikaanse Avery Fisher Prize. In de decennia die volgden, concerteerde Emanuel Ax veelvuldig op de grote internationale podia. In recente seizoenen soleerde hij bij de orkesten van bijvoorbeeld Chicago, New York, Cleveland en ­Philadelphia.

Hij was onder meer pianist in residence bij de Berliner Philharmoniker (in 2005/06) en vertolkte in 2012/13 als artist in residence bij de New York Philharmonic alle pianoconcerten van Beethoven in Hongkong en Australië.

Bij het Concertgebouworkest is hij al sinds 1994 een graag ­geziene gastsolist, voor het laatst toen hij februari en maart 2019 Stravinsky’s speelde onder leiding van Iván Fischer. Afgelopen december gaf hij een in de serie Grote Pianisten van Het Concertgebouw. Emanuel Ax vertolkt graag hedendaagse muziek en bracht werken in première van onder anderen John Adams, Magnus Lindberg, ­Christopher Rouse, Krzysztof Penderecki, Brett Dean, Missy Mazzoli en Anders Hillborg.

Van de universiteiten van Yale en Columbia ontving hij eredoctoraten en gedurende zijn lange carrière nam de pianist vele platen en cd’s op die onder meer werden bekroond met meerdere Grammy Awards.