Blomstedt met Berlioz bij het Concertgebouworkest
Koninklijk Concertgebouworkest
Herbert Blomstedt dirigent
pauze ca. 20.45 uur
einde ca. 22.15 uur
Dit concert maakt deel uit van de serie E.
Franz Berwald 1796-1868)
Derde symfonie in C gr.t. (1845)
‘Sinfonie singulière‘
Allegro fuocoso
Adagio, Scherzo (Allegro assai), Adagio
Finale: Presto
pauze
Hector Berlioz 1803-1869
Symphonie fantastique, op. 14 (1830)
épisode de la vie d’un artiste
Rêveries, passions: Largo – Allegro agitato ed appassionato assai
Un bal: Valse, Allegro non troppo
Scène aux champs: Adagio
Marche au supplice: Allegretto non troppo
Songe d‘une nuit du sabbat: Larghetto – Allegro – Ronde du sabbat
Toelichting
Franz Berwald 1796-1868
Berwald: 'Sinfonie Singulière'
Door Aad van der Ven
Finland heeft Jean Sibelius, die als een reusachtige eik in zijn land alle andere componisten in de schaduw stelde. Noorwegen en Denemarken kunnen pronken met Edvard Grieg en Carl Nielsen, die eveneens boven hum omgeving uittorenden.
En Zweden?Aan componisten geen gebrek. Maar we moeten ver teruggaan om daar een vergelijkbare persoonlijkheid te vinden. Dan komen we uit bij Franz Berwald, die twee eeuwen geleden onder meer symfonieën schreef toen in zijn land niemand daaraan behoefte leek te hebben. Zo kon het gebeuren dat zijn meest opvallende , de in 1845 geschreven Derde symfonie met de titel ‘Singulière’, pas in 1905 in Stockholm in première ging.
‘Zijn leven was een catalogus van vluchtige successen en voortdurende teleurstellingen’, schreef de Britse muziekpublicist Richard Whitehouse over de man, die van 1821 tot 1828 violist was in het orkest van het Koninklijk Theater in de Zweedse hoofdstad. In die periode raakte Berwald er gaandeweg van doordrongen dat er voor hem als componist in zijn vaderland geen plaats was.
In 1829 week hij uit naar Berlijn, waar hij een atelier voor orthopedische hulpmiddelen opzette. Een verhuizing naar Wenen in 1841 luidde een periode in waarin hij zich weer op componeren kon concentreren. De groeiende belangstelling voor zijn muziek in de ‘muzikale hoofdstad van Europa’ werd ook in zijn vaderland opgemerkt.
Misschien heeft dat ertoe bijgedragen dat Berwald na enkele jaren naar Zweden terugkeerde, waar hij zelfs mocht meemaken dat een van zijn drie ’s werd opgevoerd. Maar het succes daar hield niet lang stand. Hij werd directeur van een glasfabriek en vervolgens van een houtzagerij. Componeren kwam opnieuw op de tweede plaats, al ontstonden nog wel enkele kamermuziekwerken en ontving hij een paar eervolle onderscheidingen.
Voor negentiende-eeuwse Noord-Europese componisten sprak het als vanzelf dat zij voor hun muzikale studie naar Duitsland (vooral Berlijn of Leipzig) gingen. Als zij terugkeerden droegen zij op hun beurt de Centraal-Europese muzikale traditie op hun leerlingen over. Dat Berwald tot na zijn dertigste in Zweden bleef en zijn eigen weg vond heeft ongetwijfeld bijgedragen aan de individualiteit van zijn stijl.
Zijn eigen geluid valt meteen op vanaf de inzet van de ‘Sinfonie singulière’ met de losjes tierelierende , de onverwacht doorbrekende kopersignalen en de abrupte slagen. Het luchtige en tegelijk krachtige karakter van de wijst op een speelse, soms enigszins baldadige geest.
Anderzijds ademt het langzame middendeel, met een -achtige centrale episode (ingeleid door één paukenslag), een onsentimentele schoonheid die ook Franz Schuberts vroege symfonieën en sommige stukken van Felix Mendelssohn in overvloed bezitten.
Zijn Zweedse tijdgenoten hadden weinig op met Franz Berwald. Maar één belangrijke componist heeft ongetwijfeld met aandacht naar zijn muziek geluisterd. In de symfonieën van de Deen Carl Nielsen (1865-1931) horen we veel terug van de bruisende vitaliteit en de rijkdom aan instrumentale effecten die vooral de Finale van Berwalds ‘Sinfonie singulière’ zo opwindend maken.
Hector Berlioz (1803-1869)
Symphonie Fantastique
Door Aad van der Ven
Twee enorme schokken kreeg Hector Berlioz als 25-jarige te verwerken. Hij hoorde voor het eerst Beethovens Derde symfonie ‘Eroica’ en hij zag een Shakespeare-productie met in één van de hoofdrollen de Ierse actrice Harriet Smithson. Beide ervaringen waren heftig en ingrijpend. Hij besloot dat hij net als Ludwig van Beethoven een symfonie moest schrijven en hij viel als een blok voor Miss Smithson.
De laatste reageerde uitgesproken koel op zijn gepassioneerde brieven. Toen hij hoorde dat de levenswandel van de actrice verre van onberispelijk was – er waren geruchten over diverse liaisons – viel Harriet van haar voetstuk. Liefde, wanhoop en teleurstelling beeldde Berlioz uit in zijn Symphonie fantastique waarin de vrouw van zijn dromen uiteindelijk de gedaante krijgt van een gemene heks. De symfonie als afrekening: er openden zich nieuwe mogelijkheden voor de programmamuziek.
De actrice wordt in deze aangeduid door middel van een centraal , een ‘idée fixe’, dat herhaaldelijk van gedaante en van karakter verandert. In de langzame inleiding van het eerste deel, Dromen en hartstochten, dwaalt de minnaar vruchteloos rond, waarna de eerste confrontatie met de aanbedene hem in heftige beroering brengt.
In het tweede deel, Een bal, duikt zij op in een dansend gezelschap. De idée-fixe is getransformeerd in een sierlijke melodie. In Scène op het land zoekt de hoofdpersoon rust in de natuur. De sfeer van een zomeravond op het platteland is niet los te denken van Beethovens Zesde symfonie ‘Pastorale’.
Tijdens een onweer – populair in de negentiende-eeuwse - en concertmuziek – geven herders elkaar met hun schalmeien signalen. In de naar het schavot droomt de afgewezen minnaar dat hij de dame in kwestie om het leven heeft gebracht en daarvoor moet boeten. Aan zijn terechtstelling komt de valbijl te pas (een fortissimo-klap van het hele orkest).
In het slotdeel, Droom van een heksensabbat, verschijnt de vroegere geliefde op een bezemsteel. Haar lelijkheid en kwaadaardigheid worden uitgebeeld in schrille klankeffecten, terwijl het stuntelig klinkende dies-irae- het zowel komische als sinistere karakter van de muziek versterkt.
Met zijn ongewone instrumentale effecten is Berlioz hier verder dan ooit verwijderd geraakt van het homogene klankideaal van die tijd. Voor de première in 1830 in Parijs wilde hij een orkest van over de tweehonderd musici inschakelen. Hij moest genoegen nemen met honderddertig.
Biografie
Herbert Blomstedt, dirigent
Herbert Blomstedt, geboren in de Verenigde Staten, studeerde in Stockholm en Uppsala en volgde lessen orkestdirectie aan de Juilliard School of Music in New York. In Darmstadt bekwaamde hij zich in de moderne muziek en aan de Schola Cantorum Basiliensis in de oude muziek.
Ook werkte hij met Igor Markevich in Salzburg en met Leonard Bernstein in Tanglewood. In 1954 debuteerde Herbert Blomstedt bij het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Stockholm. Hij stond aan het roer van verschillende Scandinavische orkesten, de Staatskapelle Dresden, het NDR Sinfonieorchester en de San Francisco Symphony.
Van 1998 tot 2005 was hij chef- van het Gewandhausorchester Leipzig. Onder zijn vele cd-opnamen worden die van de volledige symfonieën van Sibelius en Nielsen in het bijzonder geroemd. Ook wordt hij als een van de belangrijkste interpreten van de muziek van Mendelssohn, Brahms en Bruckner beschouwd. In januari 2018 ontving hij de International Classical Music Award voor zijn cd-opnamen van alle Beethoven-symfonieën.
Herbert Blomstedt kreeg verschillende eredoctoraten en is lid van de Koninklijke Zweedse Muziekacademie. In 2003 ontving hij in Duitsland het Grosses Bundesverdienstkreuz. Zijn negentigste verjaardag in juli 2017 werd gevierd met een boek, diverse cd- en dvd-uitgaven en een internationale tournee met 90 concerten. Al sinds 1983 staat Herbert Blomstedt zeer geregeld voor het Concertgebouworkest, de laatste keer in januari 2019 met werken van Brahms en Mendelssohn.
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest


