Blazers Concertgebouw-orkest: Mozart en Beethoven

Kleine Zaal Melange 20.15 uur

Alexei Ogrintchouk hobo
Miriam Pastor Burgos hobo
Olivier Patey klarinet
Arno Piters klarinet
Simon Van Holen fagot
Helma van den Brink fagot
Laurens Woudenberg hoorn
Fons Verspaandonk hoorn

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Serenade in c kl.t., KV 388 (1782)
voor twee hobo’s, twee klarinetten, twee fagotten en twee hoorns
Allegro
Andante
Menuetto in canone – Trio in canone al rovescio
Finale: Allegro 

pauze

Ludwig van Beethoven 1770-1827

Octet in Es gr.t., op. 103 (voor 1792, herzien 1793) 
voor twee hobo’s, twee klarinetten, twee fagotten en twee hoorns
Allegro
Andante
Menuetto
Finale: Presto

begin van de pauze ca. 20.45 uur
einde van het concert ca. 21.50 uur

Toelichting

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

serenade

tekst: Clemens Romijn

‘Om twaalf uur ging ik naar barones Waldstadten, waar ik mijn naamdag doorbracht. Om elf uur ‘s avonds werd ik getrakteerd op een van twee klarinetten, twee s en twee ten, en inderdaad was het een compositie van mijzelf, die ik schreef voor Theresa-dag, voor Frau von Hickle, schoonzus van Herr von Hickel (hofschilder), waar ze voor het eerst werd uitgevoerd.

De belangrijkste reden waarom ik de serenade schreef was dat ik wilde dat Herr von Strack [een van de naaste raadslieden van de keizer] iets van mij zou horen; daarom had ik er veel zorg aan besteed. Ze kreeg veel applaus en werd op drie verschillende plekken gespeeld op Theresa-dag.’ 

Dat schreef Wolfgang Amadeus Mozart op 3 november 1781 vanuit zijn nieuwe woonplaats Wenen aan zijn vader Leopold in Salzburg. De genoemde serenade is die in Es groot, KV 375, die omstreeks dezelfde tijd ontstond als de in dit concert uitvoerde Serenade in c klein, KV 388.

De brief laat zien hoe Mozart zijn best deed zijn muziek uitgevoerd te krijgen aan het keizerlijk hof. Daar had Joseph II een zogenaamde ‘musik’ op poten gezet, een officieel ensemble van acht blazers voor gelegenheidsmuziek. Mozarts , KV 375 met maar zes blazers zou daarvoor dan ook geen kans hebben gemaakt.

Groot was het contrast met zijn jaren in Salzburg, waar hij dozijnen van dergelijke werken schreef tijdens zijn aanstelling bij de aartsbisschop Hieronymus von Colloredo in de jaren 1770. Het was muziek voor politieke of feestelijke gebeurtenissen, veelal voor in de open lucht en daarom met duidelijk hoorbare blaasinstrumenten. Divertimenti, serenades, notturni en cassationen.

De namen zeggen het al: muziek van een onderhoudend karakter (diverterend), of voor de avond (serenade), voor de nacht (notturni), of voor op straat (cassatio; naar het Duitse Gasse = steeg of straat). 

Dat Mozart de conventies in hun voegen kon laten kraken en naar zijn hand zetten, bewees hij in 1782 met een gelegenheidswerk dat hij misschien hoopte uitgevoerd te krijgen aan het keizerlijk hof in Wenen: de Serenade in c klein, KV 388. Hier klinkt geen vriendelijk onderhoudend beleefdheidsmuziekje, maar een ernstig, soms dreigend achtstemmig blazen vol , dramatische sprongen en bepaald onfeestelijke en.

Pas in het vriendelijke (in Es groot) klaart de lucht op. Ook het modieuze moet de Weners hebben bevreemd, want Mozart heeft het Oostenrijkse galante en geparfumeerde modevoorschrift hier doorspekt met een ische geleerdheid die van Bach of Händel zou kunnen stammen.

In de afsluitende variaties klinkt opnieuw een overheersend , dat pas na de zesde en zevende variatie op een stralend Es groot aanstuurt. Deze muziek was waarschijnlijk te doorwrocht voor het Habsburgse hof, alleen al de c klein! Maar Mozart schonk de Serenade later een nieuw leven in het Strijkkwintet in c klein, KV 406.

Ludwig van Beethoven 1770-1827

octet

Net als Mozart schreef ook Ludwig van Beethoven geregeld gelegenheidsmuziek op verzoek van zijn broodheer in zijn geboorte­plaats Bonn. Vele malen klonk er ‘tafel­muziek’ van zijn hand aan het Bonner hof van Maximilian Franz, keurvorst van ­Keulen, bij wie Beethoven vanaf zijn veertiende officieel in dienst was.

Maximilian Franz, de broer van keizer Joseph II, was een van de vele Weense edelen die na 1782 ‘n’ (blazersensembles) opnamen in hun hof­kapellen. Toen hij in 1784 naar Bonn vertrok om keurvorst van Keulen te worden nam hij diverse blazers uit Wenen mee naar zijn nieuwe hofhouding.

Vermoedelijk was het Octet in Es groot, 103 een van die werken voor de vorst – die graag het souper genoot met muziek op de achtergrond. En vermoedelijk ook een van de laatste. Want het stamt uit de tijd vlak voordat ­ Beethoven verhuisde naar Wenen, waar hij kort les kreeg van Joseph Haydn.

Het merkwaardig hoge opusnummer lijkt op een ‘laat’ werk te wijzen, maar dat komt doordat het Octet pas na Beethovens dood werd uitgegeven, in 1834 door Artaria. 

Zoals bekend begon Beethoven na zijn aankomst in Wenen de telling van zijn nummers opnieuw met zijn ’s opus 1, en negeerde hij alle eerdere muziek uit Bonn. Aan het Octet werkte hij omstreeks 1793 wel verder, maar legde het toen weg vanwege andere prioriteiten.

Met de vele vroege blaasmuziek had hij nuttige ­ervaring opgedaan voor het ‘echte’ werk dat nog moest komen: de symfonie. Bovendien gold blaasmuziek als ‘lichte’ muziek, niet een van de genres waar hij naar Haydns voorbeeld op aanstuurde: het strijkkwartet, de pianosonate en de symfonie.

Zei de twintiger het feodale keurslijf vaarwel? En daarmee ook het componeren in opdracht van een broodheer? En daarmee eveneens de musik die vaak niet meer was dan muzikaal behang bij een deftige gelegenheid?

Opvallend is in ieder geval dat Beethoven, net als Mozart met zijn  KV 388, zijn Octet later omwerkte tot strijkkwintet, het Strijkkwintet in Es groot, opus 4 uit 1795. 

De titelpagina van het Octet in Beethovens manuscript bevat de woorden ‘dans un ­concert’, wat zou betekenen dat het ooit werd uitgevoerd tijdens een ‘officieel’ concert. Het Octet heeft de klassieke -opbouw in vier delen. Het eerste deel in groeit uit een wat breekbaar trillerachtig hobomotief en contrasterende ën met langere adem.

Het zangerige ­ is een duet tussen hobo en , met de ­overige zes blazers als omstanders. Het ­derde deel heet wel to, maar is al een echt in Beethovenstijl. In het ­geestige en virtuoze slotrondo is te horen voor wat voor formidabele hofblazers Beethoven zijn Octet schreef.

Biografie

Alexei Ogrintchouk, hobo

Alexei Ogrintchouk is solo­hoboïst van het Concertgebouw­orkest sinds augustus 2005. De hoboïst studeerde aan de Gnessin School in Moskou en soleerde al op zijn dertiende in Rusland, Europa en Japan. Aan het Conservatoire National Supérieur de Musique in Parijs studeerde hij af met eerste prijzen voor hobo en kamermuziek.

Zijn docenten waren onder meer Maurice Bourgue, Jacques Tys en Jean-Louis Capezzali. Hij won het CIEM-Concours van Genève, twee Victoires de la Musique, de Triumph Prijs in Rusland en een Borletti-Buitoni Trust Award. Van 1999 tot 2005 was Alexei Ogrintchouk eerste solohoboïst van het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Als solist werkte hij onder meer met de orkesten van het Mariinski Theater en het Bolsjoj Theater, het Nationaal Orkest van Rusland, de orkesten van de BBC (waar hij New Generation Artist 2005 was), het Boedapest Festival Orkest en het Concertgebouworkest.

Kamermuziek speelde hij met musici als Gidon Kremer, Leif Ove Andsnes, Radu Lupu en Thomas Quasthoff. Alexei Ogrintchouk doceert onder meer in Londen en aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag, en volgde in 2011 zijn voormalige docent Maurice Bourgue op aan de Haute École de Musique de Genève.

Ook geeft hij masterclasses aan bijvoorbeeld de Pablo Casals Chamber Music Academy in Prades en de Mahler Academy in Ferrara. Alexei ­Ogrintchouk bespeelt een hobo van de Parijse bouwer Marigaux uit de collectie van Foundation Concertgebouworkest.

Miriam Pastor Burgos, hobo

Miriam Pastor Burgos studeerde van 2003 tot 2007 hobo bij Paco Valero aan het conservatorium van Murcia. Ze vervolgde haar studie bij Dominik Wollenweber aan de Hochschule für Musik Hanns Eisler in Berlijn, waar ze in 2012 afstudeerde.

Orkestervaring deed ze op aan de de orkestacademie van de Berliner Philharmoniker, de Herbert von Karajan Akademie. 

Miriam Pastor Burgos was ïste bij de Komische Oper en het Konzerthausorchester in Berlijn. Ook speelde ze bij onder meer de Berliner Philharmoniker, de Bamberger Symphoniker en het Deutsches Symphonie Orchester Berlin.

Nadat ze een paar keer als remplaçant had meegespeeld met het Koninklijk Concertgebouworkest, kwam ze er in september 2012 in dienst. Op 17 mei 2016 stond Miriam Pastor Burgos centraal tijdens een Close-up ­portretconcert in de . Sinds 1 december 2015 is ze gastdocent althobo aan het Conservatorium van Amsterdam. 

Olivier Patey, klarinet

Olivier Patey is sinds augustus 2013 soloklarinettist van het Concertgebouworkest; afgelopen februari verzorgde hij bij zijn orkest uitvoeringen van het Klarinetconcert van Mozart op een bijzondere bassetklarinet.

De klarinettist studeerde aan de conservatoria in zijn geboortestad Lille en in Rueil-Malmaison en vervolgde zijn opleiding bij Michel Arrignon aan het Conservatoire Supérieur de Paris.

Hij speelde regelmatig in de Opéra de Paris en het Orchestre Philharmonique de Radio France en was prijswinnaar van het ARD Concours en de Carl Nielsen International Music Competition.

Olivier Patey soleerde onder meer bij het Sym­phonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Münchener Kammerorchester, het Praags Filharmonisch Orkest en Amsterdam Sinfonietta. Van 2005 tot 2013 speelde hij bij het Mahler Chamber Orchestra, waar hij in 2009 ­aanvoerder werd. Ook maakte hij deel uit van het Lucerne Festival Orchestra en was hij in seizoen 2012/2013 soloklarinettist van het Rotterdams Philharmonisch Orkest.

Naast zijn orkestbaan is Olivier Patey een actief kamermusicus en is hij verbonden aan het Artie’s Festival in Mumbai.

Arno Piters, klarinet

Arno Piters studeerde klarinet en es-klarinet aan het Maastrichts Conservatorium bij Jan Cober en Willem van der Vuurst en behaalde zijn diploma met onderscheiding. Daarna studeerde hij bij George Pieterson aan het Conservatorium van Amsterdam, waar hij opnieuw zijn diploma met onderscheiding haalde.

Hij was lid van het Nationaal Jeugd Orkest, het Gustav Mahler Jugendorchester en het European Union Youth Orchestra waar hij speelde onder leiding van Pierre Boulez, Bernard Haitink en Vladimir Ashkenazy.

Als solist speelde hij onder meer met het Residentie Orkest, het Limburgs Symfonie Orkest en de Nürnberger Symphoniker. Als kamermusicus speelde hij op festivals in binnen- en buitenland.

Van 2001 tot 2003 was hij verbonden aan het Radio Symfonie Orkest. Daarna werd hij (es)-klarinettist bij het Concertgebouworkest te Amsterdam.

Als docent is hij verbonden aan het Conservatorium van Amsterdam.

Simon van Holen, contrafagot

Simon Van Holen studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, en aan de Robert Schumann Musikhochschule in Düsseldorf in de klas van Gustavo Núñez, waar hij in 2010 zijn diploma behaalde én de DAAD Förderpreis voor buitenlandse studenten kreeg uitgereikt. Hij volgde masterclasses bij onder anderen Klaus Thunemann, Brian Pollard, Stefan Schweigert, Sergio Azzolini, Dag Jensen en Ole Kristian Dahl.

Van Holen werd uitgenodigd voor de Zermatt Festival Academy en de Gustav Mahler Akademie en kon in 2010 dankzij een beurs van de stichting Villa Musica Rheinland-Pfalz kamermuziek spelen met Menahem Pressler, Sergio Azzolini en Ingo Goritzki.Simon Van Holen was lid van het European Union Youth Orchestra en het Gustav Mahler Jugendorchester en was verbonden aan de orkestacademie van de Düsseldorfer Symphoniker.

Hij remplaceerde bij onder andere de Berliner Philharmoniker, het Tonhalle-Orchester Zürich en de Deutsche Kammerphilharmonie Bremen. In 2011 werd Simon van Holen als solocontrafagottist aangenomen bij de Düsseldorfer Symphoniker; sinds 2012 bekleedt hij diezelfde functie bij het Koninklijk Concertgebouworkest.

In 2013 won hij de door de zakelijke kring van het orkest uitgereikte Prix de Salon. Simon Van Holen is tevens docent en contrafagot aan het Conservatorium van Amsterdam. 

Helma van den Brink, fagot

Helma van den Brink begon met viool- en ­pianolessen en stapte na een aantal jaren over op de . Uiteindelijk koos ze voor de en al na twee jaar werd ze toe­gelaten tot het Koninklijk Conservatorium in Den Haag om te studeren bij Johan Steinmann en Gustavo Núñez.

In juni 2005 behaalde ze haar diploma. Helma van den Brink ­speelde in jeugdorkesten als het European Union Youth Orchestra en het Nationaal Jeugd Orkest en remplaceerde bij verschillende orkesten in Nederland.

Sinds december 2005 maakt ze als tweede tist deel uit van het Koninklijk Concertgebouworkest. Buiten het orkest treedt ze geregeld op als solist en in uiteenlopende kamerbezettingen.

Laurens Woudenberg, hoorn

Als zoon van professionele musici was het voor Laurens Woudenberg toch niet altijd vanzelfsprekend dat hij ook die richting op zou gaan: aanvankelijk werkte hij in de gehandicapten­zorg en bij circus Kristal.

Toen Laurens negen jaar was kreeg hij zijn eerste lessen van Louise Schepel. De inspirerende lessen ten spijt verruilde hij vijf jaar later zijn hoorn voor een basgitaar, maar op zijn zeventiende pakte hij de hoornlessen weer op. Hij studeerde in zijn geboortestad Den Haag aan het Koninklijk Conservatorium bij Hans Dullaert en Herman Jeurissen.

In 2006 trad hij toe tot de sectie van Het Gelders Orkest, waar hij uiteindelijk solohoornist werd. Sinds 2012 is Laurens Woudenberg ­solohoornist bij het Koninklijk Concertgebouworkest. Hij heeft ook een grote liefde voor het spelen van kamermuziek en is bijvoorbeeld regelmatig te horen met Camerata RCO.

In april 2016 trad hij, met het Tweede hoornconcert in Es, KV 417 van Mozart, voor de eerste keer als solist op met het Koninklijk Concertgebouworkest. In juni 2016 wijdde de concertserie Close-up een portretconcert aan Laurens Woudenberg. 

Fons Verspaandonk, hoorn

Fons Verspaandonk studeerde aan het Brabants Conservatorium bij Herman Jeurissen en slaagde met onderscheiding. Hij volgde masterclasses bij Radovan Vlatkovic, Frøydis Ree Wekre en Michael Höltzel.

Sinds januari 2004 is Fons Verspaandonk ist in het Koninklijk Concertgebouworkest. Daarvoor speelde hij bij Het Brabants Orkest (1995-1998) en het Radio Filharmonisch Orkest (1998-2003). Van 2007 tot 2012 was Fons als hoofdvakdocent hoorn verbonden aan het Fontys Conservatorium in Tilburg.

Fons Verspaandonk maakt deel uit van het Farkas Quintet en werkt vaak samen met kamermuziekensembles zoals het Combattimento Consort Amsterdam.Hij maakt ook deel uit van het koperensemble van het Koninklijk Concertgebouworkest.

Fons Verspaandonk speelt op een Alexander 103 dubbele die hij in bruikleen heeft van de Stichting Donateurs Koninklijk Concertgebouworkest.