Bernstein en Sibelius bij het Concertgebouworkest
Serie B 20.15 uur
Koninklijk Concertgebouworkest
Alan Gilbert dirigent
Liviu Prunaru viool
Dit programma is onderdeel van RCO/Bernstein 2017
Joey Roukens 1982
Boundless (Homage to L.B.) (2016)
Manically – Glacially – Propulsively
wereldpremière, geschreven in opdracht van het Koninklijk Concertgebouworkest
Leonard Bernstein 1918-1990
Serenade (1954)
after Plato’s ‘Symposium’
voor viool en orkest
Phaedrus: Pausanias
Aristophanes
Eryximachus
Agathon
Socrates: Alcibiades
pauze
Jean Sibelius 1865-1957
Vierde symfonie in a kl.t., op. 63 (1910-11)
Tempo molto moderato, quasi adagio
Allegro molto vivace
Il tempo largo
Allegro
begin van de pauze ca. 21.05 uur
einde van het concert ca. 22.10 uur
Toelichting
Joey Roukens 1982
Boundless
Tekst: Carine Alders
Joey Roukens studeerde compositie bij Klaas de Vries in Rotterdam en presenteert met Boundless zijn derde compositie voor het Koninklijk Concertgebouworkest. Als achtjarig jongetje speelde hij tijdens zijn pianolessen al eigen werk. Zoals de huidige jeugd de straat op gaat om Pokémons te verzamelen, zo struinde Joey de cd-rekken in de winkels af op zoek naar componisten om aan zijn verzameling toe te voegen.
Een van de helden uit zijn jeugd was Leonard Bernstein en toen artistiek directeur Joel Ethan Fried hem vroeg een hommage aan Bernstein te componeren voor het Concertgebouworkest hoefde hij niet lang na te denken.
De bezetting zat in de opdracht ingebakken: de nieuwe compositie moest een spiegel worden van Bernsteins . In deze ongebruikelijke bezetting met uitgebreid , maar zonder blazers, liet Roukens alleen de vioolsolist achterwege en voegde een toetsenist toe op celesta en synthesizer.
Het werk is ook in een ander opzicht een spiegel van Serenade: niet alleen Bernstein gebruikte in zijn compositie muzikaal materiaal uit Anniversaries, ook Roukens putte uit deze korte pianowerken, die Bernstein zijn leven lang als verjaardagsgeschenk of in memoriam componeerde voor vrienden en collega’s.
De titel van deze minisymfonie in drie delen verwijst naar zowel de tomeloze energie in de muziek van Bernstein als zijn grenzeloze muzikale interesse. Het eerste deel Manically kookt over van energie, alsof het orkest het tempo nauwelijks bij kan houden. Het tweede deel Glacially is een klein achtig met langzaam verschuivende ën.
Aan het eind klinkt uit de verte, als uit een muziekdoosje, de langzame uit Bernsteins Anniversaries waarop dit deel gebaseerd is. In het laatste deel Propulsively komt de muziek op stoom met stampende s en strakke syncopen. Net als zijn jeugdheld verwerkt Roukens populaire muziek in zijn compositie: flarden rock, techno en jazz komen voorbij en Boundless raast naar een koortsachtig einde.
Leonard Bernstein 1918-1990
Serenade
Tekst: Floris Don
Leonard Bernstein was in 1954 nog niet de gevierde componist van West Side Story en Candide, maar al wel een spraakmakend die tevens een aantal filmpartituren op zijn naam had staan. Na het overlijden van zijn mentor Sergej Koussevitzki besloot de jonge Bernstein de , een verkapt vioolconcert, aan hem én aan diens vrouw op te dragen.
Het betreft dan ook een ode aan de liefde (vergelijk Mahlers Adagietto) alsook een muzikale interpretatie van een typisch oud-Grieks symposium, een filosofische discussiebijeenkomst gestimuleerd door een gezonde dosis wijn. In een bij de gevoegde toelichting vertelt Bernstein dat hier geen sprake is van een al te letterlijke vorm van programmamuziek, maar dat het lezen van Plato’s Symposium hem niettemin zeer heeft geïnspireerd.
‘De muziek is, net als de dialoog, een reeks van gerelateerde stellingen die de liefde prijzen, en volgt de platonische vorm door de volgorde van sprekers bij het banket te handhaven.’ Bij wijze van handleiding geeft Bernstein vervolgens een uitleg bij elk deel.
Het symposium wordt geopend door Phaedrus die een e lofrede op de liefde en de god Eros afsteekt (to, begonnen door vioolsolo). Pausanias beschrijft vervolgens de dualiteit tussen liefde en geliefde; dit wordt door middel van een klassieke uitgedrukt.
In het tweede deel neemt Aristophanes de rol van ‘bedtime storyteller’ op zich, en vertelt over de liefde als was het een sprookje. In het zeer korte derde deel, een humoristisch , mag de arts Eryximachus zich uitspreken over ‘de lichamelijke als wetenschappelijk model voor de werking van liefdespatronen’.
Daarna volgt in de woorden van Bernstein ‘de misschien wel mooiste toespraak van de dialoog’, die van Agathon die alle aspecten van de liefde – de kracht, charme, functionaliteit – omarmt. Een zangerig is het gevolg. In het slotdeel wordt de gewichtige toespraak van Socrates halverwege onderbroken door Alcibiades en zijn dronken volgelingen.
De muziek varieert nu van geagiteerd tot zeer baldadig. Bernstein: ‘Als men een vleugje jazzmuziek vermoedt, hoop ik niet dat men denkt met anachronistische Griekse feestmuziek van doen te hebben. Het is eerder de vanzelfsprekende uitdrukking van een moderne Amerikaanse componist die vol is van de spirit van zo’n tijdloos feestelijk diner.
Jean Sibelius 1865-1957
Vierde Symfonie
Tekst: Aad van der Ven
De première van een symfonie van Jean Sibelius was in het begin van de vorige eeuw in Finland een gebeurtenis waarnaar werd uitgekeken. Een nieuw werk van zijn hand leverde telkens weer gespreksstof op, ongeacht of het nu ging om de robuuste, soms overstelpend romantische muziek van zijn jonge jaren (Eerste en Tweede symfonie), waarin hij als geen andere kunstenaar het rijzende nationale zelfbewustzijn van zijn landgenoten een stem gaf, of om zijn latere vormdiscipline en individuele stijl (Derde symfonie).
Groot was de verwarring toen, vier jaar na de introductie van de Derde, de componist op 3 april 1911 in Helsinki de eerste uitvoering van zijn nieuwe symfonische dirigeerde. De muziekcriticus Heiki Klemetti schreef: ‘Alles is onwerkelijk. Vreemde, ijle figuren die voorbijtrekken spreken een taal waarvan we de betekenis niet kunnen vatten.’
Tegenover een van zijn Engelse relaties, de publiciste Rosa Newmarch, omschreef Sibelius zijn Vierde symfonie als een ‘reactie op huidige trends in de muziek’. Bekend is dat hij weinig op had met de exuberante, reusachtige orkesten bij componisten als Gustav Mahler en Richard Strauss. En dat hij ongelukkig was met de toenemende complexiteit in de muziek van zijn tijd.
Dat de Vierde wel als zijn meest radicale orkestwerk wordt beschouwd houdt verband met de obscure tonaliteit: een voorkeur voor hele toonafstanden en de overmatige kwart als fundament. Niettemin is opvallend dat Sibelius zich bij tijd en wijle gevoelig toont voor in het bijzonder Anton Bruckner, getuige de soms als in een desolaat landschap oprijzende, gedragen thema’s.
Dit werk van de Dostojevski van de Europese toonkunst geldt nog steeds als de moeilijkst toegankelijke van zijn zeven symfonieën. Dit wordt mede veroorzaakt door de schijnbaar fragmentarische opzet: de abrupte verschijning en verdwijning van talrijke ’s of delen daarvan waardoor de verhaallijn vaak onderbroken wordt. Deze wordt de luisteraar niet op een presenteerblaadje aangeboden.
Biografie
Alan Gilbert, dirigent
Alan Gilbert studeerde aan Harvard University, het Curtis Institute of Music in Philadelphia en de Juilliard School of Music in New York en begon zijn carrière als assistent- bij The Cleveland Orchestra. Sinds september 2019 is hij chef-dirigent van het NDR Elbphilharmonie Orchester in Hamburg, waar hij eerder al meer dan tien jaar vaste gastdirigent was.
Tussen 2009 en 2017 vierde hij successen als music director van de New York Philharmonic. In het verleden was hij chef-dirigent van de Santa Fe en het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Stockholm, waar hij nu eredirigent is.
Als gastdirigent wordt Alan Gilbert uitgenodigd door tal van beroemde orkesten. In recente seizoenen was hij onder meer actief met het Tokyo Metropolitan Symphony Orchestra, het Gewandhausorchester Leipzig, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks en de Berliner Philharmoniker.
Wat het genre betreft, gaf hij leiding aan opvoeringen van Schönbergs Moses und Aron in de Dresdner Semperoper en Korngolds Die tote Stadt in het Milanese Teatro alla Scala.
Na zijn debuut bij het Concertgebouworkest in 2003 was hij meerdere malen te gast, zoals in 2017 met werken van Bernstein, Roukens en Sibelius en in september 2020 met een Gershwin-programma.
Augustin Hadelich, viool
Augustin Hadelich studeerde aan het Instituto Mascagni in Livorno en bij Joel Smirnoff aan de Juilliard School of Music in New York. Hij won de International Violin Competition of Indianapolis (2006), kreeg een Avery Fisher Career Grant (2009) en een Borletti-Buitoni Trust Fellowship (2011), werd in 2018 door Musical America uitgeroepen tot ’instrumentalist of the year’ en in 2021 nogmaals door Klassik.
Voor zijn opname van Dutilleux’ vioolconcert L’Arbre des songes won hij in 2016 een Grammy Award.
Augustin Hadelich soleerde bij de Berliner Philharmoniker, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Orchestre National de France, het London Philharmonic Orchestra, het Seoul Philharmonic Orchestra, het NHK Symphony Orchestra Tokyo en alle grote orkesten in Noord-Amerika.
Bij het Concertgebouworkest debuteerde Augustin Hadelich in februari 2017 met Bernsteins Serenade. In oktober 2024 kwam hij terug met Sibelius’ Vioolconcert onder leiding van Karina Canellakis. Van 2019 tot 2023 was de violist associate artist van het NDR Elbphilharmonie Orchester in Hamburg. Augustin Hadelich geeft les aan de Yale School of Music en bespeelt de ‘Leduc-ex-Szeryng’-Guarneri del Gesù uit 1744.
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest


