Bernard Haitink en Murray Perahia subtiel in Schumann
Chamber Orchestra of Europe
Bernard Haitink dirigent
Murray Perahia piano
Robert Schumann 1810-1856
Ouverture ‘Manfred’ in es kl.t., op. 115 (1848-49)
Pianoconcert in a kl.t., op. 54 (1841-45)
Allegro affettuoso – Andante espressivo – Tempo
primo – Allegro molto
Intermezzo: Andantino grazioso
Allegro vivace
pauze
Tweede symfonie in C gr.t., op. 61 (1845-46)
Sostenuto assai – Un poco più vivace – Allegro ma non troppo
Scherzo: Allegro vivace
Adagio espressivo
Allegro molto vivace
Toelichting
Robert Schumann 1810-1856
Ouverture ‘Manfred’
Met zijn gepassioneerde, vaak zelfs manische muziek, zijn literaire inslag, zijn streven naar ‘het hogere’ en zijn tragische einde in een krankzinnigengesticht heeft Robert Schumann alles wat je van een romantische componist verwacht. Zijn onevenwichtige gevoelsleven – een erfenis van zijn neurotisch aangelegde vader – geeft zijn muziek iets instabiels, en daardoor een menselijkheid en spontaniteit die andere ‘grote meesters’ vaak camoufleerden. Bij Schumann hoor je ongebreidelde fantasie, maar ook de wens om die beheerst vorm te geven, soms op het krampachtige af; zijn beste stukken klinken zoals de voor één keer nadrukkelijk opgeruimde kamer van een totaal chaotisch persoon eruit kan zien.
Als puber voelde Schumann zich al aangetrokken tot het werk van Lord Byron, de rondzwervende dichter en hippie avant la lettre, en tot diens gedicht Manfred in het bijzonder. Hij componeerde er toneelmuziek bij waarvan de Ouverture eeuwigheidswaarde kreeg. Het gedicht is een horrorachtige fantasie over zonde en schuldgevoel, gebaseerd op Byrons eigen woeste escapades; koren op de molen van Schumanns grillige, impulsieve componeertrant. De Ouverture zit vol dramatische uithalen en ën die als geestbezweringen klinken – en in tegenstelling tot Byron lijkt Schumann uiteindelijk op verzoening en aan te sturen.
Robert Schumann 1810-1856
Pianoconcert
Eer hij zich ontpopte als componist begon Schumann aan een rechtenstudie. Die gaf hij spoedig op omdat hij concertpianist wilde worden. Om zijn rechterhand te trainen ontwierp hij een soort tuigje dat zijn middelvinger fixeerde zodat de andere vier meer kracht kregen. Resultaat: vinger chronisch verlamd, einde solistencarrière. Gelukkig bleek componeren zijn ware roeping te zijn.
En gelukkig was zijn vrouw Clara een vermaard concertpianiste die als schetsboek, uitvoerder en muzikaal geweten kon fungeren. Voor haar componeerde hij in 1841 een Fantasie voor piano en orkest; vier jaar later breidde hij het stuk uit tot een driedelig pianoconcert. Eén ding valt meteen op als je het werk hoort: de piano profileert zich als een verteller, het orkest vooral als een groep beheerst reagerende luisteraars. Hier blijkt dat ‘romantisch’ niet altijd synoniem is met bombastische virtuositeit – het soort podiumvertoon dat Heinrich Heine afdeed als ‘epileptische aanvallen aan het klavier’. Oftewel: geen spierballenvertoon maar welbespraaktheid.
Met zijn rijke fantasie kon Schumann aan de piano buitengewoon goed improviseren, en dat hoor je vooral in het begin- en slotdeel: de markante ën die de piano introduceert worden steeds op een nieuwe manier geformuleerd, waardoor het idee van een voortdurende metamorfose ontstaat. Subtiel is ook de . Anders dan in de meeste Duits-romantische muziek wordt de orkestpartij niet gedomineerd door maar door hout, met een glansrol voor de klarinet.
Dit pianoconcert kreeg nu eens niet de aarzelende ontvangst die veel van Schumanns orkeststukken ten deel viel: de première, gedirigeerd door Felix Mendelssohn, was een eclatant succes en Clara hield het werk haar leven lang op haar repertoire. Sindsdien is het werk wereldwijd nooit langer dan een paar maanden onuitgevoerd gebleven.
Robert Schumann 1810-1856
Tweede symfonie
In de tijd van Haydn en Mozart was een symfonie nog amusementsmuziek, van de hoogstaande soort. Beethoven maakte de symfonie tot een spiegel van de ziel en de maatschappij: muziek die conflict, strijd en mf kan uitdrukken. Latere componisten worstelden met die erfenis, want wat kon je er nog aan toevoegen? Schumann wist dat hij geen symfonicus pur sang was, maar voelde zich verplicht het te proberen – mede omdat zijn echtgenote al vroeg inzag dat zijn pianocomposities symfonisch potentieel hadden.
De symfonie die als nr. 2 werd uitgegeven (maar de derde is die hij voltooide) ontstond, aldus Schumann, in ‘een donkere tijd (…) Volgens mij kun je horen dat ik nog half ziek was. Pas in het slotdeel was ik weer mezelf.’ Het is dus autobiografisch gekleurde muziek; net als in de Eerste symfonie (‘Frühling’) en de Derde symfonie (‘Rheinische’) is de sfeer hoorbaar beïnvloed door levensomstandigheden en concrete indrukken.
Een jaar eerder had Schumann een psychische inzinking gehad toen hij Clara vergezelde op haar concerttournee door Rusland; naast een gevoel van minderwaardigheid schaarden zich waanvoorstellingen en onophoudelijke oorsuizingen. In een brief aan Mendelssohn suggereerde Schumann dat de nieuwe symfonie groeide uit nadrukkelijke ‘roffels en ten (in c)’ die hij in zijn hoofd hoorde.
De gedempte fanfare waarmee het werk begint – teder en tegelijkertijd enigszins dreigend – is een motto dat elders in de symfonie terugkeert, het duidelijkst in de finale. Hiermee lijkt Schumann een saluut te brengen aan Haydn, wiens laatste symfonie met hetzelfde blazersmotief begint. Eigenlijk is de hele symfonie een dialoog met illustere voorbeelden: de invloed van Beethoven blijkt uit de dramatische contrasten in het begindeel en de mfantelijke finale; het hyperbeweeglijke doet sterk denken aan de elfachtige vioolpartijen van Mendelssohn; en de geest van Bach verschijnt in het , zowel in de lang uitgesponnen hoofdmelodie als in de die zich halverwege plotseling aftekent.
Schumann maakte geen geheim van zijn inspiratiebronnen; ze camoufleren zijn persoonlijke stijl niet maar ueren die juist. In de uitbundige k van dit werk (en zijn volgende symfonie) was Schumann uniek, evenals in het scheppen van samenhang tussen de afzonderlijke delen. Volgens Leonard Bernstein had geen componist vóór Schumann de symfonie als een organisch geheel beschouwd. Inderdaad verwijzen de delen van Schumanns symfonieën voortdurend naar elkaar; hier, bijvoorbeeld, sluipt het hoofdthema van het Adagio als het ware via de achterdeur het slotdeel binnen.
De sensatie dat hij zijn draai in het ontzagwekkende symfonische genre begon te vinden beurde Schumann op. Zijn volgende symfonie zou de vrucht zijn van een voorspoedige fase in zijn leven – de laatste.
Michiel Cleij
Biografie
Chamber Orchestra of Europe, orkest
Het Chamber Orchestra of Europe werd in 1981 opgericht door musici die elkaar kenden van het European Union Youth Orchestra; dertien van hen maken tot op heden deel uit van het ongeveer zestig musici tellende ledenbestand. Wijlen de en Claudio Abbado en Nikolaus Harnoncourt drukten een stevig stempel op de ontwikkeling van het orkest.
Het gezelschap speelt tegenwoordig in zalen als de Philharmonie in Parijs, de Kölner Philharmonie, het Festspielhaus in Baden-Baden en de Philharmonie Luxemburg, op het festival van Luzern en incidenteel ook in de Verenigde Staten en het Verre Oosten.
Het Chamber Orchestra of Europe onderhoudt nauwe banden met de ereleden Bernard Haitink, Yannick Nézet-Séguin en András Schiff. In het lopende concertseizoen werkt het samen met musici als Pierre-Laurent Aimard, Janine Jansen, Leonidas Kavakos, Antonio Pappano, Nikolaj Szeps-Znaider en Robin Ticciati.
Het Chamber Orchestra of Europe nam meer dan 250 werken op en werd voor zijn discografie bekroond met onder meer twee Grammy Awards en drie Gramophone Record of the Year Awards. Een deel van de opnames komt uit op het eigen label COE Records. Als onderdeel van een uitgebreid educatief programma werd in 2009 de COE Academy opgericht. Het Chamber Orchestra of Europe wordt ondersteund door de Gatsby Charitable Foundation en door een aantal andere donateurs.
Het vorige optreden van het orkest in de Eigen Programmering van Het Concertgebouw was in juni 2018 met Leonidas Kavakos, die daarbij optrad als vioolsolist en als .
Bernard Haitink, dirigent
Bernard Haitink werd geboren en opgeleid in Amsterdam. Zijn carrière begon bij zijn deelname aan de intensieve encursus van de Nederlandse Radio Unie, waarna hij in 1957 chef-dirigent werd van het Radio Filharmonisch Orkest. Het Concertgebouworkest leidde hij voor het eerst in 1956. Van 1961 tot 1988 was Bernard Haitink er chef-dirigent, en in 1999 benoemde het orkest hem tot eredirigent.
Na het beëindigen van zijn chefschap in Amsterdam leidde hij ruim veertien jaar lang de Royal in Londen. Hij was ook music director van de Glyndebourne Festival Opera en chef-dirigent van het London Philharmonic Orchestra, de Sächsische Staatskapelle Dresden en het Chicago Symphony Orchestra. Hij is beschermheer van het Radio Filharmonisch Orkest en erelid van de Berliner Philharmoniker en het Chamber Orchestra of Europe. Als gastdirigent werkt Bernard Haitink met de meest vooraanstaande orkesten wereldwijd.
In seizoen 2018/2019 leidde Bernard Haitink meerdere programma’s bij het Koninklijk Concertgebouworkest en keerde hij terug bij het de Wiener en Berliner Philharmoniker, het Sinfonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Radio Filharmonisch Orkest, het Chicago Symphony Orchestra, het Chamber Orchestra of Europe en Orchestra Mozart. Het Londen Symphony Orchestra vierde zijn verjaardag in maart 2019 met een reeks concerten.
Voor zijn grote verdiensten in de muziek ontving Bernard Haitink vele onderscheidingen, waaronder de Musician of the Year Award van Musical America en de Gramophone Lifetime Achievement Award. Bernard Haitink was Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw en – in het Verenigd Koninkrijk – honorary Companion of Honour en ontving eredoctoraten van de University of Oxford en het Royal College of Music.
Bernhard Haitink leidde het Concertgebouworkest voor het laatst in januari 2019. Op donderdag 21 oktober 2021 overleed hij in zijn woonplaats Londen. Zijn In memoriam is hier te lezen.
Murray Perahia, piano
De muzikale loopbaan van Murray Perahia omspant meer dan vier decennia. Hij is eerste gastdirigent van de Academy of St Martin in the Fields en trad als en pianist met dit gezelschap op in Europa, de Verenigde Staten en Japan. Aan de Mannes School of Music in zijn geboortestad New York volgde hij lessen compositie en directie.
‘s Zomers was hij vaak te vinden op het Marlboro Music Festival, waar hij werkte met legendarische musici als Rudolf Serkin en Pablo Casals. Belangrijke mentoren waren ook Mieczysław Horszowski en Vladimir Horowitz. Met het winnen van de Leeds International Piano Competition in 1972 zette Murray Perahia een glansrijke carrière in gang.
Een jaar later speelde hij voor het eerst op het Aldeburgh Festival, waar hij nauw samenwerkte met Benjamin Britten en Peter Pears, en van 1981 tot 1989 zou hij co-artistiek leider van datzelfde festival worden. De musicus ontving in de loop der jaren tal van onderscheidingen en werkte aan een discografie van indrukwekkende omvang.
Murray Perahia is met regelmaat te gast in Het Concertgebouw en kreeg in seizoen 2002/03 een Carte Blanche. In november 2015 was hij voor het laatst in de te horen, in het Pianoconcert van Schumann met het Chamber Orchestra of Europe onder leiding van Bernard Haitink.


