Bernard Haitink en het Chamber Orchestra of Europe
Chamber Orchestra of Europe
Bernard Haitink dirigent
Anna Lucia Richter sopraan
Hanno Müller-Brachmann bariton
pauze ca. 20.50 uur
einde ca. 22.10 uur
teksten gratis verkrijgbaar aan de zaal
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
Symfonie nr. 36 in C gr.t., KV 425 ‘Linzer’
Adagio – Allegro spirituoso
Andante
Menuetto – Trio
Presto
pauze
Gustav Mahler 1860-1911
Lied des Verfolgten im Turm (1898)
Rheinlegendchen (1893)
Des Antonius zu Padua Fischpredigt (1893)
Verlor’ne Müh (1892)
Wo die schönen Trompeten blasen (1898)
Wer hat dies Liedel erdacht? (1892)
Lob des hohen Verstandes (1896)
Revelge (1899)
Der Tamboursg’sell (1901)
Das irdische Leben (1892-93)
Der Schildwache Nachtlied (1892)
Trost im Unglück (1892)
uit ‘Des Knaben Wunderhorn’
Toelichting
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
‘linzer’-symfonie
tekst: Clemens Romijn
Wolfgang Amadeus Mozart stortte de stralende ‘Linzer’ symfonie in vijf dagen op papier in november 1783. Hij verbleef met zijn vrouw Constanze drie weken in het Oostenrijkse stadje Linz. Ze waren op doorreis van Salzburg – waar Mozart zijn vader had bezocht – naar hun toenmalige woonplaats Wenen.
Toen de graaf van Linz lucht kreeg van Mozarts aanwezigheid, vroeg hij hem halsoverkop deze symfonie te schrijven voor een ingelast concert in het Ball-haus.
Het werd de eerste symfonie die, naar het voorbeeld van Joseph Haydn, opent met een langzame inleiding, een vorm die Mozart later zou herhalen bij zijn ‘Praagse’ symfonie, KV 504 en de Symfonie in Es groot, KV 543.
Maar wat voor ernst en zelfs droefenis klinkt er toch in deze inleiding, nota bene in een symfonie in de stralende C groot? Vreemd is ook de inzet van ten en in het , weliswaar heel subtiel gedoseerd, maar hoogst ongebruikelijk bij langzame delen in die tijd.
"De presto-finale heeft een mooie mix van uitbundige wervelende strijkersslierten en broeiende onheilsmomenten"
De briljante -finale is nauw verwant aan die van de ‘Haffner’ symfonie van een jaar eerder. Ze heeft een mooie mix van homofone en ische passages, van uitbundige wervelende strijkersslierten en broeiende onheilsmomenten.
Gelukkig bleef deze worp van het genie niet verstoffen op de plank en zette Mozart de symfonie in Wenen diverse malen opnieuw op de lessenaars.
Gustav Mahler 1860-1911
Des Knaben Wunderhorn
Er lijkt een groot verschil te bestaan tussen de symfonie en het ; tussen de grootste vorm voor de grootste bezetting en de kleinste vorm voor de kleinste bezetting. Toch was Gustav Mahler een meester in beide en bracht hij lied en symfonie bij elkaar en verstrengelde ze.
In dit concert horen we twaalf liederen met teksten die Mahler vanaf de late jaren 1880 koos uit Des Knaben Wunderhorn, een verzameling ‘volkspoëzie’, rond 1806 bijeengebracht door de dichters Achim von Arnim en Clemens Brentano.
"Sinds zijn eerste kennismaking met de gedichten in 1887 was Mahler gefascineerd"
De liederen variëren van humoristisch en ironisch tot diep ernstig en tragisch, en gaan over soldaten, de liefde, reizen, de kinderwereld en sprookjes. Sinds zijn eerste kennismaking met de gedichten in 1887 was Mahler gefascineerd. Mahler dacht de liederen niet als een samenhangende cyclus, maar als op zichzelf staand.
Uit de orkestrale allure van de oorspronkelijke pianopartijen was al op te maken dat Mahler een deel van de liederen later zou . Maar dat deed nog niet vermoeden dat ze ook zouden opdoemen in zijn symfonieën, zoals in de Tweede, Derde en Vierde, de zogenaamde ‘Wunderhorn-symfonieën’.
De eren
In Lied des Verfolgten im Turm zingt een politieke gevangene in zijn eenzame toren manhaftig maar vol weemoed over vrijheid, terwijl zijn liefje buiten treurt in e passages.
Het charmante Rheinlegendchen is vol relativeringsvermogen over het leven en de liefde. Hier wordt op een deinende Ländler – een Oostenrijkse volksdans in driekwartsmaat – het sprookje verteld over een gouden ring die in de Rijn werd geworpen.
"De vissen lijken aandachtig te luisteren, maar gaan na afloop over tot de orde van de dag, zonder zich één woord van de preek te herinneren"
In Des Antonius von Padua Fischpredigt vindt prediker Antonius in Padua geen gehoor in de kerk en besluit dan maar de vissen toe te spreken. Die lijken aandachtig te luisteren, maar gaan na afloop over tot de orde van de dag, zonder zich één woord van de preek te herinneren (hoe menselijk!). Let op het bezige en vlijtige dat Mahler hier onder zijn satire heeft gelegd.
In het geestige en charmante Verlor’ne Müh doet een meisje op een verleidelijke Ländlerbeweging pogingen een jongen mee te tronen: vergeefs.
Onbeschrijfelijk mooi en al even sinister is Wo die schönen en blasen, over een dode soldaat die ’s nachts op het raam van zijn liefje klopt en haar mee wil nemen naar zijn graf. Gedempte fanfares en lieflijke Ländler wisselen elkaar prachtig af en schilderen zo de soldaat en zijn meisje.
Wer hat dies Liedel erdacht? is het eenvoudigste en kortste Wunderhornlied. Opnieuw een Ländler vol komische noten over de liefde en zelfs jodelachtige echo’s van de zangmelodie in het orkest.
Lob des hohen Verstandes is een parmantige satire over de muziekcriticus zonder verstand van zaken, waarin een nachtegaal en een koekoek een zangwedstrijd houden en de koekoek de hoogste prijs krijgt van de scheidsrechter, nota bene een ezel! Vrijwel zeker heeft Mahler hier zijn eigen critici op de korrel genomen.
In het huiveringwekkende Revelge komen tijdens het ochtendreveil de geraamtes van de gevallen soldaten langs marcheren bij het ‘schatje’ van de trommelaar.
"De arme tamboerspeler liep trommelend voorop en was zo het eerste mikpunt op het slagveld"
Der Tamboursg’sell (1901) is Mahlers laatste zetting van Wunderhorngedichten. Hier wacht een deserteur op zijn executie. De sfeer van de treurmars doet denken aan de treurmars uit de Vijfde symfonie waaraan Mahler destijds ook werkte. De arme tamboerspeler was nog maar een jongen en had alle reden op de vlucht te slaan. Hij liep trommelend voorop en was zo het eerste mikpunt op het slagveld. Omgeven door donkere tragische orkestklanken zegt hij zijn kameraden vaarwel.
Opnieuw een voortdurend herhaalde beweging in het orkest als symbool voor menselijke ijver in Das irdische Leben. Alleen schiet die ijver hier te kort en komt hij te laat. Het uitgehongerde kindje wacht vergeefs op het koren dat nog geoogst en gemalen moet worden.
Net zo huiveringwekkend is Der Schildwache Nachtlied, een spookachtige dialoog tussen een overleden schildwacht en zijn meisje. Nota bene terwijl hij op wacht stond en dacht aan zijn liefje vond de schildwacht de dood. Militaire trommels en fanfares wisselen af met gedragen melodische passages.
Ten slotte Trost im Unglück, een geestige en levendige dialoog tussen twee geliefden vol militaire orkesteffecten. Hij kan goed zonder haar – heel goed! – het paard zadelen en wegdraven, het avontuur tegemoet en een glaasje koele wijn. Maar ook zij heeft het naar haar zin zonder hem, tevreden bij haar vader met zijn lieflijke tuin. En beiden schamen zich voor de ander in gezelschap! Mahler tovert hier de koddigste roffels en plaagstoten uit het orkest.
Biografie
Chamber Orchestra of Europe, orkest
Het Chamber Orchestra of Europe werd in 1981 opgericht door musici die elkaar kenden van het European Union Youth Orchestra; dertien van hen maken tot op heden deel uit van het ongeveer zestig musici tellende ledenbestand. Wijlen de en Claudio Abbado en Nikolaus Harnoncourt drukten een stevig stempel op de ontwikkeling van het orkest.
Het gezelschap speelt tegenwoordig in zalen als de Philharmonie in Parijs, de Kölner Philharmonie, het Festspielhaus in Baden-Baden en de Philharmonie Luxemburg, op het festival van Luzern en incidenteel ook in de Verenigde Staten en het Verre Oosten.
Het Chamber Orchestra of Europe onderhoudt nauwe banden met de ereleden Bernard Haitink, Yannick Nézet-Séguin en András Schiff. In het lopende concertseizoen werkt het samen met musici als Pierre-Laurent Aimard, Janine Jansen, Leonidas Kavakos, Antonio Pappano, Nikolaj Szeps-Znaider en Robin Ticciati.
Het Chamber Orchestra of Europe nam meer dan 250 werken op en werd voor zijn discografie bekroond met onder meer twee Grammy Awards en drie Gramophone Record of the Year Awards. Een deel van de opnames komt uit op het eigen label COE Records. Als onderdeel van een uitgebreid educatief programma werd in 2009 de COE Academy opgericht. Het Chamber Orchestra of Europe wordt ondersteund door de Gatsby Charitable Foundation en door een aantal andere donateurs.
Het vorige optreden van het orkest in de Eigen Programmering van Het Concertgebouw was in juni 2018 met Leonidas Kavakos, die daarbij optrad als vioolsolist en als .
Bernard Haitink, dirigent
Bernard Haitink werd geboren en opgeleid in Amsterdam. Zijn carrière begon bij zijn deelname aan de intensieve encursus van de Nederlandse Radio Unie, waarna hij in 1957 chef-dirigent werd van het Radio Filharmonisch Orkest. Het Concertgebouworkest leidde hij voor het eerst in 1956. Van 1961 tot 1988 was Bernard Haitink er chef-dirigent, en in 1999 benoemde het orkest hem tot eredirigent.
Na het beëindigen van zijn chefschap in Amsterdam leidde hij ruim veertien jaar lang de Royal in Londen. Hij was ook music director van de Glyndebourne Festival Opera en chef-dirigent van het London Philharmonic Orchestra, de Sächsische Staatskapelle Dresden en het Chicago Symphony Orchestra. Hij is beschermheer van het Radio Filharmonisch Orkest en erelid van de Berliner Philharmoniker en het Chamber Orchestra of Europe. Als gastdirigent werkt Bernard Haitink met de meest vooraanstaande orkesten wereldwijd.
In seizoen 2018/2019 leidde Bernard Haitink meerdere programma’s bij het Koninklijk Concertgebouworkest en keerde hij terug bij het de Wiener en Berliner Philharmoniker, het Sinfonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Radio Filharmonisch Orkest, het Chicago Symphony Orchestra, het Chamber Orchestra of Europe en Orchestra Mozart. Het Londen Symphony Orchestra vierde zijn verjaardag in maart 2019 met een reeks concerten.
Voor zijn grote verdiensten in de muziek ontving Bernard Haitink vele onderscheidingen, waaronder de Musician of the Year Award van Musical America en de Gramophone Lifetime Achievement Award. Bernard Haitink was Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw en – in het Verenigd Koninkrijk – honorary Companion of Honour en ontving eredoctoraten van de University of Oxford en het Royal College of Music.
Bernhard Haitink leidde het Concertgebouworkest voor het laatst in januari 2019. Op donderdag 21 oktober 2021 overleed hij in zijn woonplaats Londen. Zijn In memoriam is hier te lezen.
Anna Lucia Richter, mezzosopraan
Anna Lucia Richter zong in het kinderkoor van de Dom van Keulen en studeerde bij Kurt Widmer, Klesie Kelly-Moog, Christoph Prégardien en Margreet Honig. In 2016 won ze een Borletti-Buitoni Trust Award en debuteerde ze bij het Koninklijk Concertgebouworkest in Bachs Magnificat.
Begeleid door Tamar Rachum ontwikkelde de zangeres zich in 2020 van sopraan naar mezzosopraan; een stap die nieuwe mogelijkheden bood, zoals de altpartij van Mahlers Tweede en Vierde symfonie bij de Bamberger Symphoniker en Jakub Hrůša.
Het repertoire van Anna Lucia Richter omvat alle genres en reikt van Monteverdi en Bach tot en met eigentijdse componisten als Reimann, Holliger en Rihm. Op het podium stond ze tijdens de Salzburger Festspiele (Mozart), in het Theater an der Wien (Offenbach, Henze) en aan de Staatsoper Unter den Linden in Berlijn. Residencies bekleedde ze op het Rheingau Musik Festival 2018 en in de Kölner Philharmonie.
recitals gaf ze in Wigmore Hall in Londen, de operahuizen van München en Frankfurt, het Konzerthaus Wien, Carnegie Hall en Park Avenue Armory in New York en Suntory Hall in Tokio. Onder haar partners aan de piano rekent ze András Schiff, Mitsuko Uchida, Igor Levit, Michael Gees en Gerold Huber.
Anna Lucia Richter debuteerde in 2014 in de en stond daar voor het laatst op het podium in maart 2023 met het Licht! met pianist Ammiel Bushakevitz – een dwarsdoorsnede uit acht eeuwen Duitse liedgeschiedenis, tevens uitgebracht op cd. Tijdens het Mahler Festival 2025 soleerde ze in Mahlers Tweede symfonie en Kindertotenlieder bij het Budapest Festival Orchestra onder leiding van Iván Fischer. Deze en andere orkestliederen van Mahler bracht ze dit najaar ook uit op de cd Songs of Fate, opgenomen met het Gürzenich-Orchester Köln.
Hanno Müller-Brachmann, bariton
Hanno Müller-Brachmann studeerde bij Ingeborg Most, Rudolf Piernay en Dietrich Fischer-Dieskau. Hij geeft recitals op de bekende podia (in september 2008 stond hij in de ), en een van zijn recentste cd’s is een Brahmsalbum met pianist Malcolm Martineau en alt Sarah Connolly.
De Duitse zanger soleerde bij de orkesten van Parijs, Londen, Rome, Milaan, Zürich, Wenen, München, Dresden en Berlijn, en het Concertgebouworkest en Iván Fischer nodigden hem uit voor Bachs solocantate Ich habe genug (2015).
In de Verenigde Staten musiceerde hij met de orkesten van New York, Boston, Los Angeles, Cleveland en Chicago. Van 1998 tot 2011 was Hanno Müller-Brachmann verbonden aan de Staatsoper Unter den Linden in Berlijn, en hij was te gast bij San Francisco , de Wiener Staatsoper en La Scala in Milaan en op de festivals van Salzburg, Aix-en-Provence, Edinburgh en Peking.
Hij werkte met Kirill Petrenko, Simon Rattle, Franz Welser-Möst, Herbert Blomstedt en Andris Nelsons, en langer geleden ook met Mariss Jansons, Claudio Abbado, Nikolaus Harnoncourt, Pierre Boulez en Bernard Haitink. Hanno Müller-Brachmann geeft sinds 2011 les aan de Musikhochschule Karlsruhe, is een veelgevraagd jurylid op concoursen en zet zich in voor muziekeducatie.
Met het Budapest Festival Orchestra en Iván Fischer trad de bas-bariton al eerder op in de : in mei 2016 op twee verschillende Mozart-avonden en in maart 2024 in het programma Compassion rondom Bachs Matthäus-Passion.



