Belcea Kwartet: Sjostakovitsj Dichtbij
Sjostakovitsj dichtbij 20.15 uur
Belcea Kwartet:
Corina Belcea viool
Axel Schacher viool
Krzysztof Chorzelski altviool
Antoine Lederlin cello
Franz Schubert 1797-1828
Strijkkwartet in G gr.t., D 887 (1826)
Allegro molto moderato
Andante un poco moto
Scherzo: Allegro vivace – Trio: Allegretto
Allegro assai
pauze
Dmitri Sjostakovitsj 1906-1975
Vijftiende strijkkwartet in es kl.t., op. 144 (1974)
Elegie: Adagio
Serenade: Adagio
Intermezzo: Adagio
Nocturne: Adagio
Treurmars: Adagio molto
Epiloog: Adagio
begin van de pauze ca. 20.50 uur
einde van het concert ca. 21.50 uur
Toelichting
Schubert en Sjostakovitsj
tekst: Belcea Kwartet
Toen ze hun laatste strijkkwartet schreven, stonden zowel Franz Schubert als Dmitri Sjostakovitsj oog in oog met hun naderende dood. In deze muziek legden ze hun ultieme levensvragen, maar ze gingen er uitermate verschillend mee om. Schuberts antwoord is een titanische strijd met het lot, Sjostakovitsj bereikt een staat van berustende acceptatie.
De intensiteit van Schuberts worsteling ligt meteen al in de opening besloten: een stralend G groot- zwelt aan en crasht angstaanjagend in . Deze instabiliteit, deze emotionele bipolariteit van licht en donker, van hoop en wanhoop, wordt het centrale van dit monumentale, bijna symfonische werk.
Het stuk van Sjostakovitsj daarentegen is muziek van weinig noten, ontwikkeling en contrast; van begin tot eind somber, statisch, leeg en meditatief. Of fonkelt er in de triller van de laatste maten toch een sprankje hoop?
Franz Schubert 1797-1828
Strijkkwartet
tekst: Lies Wiersema
In het jaar dat Ludwig van Beethoven zijn laatste strijkkwartetten voltooide, om precies te zijn tussen 133 en 135, schreef de 29-jarige Franz Schubert in tien dagen zíjn zwanenzang voor deze bezetting, het magistrale Strijkkwartet in G groot. Het kwartet is klassiek van vorm, met de gebruikelijke vier delen, maar een toonbeeld van Schubertiaanse vrije fantasie en non-conventionaliteit waar het de behandeling van het muzikale materiaal betreft.
De componist speelt voortdurend met contrasten: in , in , tussen en . Alleen al in de korte introductie van het openingsdeel wisselen majeur en mineur elkaar snel af. Daarna begint het eigenlijke hoofdthema, een aangrijpend, gespeeld door de eerste viool, gevolgd door een kunstige combinatie en variatie van ’s, onverwachte harmonische veranderingen, snelle ’s en dynamische contrasten. Spanning en turbulentie worden afgewisseld met mysterieuze pianissimo passages.
De speelt in de een belangrijke rol. Zo opent het langzame deel met een weemoedige cellosolo in een hoog register in , tweemaal onderbroken door dramatische, stormachtige passages met razende toonladders, stevige s en dreigende ’s. Ook hier dus weer het spel met contrasten. Het bestaat uit een tot het eind volgehouden ritmisch-melodisch patroon, us gecontrasteerd met een in de vorm van een Ländler, een Oostenrijkse volksdans.
Anders dan Beethoven blonk Schubert niet uit door groots opgezette finales in zijn strijkkwartetten. Deze finale heeft een vorm en doet met zijn snelle 6/8-beweging aan een tarantella denken. Er is monotoon voortjagende motoriek met ook hier weer de afwisseling van - en mineurakkoorden en onverwachte harmonische veranderingen. Het kwartet dat opvalt door zijn emotionele en muzikale intensiteit genoot in eigen tijd nauwelijks publieke belangstelling. Nu geldt het als een van Schuberts belangrijkste en meest geliefde composities.
Dmitri Sjostakovitsj 1906-1975
Vijftiende strijkkwartet
tekst: Christiane Schima
Toen Dmitri Sjostakovitsj in 1974 zijn Vijftiende strijkkwartet in es klein, 144 componeerde, had de aan een hartkwaal lijdende componist nog maar één jaar te leven. De compositie ontstond, net als bijna al zijn na 1966 geschreven werken, grotendeels in het ziekenhuis.
‘Ik heb geen idee of het kwaliteit bezit’, liet hij zijn vriend Isaac Glikman weten, ‘maar ik voelde tijdens het schrijven een zekere vreugde.’ Deze ‘zekere vreugde’ kan alleen maar betrekking hebben gehad op het ambachtelijke, want het Vijftiende strijkkwartet behoort tot de meest zwaarmoedige werken die de Russische componist ooit heeft geschreven.
Sjostakovitsj was altijd een beetje zwaar op de hand, deels door de politieke omstandigheden, waaraan hij zich geregeld aanpaste – hij bekleedde verschillende hoge ambten in de sovjetstaat –, deels door zijn tobberige en door een soort innerlijke gespletenheid gekenmerkte karakter. Hij was een dubbelzinnige kunstenaar die de biografen tot op heden voor raadsels stelt.
Sjostakovitsj’ laatste strijkkwartet vertoont een buitensporige lengte en bestaat uitsluitend uit langzame delen. In het kwartet heerst een troosteloze sfeer waar slechts zelden leven in komt. Een uitzondering vormt het tweede deel. Daarin maken de sombere klanken geleidelijk plaats voor een , waarbij echter geen werkelijke blijheid wil opkomen – een halfslachtige poging die al gauw weer wordt opgegeven.
Ook in het laatste deel klinken hier en daar meer bewogen episoden: opgewonden en verschrikte passages die van innerlijke strijd getuigen. Dit deel en het voorafgaande herinneren door de karigheid van middelen en het plechtige pathos aan Beethovens late strijkkwartetten, in het bijzonder aan het ‘Heiliger Dankgesang eines Genesenen an die Gottheit’ uit 132 – al vormt Sjostakovitsj’ werk daarbij een donkere tegenpool.
Een ooggetuige, Sjostakovitsj’ Poolse leerling Krzysztof Meyer, bericht over de première op 14 november 1974 te Moskou: ‘In een overvolle zaal zat een oude man die nauwelijks nog in staat was om zich te bewegen. Zijn gezicht was opgezwollen en vervormd door de medicijnen, de kleurloze ogen blikten door de dikke, sterke brillenglazen. Het was voor alle aanwezigen duidelijk dat de componist binnenkort geen concerten meer zou kunnen bezoeken. Toen de laatste en van het kwartet wegstierven, werd het doodstil in de zaal, en zwijgend stond iedereen op om eer te bewijzen aan de componist.’
Biografie
Belcea Quartet
Het Belcea Quartet ontstond in 1994 aan het Royal College of Music in Londen en studeerde bij het Alban Berg Quartet en het Amadeus Quartet. Sinds vorig seizoen worden de Roemeense primarius Corina Belcea, de Poolse altviolist Krzysztof Chorzelski en de Franse cellist Antoine Lederlin vergezeld door de Koreaans-Australische Suyeon Kang (als opvolger van Axel Schacher).
Het repertoire van het Belcea Quartet reikt van de Weense Klassieken tot vandaag: compositieopdrachten worden gegeven vanuit de Belcea Quartet Trust, die niet alleen als doel heeft de strijkkwartetliteratuur uit te breiden maar ook jonge kwartetten te ondersteunen.
De discografie van het Belcea Quartet omvat – onder veel meer – de complete strijkkwartetten van Britten, Bartók, Brahms (Diapason d’Or de l’année 2016) en Beethoven (live). In 2022 verschenen de twee sextetten van Brahms samen met altiste Tabea Zimmermann en cellist Jean-Guihen Queyras.
Van 2017 tot 2020 was het Belcea Quartet ensemble in residence van de Pierre Boulez Saal in Berlijn, en sinds 2010 maakt het vast deel uit van het strijkkwartetaanbod van het Wiener Konzerthaus. Recentelijk was het viertal te beluisteren op de biënnales van Parijs, Lissabon en Amsterdam, in Carnegie Hall in New York, de Elbphilharmonie in Hamburg, Flagey in Brussel, de National Concert Hall in Dublin, de Tonhalle in Zürich en Toppan Hall in Tokio.
In Het Concertgebouw debuteerde het Belcea Quartet in seizoen 1999/2000 als Rising Stars en was het voor het laatst te gast op 29 mei jongstleden, toen het samen met het Quatuor Ébène de strijkoctetten van Mendelssohn en Enescu speelde.
