Beethovens 'Eroica' bij het Concertgebouworkest

Koninklijk Concertgebouworkest
Cristian Măcelaru dirigent
Truls Mørk cello
Ken Hakii altviool

Lees ook het interview met altviolist 
Ken Hakii: 'Ik moest wel blijven'

Luister de podcast over Beethovens
Derde symfonie:

Richard Strauss (1864-1949)

Don Quixote, op. 35 (1896-97) 
phantastische Variationen über ein Thema ritterlichen Charakters
Introductie: Mässiges Zeitmass
Thema: Mässig. ‘Don Quichotte, der Ritter von der traurigen Gestalt’
Thema: Maggiore. Sancho Panza
Var. I: Gemächlich – Var. II: Kriegerisch - Var. III: Mässiges Zeitmass – Var. IV: Etwas breiter – Var. V: Sehr langsam – Var. VI: Schnell – Var. VII: Ein wenig ruhiger als vorher – Var. VIII: Gemächlich – Var. IX: Schnell und stürmisch – Var. X: Viel breiter 
Finale: Sehr ruhig
 
pauze ± 21.00 uur

Ludwig van Beethoven (1770-1827) 

Derde symfonie in Es gr.t., op. 55 (1802-04) 
‘Eroica’
Allegro con brio
Marcia funebre: Adagio assai
Scherzo: Allegro vivace
Finale: Allegro molto - Poco andante - Presto
 
einde ± 22.20 uur

Toelichting

Richard Strauss (1864-1949)

Don Quixote

Door Floris Don

  • Richard Strauss

Aan het eind van de negentiende eeuw, op de drempel van het modernisme, ging Richard Strauss zich in zijn symfonisch gedicht Don Quixote met veel plezier te buiten aan een oud genre dat hij eigenlijk als achterhaald beschouwde: het met variaties. De componist koos een parodistische methode, met een pompeus ‘ridderlijk’ hoofdthema (Don Quichot, vertolkt door de solocello), en een komisch en wat primitief neventhema (het hulpje Sancho Panza, de soloaltviool bijgestaan door basklarinet en tenortuba).

In de zevende variatie denkt Don Quichot zelfs te kunnen vliegen, een droom die achterin het orkest met een windmachine wordt aangezwengeld

Er is ook een ‘vrouwelijk’ thema (bij aanvang gepresenteerd in de hobo). Dat stelt de gedroomde vrouw Dulcinea voor, maar blijkt harmonisch zo instabiel dat vrouwelijke ­verlossing à la Wagner hier eigenlijk niet te verwachten valt. De orkestrale effecten zijn dik aangezet, en tot overmaat van ironie klinken in Don Quixote nauwelijks variaties op een thema. Er is vooral sprake van een veranderende context waarbinnen dezelfde thema’s steeds weer net even anders tot klinken komen.

Je zou de compositie aldus gepast absurdistisch kunnen noemen, even komisch als de zeventiende-eeuwse roman van Miguel de Cervantes waar Strauss enkele episodes uit heeft gedestilleerd: Don Quichot die in de war raakt na het lezen van te veel avonturenromans (de ontsporende van de altviolen aan het begin), zichzelf tot ridder betitelt en met zijn vermoeide paard Rocinante en de welwillende ‘schildknaap’ Sancho Panza eropuit trekt. Er volgen gevechten tegen schapen en wind­molens, benedictijner monniken – twee ten – worden voor boze tovenaars aangezien, en in de zevende variatie denkt Don Quichot zelfs te kunnen vliegen, een droom die achterin het orkest met een windmachine wordt aangezwengeld. Zodra Don Quichot afstand doet van zijn fantasieën sterft hij vredig thuis in bed.

Strauss zag zijn Don Quixote het liefst op één programma met Ein Helden­leben, zijn symfonisch gedicht uit 1898 waarin ‘de held’ (Strauss zelf) ten strijde trekt tegen zijn critici. Wenste Strauss een meer ironische tegenhanger om de ijdele verhevenheid van zijn Helden­leben meer in evenwicht te brengen? Of zag hij in Don Quichot ondanks alle grollen een oprechte zielsverwant, een romantische eenling die ten strijde trekt tegen de conventies van de maatschappij en zich niet bij de status quo wenst neer te leggen?

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Derde symfonie

Door Floris Don

Ludwig van Beethovens oeuvre wordt naar ingesleten gewoonte in drie categorieën ingedeeld: zijn vroege, zijn midden- en zijn late periode. De Derde symfonie (‘Eroica’) is het startschot van de middenperiode: een werk dat de negentiende eeuw inluidt en het evenwichtige Classicisme definitief achter zich laat. Een (toepasselijk romantische) verklaring voor Beethovens avontuurlijker compositiestijl wordt gevonden in het ‘Heiligenstadt Testament’: een brief van Beethoven uit 1802 waarin hij wanhoopt over zijn verslechterende gehoor, zelfmoord overweegt én verwerpt. Het zou het startpunt zijn van Beethovens ‘heroïsche decennium’ vol monumentale meesterwerken.

Hoewel op deze schematische indeling wel wat valt af te dingen, overtreft de ‘Eroica’ in ambitie wel degelijk alles wat Beethoven daarvóór componeerde. Hij vergrootte het standaardorkest weliswaar slechts met een derde , maar schreef een symfonie met een recordlengte, vol gewaagde en en een zeldzaam brede waaier aan affecten, van heroïsch optimistisch en pastoraal opgewekt tot diep bedroefd. De Finale is een virtuoze tri­omf van variatiekunst, gebaseerd op een uit Beethovens ballet Die Geschöpfe des Prometheus (1800).

Beethoven viste bij een Franse speciale gezant tevergeefs naar de mogelijkheid om door Napoleon geadeld te worden

Wie is de held van de titel? ‘Bonaparte’ stond aanvankelijk op het titelblad, maar na Napoleons kroning had Beethoven – die een al even cholerisch karakter bezat als Don Quichot – die naam woest doorgekrast: ‘Is hij ook niets anders dan een gewoon mens? Vanaf nu zal hij ook de mensenrechten met de voeten treden, en enkel nog zijn eigen ambities waarmaken.’ Maar er speelde meer dan ­Beethovens oprechte idealen voor een betere wereld: zijn wens om naast Wenen ook Parijs tot vaste basis van zijn ondernemerschap te maken.

Al enkele jaren bereidde hij een verhuizing voor, maar de Napoleontische oorlogen doorkruisten die carrièreplannen lelijk. Mensenrechten ten spijt viste Beethoven bij een Franse speciale gezant later nog tevergeefs naar de mogelijkheid om door Napoleon geadeld te worden. Toen Napoleon eenmaal was verslagen voelde Beethoven geen enkel bezwaar bij het componeren van het propagandistische Wellingtons Sieg. Wéér later, in 1820, merkte hij op: ‘Als Napoleon nu zou terugkeren, zou hij in Europa een veel betere ontvangst krijgen. Hij begreep de tijdgeest tenminste en kon de touwtjes in handen houden.’ 

Uiteindelijk is de ware held van de ‘Eroica’ natuurlijk Beethoven zelf, die het waagt zijn symfonie in heroïsch Es groot al binnen tien seconden even te laten ontregelen met een gewaagde . Het tweede deel is een treurmars van epische proporties, in het derde deel krijgt de hoornsectie een prominente rol zoals nooit eerder was vertoond, en de traditionele zorgeloze finale blijkt nu zodanig geëmancipeerd dat deze al net zoveel gewicht draagt als de opening. Wat een hemelbestormer. Bij de eerste publieke uitvoering in het Theater an der Wien schreeuwde een bezoeker van de bovenste galerij: ‘Ik geef er geld voor, als het maar ophoudt!’ 

Biografie

Cristian Macelaru, dirigent

De Roemeense Cristian Măcelaru is chef-dirigent van het WDR Sinfonieorchester sinds het seizoen 2019/2020. Daarnaast is hij conductor in residence van het Philadelphia Orchestra en music director van het Cabrillo Festival, het langstlopende Amerikaanse festival voor hedendaagse muziek.

Cristian Măcelaru begon als violist; hij was de jongste concertmeester ooit van het Miami Symphony Orchestra. Bij Larry Rachleff aan de Rice University in Houston behaalde hij zijn directiediploma. Ook volgde hij lessen bij onder anderen David Zinman, Rafael Frühbeck de Burgos, Oliver Knussen and Stefan Asbury in Tanglewood en Aspen.

In 2012 viel Cristian Măcelaru met veel succes in voor Pierre Boulez bij het Chicago Symphony Orchestra. Inmiddels stond hij voor onder meer het Los Angeles Philharmonic Orchestra, het hr-Sinfonieorchester Frankfurt, het City of Birmingham Symphony Orchestra, het Royal Scottish National Orchestra, het Tokyo Metropolitan Symphony Orchestra en de en van Toronto, Baltimore, Seattle, Detroit en Indianapolis. In 2014 won hij de prestigieuze Sir Georg Solti Conducting Award.

In 2017 debuteerde Cristian Măcelaru bij het Concertgebouworkest met werken van Mozart, Strauss en Wagner. In 2018 leidde hij Kurt Weills Die sieben Todsünden voorafgegaan door werken van Al-Zand en Sjostakovitsj.

Truls Mørk, cello

Truls Mørk kreeg zijn eerste lessen van zijn vader en studeerde bij Frans Helmerson, Heinrich Schiff en Natalia Schakowskaya. Hij won onder meer het Tsjaikovski Concours in Moskou (1983) en het Naumberg Concours in New York (1986). Truls Mørk geeft s en soloconcerten over de hele wereld.

Hij is regelmatig te gast bij orkesten als de Berliner en de Münchner Philharmoniker, het London Philharmonic Orchestra, het Oslo Filharmonisch Orkest, de orkesten van New York, Chicago, Cleveland, Boston, Los Angeles en Philadelphia, de Staatskapelle Dresden en het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks in München.

Truls Mørk is een belangrijk pleitbezorger van moderne muziek en speelde wereldpremières van onder anderen Penderecki, Haas en Pintscher. De cellist heeft een indrukwekkende discografie, die hem al meerdere Grammy’s, Gramophone Awards en andere prestigieuze prijzen opleverde. Na een ziekte die hem twee jaar lang het spelen bemoeilijkte maakte hij in 2011 een succesvolle comeback en won hij een ECHO Klassik voor zijn opnamen van werken van C.Ph.E. Bach.

In oktober 2001 debuteerde Truls Mørk bij het Concertgebouw-orkest met het concert van Schumann. Zijn laatste optreden met het Concertgebouworkest was in maart 2014 in Amsterdam en op tournee met HaydnCelloconcert in C groot onder leiding van Mariss Jansons.

Ken Hakii, altviool

Ken Hakii studeerde in zijn geboortestad Tokio. Hij vervolgde zijn studie aan het Conservatorium van Keulen bij Rainer Moog en volgde lessen bij Milton Thomas en William Primrose. In 1985 kwam hij in dienst van het Concertgebouworkest. Sinds 1992 is hij aanvoerder van de altviolen. Tijdens een Europese tournee in 1997 speelde Ken Hakii bij het orkest de altsolopartij in Richard StraussDon Quixote.

In november 2003 soleerde hij samen met zijn echtgenote, violiste Hiromi Kikuchi, in György Kurtágs ...Concertante... voor viool, en orkest. Zij speelden dit werk ook met onder meer het BBC Symphony Orchestra, het orkest van het Teatro della Scala in Milaan en het Konzerthausorchester Berlin tijdens belangrijke internationale muziekfestivals in onder meer Salzburg, Luzern, Wenen, Parijs en Venetië. 

De cd Signs, Games and Messages met muziek van Kurtág door onder anderen Ken Hakii en Hiromi Kikuchi ontving in 2003 een Edison Klassik en de Preis der deutschen Schallplattenkritik, en werd als beste opname van het jaar bestempeld door The New York Times. Dankzij een -royale particuliere donateur kon voor Ken Hakii in 2011 een altviool van de hand van Francesco en Giovanni Grancino (Milaan, ca. 1680) worden aangekocht, die via RCO Foundation aan hem in bruikleen is gegeven.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest