Beethovens Achtste en Truls Mørk in Sjostakovitsj’ Celloconcert nr. 1
Nederlands Kamerorkest
Gordan Nikolić leiding
Gordan Nikolić viool
Truls Mørk cello
Dit concert maakt deel uit van de serie Klassieke Meesterwerken.
Gustav Mahler (1860-1911)
Blumine (1888)
Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975)
Celloconcert nr. 1 in Es gr.t., op. 107 (1959)
Allegretto
Moderato
Cadenza
Allegro con moto
pauze ± 21.00 uur
Ludwig van Beethoven (1770-1827)
Symfonie nr. 8 in F gr.t., op. 93 (1811-12)
Allegro vivace e con brio
Allegretto scherzando
Tempo di menuetto
Allegro vivace
einde ± 22.00 uur
Toelichting
Truls Mørk maakte in de loop van zijn carrière maar liefst twee fenomenale opnames van de twee concerten van Sjostakovitsj. Voor zijn debuut bij het Nederlands Kamerorkest koos de Noorse cellist voor het Eerste celloconcert, direct herkenbaar aan het markante openings. Daarnaast klinken twee relatief klein bezette orkestwerken van twee symfonische reuzen: Mahlers dromerige Blumine en Beethovens verrassend luchtige Achtste symfonie.
Gustav Mahler (1860-1911)
Blumine
Gustav Mahler is vooral bekend om zijn imposante symfonieën voor grote bezettingen, met als climax zijn Achtste, de zogenaamde ‘Symphonie der Tausend’, waarin een gigantische orkestbezetting nog wordt aangevuld met diverse koren en solisten. Toch zijn sommige delen uit zijn symfonieën ook geschikt voor kamerorkest, omdat Mahler indrukwekkende tuttipassages regelmatig afwisselde met intieme episodes voor veel kleinere bezetting. Het geliefde Adagietto voor strijkers en harp uit zijn Vijfde symfonie is waarschijnlijk het bekendste voorbeeld, maar ook Blumine is uitermate geschikt voor kamerorkest. Mahler schreef deze muziek oorspronkelijk als een liefdesserenade bij maanlicht, onderdeel van de toneelmuziek bij Victor von Scheffels heldendicht Der er von Säckingen.
Later gebruikte hij Blumine als tweede deel van zijn Eerste symfonie, maar na de derde uitvoering in 1894 schrapte hij het hele deel, dat vanaf dat moment niet meer te horen was in deze symfonie. Helaas weten we niet zeker waarom Mahler uiteindelijk koos voor een vierdelige symfonie, zónder Blumine. Pas in 1966 werd dit geschrapte deel herontdekt in de bibliotheek van Yale University, in een manuscript van de oorspronkelijke vijfdelige versie van Mahlers Eerste symfonie. De trompet speelt een hoofdrol in Blumine, maar let ook op de prachtige solo’s van de en de strijkers en op de ongebruikelijke instrumentenparen: bijvoorbeeld een solo voor hobo en de contrabassen, en later voor fluit en de groep.
Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975)
Eerste celloconcert
De Russische componist Dmitri Sjostakovitsj, vooral bekend dankzij zijn indrukwekkende symfonieën en strijkkwartetten, schreef ook twee concerten, beide opgedragen aan zijn goede vriend, de legendarische cellist Mstislav Rostropovitsj (1927-2007). De twee kenden elkaar sinds 1943, toen de zestienjarige Rostropovitsj aan het conservatorium van Moskou ging studeren, maar hun band werd pas echt hecht toen Rostropovitsj in de jaren 1950 Sjostakovitsj’ Cellosonate ging uitvoeren, geregeld met de componist zelf aan de piano. Rostropovitsj droomde ervan ooit een celloconcert van de meester in première te brengen, maar kreeg van Nina, de vrouw van de componist, een kort maar doeltreffend advies: vraag er vooral niet om.
Gelukkig kwam Sjostakovitsj zelf op het idee, en in de zomer van 1959 speelde hij het nieuwe concert voor op de piano, waarna hij – haast verlegen – vroeg of hij het aan Rostropovitsj mocht opdragen. Sjostakovitsj was vervolgens onder de indruk van hoe snel Rostropovitsj de solopartij instudeerde en hoe goed hij de essentie ervan had begrepen. Op 4 oktober 1959 gaf Rostropovitsj in Leningrad de première, met het Filharmonisch Orkest van Leningrad onder leiding van Jevgeni Mravinski. Enkele weken later bracht hij het concert ook naar de Verenigde Staten, voor een uitvoering met het Philadelphia Orchestra. Zeven jaar later, in 1966, droeg Sjostakovitsj ook zijn Tweede celloconcert aan Rostropovitsj op, een aanmerkelijk soberder en introverter werk.
Het Eerste celloconcert in Es groot valt meteen met de deur in huis: de solist opent met een markant openingsmotief van vier noten, dat als rode draad door het hele concert blijft terugkeren. Het zijn de noten d-es-c-b, een persoonlijke muzikale handtekening van de componist: DSCH voor Dmitri SCHostakowitsch (in de Duitse transliteratie). Het eerste deel is doortrokken van ironie, met een dreigende ondertoon en soms hysterische uitspattingen. Groot contrast biedt het e, bijna hymnische en mysterieuze Moderato, met een opvallende partij. Opmerkelijk genoeg volgt daarna (net als in Sjostakovitsj’ Eerste vioolconcert uit 1948) een uitgebreide solocadens als apart deel, die eerder als een bezonken monoloog klinkt dan als vertoon van virtuositeit. Met de inzet van een paar felle en in de strijkers gaat de naadloos over in het triomfantelijke en overweldigende slotdeel.
Ludwig van Beethoven (1770-1827)
Achtste symfonie
Ludwig van Beethoven voltooide zijn Achtste symfonie in F groot in 1812, op een moment dat het leven hem niet meezat. Zijn roem in Wenen was onomstreden, maar de componist worstelde met zijn gehoor, met fysieke klachten en met een somber gemoed. Op advies van zijn artsen bracht hij de zomer van 1812 door in Teplitz, een geliefd kuuroord, waar behalve Beethoven ook de Duitse schrijver en filosoof Johann Wolfgang von Goethe verbleef, en later ook collega’s als Frédéric Chopin en Franz Liszt. In deze omstandigheden schreef de componist een symfonie die opvallend opgewekt van karakter is.
Ludwig van Beethoven voltooide zijn Achtste symfonie op een moment dat het leven hem niet meezat
In tegenstelling tot de heroïsche en monumentale toon van veel van zijn andere symfonieën (zoals zijn Zevende, die hij in hetzelfde jaar had voltooid), toont Beethoven zich hier speels en op sommige momenten verrassend ingetogen. In zijn Achtste symfonie lijkt hij bewust terug te grijpen op de helderheid en elegantie van zijn voorgangers Joseph Haydn en Wolfgang Amadeus Mozart. Deze stijlkeuze werd door het publiek destijds maar matig gewaardeerd, mogelijk omdat men juist grootsheid en dramatiek verwachtte – zeker tijdens de première, op 27 februari 1814, waar de Achtste op hetzelfde programma stond als de Zevende symfonie, die twee maanden eerder al enthousiast was onthaald.
Het eerste deel begint zonder langzame inleiding en zet direct een elegant neer, waarna een energiek deel vol verrassingen volgt. Het tweede deel is beroemd om het achtige in de blazers, dat op een grappige manier steeds wordt verstoord door fortissimo-uitbarstingen van de strijkers. Op andere momenten spelen de violen juist uiterst aantrekkelijke ën die zo uit een van Gioacchino Rossini hadden kunnen komen. Opmerkelijk is het ontbreken van een traditioneel langzaam deel. Na het Allegretto scherzando volgt namelijk een speels en inventief vol nieuwe verrassingen, met een contrasterend gedeelte met opmerkelijke - en klarinetsolo’s begeleid door de groep.
Het slotdeel is een wervelend vol onverwachte en en bijna onspeelbare ’s (snelle herhalingen van één noot) in de strijkerspartijen. Beethovens serene Achtste symfonie, vol humor en inventiviteit, vormt zo niet alleen een opvallend contrast met zijn Zevende, maar ook met het revolutionaire meesterwerk dat hierna nog zou volgen: zijn monumentale Negende symfonie.
Door Noortje Zanen
Biografie
Nederlands Kamerorkest, orkest
Het Nederlands Kamerorkest, dat optreedt in bezettingen van 25 tot 45 musici, verzorgt gemiddeld per seizoen 25 concerten – veelal zonder en onder leiding van concertmeester Gordan Nikolić – op het ‘thuispodium’ van de , zowel in eigen series als binnen de Eigen Programmering van Het Concertgebouw.
Daarnaast treedt het op in vele andere zalen in binnen- en buitenland en speelt het ook op minder gebruikelijke plekken als poppodium Paradiso in Amsterdam en openluchttheater Caprera in Bloemendaal.
In het oprichtingsjaar 1955 gaf het Nederlands Kamerorkest zijn eerste concert in het kader van het Holland Festival. De eerste 22 jaar was de legendarische violist en Szymon Goldberg muzikaal leider, met David Zinman als secondant. Antoni Ros-Marbà leidde het orkest van 1979 tot 1986.
Toen het gezelschap in 1985 organisatorisch opging in de Stichting Nederlands Philharmonisch Orkest werd het begeleiden van producties van De Nationale een van de kerntaken; tegenwoordig worden het Nederlands Kamerorkest en het Nederlands Philharmonisch internationaal gerekend tot de beste operaorkesten.
Veelgeprezen cd’s van het Nederlands Kamerorkest zijn bijvoorbeeld de Mozart-albums met violiste Julia Fischer, pianist Martin Helmchen en violiste Noa Wildschut. Binnen de Eigen Programmering stond het gezelschap voor het laatst in de op 29 augustus 2025, met een programma rondom de Zesde symfonie ‘Pastorale’ van Beethoven met Floris Kortie als verteller.
Gordan Nikolić, viool
Gordan Nikolić is uitgegroeid tot het gezicht van het Nederlands Kamerorkest, dat hij sinds seizoen 2004/2005 op zijn eigen, unieke wijze leidt vanaf de eerste lessenaar. Een programma in de met orkestcollega’s en pianist Ronald Brautigam markeerde in september 2024 zijn twintigjarig jubileum als artistiek leider.
Gordan Nikolić werd geboren in het huidige Servië en leerde het vak bij de Franse violist en Jean-Jacques Kantorow aan de Musikhochschule in Basel.
Daar verdiepte hij zich in de viool, maar werkte hij ook samen met componisten als Lutosławski en Kurtág. In 1989 kreeg hij zijn eerste aanstelling als concertmeester bij het Orchestre d’Auvergne, en van 1997 tot en met 2017 bekleedde hij dezelfde functie bij het London Symphony Orchestra.
Daar werkte hij samen met topen als Colin Davis, Claudio Abbado, Valery Gergiev en Bernard Haitink. De afgelopen jaren was Gordan Nikolić als concertmeester te gast bij onder meer Manchester Camerata, het Antwerp Symphony Orchestra en het Australian Chamber Orchestra. Sinds 2007 heeft hij bovendien de leiding over het in Spanje gevestigde BandArt, een orkest dat inzet op maatschappelijke betrokkenheid.
Naast zijn podiumactiviteiten is de violist docent aan het conservatorium in Parijs, de Hochschule für Musik in Saarbrücken en Codarts in Rotterdam. Hij speelt op een instrument uit 1794 van Lorenzo Storioni.
Truls Mørk, cello
Truls Mørk kreeg zijn eerste lessen van zijn vader en studeerde bij Frans Helmerson, Heinrich Schiff en Natalia Schakowskaya. Hij won onder meer het Tsjaikovski Concours in Moskou (1983) en het Naumberg Concours in New York (1986). Truls Mørk geeft s en soloconcerten over de hele wereld.
Hij is regelmatig te gast bij orkesten als de Berliner en de Münchner Philharmoniker, het London Philharmonic Orchestra, het Oslo Filharmonisch Orkest, de orkesten van New York, Chicago, Cleveland, Boston, Los Angeles en Philadelphia, de Staatskapelle Dresden en het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks in München.
Truls Mørk is een belangrijk pleitbezorger van moderne muziek en speelde wereldpremières van onder anderen Penderecki, Haas en Pintscher. De cellist heeft een indrukwekkende discografie, die hem al meerdere Grammy’s, Gramophone Awards en andere prestigieuze prijzen opleverde. Na een ziekte die hem twee jaar lang het spelen bemoeilijkte maakte hij in 2011 een succesvolle comeback en won hij een ECHO Klassik voor zijn opnamen van werken van C.Ph.E. Bach.
In oktober 2001 debuteerde Truls Mørk bij het Concertgebouw-orkest met het concert van Schumann. Zijn laatste optreden met het Concertgebouworkest was in maart 2014 in Amsterdam en op tournee met Haydns Celloconcert in C groot onder leiding van Mariss Jansons.



