Beethoven! Ronald Brautigam speelt pianosonates (deel 1)

Ronald Brautigam piano

Dit concert maakt deel uit van de serie Beethoven!.
Ronald Brautigam speelt op een kopie naar Conrad Graf, Wenen 1824, uit de collectie van Edwin Beunk.

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Sonate nr. 1 in f kl.t., op. 2 nr. 1 (1793-95)
Allegro
Adagio
Menuetto: Allegretto
Prestissimo

Sonate nr. 6 in F gr.t., op. 10 nr. 2 (1796-97)
Allegro
Allegretto
Presto

Sonate nr. 8 in c kl.t., op. 13 (1797-98)
‘Pathétique’
Grave – Allegro di molto e con brio
Adagio cantabile
Rondo. Allegro

pauze ± 15.10 uur

Sonate nr. 12 in As gr.t., op. 26 (1800-01)
Andante con variazioni
Scherzo: Allegro molto
Marcia funebre sulla morte d’un eroe
Allegro

Sonate nr. 13 in Es gr.t., op. 27 nr. 1 (1801)
‘Quasi una fantasia’
Andante – Allegro – Andante
Allegro molto e vivace
Adagio con espressione – Allegro vivace

Sonate nr. 14 in cis kl.t., op. 27 nr. 2 (1801)
‘Mondschein’
Adagio sostenuto
Allegretto
Presto agitato

einde ± 16.25 uur

Toelichting

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Sonates

Door Jos van der Zanden

Achtste sonate

Tot omstreeks 1802 streefde Ludwig van Beethoven vooral een carrière na als pianist en improvisator. Hij werkte dagelijks aan de vervolmaking van zijn pianistieke vaardigheden. Bedacht op het verzinnen van verrassende klankeffecten, noteerde hij op schetsbladen korte s met vingerzetting, bedoeld om lastige loopjes en sprongen te beheersen, of om ’s, ’s, dubbeltrillers en dynamische schakeringen in de vingers te krijgen. Hij hield de oefeningen strikt privé, want plagiaat lag op de loer: ‘Hier en daar zijn er mensen die daags na mijn s mijn origi-nele vondsten noteren, om dan met mijn veren te gaan pronken’.

Zijn afnemende gehoor maakte een einde aan mooie vooruitzichten als uitvoerend kunstenaar. Even werd overwogen om de oefeningen een plaats te geven in een ‘pianomethode’, een soort leerboek voor pianisten, maar uiteindelijk werden de meeste benut in gepubliceerde muziek, zoals pianosonates (die tot en met 27).

Een voorbeeld van zo’n klank-effect is het machtige openingsakkoord van de Sonate -‘Pathétique’: voor ons klinkt het vanzelfsprekend, maar voor tijdgenoten was zo’n akkoord ongehoord schokkend. Zo’n rauwe hartstocht werd schadelijk geacht voor het gemoed van jongeren – zeker dat van gevoelige jongedames – waardoor menig pianoleraar de muziek verborgen hield voor zijn pupillen. De --finale van de ‘Pathétique’ is wat milder. Opmerkelijk zijn de versierings-nootjes (‘voorslagen’), die Beethoven op de hoofdnoot (en dus niet ervoor) gespeeld wilde hebben – iets wat vaak wordt veronachtzaamd.

Eerste sonate

Ook de aan Joseph Haydn opgedragen in f klein, opus 2 nr. 1 is rijk aan bijzondere effecten. Meteen al in de eerste maten versmaadt Beethoven de traditionele frasering van 8+8 maten ten gunste van een onrustig voortstuwend 8+2+2+2+6. Deze onbalans woekert gedurende het gehele openingsdeel voort, en de luisteraar ervaart iets wat ‘scheef’ zit en moet worden rechtgetrokken (hetgeen ook gebeurt). In het to schrijft Beethoven lastige parallelle kwarten voor, met een eigenzinnige vingerzetting – die vormen ook nu nog voor veel pianisten een struikelblok. De finale is beethoveniaans vurig: brute hamerslagen in de rechterhand vereisen een losse pols en flexibele arm; synchroon klinken (pedaalloze) triolen in de linkerhand, in een zeer snel tempo.

Zesde sonate

Ook in de Sonate in F groot, 10 nr. 2 zocht -Beethoven de grenzen van uitvoeringstradities op. Onze oren zijn er misschien aan gewend, maar de vliegensvlugge gebroken en met ‘ingeslikt’ hoofdaccent (een rust waar een noot wordt verwacht) waren iets ongehoords. Zo ook het hoketus-achtig (razendsnelle afwisseling van de handen), en de fortissimo trillers in de verre diepte van het klavier. Recensenten hadden hun bedenkingen: ‘Met zulke staaltjes virtuositeit weet de componist ons te overdonderen, maar hij raakt niet ons hart, zoals Mozart vroeger deed.’ Ze vonden dat Beethoven flirtte met de grenzen van muzikaal fatsoen, grenzen die Mozart juist had bewaakt.

Twaalfde sonate

In de in As groot, opus 26 verbaast Beethoven de luisteraar door te openen met vijf variaties op een dromerig , met als derde deel ineens een Marcia funebre ‘op de dood van een gestorven held’. Treurmarsen waren destijds en vogue en we hoeven hier dan ook niets programmatisch achter te zoeken, zeker niet iets wat op de componist betrekking zou hebben. Veeleer werd Beethoven aangetrokken door de mogelijke klankeffecten, zoals de suggestie van , de ritmiek van een doodsmotief, of de suggestie van een sombere processie. De wint aan dramatiek juist door die ontspannen variaties waarmee de sonate opent – vast een berekende zet.

Dertiende en Veertiende sonate

Ook bij de twee sonates van opus 27 heeft de luisteraar niet te klagen over opmerkelijke effecten. Natuurlijk is daar in opus 27 nr. 2, later voorzien van de bijnaam ‘Mondschein’, de unieke zangerigheid van het sostenuto-openingsdeel, met expressieve dialogen tussen hoog en laag op het klavier, ingebed in ononderbroken triolenketens. Denk ook aan het laten ‘zwemmen’ van botsende samenklanken, door middel van pedaalvoorschriften. Akkoorden die eigenlijk gescheiden moeten blijven, klinken hier door elkaar heen en de luisteraar wordt gedwongen de ie voor lief te nemen – of beter: deze als een alternatieve ie te beschouwen.

De zustersonate, opus 27 nr. 1 ‘Quasi una fantasia’, omvat een opmerkelijke passage in driekwartsmaat waarbij de rechterhand alleen de tweede tel heeft, en wel staccato. Daardoor ontstaat een ‘jazzy’ effect, honderd jaar voordat het aan de andere kant van de wereld populair zou worden. Elders spelen beide handen eenzelfde ritmisch maar gescheiden door een achtste rust, heel kort. Het gevolg is een gek ‘hinkend’ effect – blijkens schetsboeken oefende Beethoven hier zelf op, het was kennelijk lastig om te spelen.

In vrijwel elke sonate van dit worden dus tot de verbeelding sprekende effecten gerealiseerd, opgespaarde klankexperimenten waarmee Beethoven zelf graag furore had willen maken in de concertzaal, totdat het lot anders beschikte. Al die subtiele weerhaakjes maken zijn muziek onnavolgbaar origineel.

Biografie

Ronald Brautigam, piano

Als leerling van de legendarische Rudolf Serkin heeft Ronald Brautigam zich gevestigd als een autoriteit op het gebied van klassieke en vroeg-romantische componisten, met in zijn discografie onder meer de complete solowerken van Haydn, Mozart en Beethoven, muziek van Kraus en Schubert en kamermuziek met violiste Isabelle van Keulen en cellist Christian Poltéra.

Hij maakte een reconstructie van de orkestpartituur van Beethovens pianoconcert WoO4 en verzorgde een uitgave van de vijf pianoconcerten van Johann Wilhelm Wilms, en van 2011 tot 2024 gaf hij les aan de Musikhochschule Basel.

De Amsterdamse pianist won de Nederlandse Muziekprijs (1984), twee Midem Classical Awards, de Jahrespreis der deutschen Schallplattenkritik 2015, twee Diapasons d’Or de l’Année en vier Edisons (inclusief oeuvreprijs 2024). Zijn 15-delige Beethovensonatereeks op ­fortepiano is volgens BBC Music Magazine een van de beste Beethoven-­cd-cycli ooit. Ronald Brautigam soleerde bij de ­Nederlandse omroeporkesten, het Concertgebouw­orkest (inclusief cd-opnames van Martin, Hindemith en Sjostakovitsj), het London Philharmonic Orchestra, het BBC Philharmonic Orchestra, het ­Budapest Festival Orchestra, het Orchestre National de France, het Gewandhaus­orchester Leipzig en orkesten in Japan, Hongkong, Australië en Amerika.

Op historische instrumenten speelde hij met vele gespecialiseerde ensembles, en in 2009 begon een samenwerking met Die Kölner Akademie die resulteerde in vele gezamenlijke concerten en in opnames van de complete pianoconcerten van Mozart, Beethoven, Mendelssohn, Weber en Wilms. Al sinds 1980 is Ronald ­Brautigam regelmatig in Het Concertgebouw te beluisteren. In de zomer van 2009 speelde hij er alle 32 s van Beethoven, in 2014/2015 vierde hij er zijn zestigste verjaardag met al Beethovens piano­concerten met verschillende orkesten.

Zijn laatste optredens in de waren op 30 januari 2022 een Schubert­ op fortepiano en op 21 september 2024 een programma met Gordan Nikolić en musici van het Nederlands Kamerorkest. In de was hij meest recent te gast in het Derde pianoconcert van Beethoven met het Radio Filharmonisch Orkest in Het Zondagochtend Concert van 29 september 2024; na dat optreden werd Ronald Brautigam verrast met de Concertgebouwpenning.