Beethoven Festival: de Negende symfonie

Orkest van de Achttiende Eeuw
Cappella Amsterdam
VU-Kamerkoor ­instudering Krista Audere

Jonathan Darlington dirigent
Katharine Dain sopraan
Esther Kuiper mezzosopraan
Thomas Walker tenor
André Morsch bariton

Dit concert maakt deel uit van het Beethoven Festival en wordt voorzien van boventiteling.

Lees ook:
- Kunnen we nog begrijpen hoe baanbrekend Beethoven was?
- Wat maakt Beethoven Beethoven?
- Rust er een vloek op de Negende symfonie?
- Waardoor werd Beethoven doof?

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Symfonie nr. 9 in d kl.t., op. 125 (1822-24)
voor orkest, solisten en koor
naar Friedrich Schillers Ode ‘An die Freude’
Allegro ma non troppo e un poco maestoso
Molto vivace – Presto
Adagio molto e cantabile – Andante moderato
Finale: Presto – Allegro assai vivace (alla Marcia) – Andante maestoso – Adagio ma non troppo ma divoto – Allegro energico e sempre ben marcato – Allegro ma non tanto – Presto – Maestoso – Prestissimo

er is geen pauze

einde ± 21.30 uur

Toelichting

Ludwig van Beethoven 1770-1827

Negende symfonie

Door Sabien van Dale

Bij de eerste kennismaking met Friedrich Schillers ­onsterfelijke gedicht An die Freude was Ludwig van Beethoven een optimistische, beginnende kunstenaar die nog aan zijn Eerste symfonie moest beginnen. In 1824 voltooide hij zijn laatste, na jarenlang elke noot in het labyrint van zijn dove hoofd aan zijn innerlijke oor te hebben onderworpen. Naast de lengte, de ongewone vorm, het omvangrijke uitvoeringsapparaat (inclusief groot koor en vier vocale solisten) en de spirituele boodschap van de Negende lijkt de Eerste symfonie haast kinderlijk eenvoudig. Dat deze vergelijking een verraderlijke valkuil is, wordt door Robert Schumann terecht opgemerkt als hij schrijft: ‘Vergeet niet dat hij de poëtische vrijheid bereikte na jaren studiewerk. Zoek niet enkel naar het ongewone. Ga terug naar de bron van de creatie, illustreer zijn genialiteit niet alleen door middel van zijn laatste symfonie (…), je kunt dit evengoed doen aan de hand van zijn Eerste symfonie.’

Essentiële ingrediënten van de mens en de kunstenaar Beethoven, die inderdaad al in zijn eerste symfonische schepping aanwezig zijn, worden in de Negende tot een universele dimensie uitvergroot. Het zoekende, het tastende, dat in de Eerste symfonie nog een speels effect beoogde, wordt in de Negende haast een levensmotto. De eerste maten zijn zonder twijfel het zinnebeeld van die onbestemde spanning. Dan barst het orkest los in hamerende en. Een indrukwekkend stijgt boven de twijfel uit. Ook het tweede thema heeft een voor die tijd ongebruikelijke lengte. Toch lijken de muzikale zinnen onvolledig en klinken ze in korte, verbeten motieven. De opbouw van het openingsdeel is uit brokstukken gebeiteld. De proberen verzachtend tegenwerk te leveren. Pas in de lange sluiten ze zich aan bij de woelige hartstocht en beginnen ze een treurmars die uitmondt in een opstandig slot.

De opbouw van het openingsdeel is uit brokstukken gebeiteld

Het tweede deel, een messcherp , is een uitstekend tegengif voor de strakheid van het voorgaande. Na enkele maten is het voltallige orkest klaar om zich in de strijd te gooien. Daarna begint een vol ritmische verschuivingen en maatwisselingen, steeds driester en baldadiger. De middensectie, een , doet oprechte pogingen om pastorale rust te brengen. Maar de opwinding blijft ook hier doorwerken en wijst al vooruit naar het vreugdethema van de Finale. Het tweede deel eindigt zoals het begon, met een ontembare en slagvaardige vitaliteit.

Fluisterzacht zijn vervolgens de inleidende tonen van het . Naadloos weven de instrumentengroepen een web van vloeiende frasen. De troost van de weemoed groeit in een reeks uitgesponnen variaties. Even lijken de de ingetogen stemming te verstoren, maar de fragiele sfeer van vrede wordt hersteld en het deel eindigt even geruststellend als het begon.

De stormachtige aanloop tot de Finale heeft het effect van een chaotische aansporing. Met een gewichtig zetten de ’s en de bassen het hoofdthema in. De eenvoudige basismelodie wordt vervolgens tot een ingenieuze uitgewerkt. Dit alles is de instrumentale voorbereiding tot de vocale bekroning. Pas wanneer de baritonsolo de uitnodiging tot het koor aanheft – ‘O Freunde, nicht diese Töne!’ – blijkt dat de finale geen gewone finale is, maar een soort symfonisch of koorcantate. Door de vredeshymne aan het slot van de symfonie te plaatsen, worden voor het eerst in de geschiedenis vocale elementen toegevoegd aan het bij uitstek instrumentale genre van de symfonie. Beethoven paste Schillers verzen naar eigen inzicht aan, voegde er een inzet aan toe en verwerkte de strofen tot uitvoerige scènes en refreinen.

De solobariton wordt gevolgd door een vierstemmig koor en later door een solistenkwartet. De koormassa wordt een instrument om de roep tot vrede overtuigend aan de gehele mensheid te richten. Na de instemming van het koor volgt een nieuw op de woorden ‘Seid umschlungen, Millionen’. Meesterlijk is de aansluitende passage waarin een dubbelfuga de thema’s van ‘Seid umschlungen’ en ‘Freude schöner Götterfunken’ combineert. Beethoven varieert steeds verder op hetzelfde idee – onder meer met een vurige militaire van tenor en mannenkoor, een vrome koorepisode, een onstuimige episode en een variatie voor de totale bezetting.

Door deze uitvoerige doorwerking wordt pas stapsgewijs duidelijk dat het hoofdthema in alle voorgaande delen al in verschillende gedaanten aanwezig was, om in de finale naar zijn definitieve vorm te groeien. Dit cyclische principe mag dan door de dynamische vaart en vermenging en samenvatting van de thema’s overspoeld zijn, het vormt de kern van Beethovens houding en wellicht de verklaring voor de tijdloze betekenis die dit werk blijft uitdragen. In 1870 schreef Richard Wagner dat Beethoven de muziek had opgetild ‘tot ver boven de begrippen van de esthetica’ en erin geslaagd was ‘de muziek te verheffen in een eeuwig geldend model voor de hele mensheid’. Wie geeft hem ongelijk? 

Biografie

Cappella Amsterdam, koor

Cappella Amsterdam, opgericht in 1970 door Jan Boeke, staat sinds 1990 onder de artistieke leiding van Daniel Reuss. Al ruim vijftig jaar lang houdt het kamerkoor de rijke koorcanon levend. De repertoirekeuze reikt van middeleeuwse tot de meest complexe hedendaagse koormuziek. 

Het koor schenkt speciale aandacht aan het werk van Nederlandse componisten, variërend van Jan Pieterszoon Sweelinck tot Louis Andriessen, Ton de Leeuw, Robert Heppener en Jan van Vlijmen. De veelzijdigheid van Cappella Amsterdam komt ook tot uitdrukking in samenwerkingen met bijvoorbeeld het Holland Festival, ­Asko|Schönberg, MusikFabrik, de Akademie für Alte ­Musik Berlin, het Amsterdams Andalusisch Orkest en het Koninklijk Concertgebouworkest.

Vaste partner is Nieuw Vocaal Amsterdam, dat jonge zangers van vier tot eenentwintig jaar een klassieke opleiding biedt. De cd’s van Cappella Amsterdam werden meermaals onderscheiden: zo kreeg ­Golgotha van Frank Martin – samen met het Ests Philharmonisch Kamerkoor – een Grammy-nominatie, een Janáček-album een Edison Klassiek en een Diapason d’Or, een Brahms-album een Preis der deutschen Schallplattenkritik en Arvo Pärts Kanon Pokajanen een Edison Klassiek.

Het vorige optreden van Cappella Amsterdam in de Eigen Programmering was in 2023 een kerstconcert met het Nederlands Kamerorkest.

VU-Kamerkoor, koor

Het VU-Kamerkoor telt ruim dertig ambitieuze koorzangers en wordt sinds september 2016 geleid door de jonge Letse Krista Audere; zij volgde Boudewijn Jansen op, die bijna 25 jaar de dirigent was. Het koor zong met Cappella Amsterdam in het Muziekgebouw, trad op bij het Dwarslopersfestival en Klassifest, zong werken van Bach (Magnificat), Händel (Dixit Dominus) en Britten (A Ceremony of Carols) en nam Harmony of the Spheres van Joep Franssens op cd op.

Bij het 50-jarig jubileum in 2018 schreven vier componisten een werk op basis van de toekomstvisioenen van de koorleden.

Het VU-Kamerkoor werkt graag samen met andere muziekgezelschappen; zo voerde het met ensemble Eik en Linde Bachs Matthäus-Passion uit en met 8tet Amsterdam het Requiem van Fauré. Masterclasses werden gevolgd bij ­Philippe Herreweghe, Ton Koopman en Jos van Veldhoven.

In Het Concertgebouw was het ­VU-Kamerkoor eerder bijvoorbeeld te beluisteren in het ­Requiem van Berlioz samen met het Nederlands Concertkoor, het Toonkunstkoor Amsterdam en het Nederlands Philharmonisch Orkest (mei 2014).

Katharine Dain, sopraan

De Nederlands-Amerikaanse sopraan Katharine Dain studeerde aan Harvard ­University, de Guildhall School of ­Music and Drama in Londen en Mannes College of Music in New York. In 2018 debuteerde ze als Konstanze in Mozarts Die Entführung aus dem Serail in Clermont-Ferrand, Avignon, Rouen, Massy en Reims.

Bij De Nationale stond ze in Viviers Kopernikus, en in december 2020 verzorgde ze met het Concertgebouworkest en Antony Hermus de wereldpremière van Notenkrakers’ notulen van Bram Kortekaas. Haar ‘lockdownalbum’ Regards sur l’Infini (Messiaen, Debussy, Delbos, Dutilleux en Saariaho) met pianist Sam Armstrong werd in 2021 bekroond met een Edison voor het beste debuut.

Highlights waren ook een residency bij Tapiola Sinfonietta (2023/2024) en de productie I Have Missed You Forever met Asko|Schönberg voor het Opera Forward Festival 2022. Katharine Dain was te gast op festivals als Wonderfeel, het Holland Festival, het Aldeburgh Festival en het West Cork Chamber Music Festival.

In Het Concertgebouw zong ze eerder bij het Orkest van de Achttiende Eeuw in Beethovens Negende symfonie (2023) en in Mozarts Don Giovanni (2019), Die Zauberflöte/Der Schauspieldirektor (2021) en Così fan tutte (oktober 2022). Ook stond ze in de in 2022 en 2023 in de kerstprogramma’s van het Nederlands Kamer­orkest.

Esther Kuiper, mezzosopraan

Nadat Esther Kuiper aan het Conservatorium van Amsterdam haar master jazz-zang had behaald richtte ze zich op het klassieke repertoire. Als lid van Silber­see specialiseerde ze zich ook in de nieuwste muziek. Ze was laureaat van de Nicola Martinucci Competition (2019), de Dutch Classical Talent Award (2017) en het Internationaal Vocalisten­concours ‘s Hertogenbosch (2014).

De Nederlandse Reisopera engageerde de mezzosopraan voor Sondheims A Little Night Music, De Munt in Brussel voor Mozarts Die Zauberflöte en De Nationale voor Verdi’s Rigoletto. Bij de NTR ZaterdagMatinee stond ze in Wagners Die Walküre, Janáčeks Jenůfa en Kát’a Kabanová, Giordano’s Fedora en Rossini’s L’Italiana in Algeri.

Esther Kuiper soleerde ook in de orkestliederen van Mahler, en beheerst bovendien een uitgebreid repertoire van Bach tot en met Verdi’s Messa da Requiem. Onder de en met wie ze werkte zijn Karina Canellakis, Antonello Manacorda, Riccardo Minasi, Kenneth Montgomery, Raphaël Pichon, Daniel Reuss, Ed Spanjaard, Markus Stenz en Jaap van Zweden.

In Het Concertgebouw debuteerde Esther Kuiper in april 2017 met een lunchconcert en was ze voor het laatst te beluisteren in oktober 2024 in Mozarts Requiem met het Orkest van de Achttiende Eeuw en Cappella Amsterdam.

Thomas Walker, tenor

Thomas Walker, geboren in Glasgow, begon na zijn afstuderen als tubaspeler aan het Royal Conservatoire of Scotland aan een zangstudie bij Ryland Davies aan het Royal College of Music in Londen. Recente highlights uit zijn agenda zijn Monteverdi’s L’incoronazione di Poppea met het Boedapest Festival Orkest onder leiding van Iván Fischer én aan de Staatsoper Unter den Linden in Berlijn, Mozarts Mis in c klein in Bozar in Brussel met Riccardo Minasi, concerten in Londen en Cambridge met de Academy of Ancient Music en een Bach-programma in Wigmore Hall met het Gabrieli Consort en Paul McCreesh.

Met Daniel Reuss en het Ensemble Vocal de Lausanne maakte de tenor opnames van Beethovens Missa solemnis en Honeggers Le roi David. vertolkte Thomas Walker in theaters als de Staatsoper Stuttgart, het Theater an der Wien, De Munt in Brussel, de Opéra National de Paris en het Royal Opera House Covent Garden in Londen. Voor oratoria werd hij uitgenodigd door de ­Innsbrucker Festwochen der Alten Musik, de Gulbenkian Foundation in Lissabon, de BBC Proms en de Ruhr Triennale.

Bij het Orkest van de Achttiende Eeuw soleerde hij eerder als Evangelist in Bachs Johannes-Passion (2017) en afgelopen oktober – onder meer in Het Concertgebouw – in het Requiem van Mozart.

André Morsch, bariton

De Duitse bariton André Morsch studeerde bij Margreet Honig aan het Conservatorium van Amsterdam en is een voormalig lid van William Christie’s Le Jardin des Voix. Hij is winnaar van de Internationale Wettbewerb fur kunst Stuttgart en van de Prix Bernac van de Académie Ravel in Saint-Jean-de-Luz.

Van 2011 tot 2018 maakte de zanger deel uit van het ensemble van de Staatsoper Stuttgart. zong hij ook in de theaters van Basel, Zürich, Genève, Dijon, Nancy, Versailles en Parijs.

Bij De Nationale stond hij in Puccini’s La fanciulla del West, Schrekers Der Schatzgräber en Die Gezeichneten en Enescu’s Oedipe. Als concertzanger musiceerde André Morsch met onder meer het Radio Filharmonisch Orkest, het Nederlands Kamerkoor, Les Arts Florissants, Les Talens Lyriques, Le Poème Harmonique, het Gewandhausorchester Leipzig, het Beethoven­orchester Bonn, het Balthasar Neumann Ensemble, de Akademie für Alte Musik Berlin en het Kioi Hall Chamber Orchestra.

In de gaf hij verschillende keren een , voor het laatst in oktober 2018 met Rosanne van Sandwijk en Julius Drake. In de was hij te beluisteren in Bachs Johannes-­Passion (2017), Brahms’ Ein deutsches Requiem (2018) en Mozarts Don Giovanni (2019), telkens met het Orkest van de Achttiende Eeuw.

Jonathan Darlington, dirigent

Jonathan Darlingtons muzikale opleiding begon op zijn achtste in het koor van Worcester Cathedral en liep uit in een pianostudie aan de Royal Academy of Music in Londen. De Brit vestigde zich in Parijs, waar hij bij Radio France samenwerkte met grootheden als Pierre Boulez, Riccardo Muti en Olivier Messiaen.

Masterclasses door zangers als Elisabeth Schwarzkopf, Hans Hotter en Peter Pears begeleidde hij aan de Britten-Pears School in Aldeburgh.

Zijn directiedebuut volgde in 1984 in het Théâtre des Champs-Elysées in Parijs, toen hij Cavalli’s Ormindo leidde vanachter het klavecimbel. In 1990 nam Myung-whun Chung hem aan als assistent en al snel dirigeerde Jonathan Darlington verschillende producties aan de Opéra de Paris. Na een paar jaar bij de Deutsche Oper am Rhein werd hij in 2002 chef- van zowel de Duisburger Philharmoniker (tot 2011; in de samen te gast in de zomers van 2004 en 2007) als de Vancouver . Aan dit laatste gezelschap is hij momenteel nog als emeritus verbonden, en met ingang van het huidige seizoen is hij daarnaast chef-dirigent van de Nürnberger Symphoniker.

Als gastdirigent werkte Jonathan Darlington met de Wiener Philhamoniker en de Wiener Staatsoper, de Staatskapelle Dresden en de Semperoper, het Konzerthaus Orchester Berlin, de Oper Frankfurt, het Royal Philharmonic Orchestra, het Orchestre de Paris en het ­National Youth Orchestra of Canada. Hij is Fellow van de Royal Academy of Music en Chevalier des Arts et des Lettres en ontving van de stad Duisburg de Mercatorplakette.

Orkest van de Achttiende Eeuw, orkest

Het Orkest van de Achttiende Eeuw verwierf wereldfaam door symfonisch werk uit te voeren op originele instrumenten (of kopieën daarvan) en op een historisch geïnformeerde manier. Het ontstond in 1981 naar een idee van blokfluitist Frans Brüggen, die tot aan zijn dood in 2014 en artistiek leider bleef. Sindsdien werkt het gezelschap met gasten.

De orkestleden spelen internationaal in toonaangevende (kamer)muziek­ensembles en komen een aantal keer per jaar voor een project bij elkaar. De uitgebreide discografie van het Orkest van de Achttiende Eeuw omvat werken van Purcell, J.S. en C.Ph.E. Bach, Rameau, Haydn, Mozart, Beethoven, Schubert, Mendelssohn, Chopin en Weber. Met Daniel Reuss en Cappella Amsterdam nam het orkest Beethovens Missa solemnis en BrahmsEin deutsches Requiem op.

Na een concertante Così fan tutte van Mozart onder leiding van Ed Spanjaard in 2013 volgden in de onder leiding van Kenneth Montgomery Le nozze di Figaro, La clemenza di Tito, Don Giovanni en een bewerking van Die Zauberflöte/ Der Schauspieldirektor. In mei 2023 verzorgde het orkest in Het Concertgebouw een driedaags Beethoven Festival, in oktober 2023 bracht het opnieuw, nu onder leiding van Manoj Kamps, een productie van Così fan tutte, en in oktober 2024 kwam het met een Mozart-programma met onder meer het Requiem samen met Cappella Amsterdam.