Beethoven Festival: Alena Baeva speelt het Vioolconcert
Orkest van de Achttiende Eeuw
Alexander Janiczek viool/leiding
Alena Baeva viool
Dit concert maakt deel uit van het Beethoven Festival.
Lees ook:
- Alena Baeva: 'Ik kon er niet van afblijven'
- Hoe zit Beethovens Eerste symfonie in elkaar?
- Zo begonnen componisten aan hun Eerste symfonie
- Wat maakt Beethoven Beethoven?
Ludwig van Beethoven (1770-1827)
Ouverture uit ‘Die Geschöpfe des Prometheus’, op. 43 (1800)
Symfonie nr. 1 in C gr.t., op. 21 (1800)
Adagio molto – Allegro con brio
Andante cantabile con moto
Menuetto: Allegro molto e vivace
Adagio – Allegro molto e vivace
pauze ± 20.50 uur
Vioolconcert in D gr.t., op. 61 (1806)
Allegro ma non troppo
Larghetto
Rondo: Allegro
einde ± 22.00 uur
Toelichting
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Die Geschöpfe des Prometheus
Door Martijn Voorvelt
De mythe over Prometheus vormt het onderwerp van de muziek die Ludwig van Beethoven schreef voor een ballet van Salvatore Viganò, choreograaf en danser aan het Weense hof. Omdat keizerin Maria Theresia (niet de bekende, maar de echtgenote van Frans II) als toeschouwer aanwezig zou zijn in het Hofburg Theater, koos Viganò voor een ‘heroïsch-allegorisch’ onderwerp.
Een kolfje naar de hand van de revolutionaire humanist Beethoven, die grote bewondering koesterde voor helden die zich inzetten voor bevrijding en verheffing van de mensheid (zie ook latere werken als zijn aanvankelijk aan Napoleon opgedragen Derde symfonie ‘Eroica’ en de Fidelio). In het programma bij de première in 1801 werd Prometheus beschreven als ‘een verheven geest die, van mening dat de mens van zijn tijd in een toestand van onwetendheid verkeert, hem beschaving brengt door middel van kunst en kennis en wetten voor goed gedrag’.
Het ballet was een succes en met name de ouverture werd al snel een van Beethovens meest uitgevoerde werken. Na de langzame opening met krachtige openingsakkoorden volgt een e en een energiek, sprankelend .
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Beethoven: Vioolconcert
Door Frits de Haen
Ludwig van Beethoven liet weinig werken voor viool en orkest na: een vroeg vioolconcert maakte hij waarschijnlijk nooit af en verder schreef hij kortere werken (twee Romanzen), of werken voor viool in combinatie met andere soloinstrumenten (het Tripelconcert).
Toch moet Beethovens enige volwaardige vioolconcert in korte tijd zijn voltooid. Het was bestemd voor Franz Clement (1780-1842). Deze tien jaar jongere tijdgenoot had als wonderkind overal triomfen gevierd. Toen de violist als veertienjarige een concertreis ondernam naar Londen en Oxford, schreef Beethoven hem: ‘Beste Clement, ga door op de weg die je tot nog toe zo overtuigend en glorieus bewandeld hebt. Natuur en kunst wedijveren om jou tot een van de grootste artiesten te maken. Volg ze beide en je hoeft niet bang te zijn dat je mislukt in het bereiken van het hoge, het hoogste doel dat een artiest op aarde kan ambiëren. Wees gelukkig, dierbare jonge vriend, en kom spoedig terug opdat ik je verrukkelijke en uitstekende spel weer mag horen.’
Clement keerde inderdaad terug; vanaf 1802 werkte hij als in het Weense Theater an der Wien. Hoewel Beethoven zijn Vioolconcert in D groot later opdroeg aan zijn jeugdvriend Stephan von Breuning, betitelde hij het oorspronkelijk als ‘Concerto per la Clemenza pour Clement, primo violino e direttore al theatro a Vienne dal L. v. Bthvn, 1806’.
Bij de première dwong Clement niet alleen respect af door het concert nagenoeg à prima vista te spelen (dat moest ook wel, de inkt was nog nat), maar ook door de huzarenstukjes die hij uithaalde: hij nam de vrijheid een van zijn eigen hand te spelen tussen het eerste en tweede deel van Beethovens concert en deed dat ‘mit umggekehrter Violine’.
De reacties waren zuinig: de Wiener Theaterzeitung erkende dat het publiek het Vioolconcert ‘omwille van zijn originaliteit en veelvuldige mooie passages’ verwelkomde met buitengewone bijval, maar tekende wel aan dat naar het oordeel van kenners ‘de gehele samenhang vaak helemaal ontbrak en de eindeloze herhalingen van enkele triviale fragmenten gemakkelijk vermoeien kon’.
Het heeft inderdaad een tijdje geduurd voordat iedereen overtuigd raakte van de kwaliteiten van het Vioolconcert. Ondanks incidentele uitvoeringen zou pas jaren later een ander wonderkind de aanzet geven tot een hernieuwde belangstelling: in 1844 speelde de dertienjarige Joseph Joachim het concert onder Felix Mendelssohn. Joachim hield het op zijn repertoire (hij voerde het ook onder Robert Schumann uit) en lijfde Beethovens Vioolconcert daarmee definitief in het ijzeren repertoire in.
Met Franz Clement liep het minder goed af: na allerlei tournees stierf hij in 1842 in behoeftige omstandigheden.
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Eerste symfonie
Door Sabien van Dale
De première van de Eerste symfonie van Ludwig van Beethoven vond plaats in het Weense Hofburg Theater, op 2 april 1800. Het lijvige concertprogramma omvatte ook zijn Septet, het Eerste (of het Tweede) pianoconcert, een symfonie van Mozart en uittreksels uit Die Schöpfung of Die Jahreszeiten van Haydn. Die dag markeerde Beethovens officiële Weense debuut. Meer nog, het was de lente van een nieuwe eeuw. De grondsteen was gelegd voor een symfonisch oeuvre in negen hoofdstukken dat vele generaties na Beethoven indringend zou beïnvloeden.
De Eerste symfonie was opgedragen aan Baron Gottfried van Swieten, directeur van de keizerlijke bibliotheek en vriend en beschermheer van Wolfgang Amadeus Mozart en Joseph Haydn. Dat deze illustere klassieke meesters de jonge Beethoven tot voorbeeld hadden gediend, valt niet te betwisten. De onbelemmerde dansante lichtheid van zijn eersteling valt amper te vergelijken met de onrust en temperamentvolle drang van zijn latere werken. Toch draagt deze vroege symfonie al de kiemen van een ommezwaai in de uitdrukkingsmogelijkheden van de orkestrale muziek. Opvallend zijn de veelvuldige sforzandi (expressieve en), de rol van de blazers en de voor die tijd vooruitstrevende, rijk geschakeerde tempoverdeling. Naar het voorbeeld van Haydn laat Beethoven het eerste deel door een langzame inleiding voorafgaan. Eigenzinnig geeft het openingsakkoord de verkeerde tonaliteit aan. Wanneer de dwalende strijkers zich een weg hebben gezocht en zich oplossen in C groot, krijgt een zonnig vrij spel. De ’s zijn helder en bevallig. In de ontwikkeling – met name het telkens overnemen van de door hobo en fluit – spreekt al onloochenbaar Beethovens individuele toets.
Het Andante is van een hoffelijkheid waarop Haydn trots zou zijn geweest
Het is van een hoffelijkheid waarop Haydn trots zou zijn geweest. Ook hier laat Beethoven zijn dramatische stem opmerken door het middengedeelte te verstoren met felle slagen en gedurfde sprongen. Tegen alle toenmalige gebruiken in wordt de complete orkestbezetting ingezet en is bovendien de aanduiding voor dit trage deel eigenlijk helemaal niet langzaam.
Het to dient zó snel te worden gespeeld dat het feitelijk een wordt, een benaming die Beethoven later systematisch zou toepassen. In plaats van nieuw thematisch materiaal zijn opnieuw gebruikte toonladdermotieven en en uit het eerste deel de voornaamste bouwstenen van dit sterk ritmische spel.
Talmend heeft de Finale enkele valse starts nodig vooraleer het opklimmende toonladdermotief volledig klaar is om het Allegro molto e binnen te snellen. De aanloop tot een dartel , vol humor en zonder spanningen.
Biografie
Orkest van de Achttiende Eeuw, orkest
Het Orkest van de Achttiende Eeuw verwierf wereldfaam door symfonisch werk uit te voeren op originele instrumenten (of kopieën daarvan) en op een historisch geïnformeerde manier. Het ontstond in 1981 naar een idee van blokfluitist Frans Brüggen, die tot aan zijn dood in 2014 en artistiek leider bleef. Sindsdien werkt het gezelschap met gasten.
De orkestleden spelen internationaal in toonaangevende (kamer)muziekensembles en komen een aantal keer per jaar voor een project bij elkaar. De uitgebreide discografie van het Orkest van de Achttiende Eeuw omvat werken van Purcell, J.S. en C.Ph.E. Bach, Rameau, Haydn, Mozart, Beethoven, Schubert, Mendelssohn, Chopin en Weber. Met Daniel Reuss en Cappella Amsterdam nam het orkest Beethovens Missa solemnis en Brahms’ Ein deutsches Requiem op.
Na een concertante Così fan tutte van Mozart onder leiding van Ed Spanjaard in 2013 volgden in de onder leiding van Kenneth Montgomery Le nozze di Figaro, La clemenza di Tito, Don Giovanni en een bewerking van Die Zauberflöte/ Der Schauspieldirektor. In mei 2023 verzorgde het orkest in Het Concertgebouw een driedaags Beethoven Festival, in oktober 2023 bracht het opnieuw, nu onder leiding van Manoj Kamps, een productie van Così fan tutte, en in oktober 2024 kwam het met een Mozart-programma met onder meer het Requiem samen met Cappella Amsterdam.
Alexander Janiczek, viool/leiding
Alexander Janiczek, concertmeester van het Orkest van de Achttiende Eeuw, werd geboren in Salzburg in een muzikale Pools-Tsjechische familie. Al jong begon hij aan zijn muzikale opleiding bij Helmuth Zehetmair aan het Mozarteum.
Masterclasses volgde hij bij Max Rostal, Nathan Milstein, Ruggiero Ricci en Dorothy DeLay.
Zijn leraar Sándor Végh benoemde hem tot concertmeester van zijn Camerata Salzburg. Alexander Janiczek soleerde er onder meer tijdens de Salzburger Festspiele met Végh als , en hij leidde het gezelschap ook geregeld vanaf de eerste lessenaar. Al gauw werd hij ook uitgenodigd door andere orkesten: hij tourde met het Chamber Orchestra of Europe in Europa en Azië, was associate artist van het Scottish Chamber Orchestra en werkte met Colin Davis en het London Symphony Orchestra. Kamermuziek speelde hij met onder anderen Thomas Adès, Yuri Bashmet, András Schiff en Mitsuko Uchida.
Met zijn vaste pianist Llŷr Williams debuteerde hij in 2011 in Wigmore Hall in Londen en bracht hij s van Beethoven en Brahms uit op cd. Alexander Janiczek bespeelt de ex-‘Sorkin’-Guarneri del Gesù (Cremona 1731). Hij geeft les aan onder meer de Guildhall School of Music and Drama in Londen.
Alena Baeva, viool
Na haar opleiding aan het Tsjaikovski Staatsconservatorium in Moskou studeerde Alena Baeva in Frankrijk bij Mstislav Rostropovitsj en Boris Garlitsky, in Zwitserland bij Seiji Ozawa en in Israël bij Shlomo Mintz.
In 2001 won ze – op haar zestiende – de Henryk Wieniawski Competition, in 2004 de Niccolò Paganini Competition en in 2007 de Sendai International Violin Competition.
Actuele highlights zijn debuten bij Ensemble Resonanz, de New York Philharmonic en het Hong Kong Philharmonic Orchestra, en hernieuwde samenwerkingen met het Royal Philharmonic Orchestra en het Tonkünstler-Orchester Zürich. Met Paavo Järvi heeft de violiste een bijzondere artistieke band en ze werkte met hem bij onder meer het Estonian Festival Orchestra en het NHK Symphony Orchestra Tokyo. Onder leiding van Vladimir Jurowski nam ze Tsjaikovski’s Vioolconcert op met het London Philharmonic Orchestra.
Alena Baeva heeft meer dan veertig soloconcerten op haar repertoire, waaronder minder bekende van bijvoorbeeld Bacewicz, Karaev en Karłowicz. Kamermuziek speelt ze met Martha Argerich, Steven Isserlis, Misha Maisky, Lawrence Power, Yeol-Eum Son en met haar vaste duopartner: de Oekraïense pianist Vadym Kholodenko. In Het Concertgebouw was Alena Baeva voor het laatst te beluisteren met de philharmonie zuidnederland (oktober 2021). Onder haar eerdere engagementen bij het Orkest van de Achttiende Eeuw is de cd-opname van het Tweede vioolconcert van Wieniawski (2022), cd van de maand bij het BBC Music Magazine. Alena Baeva bespeelt de ‘ex-William Kroll’-Guarneri del Gesù uit 1738.



