Beethoven en strauss door het concertgebouworkest
Semyon Bychkov dirigent
Jean-Yves Thibaudet piano
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Vijfde pianoconcert nr. 5 in Es gr.t., op. 73 (1809)
‘Kaiser’
Allegro
Adagio un poco mosso
Rondo: Allegro
pauze
Richard Strauss 1864-1949
Ein Heldenleben, op. 40 (1898)
symfonisch gedicht voor groot orkest
Der Held – Des Helden Widersacher – Des Helden Gefährtin – Des Helden Walstatt – Des Helden Friedenswerke – Des Helden Weltflucht und Vollendung
vioolsolo: Vesko Eschkenazy
Dit programma maakt deel uit van Serie E
Toelichting
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Vijfde pianoconcert
Beethovens Vijfde pianoconcert was ondanks de bijnaam ‘Kaiser’ niet opgedragen aan een keizer maar aan aartshertog Rudolph van Oostenrijk, leerling, vriend en beschermheer van de componist, en bovendien een uitstekende pianist. Het epitheton ‘Kaiser’ is niet van Beethoven afkomstig. De in aanmerking komende keizer Napoleon had voor Beethoven inmiddels volledig afgedaan, zeker nu hij met zijn troepen voor de poorten van Wenen stond.
Maar het pianoconcert heeft wel keizerlijke allure. Het is imposant en groots van opzet. Orkest en piano starten vrijwel gelijktijdig. Een dramatisch intro van drie orkestakkoorden, elk gevolgd door een briljante solocadens van de pianist, een waterval van pianistische arabesken, opent het lange eerste deel. Dan begint de orkestexpositie. Twee contrasterende ’s wisselen elkaar af, het een martiaal en uitbundig, het andere intiemer, mysterieus, soms droevig. Een volkomen tegenwicht vormt het tweede deel, met zijn meditatieve strijkersmelodie, volgens Carl Czerny gebaseerd op een Oostenrijke pelgrimshymne.
In een dialoog tussen strijkers en pianist keert de enkele malen terug. Bijna zonder overgang voert het einde van het naar de finale, met een thema dat zacht en langzaam nadert en uitbarst in een jubelend slotdeel, uitmondend in een ultrakorte, briljante . In april 1809 voltooide Beethoven het pianoconcert te midden van de oorlogsonrust. Op 11 mei werd Wenen door het Franse leger gebombardeerd en ingenomen.
Beethoven vluchtte voor het kanongebulder de kelder in en beschermde zijn oren met een kussen tegen het kabaal. ‘Niets dan trommels, kanonnen en ellende in allerlei vormen’, schreef hij. Het ‘Kaiserkonzert’, opgedragen aan zijn vorstelijke leerling aartshertog Rudolph, werd voor het eerst uitgevoerd in 1811, niet in Wenen maar in Leipzig.
Richard Strauss (1864-1949)
Ein Heldenleben
Door Aad van der Ven
Voordat Willem Mengelberg zich overgaf aan de symfonieën van Gustav Mahler was onder diens tijdgenoten Richard Strauss duidelijk zijn favoriet. Tussen 1896 en 1903 zien we op de programma’s van het Concertgebouworkest niet minder dan twaalf titels van deze componist staan. Strauss zelf dirigeerde het Amsterdamse orkest voor het eerst in 1897. De drieëndertigjarige componist was zo onder de indruk van de uitvoering van Tod und Verklärung dat hij beloofde zijn volgende grote orkestwerk aan het nog jonge Amsterdamse orkest op te dragen. Dat zou Ein Heldenleben worden, waarmee het Amsterdamse publiek in 1899 zou kennismaken.
Strauss had sinds Tod und Verklärung drie andere ‘Tondichtungen’ gecomponeerd: Also sprach Zarathustra, Till Eulenspiegel en Don Quixote. Aan de Gustav Kogel schreef hij: ‘Ik zie een zo duidelijke lijn tussen Don Quixote en Ein Heldenleben dat speciaal Don Quixote pas volledig begrepen kan worden wanneer dat werk naast Ein Heldenleben wordt gelegd.’
Wie is de held in Ein Heldenleben en wat gebeurt er met hem? De opschriften van de delen en de door de componist erbij geschreven notities suggereren dat het hier om een miskend genie gaat. Halverwege het symfonisch gedicht kruisen onbetekenende tegenstanders – de met schrille blazers karikaturaal afgeschilderde muziekcritici – zijn pad. Hij weert zich manhaftig in alle conflicten – militante strijdmuziek – met degenen die hem niet begrijpen. Na deze ervaringen staat hij, met een meelevende echtgenote aan zijn zijde, gelouterd in het leven. Een muzikale terugblik voert ons door middel van talrijke citaten langs zijn vroegere werken. In het slotdeel vindt de held de eeuwige rust.
Is Ein Heldenleben een egodocument? Aan de Franse auteur Romain Rolland schreef Strauss: ‘U hoeft mijn programma niet te lezen. Het is voldoende te weten dat het een held beschrijft die in gevecht met zijn vijanden is.’ De denkbeeldige verbinding met Don Quixote waarop de componist zinspeelde geeft te denken. Bekend is dat Strauss een enigszins robuuste Beierse humor bezat. Van een zekere kleinburgerlijkheid kan hij niet worden vrijgepleit. Kan zo iemand van megalomanie worden beschuldigd? Mocht de hier uitgebeelde held in de visie van de componist toch Richard Strauss heten, dan vertoont de uitgebreide, elegante en grillige vioolsolo, die in Des Helden Gefährtin de meest e bladzijden van de beslaat, eerder de trekken van zijn echtgenote Pauline de Ahna, zo heeft ook de componist toegegeven. Bekend is dat deze generaalsdochter in huize Strauss op niet mis te verstane wijze de dienst uitmaakte. Zo beschouwd is de held uit Ein Heldenleben een heldin.
Biografie
Semyon Bychkov, dirigent
Semyon Bychkov is sinds 2018 chef- van het Tsjechisch Philharmonisch Orkest, waarmee hij onder meer werkt aan een complete Mahler-cyclus. Hij was in Leningrad leerling van Ilya Musin, emigreerde als twintiger naar de Verenigde Staten en vestigde zich in de jaren 1980 in Europa.
Hij maakte naam als music director van het Grand Rapids Symphony Orchestra en het Buffalo Philharmonic Orchestra en werd chef-dirigent van het Orchestre de Paris (1989), het WDR Sinfonieorchester Köln (1997) en de Semperoper in Dresden (1998).
Als gastdirigent staat Semyon Bychkov voor de Wiener, de Berliner en de Münchner Philharmoniker, het Gewandhausorchester Leipzig, en de en van New York, Chicago en Los Angeles. Bij het Concertgebouworkest is hij al sinds 1984 regelmatig te gast. De laatste keer dat hij het orkest leidde was in april 2025 met Sjostakovitsj’ Zevende symfonie, ‘Leningrad’.
De werkte met hedendaagse componisten als Bryce Dessner, Detlev Glanert, Thierry Escaich en Thomas Larcher. is voor hem ook een belangrijk werkveld: er waren talloze engagementen bij de Royal Opera Covent Garden (debuut 2003), de Metropolitan Opera in New York, de Opéra de Paris, de Staatsoper Wien, de Scala in Milaan, het Teatro Real in Madrid, de Salzburger Festspiele en het Bayreuth Festival.
Semyon Bychkov bekleedt ereposities bij de Royal Academy of Music in Londen en het BBC Symphony Orchestra. Dirigent van het jaar werd hij in 2015 bij de International Opera Awards en in 2022 bij Musical America.
Jean-Yves Thibaudet, piano
Het repertoire van de uit Lyon afkomstige pianist Jean-Yves Thibaudet reikt van Beethoven tot MacMillan, van jazz tot . Al op zijn twaalfde ging hij studeren aan het conservatorium in Parijs bij Aldo Ciccolini en Lucette Davis. Drie jaar later won hij de Premier Prix du Conservatoire en weer drie jaar later, in 1981, de Young Concert Artists International Auditions in New York.
In korte tijd debuteerde de pianist op de gerenommeerde podia van de Verenigde Staten, Europa en Azië en sindsdien treedt hij wereldwijd op; zowel met de grote orkesten als solo en in kamermuziek. Zijn catalogus van meer dan vijftig cd’s leverde hem onder meer twee Grammy-nominaties, een Preis der deutschen Schallplattenkritik, een Diapason d’Or, een Choc du Monde de la Musique, een Edison en meerdere Gramophone Awards op, en zijn pianospel is te horen op de soundtracks van onder meer The French Dispatch, Pride and Prejudice en Atonement.
Jean-Yves Thibaudet is verbonden aan de Colburn School in Los Angeles, en samen met cellist Gautier Capuçon is hij artistiek leider van het Festival Musique & Vin in Clos de Vougeot. In 2001 werd hij benoemd tot Chevalier de l’Ordre des Arts et des Lettres en in 2012 promoveerde hij tot Officier. Sinds 2010 prijkt zijn naam in de Hollywood Bowl Hall of Fame. De vorige optredens van Jean-Yves Thibaudet in de waren in april (Chatsjatoerjan onder Paavo Järvi) en september (Saint-Saëns onder Klaus Mäkelä) met het Concertgebouworkest, waar hij in 1988 debuteerde en in 2015/2016 artist in residence was.
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest



