Beethoven 2020: Hagen Quartett

Hagen Quartett:
Lukas Hagen viool
Rainer Schmidt viool
Veronika Hagen altviool
Clemens Hagen cello

BEETHOVEN 2020

Het concert heeft geen pauze 

Dit concert wordt mede mogelijk gemaakt door Evi

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Strijkkwartet in d kl.t.,
KV 421 (1783)
Allegro
Andante
Menuetto: Allegretto – Trio
Allegretto ma non troppo

Ludwig van Beethoven 1770-1827

Strijkkwartet in cis kl.t., op. 131 (1826)
Adagio ma non troppo e molto espressivo
Allegro molto vivace
Allegro moderato – Adagio – Più vivace
Andante ma non troppo e molto cantabile
Presto
Adagio quasi un poco andante
Allegro

Toelichting

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Mozart: Strijkkwartet in d klein

Door Olga de Kort

Vele tientallen composities van Wolfgang Amadeus Mozart zijn bij een groot publiek bekend geworden. Het Strijkkwartet in d klein is geen uitzondering. Met zijn rijke uitvoeringsgeschiedenis – ruim 235 jaar – en meer dan honderd jaar aan opnamegeschiedenis, heeft dit aan Joseph Haydn opgedragen kwartet alle recht om als ‘een van Mozarts meest beroemde werken’ te boek staan.

Voordat hij aan zijn Haydn-kwartetten begon, had Mozart al zestien kwartetten geschreven. De nieuwe set van zes kwartetten ontstond in 1782-85, samen met nog 150 andere muziekstukken waaronder kamermuziek voor blazers en strijkers. Het was een bewogen periode in Mozarts leven waarin hij met zijn jonge gezin uit alle macht in Wenen probeerde te overleven en zijn compositorische ambities trachtte waar te maken.

  • Wolfgang Amadeus Mozart
  • Wolfgang Amadeus Mozart

Hoewel hij voor zijn inkomen afhankelijk was van opdrachten, schreef Mozart zijn Strijkkwartet in d klein voor zijn eigen plezier, met geen enkele mecenas op het oog. Niet iedereen kon de vrije vlucht van Mozarts fantasie waarderen. De Italiaanse componist Giuseppe Sarti betreurde bijvoorbeeld het gebrek aan conventies zoals ‘lenprincipes en de Pythagoreïsche stemming’.

Toch week Mozart pas in het slotdeel echt af van de traditie. Na de gebruikelijke in het eerste deel, een langzaam tweede deel en het en als derde, verving hij het klassieke slotrondo door een met variaties. Bovendien gaf hij deze keer de voorkeur aan de voor hem vrij ongebruikelijke d klein. Van Mozarts meer dan 600 composities zijn er slechts veertien in die toonsoort. Volgens Mozart-specialisten hebben ze allemaal iets met lotsbestemming, revanche, tragedie en dood te maken. Joseph Haydn, die de eerste uitvoering hoogstpersoonlijk bijwoonde, was in ieder geval heel gelukkig met ‘zijn’ kwartet en vond de lotsbestemmingsproblematiek en een beetje geen bezwaar.

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Veertiende strijkkwartet

Door Noortje Zanen

Ludwig van Beethoven noemde het Strijkkwartet in cis klein, 131 zijn beste strijkkwartet en zijn collega’s waren het daarmee eens. ‘Een grootsheid die met woorden niet is uit te drukken’, zei Robert Schumann. ‘Wat kun je hierna nog componeren?’ vroeg Franz Schubert zich af. ‘Het verklankt de triestheid van de wereld’, verzuchtte Richard Wagner, en hem gaf het de inspiratie voor zijn Tristan und Isolde. Het Veertiende strijkkwartet behoort tot de vijf strijkkwartetten die Beethoven tijdens zijn laatste levensjaren schreef. Destijds werden deze werken lang niet allemaal enthousiast ontvangen, het publiek was in verwarring en begreep het uiterst moderne idioom niet goed. Eigenlijk is dat tot op de dag van vandaag niet echt veranderd. Zelfs de best geïnformeerde beroepsmusici hebben veel tijd nodig voordat ze Beethovens late strijkkwartetten enigszins kunnen doorgronden. Dat ze zeer complex zijn, zal ieder ensemble dat zich aan dit repertoire waagt beamen.

  • Ludwig van Beethoven

Alleen al over de eerste paar maten van het Veertiende strijkkwartet verschillen musici vaak van mening. De eerste violist speelt de eerste twaalf noten in zijn eentje, op het eerste gezicht een eenvoudige met een eenvoudig . Maar zelfs deze openingszin roept dikwijls lastige discussies op. Hoe dien je bijvoorbeeld het sforzando op de vijfde noot te articuleren en wat is het beste tempo? Deze dilemma’s worden zeer illustratief beschreven door de primarius van het Takács Quartet, Edward Dusinberre, in zijn boek Beethoven for a Later Age, the Journey of a String Quartet. Zijn collega’s kwamen met tegenstrijdige adviezen over de openingsmaten voor de eerste viool, variërend van ‘dat klinkt veel te agressief, kun je het iets expressiever proberen te spelen’ en ‘nu klinkt het veel te gemakkelijk, het is niet pijnlijk genoeg’ tot ‘als je het zo langzaam speelt dan zit er geen lijn meer in, dit is immers nog maar het begin van een lang verhaal’ en ‘nu is het tempo juist te vloeiend, probeer het iets rustiger, met innerlijke ernst’.

Beethoven heeft overigens wel enige moeite gedaan om zijn vernieuwende muzikale ideeën voor te leggen aan musici zoals Karl Holz, tweede violist van het vermaarde Schuppanzigh Kwartet dat alle vijf late strijkkwartetten van Beethoven in première heeft gebracht. Naar aanleiding van het Veertiende strijkkwartet ontspon zich een levendige discussie of de zeven delen zonder onderbreking na elkaar dienden te worden gespeeld. Beethoven was daar uitdrukkelijk vóór. Holz’ tegenargumenten waren: ‘Dan kunnen we geen delen herhalen’ of ‘wanneer moeten we dan bijstemmen’ of ‘we moeten dan over betrouwbare snaren beschikken’ en ‘wanneer moeten de mensen dan onderling commentaar geven’. Beethoven bleef bij zijn eerste idee, maar dat neemt niet weg dat hij de moeite heeft gedaan zijn concept bij Holz te toetsen. De zeven delen van dit strijkkwartet glijden zó geolied in elkaar over dat de luisteraar ze niet meer als afzonderlijke entiteiten ervaart.

In de woorden van Dusinberre: ‘De contrasten en bewegingen tussen de delen zijn nauwelijks nog te onderscheiden van die binnen de delen. Op die manier ontstaat een uitgekiend spel van elkaar overlappende lange en korte golven dat tegelijkertijd doelgericht en doelloos overkomt. Daardoor klinkt dit kwartet als een veertig minuten durende , die echter nergens de indruk wekt willekeurig te zijn.’

Biografie

Hagen Kwartet

Het Hagen Quartett kreeg in 2019 de Concertgebouw Prijs en maakte zijn -debuut in januari 1984. In seizoen 2020/2021 vierde het ensemble – twee broers en een zus uit Salzburg, sinds 1987 aangevuld met de Duitse violist Rainer Schmidt – zijn veertigjarig jubileum.

Het Hagen ­Quartett is sinds 2012 erelid van het Wiener Konzerthaus en is vaste gast van de bekende zalen van Berlijn, Hamburg, Londen, Barcelona, Madrid, Parijs en Brussel, en van onder meer de Salzburger Festspiele, het Lucerne Festival en de Schubertiade Schwarzenberg.

De musici tourden in Azië en treden geregeld op in de Verenigde Staten. Ze musiceerden met tal van bekende collega’s, onder wie de pianisten Maurizio Pollini, ­Mitsuko Uchida en Krystian Zimerman, en componisten onder wie György Kurtág droegen nieuwe muziek aan hen op.

In het lopende seizoen ligt de focus op Haydn, Robert Schumann, Janáček en Brahms, en staan klarinetkwintetten van Mozart en Brahms met Sabine Meyer en Jörg Widmann in de agenda alsmede Schubert­programma’s met de cellisten Julia Hagen (dochter van kwartetlid ­Clemens Hagen) en Gautier Capuçon.

Het Hagen Quartett verzorgt internationale masterclasses, geeft les aan de ­Musikhochschule in Basel en het Mozarteum in Salzburg en bouwde een discografie op van meer dan vijftig titels. In 2020 verscheen een album met de ­klarinetkwintetten van Mozart en Jörg Widmann met deze laatste als solist, en met pianist Kirill Gerstein maakte het kwartet recentelijk een Brahms-album.

In oktober 2020 speelde het Hagen ­Quartett voor een klein publiek in de , en in april 2023 keerde het terug in de met werken van Sjostakovitsj en Mozart.