Beatrice Rana & Amsterdam Sinfonietta in Bach en Bridge
Amsterdam Sinfonietta
Candida Thompson viool/leiding
Beatrice Rana piano
Dit concert maakt deel uit van de serie Klassieke Meesterwerken.
Carl Philipp Emanuel Bach (1714-1788)
Symfonie in E gr.t., Wq. 182/6 (1773)
Allegro di molto
Poco andante
Allegro spirituoso
Frank Bridge (1879-1941)
Lament, H. 117 (1915)
Johann Sebastian Bach (1685-1750)
Concert in E gr.t., BWV 1053 (1738)
Allegro
Siciliano
Allegro
pauze ± 20.55 uur
Johann Sebastian Bach
Concert in D gr.t., BWV 1054 (1738)
Allegro
Adagio e piano sempre
Allegro
William Walton (1902-1983)
Sonata (1971-72)
Allegro
Presto
Lento
Allegro molto
einde ± 22.10 uur
Toelichting
Carl Philipp Emanuel Bach (1714-1788)
C. Ph.E. Bach: Emancipatie van een vrije geest
Door Clemens Romijn
‘Omdat ik de meeste van mijn werken voor bepaalde mensen en voor het publiek heb moeten componeren, ben ik daar altijd meer beperkt geweest dan in de weinige stukken die ik alleen voor mezelf heb gemaakt. Ik heb zelfs soms belachelijke regels moeten volgen.’
Dat zijn woorden uit de autobiografie die Carl Philipp Emanuel Bach schreef in zijn woonplaats Hamburg in 1773. Daar was hij vijf jaar eerder neergestreken als Musikdirector van de vijf hoofdkerken, als opvolger van zijn peetoom Georg Philipp Telemann, een goede vriend van Bach senior.
‘Met bepaalde mensen’ bedoelde hij de Pruisische koning Frederik de Grote bij wie hij bijna dertig jaar in dienst was geweest als hofklavecinist. Doordat de fluit spelende ‘verlichte’ vorst steeds meer werd opgeslokt door oorlogen die hij zelf ontketende, stagneerde het culturele leven aan zijn hof in Berlijn en Potsdam. Vandaar dat Carl Philipp Emanuel Bach zijn ontslag in 1767 als een grote bevrijding ervoer en zijn benoeming in de vrije Hanzestad Hamburg als een verademing. Een opdracht voor het schrijven van een serie symfonieën kwam daarom als geroepen.
Die kwam uit Berlijn van ambassadeur Baron Gottfried van Swieten, de in Leiden geboren Oostenrijkse diplomaat en zoon van Gerard van Swieten, de hofarts van keizerin Maria Theresia. Bach moest vooral geen rekening houden met speeltechnische moeilijkheden en muzikale modes, schreef Van Swieten, maar ‘zich volledig laten gaan.’ De baron ontving dan ook partituren vol spontane expressie, wisselende stemmingen, abrupte wendingen en gewaagde harmonische ‘excursies’: alles afkomstig uit Carls ader van Empfindsamkeit en Sturm und Drang. Een goede indruk geeft de hier gespeelde Symfonie in E groot. Het eerste deel is vol stralende en parelende strijkersfiguren maar is plots voorbij. Het tweede deel is zangerig, teder, smachtend en melancholiek, maar wordt bruusk gevolgd door de grove pennenstreken van deel drie met een hardnekkig , dynamische contrasten en bizarre wendingen.
Frank Bridge (1879-1941)
Bridge: Een klaaglied
Door Clemens Romijn
Naar het volgende werk is het een sprong in de tijd van ruim honderdveertig jaar, naar het Lament uit 1915 van de veel te onbekende Engelse componist Frank Bridge. Hij leeft misschien nog wel het meest voort in de Variations on a Theme of Frank Bridge (1937) van Benjamin Britten, leerling en protegé van Bridge. Voor zijn studie viool en compositie aan het Royal College of Music in Londen verliet Bridge zijn geboorteplaats Brighton. Zijn laatromantische stijl maakte na de Eerste Wereldoorlog plaats voor een radicaal moderner idioom onder invloed van Arnold Schönbergs leerling Alban Berg. Maar in de tijd van zijn Lament bevond Bridge zich nog in min of meer laatromantisch vaarwater. Had hij in Londen immers niet het vak geleerd van de Mendelssohn- en Brahms-apostel Charles Villiers Stanford? Bridge componeerde zijn Lament ter nagedachtenis aan het jonge meisje Catherine Crompton, dat samen met 1201 anderen verdronk toen de oceaanlijner Lusitania in 1915 voor de kust van Ierland werd getorpedeerd door een Duitse onderzeeër. Misschien kende Bridge het gezin, misschien zag hij in de krant een familiefoto na de tragedie, dat blijft onduidelijk. Het Lament is een spontane reactie op het gebeuren, aangrijpend, ingetogen en .
Johann Sebastian Bach
J.S. Bach: Een nieuw genre
Door Clemens Romijn
Het was in Leipzig dat Carl Philipp Emanuel Bach onder het toeziend oog van zijn vader was uitgegroeid tot een klavecinist en eigenzinnig componist. Daar werden hij en zijn oudste broer Wilhelm Friedemann door hun vader ingezet als solisten in zijn concerten voor één of meer klavecimbels. Die vonden plaats in Zimmermanns Kaffeehaus in de Katharinenstrasse nabij de Marktplatz, destijds de meest elegante straat van Leipzig. Daar leidde Bach senior vanaf 1729 op vrijdagavonden het Leipziger Collegium Musicum, een muziekgezelschap van studenten en beroepsmusici dat in 1701 door Telemann was opgericht. De ongeveer honderd luisteraars hadden gratis toegang en betaalden alleen voor de koffie, zo kwam de eigenaar uit de kosten.
Johann Sebastian Bach schreef geschiedenis met zijn klavecimbelconcerten, destijds een nieuw genre, omdat hij het klavecimbel bevrijdde uit zijn traditionele rol van begeleidingsinstrument en in de schijnwerpers zette als solo-instrument. Via zijn zonen en Haydn, Mozart en Beethoven zou het klavecimbelconcert uitgroeien tot een van de meest geliefde genres in de klassieke muziek: het pianoconcert. Sommige concerten schreef Bach nieuw, voor andere werkte hij oudere werken voor andere solo-instrumenten als viool of hobo om tot een versie voor klavecimbel. Zo is het Klavierconcert in E groot, BWV 1053 vermoedelijk een nieuwe gedaante van een ouder concert in F groot voor viool of hobo, al denken sommige onderzoekers dat Bach het oorspronkelijk voor klavecimbel schreef. En het Klavierconcert in D groot, BWV 1054 is Bachs arrangement van zijn eigen Vioolconcert in E groot, BWV 1042. In zijn Componirstube ging Bach gewetensvol en zelfbewust om met zijn notenmateriaal, zo ook bij het hergebruik voor deze concerten. Het was zijn strijd tegen de tand des tijds en tegelijk de creatie van een noviteit.
William Walton (1902-1983)
Walton: Een nieuw werk uit oudere noten
Door Clemens Romijn
William Walton is internationaal de meest gewaardeerde Engelse componist van de generatie geboren omstreeks 1900. Midden jaren 1920 werd hij vanwege zijn voor Engelse begrippen progressieve muziek gezien als een enfant terrible, als een soort zevende lid van de Groupe des Six. Als muzikale ‘chroniqueur’ van grote Britse politieke gebeurtenissen schreef Walton feestelijke gelegenheidswerken (Crown Imperial uit 1937 en het Coronation Te Deum uit 1953) en werd hij een ‘nationale componist’, zoals zijn oudere landgenoot Edward Elgar. Waltons vaak lange ën doen denken aan de laatromanticus Jean Sibelius, maar er zijn ook invloeden te horen van Erik Satie, Claude Debussy, Sergej Prokofjev, Igor Stravinsky en Paul Hindemith. Waltons subtiele n en briljante orkestratie veroorzaken veelvuldig overrompelende effecten.
Midden jaren 1920 werd Walton vanwege zijn voor Engelse begrippen progressieve muziek gezien als een enfant terrible.
Zijn voor strijkers is het gevolg van een ontmoeting met Sir Neville Marriner in een Londens hotel. Marriner wilde van Walton een werk om met zijn Academy of St. Martin-in-the-Fields uit te voeren, maar Walton voelde daar niets voor. Na lang aandringen werd het een orkestratie en uitbreiding door Walton en Malcolm Arnold van Waltons Strijkkwartet in a klein uit 1945-47, die onder de titel Sonate voor strijkorkest in 1972 door de Academy en Marriner haar première beleefde. Was het enfant terrible weer in de schoot van de traditie weergekeerd? Want sommige commentatoren meenden hier een late Beethoven te horen of dachten dat Sir William een zoon van Brahms was geworden. Die indruk wordt het meest overtuigend weggevaagd in het ritmisch gepeperde laatste deel, waar Stravinsky over Waltons schouder lijkt te hebben meegekeken.
Biografie
Amsterdam Sinfonietta, strijkorkest
Amsterdam Sinfonietta, opgericht in 1988, geeft zo’n 65 concerten per jaar in binnen- en buitenland met strijkersrepertoire van de tot opdrachtcomposities en nieuwe arrangementen. De uitvoeringen staan meestal onder leiding van concertmeester en artistiek leider – sinds 2003 – Candida Thompson (hierboven op de foto).
De strijkers trekken op met vooraanstaande solisten, onder wie violiste Simone Lamsma, cellisten Kian Soltani en Sol Gabetta en pianisten Lucas en Arthur Jussen, Fazıl Say en Beatrice Rana.
Een tournee met Janine Jansen met De vier jaargetijden van Vivaldi werd in 2022 bekroond met De Ovatie van de VSCD. Amsterdam Sinfonietta gaat ook graag grensverleggende samenwerkingen aan – recent met Nai Barghouti respectievelijk Maria Mena – en integreert in zijn programma’s film, dans (bijvoorbeeld met ISH Dance Collective) of theater (bijvoorbeeld met Orkater). De discografie omvat titels als The Mahler Album, The Argentinian Album, Lento Religioso en Tides of Life (met Thomas Hampson), maar ook Franse chansons met Thomas Oliemans en producties met De Dijk, Jonathan Jeremiah en Rufus Wainwright.
In samenwerking met Het Concertgebouw zijn er sinds 2005 KleuterSinfonietta-voorstellingen, zoals deze maand Speelgoedfabriek Tokkel & Strijk. Het Concertgebouwdebuut van Amsterdam Sinfonietta dateert van 28 maart 1993, en in seizoen 2023/2024 was het gezelschap Spotlight-artiest van de Eigen Programmering. De vorige keer dat een afvaardiging uit het strijkorkest kamermuziek speelde in de was op 13 april 2024, samen met pianist Alexander Gavrylyuk.
Candida Thompson, viool
Candida Thompson studeerde in 1989 met onderscheiding af bij David Takeno aan de Guildhall School of Music and Drama in Londen en bekwaamde zich verder aan het Banff Centre for the Arts in Canada. Ze leidde strijkorkesten in Scandinavië, Nederland, Spanje en Groot-Brittannië.
De Britse violiste is een gepassioneerd kamermusicus, deelde het podium met musici als Isaac Stern, Janine Jansen, Harriet Krijgh, Simone Lamsma, Isabelle Faust en Bruno Giuranna, en werd uitgenodigd op evenementen als het Kuhmo Festival (Finland), het Gubbio Festival (Italië), het Internationaal Kamermuziek Festival Utrecht en La Musica (Verenigde Staten).
Met celliste Xenia Jancovic en pianist Paolo Giacometti vormt ze het Hamlet Pianotrio. Als soliste trad Candida Thompson op met talloze orkesten in Europa, de Verenigde Staten en het Verre Oosten. Bij Amsterdam Sinfonietta werd ze in 1995 concertmeester en in 2003 tevens artistiek leider. Ze bespeelt een viool van Guarneri del Gesù (Cremona, 1698-1744).
Beatrice Rana, piano
Beatrice Rana wordt geprezen om haar muzikale intelligentie en de veelzijdigheid van haar repertoire. Ze studeerde piano bij Benedetto Lupo en compositie bij Marco della Sciucca aan het Nino Rota Conservatorium in Monopoli; haar pianostudie vervolgde ze bij Arie Vardi in Hannover. In 2011 won ze de eerste prijs en alle speciale juryprijzen op het Concours Musical International de Montréal.
In 2013 won ze de tweede prijs en de publieksprijs bij de Van Cliburn International Piano Competition, in 2015 was ze BBC New Generation Artist en het jaar erop kreeg ze een Borletti-Buitoni-beurs. Het jaar 2017 vormde met de succesvolle release van Bachs Goldberg-variaties een mijlpaal in Beatrice Rana’s carrière; ze was Young Artist of the Year bij de Gramophone Awards en Discovery of the Year bij de Edison Awards. Ook haar volgende vijf albums gooiden hoge ogen.
Ze geeft solorecitals op prestigieuze podia en festivals wereldwijd en soleerde bij vrijwel alle belangrijke orkesten ter wereld. In seizoen 2024/2025 was ze artist in residence bij Radio France in Parijs. Sinds 2017 heeft ze haar eigen kamermuziekfestival, Classiche Forme, in haar geboorteplaats Lecce.
In oktober 2018 maakte ze haar debuut bij het Concertgebouworkest met het Eerste pianoconcert van Chopin onder Trevor Pinnock, en in 2020 kwam ze terug met het Eerste pianoconcert van Tsjaikovski onder leiding van Klaus Mäkelä. Ze verving in dat programma pianist Alexander Gavrylyuk. Solorecitals gaf ze in de op 28 januari 2018 (Schumann, Ravel en Stravinsky) en 9 oktober 2022 (Skrjabin, Chopin en Beethoven).






