Bartóks Wonderbaarlijke Mandarijn door het Concertgebouworkest

Koninklijk Concertgebouworkest
Matthias Pintscher dirigent
Thomas Oliemans bariton
Groot Omroepkoor instudering Yuval Weinberg
Duda Paiva Company:
Duda Paiva regie en choreografie
Lorenzo Capodieci, Oliver Wagstaff en Yashasvi Shrotriya spel
Kim Kooiman dramaturgie
Evita Rigert kostuums
Mike Evers lichtontwerp

Dit programma maakt deel uit van de serie A.

Lees hier de Nederlandse vertalingen van de Hebreeuwse zangteksten.

Inleiding en Meet the Artists
Voorafgaand aan het concert geeft Maarten Beirens om 19.15 uur een inleiding in de Koorzaal. Uw kaartje hiervoor bestelt u kosteloos (zolang de voorraad strekt) aan de kassa van Het Concertgebouw of via 020 671 83 45 (ma-zo 10.00-17.00).

Direct na het concert bent u welkom bij Meet the Artists in de Spiegelzaal. Directievoorzitter spreekt met Matthias Pintscher, Thomas Oliemans en Concertgebouworkestvioliste Henriette Luytjes, waarna er gelegenheid is om op informele wijze van gedachten te wisselen.

Ook interessant:
- Achter de schermen bij Duda Paiva
De wonderbaarlijke mandarijn: wie is wie? (infographic)

Nina Šenk (1982)

delen 1, 2 en 3 uit ‘Concert voor orkest’ (2019)
Nederlandse première

Matthias Pintscher (1971)

shir II (2017)
voor bariton en orkest
uit ‘shirim’ (2008-19)
eerste uitvoering door het Concertgebouworkest

shir IV (2019)
voor bariton, gemengd koor en orkest
uit ‘shirim’ (2008-19)
geschreven in opdracht van musica viva van de Bayerische Rundfunk en het Concertgebouworkest;
Nederlandse première

pauze ± 21.10 uur

Béla Bartók (1881-1945)

De wonderbaarlijke mandarijn, op. 19 (1918-24)
pantomime in één bedrijf naar een libretto van Menyhért ­Lengyel

einde ± 22.15 uur

Toelichting

Componist/ ­Matthias Pintscher dirigeert De wonderbaarlijke mandarijn, Béla Bartóks opwindende muziek voor het pantomime dat een eeuw geleden het publiek choqueerde.

Dankzij de levens­grote danspoppen van Duda Paiva Company worden de protagonisten tot leven gewekt: drie schurken, een prostituee en een intimiderende, schatrijke Chinees die zich aan haar verlustigt en niet kan sterven zolang hij haar liefde niet krijgt.

De rauwe, aardse vorm van ‘liefde’ in dit verhaal contrasteert hevig met de hemelse liefde die ­bezongen wordt in het bijbelse Hooglied, waarvan Pintscher vier hoofdstukken toonzette in zijn shirim. Van de vierdelige cyclus klinken het tweede deel (shir II) en het slotdeel (shir IV). Pintscher opent het concert met een aan hem opgedragen werk van Nina Šenk, die in 2008 haar masterdiploma compositie bij Pintscher haalde.

Nina Šenk (1982)

Concert voor orkest

Door Martijn Voorvelt

Voordat Nina Šenk bij Matthias Pintscher aan de ­Hochschule für Musik und Theater in München terechtkwam, studeerde ze compositie én architectuur in Ljubljana, waarna ze haar compositieopleiding vervolgde in Dresden. Nog tijdens haar studie in Ljubljana won ze de eerste prijs op het Young Euro Classic Festival in Berlijn voor haar Eerste vioolconcert.

Haar tweede schreef ze tijdens haar residency bij het orkest van het Staatstheater Cottbus. In 2018 componeerde ze Baca in opdracht van de BBC Proms, waarmee ze de eerste Sloveense componist ooit op het Londense festival was. Haar werken klonken ook op bijvoorbeeld de Salzburger Festspiele en de ISCM World Music Days. Met Pintscher heeft ze gemeen dat ze een grote verbeeldingskracht vorm geeft binnen een sterke muzikale architectuur. Zo ook in haar Concert voor orkest, waarvan de vijf delen mooi op elkaar aansluiten, al zijn de eerste drie – die grofweg de helft van het werk vormen – ook als afgerond geheel uit te voeren.

Het eerste deel kenmerkt zich vooral door een rusteloos zoeken, met dreigende koperakkoorden en veel . Na een kalme episode met een mooi fluitduet – let ook op de ondersteuning van de basklarinet – leiden nerveuze ’s in het hele orkest tot een serie abrupt eindigende ’s.

In het tweede deel wordt een mysterieuze klankwereld, met contrabasglissando’s die aan verre meeuwen doen denken, bruut onderbroken door een nerveuze textuur van dalende jes. Wanneer die tot rust komen, ontstaat een smachtende vioolsolo. Na een tweede onderbreking besluit het deel met een zachte strijkerssluier en een laatste crescendo.

In het derde deel is een hoofdrol weggelegd voor het koper. Na een solo wordt een centrale gespeeld door de hoorns en trombones in . In een spectaculaire episode schuiven verschillende zwaar aangezette texturen langs elkaar heen, waarna de hoofdmelodie-canon in de belandt. Vooral in dit derde deel verraadt zich de architect in Nina Šenk.

Matthias Pintscher (1971)

shir II en IV

Door Martijn Voorvelt

Op 7 februari 2020 klonken in de Herkulessaal in München voor het eerst alle vier delen van Matthias Pintschers shirim. Daarmee werd een work in progress voltooid dat begon in 2008, toen Pintscher het vijfde hoofdstuk van het Hooglied toonzette in zijn koorwerk she-cholat ahavah ani (‘want ik ben ziek van liefde’).

Het Hooglied ­(Hebreeuws: Sjier hasjieriem, ofwel ‘ der liederen’) geldt als een poëtisch hoogtepunt van de Bijbel en een van de mooiste en kleurrijkste teksten over de liefde ooit geschreven. Pintscher is vanwege zijn joodse achtergrond van jongs af aan bekend met de tekst en zinde al jaren op een manier om hem op muziek te zetten. Met she-cholat ahavah ani was het hek van de dam: kort daarop ontstond songs from Solomon’s garden voor bariton en kamer­orkest, gebaseerd op hoofdstuk 2 van het Hooglied. In een bewerking voor en bariton werd dat werk in 2017 als shir II samen met het nieuwe shir I (hoofdstuk 1) uitgegeven onder de titel shirim.

Vervolgens kreeg she-cholat ahavah ani een plek binnen de cyclus als shir III, waarop Pintscher in het slotdeel, shir IV, het koor, het orkest en de solist samenbracht voor de toonzetting van het derde hoofdstuk.

Het Hooglied is grotendeels een tweespraak in dichtvorm. Twee geliefden bezingen om de beurt hun liefde voor en hun verlangen naar elkaar, en prijzen elkaars schoonheid. Typerend zijn de vele vergelijkingen met elementen uit de natuur. De beeldende poëtische rijkdom is een onuitputtelijke bron van inspiratie voor Pintscher. ‘Er is zoveel geluid en kleur en geur; de tekst zit vol passie, is zeer precies, beschrijft sferen; hij is alomvattend.’

‘Het sleutelwoord is schittering’

De wijze waarop de geliefden elkaar aanroepen in het tweede hoofdstuk lijkt inderdaad alle zintuigen op scherp te zetten. In shir II geeft Pintscher allerlei betekenisvolle woorden een wereld aan klank mee, alsof het orkest een liefdesduet zingt met de bariton. Is de tuin een metafoor voor spirituele en erotische liefde, voor Pintscher is de tekst zelf een bloeiende tuin van taal en klank, vol poëtische verwijzingen naar planten, dieren en vruchten die uitnodigen tot een creatief gebruik van het kleurenpalet van een symfonieorkest.

Het derde hoofdstuk van het Hooglied is meer beschouwend. ‘Het is vooral de beschijving van een situatie’, zegt ­Pintscher. ‘De plot heeft minder actie dan in de andere delen.’ In aanvang is shir IV dan ook minder uitbundig – totdat koning Salomo zijn intrede doet, met in de tekst bloemrijke beschrijvingen van de pracht en praal die hem omringen, de schitterende stoffen uit alle windstreken, juwelen, glanzende gouden zwaarden en ‘een draagkoets gemaakt van hout uit de Libanon’.

De muziek werkt daar geleidelijk naar toe: ‘In de loop van het werk wordt de textuur aanvankelijk dichter, meer geconcentreerd’, legt Pintscher uit, ‘en vereenvoudigt steeds meer, totdat de poorten zich openen aan het eind. Het sleutelwoord is schittering.’ Hij doelt op de orkestratie, die hier een beroep doet op het glanzende metaal van het en de , waarvan de klanken het slot bepalen.

Béla Bartók (1881-1945)

De wonderbaarlijke mandarijn

Door Michiel Cleij

Béla Bartók was een van de grootste muziekvernieuwers van de afgelopen eeuw. Zo’n honderd jaar geleden, vrijwel gelijktijdig met het einde van de Eerste Wereldoorlog, brak hij vanuit Hongarije internationaal door met hoogst originele stukken, waarin hij oeroude volksmuziek verbond met moderne compositietechnieken. Terwijl zijn muziek vaak rauw en klinkt, was Bartók zelf een zachtaardig man, sociaal bewogen en uiterst bezorgd over het groeiende fascisme en de nieuwe oorlogsdreiging in Europa.

Ook De wonderbaarlijke mandarijn is zo’n werk dat een andere lading dekt dan de woeste buitenkant doet vermoeden: het is een pleidooi voor menselijkheid, verstopt in een wreed pantomime van Bartóks landgenoot Menyhért Lengyel.

Met luid getoeter schildert Bartók het decor van een grote stad (duidelijk niet zijn favoriete oord). Drie bandieten dwingen een meisje tot het verleiden van argeloze voorbijgangers om hen te kunnen beroven. Voor ieder voert ze een dans uit, die we horen als drie verschillende klarinetsolo’s. De eerste ‘klant’ is een verlegen student die niets te bieden heeft, de tweede een hitsig, maar eveneens armlastig oudje. Maar de derde is een rijke Chinees – de mandarijn – die het meisje omstandig het hof maakt, tot haar afgrijzen. Dan slaan de rovers toe: ze verstikken hem onder een kussen, ze doorboren hem met een roestig zwaard en hangen hem aan het plafond, maar de mandarijn lijkt onsterfelijk en blijft onverstoorbaar naar het meisje tasten.

Zij is het die uiteindelijk de impasse doorbreekt: ze besluit aan de avances van de mandarijn toe te geven, waarop zijn wonden beginnen te bloeden en hij dood neervalt. In het huidige #MeToo-klimaat lees je zo’n verhaal anders, maar Bartók zag in de mandarijn-figuur positieve kwaliteiten. Onder zijn schijnbare afstotelijkheid schuilt verzet tegen onderdrukking en zijn hang naar liefde.

De première werd destijds steeds weer uitgesteld – conservatief Hongarije vond het werk te schokkend – en toen die eindelijk in Keulen plaatsvond, volgde prompt een boycot vanwege het ‘perverse’ karakter. Inderdaad is in dit stuk ver te zoeken. Bartók excelleert hier in vervreemdende en angstaanjagende effecten. Zo laat hij de violen kwarttonen spelen en met het hout van de strijkstok op de snaar tikken, bekkens over elkaar schuren, ’s snaren verstemmen en ’s realiseren door de spanning van het trommelvel te laten opdraaien. 

Biografie

Matthias Pintscher, dirigent

Matthias Pintscher studeerde compositie bij onder ­anderen Manfred Trojahn en Peter Eötvös, die hem ook het envak bijbracht. Evenals zijn Hongaarse leermeester, die in maart 2024 overleed, verdeelt Matthias Pintscher zijn tijd al jaren gelijkelijk tussen dirigeren en componeren.

Zijn composities zijn vele malen uitgevoerd door bijvoorbeeld de Berliner Philharmoniker, het London Philharmonic Orchestra, het BBC Symphony Orchestra, The Cleveland Orchestra en de New York Philharmonic.

Sinds 2014 is hij compositiedocent aan de Juilliard School of Music in New York. Als vertoont de Duitser een grote affiniteit met hedendaagse muziek, maar ook met bijvoorbeeld Beethoven, Berlioz, Bruckner, Ravel, Debussy en de . Matthias Pintscher is muzikaal leider van de Kansas City Symphony sinds het seizoen 2024/2025; op 26 augustus jl. waren ze samen te gast in de .

Daarnaast is hij vaste dirigent van het Lucerne Festival Academy Orchestra. Van 2013 tot 2024 was hij chef-dirigent van Ensemble intercontemporain. Als gastdirigent leidde Matthias Pintscher vele orkesten in Europa, de Verenigde Staten en Australië; zo stond hij recent voor de Berliner Philharmoniker, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, de Los Angeles Philharmonic, het London Symphony Orchestra en het Toronto Symphony Orchestra. In februari 2018 debuteerde hij bij het Concertgebouworkest.

In januari 2021 leidde hij een concertstream met Ravels Ma mère l’Oye en zijn eigen songs from Solomon’s garden en in april 2023 kwam hij terug met werken van Nina Šenk, Béla Bartók en delen uit zijn shirim-cyclus.

Thomas Oliemans, bariton

In een Spotlightserie in de in seizoen 2021/2022 bracht Thomas Oliemans zijn veelzijdigheid over het voetlicht: hij presenteerde het duorecital Wien, Berlin, Buenos es met sopraan Eva-Maria Westbroek, zong én speelde Schuberts Winterreise, en bracht een programma m Schoecks Notturno met het Signum Quartett.

Thomas Oliemans studeerde aan het Conservatorium van Amsterdam bij Margreet Honig. Bij De Nationale zong de bariton grote rollen in bijvoorbeeld La bohème van Puccini en Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny van Weill, en in 2013 kreeg hij de Prix d’Amis voor zijn Papageno in Mozarts Die Zauberflöte.

Ook stond hij er in nieuwe ’s van Peter-Jan Wagemans, Rob Zuidam, Martijn Padding, Manfred Trojahn en Kaija Saariaho.

In Londen zong Thomas Oliemans zowel bij de English National Opera als bij de Royal Opera Covent Garden, en ook de operahuizen van Hamburg, Berlijn, Genève, Madrid, Toulouse en New York en de festivals van Aix-en-Provence en Salzburg engageerden hem.

Thomas Oliemans werkte met de meeste Nederlandse orkesten; bij het Concertgebouworkest debuteerde hij in 2016 in Bachs Matthäus-­Passion. Met Amsterdam Sinfonietta bracht de zanger in de zomer van 2021 een Frans programma, dat uitmondde in de cd Formidable!. In november van dat jaar werd hij live op tv verrast met De Ovatie, de klassieke-­muziekprijs van de VSCD.

Onder de buitenlandse orkesten die Thomas Oliemans uitnodigden zijn het Philharmonia Orchestra, het BBC Symphony Orchestra, het Freiburger Barockorchester, Pygmalion en het Yomiuri Symphony Orchestra.

s geeft hij op de belangrijke podia wereldwijd, zo bracht hij in de onder meer de drie grote ­cycli van Schubert met pianist Malcolm Martineau. Voor Het Concert­gebouw maakte Thomas Oliemans met Gijs Groenteman omvangrijke podcastseries over Schuberts Winterreise en Bachs Matthäus-Passion.

Groot Omroepkoor, koor

Het Groot Omroepkoor, opgericht kort na de Tweede Wereldoorlog, is het enige professionele koor in Nederland dat het grote symfonische koorrepertoire uitvoert. Het koor is nauw verbonden met de Publieke Omroep en zingt veelvuldig in de omroepseries: de NTR ZaterdagMatinee, Het Zondagochtend Concert en het AVROTROS Vrijdagconcert.

Het repertoire beweegt zich tussen hedendaagse muziek (opdrachtwerken van zowel Nederlandse als buitenlandse componisten), oudere werken uit de negentiende en twintigste eeuw en . Het Groot Omroepkoor treedt op met orkesten van naam en faam, en werkt in de omroepseries doorgaans met het Radio Filharmonisch Orkest.

Ook met het Concertgebouworkest bestaat een lange, vruchtbare samenwerking. Bij de laatste gezamenlijke concerten in mei 2025 stond Mahlers Achtste symfonie op het ­programma onder leiding van Klaus Mäskelä. Samen met het Radio Filharmonisch Orkest ontving het Groot Omroepkoor in 2017 de Concertgebouw Prijs. Chef- sinds 2020 is Benjamin Goodson.

Duda Paiva Company

Duda Paiva Company maakt voorstellingen waarin dans en poppen centraal staan.

De associatieve, verhalende voorstellingen – meestal zonder tekst – worden gespeeld in theaters en op festivals, op binnen- en buitenlocaties, in Nederland en internationaal.

De thuishaven is Amersfoort. In de Laswerkplaats worden de projecten ontwikkeld en zijn de eerste toonmomenten. Duda Paiva Company wil het werken met dans en poppen inzetten als volwaardig, discipline-overstijgend theatraal instrument.

Zo toerde Duda Paiva Company met de veelgeprezen productie Blind van Melbourne naar Wuzhen, en van New York naar Tokio.

Artistiek leider Duda Paiva werkt binnen de ­organisatie nauw samen met onder anderen drama­turg Kim Kooiman, repetitor/speler Ilija Surl en spelers Josse Vessies, Tim Velraeds, Cat Smits, Alexander Brouwer en André Mello.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest