Barbara Kozelj en Julius Drake: Spaans liedboek

Barbara Kozelj mezzosopraan
Julius Drake piano

Dit concert maakt deel uit van de serie Vocaal I.

Zangteksten zijn gratis verkrijgbaar aan de zaal.

Erich Wolfgang Korngold (1897-1957)

Alt-spanisch
Glückwunsch
uit ‘Fünf Lieder’, op. 38 (1948)

Sterbelied
Gefasster Abschied
uit ‘Vier Lieder des Abschieds’, op. 14 (1920-21)

Alban Berg (1885-1935)

Vier Lieder, op. 2 (1909-10)
Schlafen, schlafen
Schlafend trägt man mich
Nun ich der Riesen Stärksten
überwand
Warm die Lüfte

Hugo Wolf (1860-1903)

Eide, so die Liebe schwur
Trau’ nicht der Liebe, mein Liebster, gib acht!
In dem Schatten meiner Locken
Mögen alle bösen Zungen immer sprechen, was beliebt
Geh’, Geliebter, geh’ jetzt!
uit ‘Spanisches Liederbuch’ (1889-90)

pauze ± 20.55 uur

Joaquín Rodrigo (1901-1999)

Cuatro madrigales amatorios (1948)
¿Con qué la lavaré?
Vos me matasteis
¿De dónde venís, amore?
De los álamos vengo, madre

Enrique Granados (1867-1916)

La maja dolorosa I: Oh muerte
cruel!
La maja dolorosa II: Ay majo de
mi vida!
La maja dolorosa III: De aquel
majo amante
uit ‘Tonadillas al estilo antiguo’, H 136 (1912)

Joaquín Turina (1882-1949)

Cantares
uit ‘Poema en forma de canciones’, op. 19 (1923)

Farruca
uit ‘Tríptico’, op. 45 (1927)

Jesús Guridi (1886-1961)

Allá arriba en aquella montaña
No quiero tus avellanas
Cómo quieres que adivine
uit ‘Seis canciones castellanas’ (1939)

Carlos Guastavino (1912-2000)

La rosa y el sauce (1942)

Bonita rama de sauce
uit ‘Doce canciones populares’ (1968)

einde ± 22.00 uur

Toelichting

Spaans Liedboek

Door Frits de Haen

Focus op Spanje – een mer à boire om het op weinig Spaanse wijze te omschrijven. De volksmuziekcultuur aldaar inspireerde talloze componisten, zowel Iberische als buitenlandse. Opvallend genoeg werd bijna alle Spaanse muziek tot laat in de negentiende eeuw gecomponeerd door niet-Spanjaarden. Denk maar aan de uit Mozarts Le nozze di Figaro of Bizets Carmen. Muziektechnisch valt op hoe het typisch Spaanse coloriet iemand als Bizet aansprak. En met hem ook de Spaanse ‘nationale scholen’. Daarnaast oefenden Spaanse teksten een grote aantrekkingskracht uit op talloze toondichters.

Korngold

Erich Korngold verwijst heel direct naar Spanje, zoals blijkt uit het Alt-spanisch. Korngold is een categorie apart: toen Gustav Mahler de negenjarige een eigen hoorde voorspelen, aarzelde hij niet hem als ‘genie’ te bestempelen. En hij was niet de enige: Richard Strauss noemde Korngolds compositietalent ‘verbazingwekkend’, terwijl Giacomo Puccini opmerkte: ‘Het talent van die jongen is zo groot dat hij makkelijk ons de helft ervan zou kunnen geven.’

Korngold was al op zijn drieëntwintigste leraar aan de Staatsakademie in Wenen. Politieke gebeurtenissen veranderden zijn leven ingrijpend: om in Hollywood filmmuziek te schrijven, keerde hij – van joodse afkomst – Oostenrijk na de Anschluss de rug toe. Korngold vierde in Hollywood mfen. De meervoudige Oscar-winnaar bedong zelfs dat hij zijn filmmuziek kon hergebruiken.

Dat deed hij dan ook: het hoofdthema uit de film Devotion, uit 1946, over het leven van de Brontë-zusjes, keert terug in Glückwunsch. Muziek uit The Sea Hawk uit 1940 horen we terug in Alt-spanisch. Of is het hier omgekeerd? Er zijn aanwijzingen dat het oorspronkelijke lied al uit 1911 zou stammen.

Uit Korngolds meest succesvolle Weense periode dateren het Sterbelied en Gefasster Abschied: de Vier Lieder des Abschieds zagen het licht in de tijd dat de jonge componist triomfen vierde met zijn Die tote Stadt.

En toch was dit geen onverdeeld gelukkige periode: Korngolds liefde voor de actrice Luzi von Sonnenthal werd gedwarsboomd door hun beider families die niet toestonden dat de geliefden elkaar zagen. De titel ‘Afscheid’ verwijst naar dat ontmoetingsverbod. Dat echter zijn effect miste: vier jaar later, in 1924, traden de twee in het huwelijk.

Berg

Erich Korngold en stadgenoot Alban Berg scheelden een halve generatie. Maar waar Korngold zich aan het tonale idioom hield, zou de oudere van de twee, Berg, een belangrijke exponent worden van de twaalftoonstechniek.

Het was Bergs broer Charley die Arnold Schönberg een stapel liederen van Alban voorlegde, nadat hij een advertentie had gezien waarin Schönberg zich aanbood als compositiedocent. Naar verluidt onderkende Schönberg Albans grote talent onmiddellijk en bood aan hem gratis les te geven.

De kort daarna ontstane Vier Lieder markeren Bergs overgang naar een meer atonale schrijfwijze. Je kunt de collectie zien als een hommage aan Bergs latere echtgenote Helene Nahowski, ook al neemt de dood een belangrijke plaats in, met toespelingen op Wagners ­Tristan und Isolde.

Wolf

Hugo Wolf componeerde zijn Spanisches Liederbuch tussen oktober 1889 en april 1890. Het bestaat uit 44 liederen – de eerste tien geestelijk, de overige wereldlijk. De teksten stammen van voornamelijk anonieme Spaanse auteurs en werden vertaald door Paul Heyse en Emanuel Geibel. Vanavond klinken drie teksten van Heyse, voor de laatste twee tekende Geibel.

Spaanse roots

Het tweede deel van het programma focust op Spaanse componisten die hun muziek kruidden met de couleur locale uit hun geboorteland. Deze tendens werd gevoed door het in de negentiende eeuw ontstane nationalisme: landen uit de muzikale periferie (dus niet behorend tot het Duits-Oostenrijkse taalgebied) zochten hun eigen identiteit in volksmuziek.

Voor Spanje lag de flamenco voor de hand, op zichzelf al een amalgaam van diverse stijlen met invloeden van de langdurige Moorse overheersing van met name Zuid-Spanje. Is het veelvuldige gebruik van de frygische toonladder (die ontstaat als je op een piano de witte toetsen van e tot e speelt) ontleend aan Arabische modi (zie ook: )?

In ieder geval introduceerden de Arabieren een aantal instrumenten, waaronder de luit. De gitaar is daar deels van afgeleid. Spaanse muziek ademt de invloed daarvan in elke maat. 

Rodrigo

Een typische representant is Joaquín Rodrigo, die zich uitgebreid liet inspireren door het Spaanse repertoire voor de vihuela, een andere gitaarachtige. Zijn Cuatro madrigales amatorios op anonieme teksten stammen uit 1948. Hij had deze gedichten, afkomstig uit een bundel van de zestiende-eeuwer Juan Vásquez, leren kennen in een versie met vihuela-begeleiding en besloot ze zelf op muziek te zetten.

Granados

Rodrigo’s oudere landgenoot Enrique Granados was een groot bewonderaar van de Spaanse schilder Francisco Goya (1746-1828). In Tonadillas al estilo antiguo (eren in oude stijl) baseert Granados zich op het verleden. De benaming La maja dolorosa getuigt van zijn bewondering voor Goya. ‘Majo’ verwijst oorspronkelijk naar Madrileense bohémiens, zigeuners.

In 1896 werd herdacht dat Francisco Goya anderhalve eeuw eerder geboren was; dat betekende niet alleen een hernieuwde belangstelling voor de schilder, maar ook een teruggrijpen op deze Spaanse glorieperiode in de zoektocht naar een eigen nationale muziekstijl. De tijd was er rijp voor: de Spaanse wereldheerschappij was tanende en met de Cubaanse vrijheidsoorlog zou Spanje in 1898 zijn laatste Latijns-Amerikaanse bolwerk verliezen.

Turina

Iets jonger dan Granados was de Sevillaan Joaquín Turina. Hij componeerde al vanaf zijn twaalfde jaar. Zoals veel Spaanse tijdgenoten stak Turina zijn licht op in Parijs, maar de kennismaking met Isaac Albéniz bewoog hem ertoe zijn inspiratie te zoeken in de Spaanse folkore.

En dat hoor je in Cantares. Hier hebben we, al direct aan het begin, de typische kenmerken van de Spaanse volksmuziek: de ­frygische modaliteit en flamenco-­achtige arabesken. De tekst roept de sfeer op van een gekmakende liefde, zoals we die ook kennen uit Carmens befaamde Habanera.

Guridi

Turina’s tijdgenoot Jesús Guridi is een van de minder bekende componisten van vanavond. Geboren in Baskenland studeerde hij in Madrid, Bilbao, Parijs, Brussel en Keulen. Guridi baseerde zich vooral op de volksmuziek uit zijn eigen contreien.

De onderdrukking van de Baskische cultuur ten tijde van Franco heeft dan ook bijgedragen aan de onbekendheid van Guridi’s muziek. Dat hij echter niet alleen een open oog en oor had voor de Baskische folkore bewijzen zijn Seis canciones castellanas die hij in naam baseerde op materiaal uit Castilië.

Guastavino

De ‘jongste’ componist van dit programma, Carlos Guastavino, schreef een groot oeuvre voor zang en piano. Niet onbelangrijk in dit ‘Spaanse’ : hij is afkomstig uit Argentinië. Hier klinkt dan ook een andere sfeer. Het begin van La rosa y el sauce roept associaties op met Rachmaninoffs Vocalise, maar ook kun je er echo’s in horen van Granados’ Maja y el ruiseñor of zelfs van Villa-Lobos’ ­Bachianas brasileiras.

Maar misschien is dat ook het grootst denkbare compliment, want anders dan de Spaanse componisten die op zoek waren naar hun eigen nationale stijl stond Guasta­vino een internationale stijl voor, waarin Argentijnse muziek (op haar beurt natuurlijk ook Spaans beïnvloed) een huwelijk aangaat met romantische tradities uit andere landen.

Biografie

Barbara Kozelj, mezzosopraan

De Sloveense, in Nederland woonachtige Barbara Kozelj studeerde aan de Muziek­academie in Ljubljana, het Koninklijk ­Conservato­rium in Den Haag, De Nederlandse Academie en de Dutch Opera Studio.

Ze werd gecoacht door Sasja Hunnego, Meinard Kraak, Ann Murray, Graciela Araya en Anne Sofie von Otter.

Met haar debuut bij het Concertgebouworkest in 2012 in Bachs Matthäus-Passion met Iván Fischer kwam haar carrière in een stroom­versnelling. Al snel werkte ze ook met hem bij zijn Budapest Festival Orchestra, met Richard Egarr en diens Academy of Ancient Music, met het Gabrieli Consort and Players en Paul McCreesh, en met en als Reinbert de Leeuw, Kenneth Montgomery, Jan Willem de Vriend, Ed Spanjaard, Gennadi Rozjdestvenski, Neeme Järvi, Antony Hermus en Otto Tausk.

Uitgebreide ­-ervaring deed de mezzosopraan op bij De Nationale Opera, Opera2day, het Aalto-Theater Essen en de Oper Bonn. Het concertrepertoire van Barbara Kozelj reikt van de tot en met de lie­deren van Mahler en Berlioz’ Les nuits d’été. Haar veelzijdigheid trok de aandacht van hedendaagse componisten; zo zong ze in 2015 de wereldpremière van Max Knigges Dobro do (gebaseerd op haar eigen levensverhaal).

In april 2019 maakte Barbara Kozelj met pianist Julius Drake haar re­citaldebuut in de Vocale Serie, en in september 2019 zong ze in de muziek van Caccini met Le nuove musiche.

Julius Drake, piano

Julius Drake geniet een internationale reputatie als een van de beste begeleiders. De Britse pianist werkt samen met vele vooraanstaande zangers, zowel op het podium als in de opnamestudio.

Zijn passie voor het lied leidde tot diverse uitnodigingen om liedseries samen te stellen, onder andere voor Het Concertgebouw, de Londense Wigmore Hall en de BBC.

In de historische Middle Temple Hall in Londen organiseert hij een jaarlijkse reeks, Julius Drake and Friends. Daaraan werken uitstekende vocalisten mee, onder wie Sir Thomas Allen, Véronique Gens, Simon Keenlyside en Felicity Lott.

Julius Drake maakte vele opnamen, onder anderen met Gerard Finley, Ian Bostridge en Christianne Stotijn. Hij werd opgeleid aan de Purcell School en het Royal College of Music in Londen.

Tegenwoordig doceert hij zelf piano/zangbegeleiding aan de Kunstuniversität Graz in Oostenrijk. In december 2022 kreeg Julius Drake de Concertgebouwpenning.