Baiba Skride en Gelders Orkest in Brahms-tweeluik
Klassieke Meesterwerken 20.15 uur
Het Gelders Orkest
Antonello Manacorda dirigent
Baiba Skride viool
Johannes Brahms 1833-1897
Vioolconcert in D gr.t., op. 77 (1878)
Allegro non troppo
Adagio
Allegro giocoso, ma non troppo vivace
pauze
Vierde symfonie in e kl.t., op. 98 (1884-85)
Allegro non troppo
Andante moderato
Allegro giocoso – Poco meno presto
Allegro energico e passionato – Più allegro
begin van de pauze ca. 20.55 uur
einde van het concert ca. 22.00 uur
Toelichting
Johannes Brahms 1833-1897
Vioolconcert
Tekst: Aad van der Ven
Zijn enige vioolconcert was Johannes Brahms zeer dierbaar. De muziek, net als die van de Tweede symfonie in D groot, was onlosmakelijk verbonden met herinneringen aan de onbezorgde vakanties die hij in de jaren 1877-79 doorbracht aan de Wörthersee in Zuid-Oostenrijk.
Hij schreef aan een vriend dat daar zoveel ën zijn pad ten dat hij er bijna over struikelde. Maar Brahms zou Brahms niet zijn geweest als het componeren desondanks niet zonder problemen was verlopen.
In het geval van het Vioolconcert in D groot, 77 betroffen die in het bijzonder de solopartij. Want als pianist was hij voor geen kleintje vervaard, maar van de mogelijkheden en beperkingen van de viool wist hij weinig af. Net als Ludwig van Beethoven en Felix Mendelssohn, die allebei eveneens een beroemd geworden concert voor dit instrument hebben geschreven, riep hij dan ook de hulp in van een bevriende violist. In zijn geval was dat de befaamde Joseph Joachim.
In 1878 stuurde Brahms hem de ruwe versie van de solopartij van zijn nieuwe werk. Of Joachim zo vriendelijk wilde zijn te kijken of de technische problemen niet buitensporig waren. De violist stuurde Brahms wat suggesties om hier en daar iets aan te passen. De componist dankte hem vriendelijk en trok er zich vervolgens weinig van aan.
Maar de ruimhartige Joachim maakte daar geen probleem van en gaf op 1 januari 1879 de première, samen met het Gewandhausorchester Leipzig onder leiding van Brahms zelf. De door Joachim geschreven voor het eerste deel wordt door veel violisten nog steeds gebruikt.
Niet iedereen reageerde positief op dit ongewoon omvangrijke, breed uitgesponnen concert. De en muziekcriticus Hans von Bülow noemde het werk niet ‘een concert voor viool, zoals 26 van [Max] Bruch, maar tegen de viool’. Daarbij doelde hij ongetwijfeld op de weerbarstigheid van de solopartij, met talrijke moeilijke dubbelgrepen die in woeste passages de viool in vuur en vlam zetten.
Brahms’ Vioolconcert wordt wel een ‘symfonisch concert’ genoemd, net als zijn beide pianoconcerten, vanwege het belangrijke, omvangrijke aandeel van het orkest. Daarbij speelt mee dat de solopartij dan wel moeilijk is, maar dat virtuositeit hier nooit een doel op zichzelf wordt, zoals in veel andere romantische vioolconcerten.
Het machtige eerste deel bezit een ongebruikelijk lange introductie door het orkest. Maar wanneer de solist zijn entree maakt, bestaat er meteen geen twijfel meer over het gewicht van zijn inbreng. Typisch Brahms: e ën worden soms ‘tegengewerkt’ door hoekige, norse en, alsof de componist zijn eigen gevoelens een halt toeroept.
Hierop volgt een met een prominente hobosolo, waarvan het bij de viool uitvoerige meditaties uitlokt. Over dit deel schreef de Brahms-biograaf Walter Niemann dat het een ‘Noord-Duitse heidestemming heeft, tegelijk ernstig en liefelijk’. Voor het laatste deel verhuizen we van Duitsland naar Hongarije.
Dit vol robuuste dansritmes en een uitbundig buitelende solopartij is een van de vele stukken waarin Brahms zich laat meeslepen door de vitaliteit en de kracht van de zigeunermuziek. Tegen het einde verandert de dans plotseling in een energieke . Geen wonder dat het publiek in 1879 vreemd opkeek.
Johannes Brahms 1833-1897
Vierde Symfonie
Tekst: Agnes van der Horst
Toen Brahms in de nazomer van 1885, nog nagenietend van zijn avondwandeling in de heuvels van de Steiermark, zijn vakantieverblijf naderde, zag hij tot zijn schrik dat er rookwolken opstegen uit het dak van het huis. In paniek rende hij er naar toe. Zijn gastvrouw kwam hem al tegemoet met in haar handen een slordig pak papier: ze had zojuist zijn Vierde symfonie uit de vlammen gered.
Brahms’ laatste symfonie wordt beheerst door een stemming van bezonkenheid en kalmte. Misschien was het een weerspiegeling van de landelijke rust van de zomers van 1884 en 1885 in Mürzzuschlag (Steiermark) waar het werk ontstond. Net als in Brahms’ eerste symfonische werk (Variaties op een van Haydn uit 1873), speelt ook in zijn laatste compositie in dit genre de variatietechniek een belangrijke, structurerende rol.
Het eerste deel ( non troppo) opent met het beroemd geworden brede, vredige eerste thema, dat meteen wordt gevarieerd. Een kort fanfare-achtig , dat het eerste thema van het tweede scheidt, blijft ondanks de aanwezigheid van een derde thema in het hele deel een belangrijke rol spelen. Het tweede deel heeft twee thema’s, waarvan het eerste, de markante waarmee de s openen, eveneens voortdurend terugkomt.
Het giocoso is een uitbundig, ritmisch , dat te omschrijven is als een met variaties. Het eerste , waarmee de meteen en fors met de deur in huis vallen, keert in allerlei gedaanten telkens weer terug. In dit deel, dat af en toe doet denken aan een wervelende Balkandans, heeft de ist het – zeker voor een Brahms-symfonie – ongewoon druk.
De finale is geheel gebaseerd op het basmotief onder het slotkoor van Bachs Nach dir, Herr, verlanget mich (BWV 150). De blazers zetten – Allegro energico e passionato – het thema in, dat voortdurend gevarieerd terugkeert. In totaal gebeurt dat zo’n dertig keer – net zo vaak als Bach het thema van zijn Goldbergvariaties varieerde. Zo creëerde Brahms een monumentaal, buitengewoon knap in elkaar stekend muzikaal bouwwerk.
Brahms noemde zijn Vierde symfonie ‘mijn beste werk’. Maar daar was lang niet iedereen het over eens. Tijdens een voorpremière bij het Gewandhausorchester in Leipzig was de zaal al leeggelopen nog vóór het orkest aan de finale was toegekomen.
Het moet Brahms pijn gedaan hebben. Leipzig was de stad van Bach, de componist die hij het meest bewonderde. Hij bestudeerde Bachs en had zelfs een portret van hem boven zijn bed hangen. In verschillende van zijn composities verwijst hij naar Bachs muziek, zo ook in deze Vierde symfonie, en juist in dat deel dat ze in Leipzig niet meer wilden horen!
Gelukkig was de eerste echte uitvoering, in Meiningen op 17 oktober, een groot succes. Vooral het scherzo sloeg zo aan dat het publiek al applaudisserend riep om een encore.
Biografie
Het Gelders Orkest
De geschiedenis van Het Gelders Orkest begint in 1889, toen het gezelschap als Arnhemse Orkest Vereeniging door Albert Kwast bij elkaar werd gebracht. In de eerste decennia stond het onder leiding van dirigenten als Peter van Anrooy en Jaap Spaanderman. In 1949 kreeg het orkest zijn huidige naam.
Onder de chef--dirigenten sindsdien treffen we Carl von Caraguly, Roberto Benzi, Lawrence Renes en Yoav Talmi. Sinds 2011 leidt Antonello Manacorda het orkest. Vaste gastdirigenten zijn Christian Vásquez, Nikolai Alexeev en Martin Sieghart.
Het Gelders Orkest verzorgt naast circa honderd symfonische concerten per jaar een groot aantal familie- en -educatieconcerten en participatieprojecten voor amateurs. Het Gelders OrkestLAB is een broedplaats voor vernieuwende muzikale initiatieven en multimedia-le crossovers.
Onder de recente optredens van Het Gelders Orkest in Het Concertgebouw zijn gala’s met het duo Juan Diego Flórez en Pretty Yende in mei 2015 en met Joseph Calleja in juni 2015, het familieconcert Halloween tijdens Het Zondagochtend Concert van 30 oktober en een Brahmsprogramma op 4 november jongstleden.
Antonello Manacorda, dirigent
De Italiaan Antonello Manacorda was in november 2009 voor het eerst te gast bij Het Gelders Orkest, waar hij met zijn gedreven muzikaliteit veel indruk maakte op musici en publiek. Twee jaar en vier programma’s later was hij chef- van het gezelschap; tussen dirigent en orkest groeide een hechte -artistieke band.
Antonello Manacorda begon zijn muzikale carrière als violist. In 1997 richtte hij samen met Claudio Abbado en enkele andere leden van het Gustav Mahler Jugendorchester het Mahler Chamber Orchestra op; hij werd concertmeester.
In 2002 besloot hij zich toe te leggen op het dirigeren. Hij volgde lessen bij Jorma Panula en verwierf in 2006 zijn eerste vaste positie als chef-, bij I Pome-riggi Musicali in Milaan. In september 2010 benoemde de Kammerakademie Potsdam hem tot muzikaal leider. Als gastdirigent -werkte Antonello Manacorda met gezelschappen als het BBC Philharmonic Orchestra, het Mozarteumorchester Salzburg en de Komische Oper Berlin.
Het vorige optreden van Antonello Manacorda met Het Gelders Orkest in Het Concertgebouw was vorige maand, met het Vioolconcert (met soliste Baiba Skride) en de Vierde symfonie van Brahms in de serie Klassieke Meesterwerken.
Baiba Skride, viool
Baiba Skride groeide op in een muzikale familie in Riga en gaf haar eerste concert toen ze vijf jaar oud was. Haar muzikale opleiding genoot ze aan het conservatorium van Rostock, waar ze studeerde bij Petru Munteanu. In de beginjaren van haar carrière won de Letse violiste een reeks onderscheidingen, waaronder in 2001 de eerste prijs van het Koningin Elisabeth Concours. Rond dezelfde tijd jaar debuteerde ze bij het Residentie Orkest Den Haag, en bij dit gezelschap is ze in het huidige concertseizoen artist in residence.
Baiba Skride trad in de loop der jaren als solist op met tal van orkesten, waaronder het London Symphony Orchestra, de New York Philharmonic, het Orchestre de Paris, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, de Berliner Philharmoniker en het Concertgebouworkest.
Als kamermusicus vormt Baiba Skride een duo met haar zus, de pianiste Lauma Skride; bovendien richtten zij samen het Skride Kwartet op. Dit pianokwartet maakte onlangs zijn eerste cd, tourde afgelopen november in Australië en debuteerde afgelopen januari in de van Het Concertgebouw. In de Eigen Programmering van Het Concertgebouw was Baiba Skride voor het laatst te beluisteren op 17 september 2018, toen ze met het Boston Symphony Orchestra onder leiding van Andris Nelsons de van Bernstein uitvoerde. Baiba Skride bespeelt de ‘Yfrah Neaman’-Stradivarius uit 1724.


