Bachs Weihnachtsoratorium door Nederlands Kamerkoor en Les Talens Lyriques

Nederlands Kamerkoor
Les Talens Lyriques
Christophe Rousset dirigent
Johanna Winkel sopraan
Sophie Harmsen alt
Zachary Wilder tenor
Krešimir Stražanac bas

Bekijk ook de infographic Bachs kerstkalender

Johann Sebastian Bach (1685-1750)

Weihnachtsoratorium, BWV 248 (1734-35)
I. Teil: Am ersten heiligen Weihnachtsfeiertage
II. Teil: Am zweiten heiligen Weihnachtsfeiertage
III. Teil: Am dritten heiligen Weihnachtsfeiertage

pauze ± 20.50 uur

IV. Teil: Aufs Fest der Beschneidung Christi
V. Teil: Am Sonntage nach dem neuen Jahr
VI. Teil: Am Feste der Offenbarung Christi

einde ± 22.30 uur

Toelichting

Johann Sebastian Bach (1685-1750)

Weihnachtsoratorium

Door Dirk Luijmes

  • Johann Sebastian Bach

Ergens in het najaar van 1734 zit Johann Sebastian Bach achter zijn schrijftafel met muzikale plannen voor de komende ­kerstperiode. Pruik af, bierpul bij de hand. Zes s moet hij laten horen, zo realiseert hij zich, tijdens de erediensten van Eerste Kerstdag tot en met 6 januari. De ingrediënten zijn bekend: het evangelieverhaal over de ­geboorte van Jezus als rode draad en daar omheen koorstukken die de stemming en affecten van de extra teksten pakkend onderstrepen. Verder ’s met beschouwende woorden, hier en daar een reflectief arioso én een aantal koralen die de goegemeente moet kennen. De deadline nadert en dat kan een probleem worden. Bach heeft in Leipzig immers zijn handen vol aan componeren, dirigeren, lesgeven en aan andere kerkelijke werkzaamheden. In zijn hoofd galmen nog de klanken na van de gelegenheidscantates die hij een jaar eerder schreef voor Saksische vorsten. Zoals hij wel vaker had gedaan overweegt hij ook nu dit materiaal te recyclen: het scheelt tijd én meer mensen kunnen nu genieten van de fraaie klanken. Bladerend door zijn manu­scripten vermoedt de Thomaskantor dat het moet lukken: een verjaardagscantate voor een wereldlijk vorst kan toch zonder al te veel problemen worden omgeschreven voor de verjaardag van de goddelijke koning?

Uit de losse pols schrijft hij alvast een harmonisatie bij het kerstkoraal ‘Vom Himmel hoch’. De ideeën blijven komen: de van het passiekoraal ‘O Haupt voll Blut und Wunden’ – die zo vaak in zijn Matthäus-Passion klinkt – moet erin, om de verbinding met het (toekomstige) lijden van Christus te leggen. De tederheid van het kerstverhaal moet een plaats krijgen, de jubelzang van de engelen, de verwondering en de aanbidding van de herders, de drie koningen, de boze Herodes, de algehele blijdschap… in elke cantate kan hij een ander muzikaal kerstplaatje schilderen.

Het is niet ondenkbaar dat het ongeveer zo ging, een kleine 300 jaar geleden, toen Bach zich aan zijn ‘ Nativitatis Tempori Christi’ zette. Dat hij de zes losse cantates als een geheel beschouwde, blijkt uit de tekstboekjes die hij destijds voor de kerkgangers liet drukken. Een fraaie eenheid vormen de drie eerste cantates (voor de eerste drie kerstdagen, eentje meer dan tegenwoordig gebruikelijk) waarvan de eerste en derde in dezelfde , D groot, staan en zijn ingekleurd met de bijbehorende feestelijke ten en . De eerste en tweede cantate worden verbonden door het ‘Vom Himmel hoch’. Min of meer apart staat de vierde cantate (voor Nieuwjaar) waarin twee s aanschuiven. In de vijfde cantate ontbreken net als in de tweede de . Qua toonsoort sluit dit deel aan bij de zesde cantate, die (afgezien van het ontbreken van de fluitpartijen) dezelfde toonsoort en heeft als de eerste en de derde. Het slotkoraal van de zesde cantate, bedoeld voor Driekoningen, krijgt dezelfde melodie als het openingskoraal van de eerste. De cirkel is rond.

Volgens plan verwerkt Bach in zijn Weihnachtsoratorium de kort ervoor geschreven wereldlijke cantates BWV 213-214, waarvan hij koren en aria’s verdeelt over de verschillende cantates. Die combineert hij met ander oud materiaal uit een recente kerkcantate. De hergebruikte muziek wordt door een onbekend gebleven dichter voorzien van nieuwe teksten, die vaak wonderwel passen in de nieuwe context. Met deze recycling onderstreept Bach de stelling van de achttiende-eeuwse theoloog Gottfried Ephraim Scheibel: ‘Er is wat het beroeren van de emoties betreft geen verschil tussen religieuze en wereldlijke muziek.’ Het vreugdevolle affect van bijvoorbeeld het openingskoor ‘Jauchzet, frohlocket!’ is hetzelfde als dat van het oorspronkelijke cantatedeel ‘Tönet ihr Pauken’.

In verschillende aria’s past Bach af en toe de instrumentatie aan, en zet hij de oudere wereldlijke werken in een toonsoort die beter in het tonale plan van zijn kerstoratorium passen. Tussen alle bedrijven door vindt de componist ook voldoende tijd voor nieuwe noten. Tot de hoogtepunten behoren de wondermooie inleiding tot de tweede cantate, waarin de herders (blazers) en de engelen (strijkers) in een Italiaanse siciliano een prachtige dialoog aangaan en de aria ‘Schliesse mein Herze’ voor de alt (in het ­Weihnachtsoratorium de stem van Maria). Door al dit nieuwe materiaal moeiteloos te verbinden met het oude voegt de 49-jarige Bach een nieuw meesterwerk toe aan zijn oeuvre.

Biografie

Nederlands Kamerkoor, koor

Het Nederlands Kamerkoor voert repertoire uit van de vroege Middeleeuwen tot de muziek van morgen. Het werkt samen met acteurs, dansers, dj’s en vj’s, componisten, dichters en wetenschappers. Het koor won in 2017 De Ovatie van de VSCD voor het programma Via Crucis onder leiding van Reinbert de Leeuw, en in 2019 won het de Rotterdamse dagen Award.

Vanuit zijn thuisbasis in Utrecht zet het Nederlands Kamerkoor zich in voor een bloeiende koorwereld met onder meer het traineeship NKK NXT voor jonge professionals en de Zing­dagen voor amateurkoren. Oprichter Felix de Nobel was chef- van 1937 tot 1972; hij gaf opdrachten aan componisten als Francis Poulenc en Frank Martin.

Opvolgers waren Hans van de Hombergh (1972-1976), Kerry Woodward (1977-1980), Uwe Gronostay (1988-1997), Tõnu Kaljuste (1998-2000), Stephen Layton (2002-2005) en Risto Joost (2011-2015). Sinds 2015 is Peter Dijkstra chef-­dirigent. De laatste decennia werden compositieopdrachten verleend aan onder anderen David Lang, Michel van der Aa, Sofia Goebaidoelina, James MacMillan en Caroline Shaw. De vorige samenwerking met het Concertgebouworkest betrof Bachs Matthäus-Passion onder Riccardo Minasi in april 2025.

Les Talens Lyriques, ensemble

Met een repertoire dat reikt van de vroege tot de vroege laat Les Talens Lyriques zijn licht schijnen op de meesterwerken uit de muziekgeschiedenis terwijl het die met uitvoeringen van onbekend(er) gebleven werken juist ook in perspectief plaatst. Les Talens Lyriques werd in 1991 opgericht in Parijs en ontleent zijn naam aan de ondertitel van de Les fêtes d’Hébé van Rameau.

De afgelopen dertig jaar voerde het gezelschap tientallen opera’s uit van Monteverdi, Cavalli, Händel, Lully, Desmarest, Mondonville, Cimarosa, Traetta, Jommelli, Mozart, Salieri, Rameau, Gluck, Beethoven, Cherubini, Berlioz, Massenet, Gounod en Saint-Saëns – en anderen. 

Naast komen ook andere muziekgenres aan bod, zoals madrigalen, s, hofmuziek, symfonieën en het grote arsenaal aan religieuze muziek. In een bezetting die kan variëren van een handvol musici tot een zestigkoppig orkest speelt Les Talens Lyriques over de hele wereld.

Onder de ruim zestig cd-opnames is ook de soundtrack van de film Farinelli (1994), waarvan meer dan een miljoen exemplaren zijn verkocht. Een van de recentste uitgaven is La morte d’Orfeo van Stefano Landi, opgenomen bij De Nationale Opera. De laatste keer dat Les Talens Lyriques te gast was in de Eigen Programmering van Het Concertgebouw was in een Händel-programma met Joyce DiDonato in december 2008.

Christophe Rousset, klavecinist

Oprichter van Les Talens Lyriques en internationaal bekend klavecinist Christophe Rousset is de herontdekking van het Europese muzikale erfgoed zeer toegewijd. Hij studeerde klavecimbel bij Huguette Dreyfus aan de Schola Cantorum in Parijs en vervolgens bij Bob van Asperen aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag.

Op zijn tweeëntwintigste won hij het Internationaal Klavecimbelconcours van Brugge en kort daarna formeerde hij met Les Talens Lyriques zijn eigen gezelschap.

Daarmee wordt hij in en om Parijs uitgenodigd – door de Opéra National de Paris, de Opéra Comique, het Théâtre des Champs-Élysées, de Philharmonie de Paris, de Opéra Royal de Versailles – maar ook door De Nationale in Amsterdam, de Lausanne Opéra, het Teatro Real in Madrid, de Wiener Staatsoper, het Theater an der Wien, De Munt en Bozar in Brussel, en Wigmore Hall en het Barbican Centre in Londen.

Ook ging Christophe Rousset met zijn musici op tournee naar Mexico, Nieuw-­Zeeland, Canada en de Verenigde Staten. Daarnaast onderhoudt hij ook zijn carrière als kamermusicus; zijn vele Bach-albums zijn geliefd en zijn interpretaties van solowerken van Louis en François Couperin, Rameau, Royer, Duphly, Forqueray en Balbastre worden gezien als referentie-opnames.

Johanna Winkel, sopraan

Johanna Winkel maakte haar internationale solodebuut in 2008 in Nantes met Concerto Köln en al snel werd ze uitgenodigd door bijvoorbeeld Jeffrey Tate, Philippe Herreweghe, Frieder Bernius, Václav Luks, de Hamburger Symphoniker, het Freiburger Barockorchester, het koor van de Bayerische Rundfunk, het RIAS Kammerchor en de Akademie für alte Musik Berlin.

Ze bewees zichzelf in de historische uitvoeringspraktijk en breidde haar repertoire uit tot en met de hedendaagse muziek.

Recent trad de sopraan op met Teodor Currentzis (The Indian Queen van Purcell), de Internationale Bachakademie Stuttgart, het Beethovenorchester Bonn (Brittens War Requiem) en het Konzerthaus­orchester Berlin onder leiding van Iván Fischer. Na de rollen van Mimi (Puccini), Donna Elvira (Mozart) en Micaela ­(Bizet) gaf ze op het podium ook onder meer gestalte aan Alcina (Händel) in Bayreuth en Gerhilde (in Wagners Die Walküre) in Salzburg onder Christian Thielemann en in Peking onder Jaap van Zweden.

Op cd is ze onder meer te horen in Bach-s onder leiding van Christoph Spering (Echo Klassik 2017). In Het Concertgebouw maakt Johanna Winkel haar debuut.

Sophie Harmsen, alt

Als kind van Duitse diplomaten reisde Sophie Harmsen al jong over de wereld, en ze studeerde aan de universiteit van Kaapstad en in Duitsland bij Edith Wiens. Philippe Herreweghe nodigde haar uit om Dvořák te zingen met het Konzerthausorchester Berlin, C.Ph.E. Bach met zijn eigen Colle­gium Vocale Gent en Mozart tijdens de Mozartwoche Salzburg.

Onder leiding van René Jacobs debuteerde de mezzosopraan als Donna Elvira in Mozarts Don Giovanni en tourde ze door Europa in Beethovens Missa solemnis, en met Andrea Marcon ging ze op tournee met Bachs ‘Hohe Messe’. Dergelijke engagementen verraden Sophie Harmsens voorliefde voor het oudere repertoire.

Onder de en met wie ze werkte, zijn Iván Fischer, Daniel Harding, Thomas Hengelbrock, Manfred Honeck, Václav Luks, Raphaël Pichon en Markus Stenz. Sophie Harmsen was te gast op de festivals van Salzburg, Schleswig-Holstein en Rheingau en soleerde bij het Gewandhausorchester Leipzig, het SWR Symphonie­orchester, de Akademie für Alte Musik Berlin en het RIAS Kammerchor en het Israël Filharmonisch Orkest.

In Het Concertgebouw debuteerde ze in Het Zondagochtend Concert van 26 maart 2017 in muziek van Mozart en Schubert.

Zachary Wilder, tenor

De Amerikaanse tenor Zachary Wilder begon zijn studie in Rochester, New York en vestigde zich in Frankrijk toen William Christie hem uitnodigde voor Le Jardin des Voix, de academie van Les Arts Florissants.

De zanger soleerde ook bij de Nederlandse Bachvereniging (Bachs Matthäus-Passion in 2022, onder meer in Het Concertgebouw), L’Arpeggiata, il Pomo d’Oro, Le Concert d’Astrée, de Capella Cracoviensis, het Bach ­Collegium Japan, de Handel & Haydn Society en het Boston Early Music Festival.

Hij zingt graag oratoria en concerten, en voelt zich evenzeer thuis op het podium. Zo was hij te gast aan de theaters van Wenen, Versailles, Montpellier (Sartorio’s L’Orfeo onder leiding van Philippe Jaroussky), Drottningholm en Amsterdam (Le lacrime di Eros met Pygmalion en Raphaël Pichon) en op het Festival d’Aix-en-Provence (­Cavalli).

In symfonisch repertoire (Walton, Britten) trad Zachary Wilder op met het Royal Philharmonic Orchestra en de orkesten van San Francisco en Saint Louis. Op het Festival Musica in Straatsburg en in de Philharmonie de Paris vertolkte hij de rol van Mark in Frank Zappa’s 200 Motels. In Het Concertgebouw was Zachary Wilder onder meer te beluisteren in Bachs ­Weih­nachtsoratorium met het Nederlands Kamerkoor en Peter Dijkstra in 2023 en 2025.

Kresimir Stražanac, bas

Krešimir Stražanac ­studeerde zang bij Dunja Vejzović en ­interpretatie bij Cornelis ­Witthoefft aan de Staatliche Hochschule für Musik und darstellende Kunst Stuttgart en privé bij Jane ­Thorner ­Mengedoht en Hanns-Friedrich Kunz. Hij won prijzen op de Cantilena Gesangswettbewerb in Bayreuth en het Internationale Hugo Wolf Concours in Slovenië. 

Als vast ensemblelid van het Opernhaus Zürich verscheen de Kroatische zanger in ’s van onder anderen Eötvös, Puccini en Richard Strauss. Als gastzanger werd hij geëngageerd door de Bayerische Staatsoper in München en de Oper Frankfurt.

Krešimir Stražanac soleerde bij een groot aantal orkesten in bijvoorbeeld de Passionen en vele andere werken van Bach, de requiems van Mozart, Brahms, Dvořák en Fauré en de oratoria van Mendelssohn. Onder de gespecialiseerde ­gezelschappen die hem uitnodigden zijn bijvoorbeeld Concerto Köln, Collegium 1704 en de ­Akademie für alte Musik Berlin (Bachs Weihnachts­ora­torium op 16 december jongstleden in de ).

In december 2017 debuteerde hij bij het Concertgebouworkest in Bachs ‘Hohe Messe’ onder leiding van Philippe Herreweghe.