Bachs Weihnachtsoratorium door het Nederlands Kamerkoor en Concerto Köln

Nederlands Kamerkoor
Concerto Köln
Peter Dijkstra dirigent
Ilse Eerens sopraan
Anke Vondung mezzosopraan
Zachary Wilder tenor
Andreas Wolf bas

Dit concert wordt voorzien van boventiteling.

Lees ook:
- Opvallende momenten in het Weihnachtsoratorium
- De feestdagen volgens Bach

Johann Sebastian Bach (1685-1750)

Weihnachtsoratorium, BWV 248 (1734-35)
I. Teil: Am ersten heiligen Weihnachtsfeiertage
II. Teil: Am zweiten heiligen Weihnachtsfeiertage
III. Teil: Am dritten heiligen Weihnachtsfeiertage

pauze ± 20.55 uur

IV. Teil: Aufs Fest der Beschneidung Christi
V. Teil: Am Sonntage nach dem neuen Jahr
VI. Teil: Am Feste der Offenbarung Christi

einde ± 22.40 uur

Toelichting

Bach: Weihnachtoratorium

Door Lonneke Tausch

Met zijn aanstelling als Kantor in Leipzig in 1723 was ­Johann Sebastian Bach verantwoordelijk geworden voor de muziek in – onder meer – de Thomas­kirche. Zie daar de verklaring voor zijn gigantische productie. Zo schreef hij in december 1734 een cantate voor de Eerste, eentje voor de tweede en eentje voor de derde kerstdag (het was destijds gebruikelijk om drie dagen te wijden aan de belangrijkste christelijke feesten). Maar daar bleef het niet bij: hij componeerde er ook een voor Nieuwjaarsdag (het feest van de besnijdenis van Christus), een voor de eerste zondag van het nieuwe jaar en een voor Driekoningen (6 januari). Opvallend is dat Bach deze zes partituren in één boek noteerde en er ‘’ op schreef.

  • Johann Sebastian Bach

Ook is er van de eerste uitvoering een tekstboekje bewaard gebleven waarop staat ‘, welches Die Heilige Weihnacht über in beiden Haupt Kirchen zu Leipzig musiciert wurde. Anno 1734’. Bach noemde daarin de zes afzonderlijke stukken niet ‘Kantaten’, maar ‘Teile’. En zo worden de zes s tegenwoordig ook meestal uitgevoerd: als één geheel onder de titel ­Weihnachtsoratorium. Maar Bach zelf zal al deze muziek nooit direct achter elkaar hebben gehoord. Hij voerde één cantate uit per zon- of feestdag, als onderdeel van de liturgie.

Zes cantates of één kerstoratorium?

Toch zou het best kunnen dat de componist, al was het tegen beter weten in, een uitvoering aan één stuk voor ogen had. Opmerkelijk is namelijk dat hij een tenorsolist door de zes cantates heen het hele verhaal laat vertellen. Dat had hij in geen enkele losse cantate zo aangepakt, maar wél in de Johannes- en de Matthäus-Passion en een jaar later zou hij het nogmaals doen in het Himmelfahrtsoratorium. Ook de kan erop wijzen dat Bach deze zes cantates als een eenheid zag. Zo schrijft hij fluiten voor in de kerstcantates I, II en III; ze verstommen als de geboorte van het Christuskind bezongen is.

De inzet van de ten is opvallend symmetrisch: ze spelen in de cantates I, III, IV en VI maar zwijgen in de intiemere cantates II en V. Dergelijke symmetrie is bij Bach een belangrijk vormaspect, vooral in zijn grotere werken. Ook uit de voor de verschillende ‘Teile’ gekozen en valt een groter verband af te leiden: I en III (de eerste en de laatste kerstdag) plus VI (Driekoningen) staan in D groot en II en V staan in respectievelijk G groot (subdominant) en A groot (). De toonsoort van de nieuwjaarscantate (IV) springt eruit: F groot, ver van de basis D groot vandaan. Er is dan ook iets nieuws aan de hand: het is immers Nieuwjaar.

  • Weihnachtsoratorium: Jauchzet Frohlocket

De tekst nodigt uit tot verdere speculatie. In de eerste zin ‘Jauchzet, ­frohlocket! Auf, preiset die Tage!’ is ‘Tage’ misschien niet voor niets meervoud. Dit bestempelt het openingskoor van de eerste al meteen tot de opening van de hele serie feestdagen. En dan het uitzonderlijke voorlaatste gedeelte van Teil VI (te beschouwen als het voorlaatste gedeelte van de hele cyclus): binnen slechts negen maten passeren hier – voor het eerst – alle vier de solisten de revue en hun contemplatieve gezamenlijke werkt toe naar de climax van het groots opgezette slotkoraal. Iets dergelijks deed Bach ook al aan het slot van de Matthaüs-Passion (1727); het maakt dit slotkoraal tot veel meer dan alleen maar het einde van de zesde cantate. En het ultieme teken aan de wand: het eerste en laatste van het Weihnachtsoratorium delen een en dezelfde basismelodie.

Cantateconstructie

Los van bespiegelingen over een groter geheel is iedere cantate van Bachs Weihnachtsoratorium een zelfstandig werk met een eigen karakter. Elke cantate heeft een openingskoor (met uitzondering van de tweede, die instrumentaal opent met een lieflijke ) en een evangelist die in recitatieven vertelt over Jezus’ eerste dagen. Verder zijn er steeds twee ’s of vergelijkbare solistendelen en als afsluiting een koraal of een op een koraal gebaseerd koordeel. Uitgangspunt voor de cantates waren de evangelieteksten van Lucas over de geboorte van Christus en van Mattheüs over de Wijzen uit het Oosten. De door Bach getoonzette teksten zijn in drie categorieën te verdelen: achttien onderdelen (nummers) hebben originele bijbelteksten in de Duitse vertaling van Maarten Luther, vijftien koraalteksten zijn afkomstig uit de gangbare kerkelijke gezangen (waarbij in veertien gevallen ook de is overgenomen) en de overige teksten (ongeveer de helft van het geheel) zijn vrije gedichten. Algemeen wordt aangenomen dat de tekstdichter daarvan Picander was (pseudoniem van Christian Friedrich Henrici; bekend van onder andere de Matthäus-Passion), ook al nam hij deze teksten niet op in zijn gepubliceerde oeuvre.

Parodietechniek

Voor de muziek van het Weih­nachtsoratorium putte Bach veelvuldig uit zijn eerdere repertoire. Deze zogenaamde parodietechniek – nieuwe woorden op oude noten – was al zeker vanaf de Renais­sance zeer gangbaar. Het moeilijke eraan was dat de nieuwe tekst in en rijm moest passen op de oorspronkelijke melodieën en notenwaarden en dat de strekking van de nieuwe tekst moest aansluiten bij de sfeer van de al bestaande compositie. Omdat tekst en muziek in het Weihnachtsoratorium zo naadloos op elkaar aansluiten is zelfs wel geopperd dat Bach zelf ook teksten geschreven zou hebben. In heel wat van de 64 nummers hergebruikte hij muziek uit zijn eerdere (vaak wereldlijke) composities. Zo zijn de noten van het openingskoor, ‘Jauchzet, ­frohlocket! Auf, preiset die Tage!’, afkomstig uit de verjaardagscantate BWV 214 voor Maria ­Josepha, koningin van Polen en keurvorstin van Sachsen. De oorspronkelijke felicitatietekst, ‘Tönet, ihr ! Erschallet, en!’, had bij de feestelijkheden op 8 december 1733 eenmalig geklonken. Door zijn eigen noten van een jaar eerder te kopiëren onder nieuwe woorden vond Bach een efficiënte manier om die gelegenheidscompositie een tweede leven te geven.

Biografie

Nederlands Kamerkoor, koor

Het Nederlands Kamerkoor voert repertoire uit van de vroege Middeleeuwen tot de muziek van morgen. Het werkt samen met acteurs, dansers, dj’s en vj’s, componisten, dichters en wetenschappers. Het koor won in 2017 De Ovatie van de VSCD voor het programma Via Crucis onder leiding van Reinbert de Leeuw, en in 2019 won het de Rotterdamse dagen Award.

Vanuit zijn thuisbasis in Utrecht zet het Nederlands Kamerkoor zich in voor een bloeiende koorwereld met onder meer het traineeship NKK NXT voor jonge professionals en de Zing­dagen voor amateurkoren. Oprichter Felix de Nobel was chef- van 1937 tot 1972; hij gaf opdrachten aan componisten als Francis Poulenc en Frank Martin.

Opvolgers waren Hans van de Hombergh (1972-1976), Kerry Woodward (1977-1980), Uwe Gronostay (1988-1997), Tõnu Kaljuste (1998-2000), Stephen Layton (2002-2005) en Risto Joost (2011-2015). Sinds 2015 is Peter Dijkstra chef-­dirigent. De laatste decennia werden compositieopdrachten verleend aan onder anderen David Lang, Michel van der Aa, Sofia Goebaidoelina, James MacMillan en Caroline Shaw. De vorige samenwerking met het Concertgebouworkest betrof Bachs Matthäus-Passion onder Riccardo Minasi in april 2025.

Concerto Köln

Concerto Köln, dat bestaat sinds 1985, is gespecialiseerd in muziek van de achttiende en vroege negentiende eeuw. Behalve in thuisstad Keulen is het orkest met regelmaat te beluisteren in de bekende concertzalen wereldwijd. Hoogtepunt was afgelopen maart een Amerikaanse tournee, inclusief een concert in Carnegie Hall in New York, met sopraan Jeanine De Bique; eerder brachten ze samen het album Mirrors uit ( Klassik 2022).

Een mijlpaal was Das Rheingold van Wagner in een historisch geïnformeerde interpretatie in november 2021 in Keulen en Amsterdam met eredirigent Kent Nagano, dit jaar gevolgd door nieuwe Wagner-opvoeringen in Dresden.

De artistieke leiding van Concerto Köln ligt in handen van Alexander Scherf; concertmeesters zijn Mayumi Hirasaki, Evgeny Sviridov en Shunske Sato. Het orkest werkt met koren als Collegium Vocale Gent en het RIAS Kammerchor Berlin en solisten als Cecilia Bartoli, Andreas Scholl, Julia Lezhneva en Martin Fröst. De discografie telt meer dan 75 opnames, waarvan sommige zijn onderscheiden met de Grammy Award, de Diapason d’Or en de MIDEM Classical Award.

Het laatste optreden in de Eigen Programmering van Het Concertgebouw was Het Zondagochtend Concert van 21 april 2019. De komst van het orkest in 2020 voor Bachs Weihnachtsoratorium kon vanwege de pandemie niet doorgaan.

Peter Dijkstra, dirigent

Peter Dijkstra studeerde koor­directie, orkestdirectie en solozang in Den Haag, Keulen en Stockholm. Met de Kersjesprijs 2002 en de Eric Ericson Award 2003 kwam zijn internationale carrière op gang.

Van 2005 tot 2016 was hij artistiek leider van het Chor des Bayerischen Rundfunks in München en van 2007 tot 2018 chef-­ van het Zweeds Radio Koor, waar hij eredirigent bleef. In 2015 werd hij, na lang eerste gastdirigent te zijn geweest, chef-dirigent van het Nederlands Kamerkoor, en in 2018 ook eerste gastdirigent van het Groot Omroepkoor.

Sinds 2022 is hij bovendien opnieuw artistiek leider van het Chor des ­Bayerischen Rundfunks. Naast zijn ­vaste verbintenissen is Peter Dijkstra een veelgevraagde gast bij gerenommeerde koren als het RIAS Kammerchor Berlin, de WDR, MDR en NDR Rundfunkchöre, de BBC Singers en het Ests Philharmonisch Kamerkoor.

Ook het ­Scottish Chamber Orchestra, het Zweeds Radio Orkest, het Japan ­Philharmonic Orchestra, het Tokyo Metropolitan Symphony Orchestra, verschillende Nederlandse orkesten en gespecialiseerde ensembles engageerden hem.

Peter Dijkstra leidde premières van Esa-Pekka Salonen, Lera Auerbach, Einojuhani Rautavaara, ­Caroline Shaw en JacobTV, en is een pleitbezorger voor jong compositietalent in de ­koormuziek. Hij geeft regelmatig enmasterclasses, was van 2016 tot 2020 verbonden aan de Hochschule für Musik in Keulen en doceert sinds najaar 2023 koordirectie aan de Hochschule für Musik in Neurenberg.

Ilse Eerens, sopraan

Ilse Eerens studeerde aan het Lemmensinstituut in Leuven en bij Jard van Nes aan de Nieuwe Academie in Amsterdam en Den Haag. Ze won prijzen op het Internationaal Vocalisten Concours ’s-Hertogenbosch 2004 en het ARD Concours 2006 in München.

Ze is een graag geziene gast aan De Munt in Brussel, in rollen van Mozart, Rossini en Verdi maar bijvoorbeeld ook in Ligeti’s Le grand macabre – dat ze ook zong in het Teatro Colón in Buenos es, de opera van Rome en het Adelaide Music Festival.

Ilse Eerens was te gast op de Festspiele van Salzburg (Mozart) en Bregenz (HK ­Gruber), bij de ­gezelschappen van Lyon (Zemlinsky, Honegger, Janáček) en Tokio (Hosokawa), aan het Royal Opera House Covent Garden in Londen en aan het Theater an der Wien. Op het concertpodium werkte ze met het Beethovenorchester Bonn, Basel Sinfonietta, het Amsterdam Baroque Orchestra and Choir, het Gulbenkian Orchestra, ­Philippe Herreweghe en het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks en Riccardo Muti.

In Het Concertgebouw zong Ilse Eerens meermaals bij het Orkest van de Achttiende Eeuw, onder meer in Mozarts Così fan tutte in 2013 en Der Schauspieldirektor/Die Zauberflöte in 2021. In 2023 soleerde ze er in Bachs Weihnachtsoratorium bij het Nederlands Kamerkoor onder leiding van Peter Dijkstra.

Anke Vondung, mezzosopraan

Anke Vondung studeerde in Mann­heim bij Rudolf Piernay. Ze begon haar loopbaan als lid van het vaste ensemble van het Tiroler Landes­theater in Innsbruck.

Vanaf 2000 debuteerde ze in theaters in onder meer München, Berlijn, Dresden, Palermo, Genève, Parijs, Amsterdam en San Diego en op de festivals van Salzburg en Glyndebourne.

Van 2003 tot 2006 was ze ensemble­lid van de Staatsoper Dresden, waarmee ze sindsdien nauwe banden onderhoudt. In 2007/2008 was Anke Vondung voor het eerst te gast bij de Metropolitan in New York. Ze soleerde bij een reeks bekende orkesten, onder leiding van en als Gerd Albrecht, Marc Albrecht, Edo de Waart, James Conlon en James Levine.

In de verzorgde ze in 2013 samen met andere solisten een Schubertiade; in de was ze voor het laatst te beluisteren in het Weih­nachtsoratorium in 2016, met het RIAS Kammerchor en het Freiburger Barockorchester.

Zachary Wilder, tenor

De Amerikaanse tenor Zachary Wilder begon zijn studie in Rochester, New York en vestigde zich in Frankrijk toen William Christie hem uitnodigde voor Le Jardin des Voix, de academie van Les Arts Florissants.

De zanger soleerde ook bij de Nederlandse Bachvereniging (Bachs Matthäus-Passion in 2022, onder meer in Het Concertgebouw), L’Arpeggiata, il Pomo d’Oro, Le Concert d’Astrée, de Capella Cracoviensis, het Bach ­Collegium Japan, de Handel & Haydn Society en het Boston Early Music Festival.

Hij zingt graag oratoria en concerten, en voelt zich evenzeer thuis op het podium. Zo was hij te gast aan de theaters van Wenen, Versailles, Montpellier (Sartorio’s L’Orfeo onder leiding van Philippe Jaroussky), Drottningholm en Amsterdam (Le lacrime di Eros met Pygmalion en Raphaël Pichon) en op het Festival d’Aix-en-Provence (­Cavalli).

In symfonisch repertoire (Walton, Britten) trad Zachary Wilder op met het Royal Philharmonic Orchestra en de orkesten van San Francisco en Saint Louis. Op het Festival Musica in Straatsburg en in de Philharmonie de Paris vertolkte hij de rol van Mark in Frank Zappa’s 200 Motels. In Het Concertgebouw was Zachary Wilder onder meer te beluisteren in Bachs ­Weih­nachtsoratorium met het Nederlands Kamerkoor en Peter Dijkstra in 2023 en 2025.

Andreas Wolf, bariton

Na zijn studie bij Heiner Eckels en Thomas Quasthoff vestigde ­Andreas Wolf zijn naam in zalen als de Philharmonie de Paris, het Barbican Center in Londen, de Philharmonie in Berlijn, het Lincoln Center in New York en de Herkulessaal in München.

Tot zijn -­engagementen van de ­afgelopen seizoenen behoren Mozarts Così fan ­tutte bij het Teatro Real in Madrid, De Munt in Brussel en de Wiener Fest­wochen, Don Giovanni aan De Munt en het Staatstheater Stuttgart, Le nozze di Figaro in Madrid en aan de Opéra National du Rhin en Die Zauberflöte aan het Grand Théâtre de Genève.

Met de Staatsoper München heeft de Duitse bas-bariton een hechte band: hij stond er onder meer in Bizets Carmen, Richard Strauss’ ­Ar­iadne auf Naxos en ­Schrekers Die Gezeichneten. In Händels Serse tourde hij met il Pomo d’Oro. ­s geeft Andreas Wolf met pianist Kit Armstrong.

In Het Concertgebouw was hij onder meer te horen in Bachs Matthäus-Passion – met de Nederlandse Bachvereniging, het Nederlands Kamerorkest en het Amsterdam Baroque Orchestra & Choir – en diens Weihnachtsoratorium met het Nederlands Kamerkoor en Concerto Köln. In oktober 2024 zong hij in Händels Esther met het Amsterdam Baroque Orchestra & Choir ter gelegenheid van Ton Koopmans tachtigste verjaardag, en in een programma met werken van Bach en Händel door het het Concertgebouworkest. Op 2 april jongstleden was hij in de een van de solisten in Beethovens Negende symfonie door het Symfonieorkest Vlaanderen en het Estonian Philharmonic Chamber Choir.