Bachs Weihnachtsoratorium door het Nederlands Kamerkoor en B’Rock Orchestra
Nederlands Kamerkoor
B'Rock Orchestra
Peter Dijkstra dirigent
Katja Stuber sopraan
Wiebke Lehmkuhl alt
Reinoud Van Mechelen tenor
Arttu Kataja bas
Dit concert wordt voorzien van boventiteling.
Ook interessant:
- Interview met dirigent Peter Dijkstra
- Infographic: Bachs kerstkalender
Johann Sebastian Bach (1685-1750)
Weihnachtsoratorium, BWV 248 (1734-35)
I. Teil: Am ersten heiligen Weihnachtsfeiertage
II. Teil: Am zweiten heiligen Weihnachtsfeiertage
III. Teil: Am dritten heiligen Weihnachtsfeiertage
pauze ± 20.55 uur
IV. Teil: Aufs Fest der Beschneidung Christi
V. Teil: Am Sonntage nach dem neuen Jahr
VI. Teil: Am Feste der Offenbarung Christi
einde ± 22.40 uur
Met dank aan Van Lanschot Kempen.
Toelichting
Johann Sebastian Bach (1685-1750)
Weihnachtsoratorium
Door Frits Vliegenthart
Johann Sebastian Bach schreef zijn Weihnachtsoratorium voor de Leipziger erediensten in de Nikolai- en Thomaskirche tussen Kerstmis en Driekoningen 1734-35. Het complete werk bestaat uit zes s, maar zelf noemde hij deze ‘Teil I-VI’, want ze horen inhoudelijk en muzikaal bij elkaar. Zo zijn bijvoorbeeld de en zorgvuldig gekozen – met D groot als verbinding. Een integrale (concert)uitvoering doet volkomen recht aan deze eenheid.
De tekstdichter van de koren, begeleide recitatieven en ’s is waarschijnlijk Picander (Christian Friedrich Henrici), met wie Bach al succesvol had samengewerkt aan onder meer de Matthäus-Passion. Rode draad is de tekst van de Evangelist (tenor), volgens het Nieuwe Testament (Lucas en Matteüs); woorden en ën van de koralen stammen uit het lutherse repertoire. Voor de meeste koren en aria’s putte de componist uit ouder, wereldlijk werk, dat hij van nieuwe teksten voorzag. Alle recitatieven schreef hij nieuw.
Huldigingsmuziek
Belangrijke muzikale bijdragen voor het Weihnachtsoratorium haalde Bach uit feestcantates van de jaren 1733 en 1734, toen hij zijn best deed om in de gunst te komen bij de Saksische keurvorsten. Laßt uns sorgen, laßt uns wachen, BWV 213, oftewel Hercules auf dem Scheidewege, verheerlijkt de elfjarige prins Friedrich Christian, op wiens verjaardag (8 september 1733) Bach dit werk uitvoerde met zijn Leipziger Collegium Musicum. ‘Hercules’ is de prins, die kennelijk al vroeg het pad van de deugd koos. Tönet ihr ! Erschallet en!, BWV 214, is een verjaardagsode voor keurvorstin Maria Josepha, ontstaan in december 1733. Een derde compositie die bouwstenen bevat voor het Weihnachtsoratorium is Preise dein Glücke, gesegnetes Sachsen, BWV 215, gecomponeerd ter gelegenheid van de eerste verjaardag van de kroning van keurvorst August III tot koning van Polen, op 5 oktober 1734. De uitvoering vond plaats tijdens een bezoek van August aan Leipzig.
Mogelijk had Bach bij het creëren van deze huldigingsmuziek al rekening gehouden met recycling voor een geestelijke bestemming. Waar het muzikale affect – de op te roepen emotie – niet voldoende aansloot bij de nieuwe tekst, verhielp hij dat met subtiele ingrepen.
Musicerende studenten in Leipzig, met vermoedelijk Johann Sebastian Bach in hun midden, 1727
Drie Kerstdagen
Deel I vertelt van de volkstelling, de reis naar Bethlehem en de geboorte van Jezus in een stal. In het uitbundige openingskoor Jauchzet, frohlocket, auf, preiset die Tage! is het feestelijke affect van het oorspronkelijke Tönet, ihr ! Erschallet, en! zonder meer toepasselijk. Interessant is de altaria Bereite dich, Zion, mit zärtlichen Trieben, waarin het grimmige origineel uit BWV 213 – Ich will dich nicht hören, ich will dich nicht wissen – werd getransformeerd tot een pittige, maar lieflijke aansporing aan de dochter van Zion om haar bruidegom tegemoet te gaan. Vrolijk swingt de basaria Großer Herr, und starker König, naar BWV 214; de trompetpartij benadrukt nu de koninklijke aard van Jezus. Ook het slotkoraal Ach, mein herzliebes Jesulein krijgt vorstelijke allure door de tussenspelen en het naspel met pauken en trompetten.
Op Tweede Kerstdag hoorde de Leipziger gemeente deel II, dat instrumentaal begint met een serene pastorale (). Toepasselijk, want het gaat hier over de herders op het veld, aan wie een engel de boodschap van Jezus’ geboorte brengt. Strijkers en creëren een intieme sfeer. De tenor roept de herders op om snel naar Bethlehem te gaan in Frohe Hirten, eilt, ach eilet – oorspronkelijk in BWV 214 was dit Fromme Musen, meine Glieder. Maria (alt) zingt haar kindje in slaap: Schlafe, mein Liebster, genieße der Ruh’ – in BWV 213 was het Schlafe, mein Liebster, und pflege der Ruh’, van... Die Wollust! Als het ontbreken van een openingskoor voor deel II al compensatie behoeft, dan wordt daarin ruimschoots voorzien door het groots opgezette, nieuw gecomponeerde engelenkoor Ehre sei Gott in der Höhe, waarin de drie tekstsegmenten als in een motet elk een eigen zetting krijgen: ‘Ehre sei Gott in der Höhe’ – ‘und Friede auf Erden’ – ‘und den Menschen ein Wohlgefallen’. Aan het eind van deel II laat Bach in een mooie boog het siciliano- van de Sinfonia terugkeren in de begeleiding van het slotkoraal Wir singen dir in deinem Heer.
Het bezoek van de herders aan Bethlehem is het thema van deel III, voor – in Bachs tijd gebruikelijk – Derde Kerstdag. Herrscher des Himmels, erhöre das Lallen luiden de beginwoorden van het juichende openingskoor – in plaats van Blühet, ihr Linden in Sachsen, wie Zedern uit BWV 214. Aan het duet Herr, dein Mitleid, dein Erbarmen ligt een duet tussen Hercules en Die Tugend ten grondslag: Ich bin deine, du bist meine uit BWV 213. Nieuw geschreven is Maria’s mystieke aria Schließe, mein Herze, dies selige Wunder fest in deinem Glauben ein. Alsof een overmaat aan vreugde een uitweg zoekt, zingt het koor na het Seid froh, dieweil nogmaals Herrscher des Himmels. Hiermee eindigt het eigenlijke Kerstblok zoals het begon: met pauken en trompetten.
Van Nieuwjaar tot Driekoningen
Nieuwjaar – tevens het feest van Jezus’ besnijdenis en naamgeving – wordt gevierd met deel IV, Fallt mit Danken, fallt mit Loben, grotendeels gebaseerd op BWV 213. De nobele klanken van twee s verrijken het openingskoor en het slotkoraal. In de sopraanaria Flößt mein Heiland krijgt het speelse echo-effect van het origineel Treues Echo dieser Orten een spirituele dimensie. De tenoraria Ich will nur dir zu Ehren leben – in BWV 213: Auf meinen Flügeln sollst du schweben – is een vierstemmige voor de zangstem, twee violen en de .
Op de zondag na Nieuwjaar 1735 klonk in Leipzig deel V, Ehre sei dir, Gott, gesungen. De drie Wijzen bezoeken onderweg naar Bethlehem koning Herodes in Jeruzalem. Bach componeerde een gloednieuw, energiek openingskoor, met een bescheiden begeleiding van strijkers en twee hobo’s d’amore. De basaria Erleucht’ auch meine finstre Sinnen is gebaseerd op Durch die von Eifer entflammeten Waffen uit BWV 215; of er een ouder origineel ten grondslag lag aan het terzet Ach! wann wird die Zeit erscheinen weten we niet. Het slotkoraal is sober gehouden.
Daarentegen pakte Bach – met pauken en drie trompetten – weer flink uit in deel VI, voor Epifanie (Driekoningen). De Wijzen komen aan in Bethlehem. Bach-experts vermoeden een verdwenen ouder origineel als grondslag. Het majestueuze openingskoor Herr, wenn die stolzen Feinde schnauben, waarin strenge fuga’s een iets vrijer isch gedeelte flankeren, contrasteert sterk met de dansachtige aria’s (met name de sopraanaria Nur ein Wink von seinen Händen). Het eenvoudige slotkoraal Nun seid Ihr wohl gerochen wordt door de weelderige orkestzetting een grootse finale.
Biografie
Nederlands Kamerkoor, koor
Het Nederlands Kamerkoor voert repertoire uit van de vroege Middeleeuwen tot de muziek van morgen. Het werkt samen met acteurs, dansers, dj’s en vj’s, componisten, dichters en wetenschappers. Het koor won in 2017 De Ovatie van de VSCD voor het programma Via Crucis onder leiding van Reinbert de Leeuw, en in 2019 won het de Rotterdamse dagen Award.
Vanuit zijn thuisbasis in Utrecht zet het Nederlands Kamerkoor zich in voor een bloeiende koorwereld met onder meer het traineeship NKK NXT voor jonge professionals en de Zingdagen voor amateurkoren. Oprichter Felix de Nobel was chef- van 1937 tot 1972; hij gaf opdrachten aan componisten als Francis Poulenc en Frank Martin.
Opvolgers waren Hans van de Hombergh (1972-1976), Kerry Woodward (1977-1980), Uwe Gronostay (1988-1997), Tõnu Kaljuste (1998-2000), Stephen Layton (2002-2005) en Risto Joost (2011-2015). Sinds 2015 is Peter Dijkstra chef-dirigent. De laatste decennia werden compositieopdrachten verleend aan onder anderen David Lang, Michel van der Aa, Sofia Goebaidoelina, James MacMillan en Caroline Shaw. De vorige samenwerking met het Concertgebouworkest betrof Bachs Matthäus-Passion onder Riccardo Minasi in april 2025.
B’Rock Orchestra, orkest
Vanuit thuisbasis Gent bereist het B’Rock Orchestra de concertpodia. De in 2005 opgerichte groep internationale musici streeft naar vernieuwing in de wereld van de oude muziek en laat oude en eigentijdse muziek elkaar graag ontmoeten; ook oude muziek in combinatie met theater, beeldende kunst en/of video behoort tot het artistieke DNA.
Het repertoire omvat vijf eeuwen muziek, uit te voeren op instrumenten die eigen zijn aan de tijdsperiode.
Met zijn participatieprojecten B’Rock Encounters reikt de groep zowel het publiek als talentvolle artiesten de hand. Geregeld werken de instrumentalisten met hun eigen B’Rock Vocal Consort. Een vaste is er niet – het B’Rock Orchestra werkt met gastdirigenten en solisten als René Jacobs, Ivor Bolton, Jérémie Rhorer, Alexander Melnikov, Dmitry Sinkovsky, Bejun Mehta en Jeanine De Bique. Ook zijn er samenwerkingen met De Munt (Brussel), Muziektheater Transparant (Antwerpen) en de Opéra de Rouen Normandie.
Voor Bizets Carmen werkte het B’Rock Orchestra met het Choeur de Chambre de Namur en het kinderkoor van Ballet Vlaanderen, en voor een bewerking van Bachs Johannes-Passion getiteld In Your Hands met het Rotterdamse circusgezelschap Tall Tales en gitarist-componist Kalle Kalima. Het gezelschap is prominent aanwezig op Belgische podia als het Klarafestival, De Singel in Antwerpen, KASK en Muziekcentrum De Bijloke in Gent, Concertgebouw Brugge en Bozar in Brussel, en was ook te gast in de Kölner Philharmonie, op het Beethovenfest Bonn, in het Theater an der Wien, in de Philharmonie de Paris, op de BBC Proms, in L’Auditori Barcelona, en tijdens de Wiener Festwochen, de Ruhrtriennale, de Mozartwoche Salzburg en het Holland Festival.
In de Eigen Programmering van Het Concertgebouw debuteerde het orkest in december 2008 in de , en stond het voor het laatst in december 2024 in de met Bachs Weihnachtsoratorium met het Nederlands Kamerkoor.
Peter Dijkstra, dirigent
Peter Dijkstra studeerde koordirectie, orkestdirectie en solozang in Den Haag, Keulen en Stockholm. Met de Kersjesprijs 2002 en de Eric Ericson Award 2003 kwam zijn internationale carrière op gang.
Van 2005 tot 2016 was hij artistiek leider van het Chor des Bayerischen Rundfunks in München en van 2007 tot 2018 chef- van het Zweeds Radio Koor, waar hij eredirigent bleef. In 2015 werd hij, na lang eerste gastdirigent te zijn geweest, chef-dirigent van het Nederlands Kamerkoor, en in 2018 ook eerste gastdirigent van het Groot Omroepkoor.
Sinds 2022 is hij bovendien opnieuw artistiek leider van het Chor des Bayerischen Rundfunks. Naast zijn vaste verbintenissen is Peter Dijkstra een veelgevraagde gast bij gerenommeerde koren als het RIAS Kammerchor Berlin, de WDR, MDR en NDR Rundfunkchöre, de BBC Singers en het Ests Philharmonisch Kamerkoor.
Ook het Scottish Chamber Orchestra, het Zweeds Radio Orkest, het Japan Philharmonic Orchestra, het Tokyo Metropolitan Symphony Orchestra, verschillende Nederlandse orkesten en gespecialiseerde ensembles engageerden hem.
Peter Dijkstra leidde premières van Esa-Pekka Salonen, Lera Auerbach, Einojuhani Rautavaara, Caroline Shaw en JacobTV, en is een pleitbezorger voor jong compositietalent in de koormuziek. Hij geeft regelmatig enmasterclasses, was van 2016 tot 2020 verbonden aan de Hochschule für Musik in Keulen en doceert sinds najaar 2023 koordirectie aan de Hochschule für Musik in Neurenberg.
Katja Stuber, sopraan
Katja Stuber studeerde in 2008 af bij Christian Gerhaher aan de Hochschule für Musik und Theater München, waar ze ook lessen volgde bij Juliane Banse en Helmut Deutsch. Ze vervolgde haar studie bij Ruth Ziesak in Saarbrücken en Margreet Honig in Amsterdam.
In 2011 gooide ze hoge ogen tijdens de honderdste Bayreuther Festspiele, waar ze haar debuut maakte als Junges Hirt in een nieuwe productie van Wagners Tannhäuser.
Ze keerde meermaals in Bayreuth terug en debuteerde in 2013 ook op de Salzburger Festspiele.
Concertrepertoire zong Katja Stuber met het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, de Münchner Philharmoniker, de orkesten van de WDR en de NDR, Concerto Köln, het Gewandhausorchester Leipzig en de Akademie für Alte Musik Berlin.
Ze werkte met en als Daniel Harding, Ivor Bolton, Hans-Christoph Rademann, Giovanni Antonini, Philippe Herreweghe, Herbert Blomstedt en Jordi Savall (cd-opnames van Bachs Weihnachtsoratorium). Door het City of Birmingham Symphony Orchestra en Mirga Gražinytė-Tyla werd ze uitgenodigd voor Ein deutsches Requiem van Brahms en de Achtste symfonie van Mahler in Salzburg.
Het -debuut van Katja Stuber was in maart 2017 bij het Concertgebouworkest in het Requiem van Mozart onder leiding van Thomas Hengelbrock.
Wiebke Lehmkuhl, alt
Wiebke Lehmkuhl studeerde aan de Hochschule für Musik und Theater in Hamburg. Na gastoptredens bij de de ’s van Kiel, Hamburg en Hannover werd ze nog tijdens haar opleiding soliste bij de Oper Zürich.
In 2012 debuteerde de Duitse alt onder leiding van Nikolaus Harnoncourt op de Salzburger Festspiele, waarna optredens volgden in Wagners Der Ring des Nibelungen bij de Opéra de Bastille in Parijs en Götterdämmerung bij de Bayerische Staatsoper in München.
Erda in Wagners Das Rheingold en Siegfried groeide uit tot een van de sleutelrollen van Wiebke Lehmkuhl, wat haar al naar München, Genève, Parijs en Londen bracht.
In 2016 debuteerde ze bij De Nationale in Amsterdam, in Händels Jephtha. De is dan ook een andere favoriete stijlperiode: met het Gewandhausorchester Leipzig onder Riccardo Chailly is Wiebke Lehmkühl te horen op een cd-opname van het Weihnachtsoratorium, en in 2018 soleerde ze bij het Concertgebouworkest in Bachs Matthaüs-Passion onder Ton Koopman en in maart dit jaar in de Johannes-Passion onder Trevor Pinnock.
Wiebke Lehmkuhl was te gast op de festivals van Bayreuth en Luzern en soleerde bij de Berliner Philharmoniker, het Orchestre National de Paris, het Orchestra del Teatro alla Scala di Milano en The Cleveland Orchestra.
Reinoud Van Mechelen, tenor
Reinoud Van Mechelen behaalde in 2012 zijn master bij Dina Grossberger aan het Koninklijk Conservatorium Brussel en kreeg in 2017 de Belgische Caecilia Prijs.
Al in 2007 had hij deelgenomen aan de Académie Baroque Européenne d’Ambronay onder leiding van Hervé Niquet, en in 2011 aan Le Jardin des Voix van William Christie en Les Arts Florissants.
Met hen trad hij op op de festivals van Aix-en-Provence en Edinburgh. ensembles als Collegium Vocale Gent, Le Concert d’Astrée, Pygmalion en Hespèrion XXI nodigen de Vlaamse tenor geregeld uit, en in 2016 richtte hij ook zijn eigen ensemble op: a nocte temporis.
Op het toneel vertolkte de zanger de titelrollen van Rameaus Dardanus, Pygmalion en Hippolyte et Aricie. Ook werk van Charpentier, Gluck, Mozart, Delibes en Bizet heeft hij op zijn repertoire, en hij werd geëngageerd door de operahuizen van Bordeaux, Dijon, Lille, Versailles, Antwerpen en Madrid, de Opéra Comique en de Opéra National in Parijs, De Munt in Brussel en de Berliner Staatsoper.
Reinoud Van Mechelen debuteerde in 2019 bij het Concertgebouworkest als evangelist in Bachs Johannes-Passion.
Arttu Kataja, bas
Arttu Kataja studeerde aan de Sibelius Academie in Helsinki en won tweemaal het Mozart-concours van het Mozarteum in Salzburg.
Als ensemblelid van de Staatsoper Unter den Linden in Berlijn – sinds 2006 – vertolkte hij onder meer de grote Puccini- en Mozart-rollen voor zijn stemvak.
De bariton was te gast bij het Theater an der Wien, de Deutsche Oper am Rhein, het Théâtre du Capitole in Toulouse, de Tampere , de Finse Nationale Opera en het operafestival van Savonlinna.
Ook in het -, - en concertrepertoire is de Finse zanger actief. Zo zong hij in Bachs Magnificat met zowel de Bachakademie Stuttgart als het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin, in Brahms’ Ein deutsches Requiem met het Kammerchor Stuttgart en in Die Schöpfung van Haydn met de NDR Radiophilharmonie onder leiding van Risto Joost. Eerder dit jaar bracht Arttu Kataja een cd uit met Mahler-liederen uit Des Knaben Wunderhorn.
In 2022 zong hij de Christus-partij in Bachs Johannes-Passion bij het Concertgebouworkest onder leiding van Andrew Manze en in Het Zondagochtend Concert van 1 mei 2022 soleerde hij in Kullervo van Sibelius bij het Radio Filharmonisch Orkest en James Gaffigan.







