Bachs Matthäus-Passion door de Nederlandse Bachvereniging
Nederlandse Bachvereniging
Johanna Soller dirigent
Thomas Hobbs tenor (Evangelist)
Isabel Schicketanz sopraan I
Alex Potter alt I
Raphael Höhn tenor I
Felix Schwandtke bas I / Christus
Myriam Arbouz sopraan II
Marine Fribourg alt II
Guy Cutting tenor II
Drew Santini bas II
Kampen Boys Choir
solisten uit het koor:
Amelia Berridge dienstmeisje 1
Monica Monteiro vrouw van Pilatus
Anna Bachleitner dienstmeisje 2
Mitchell Sandler Pilatus en Pontifex 1
Samuel Wong Judas
Donald Bentvelsen Pontifex 2
Bram Trouwborst Petrus
Dit concert maakt deel uit van de serie Onsterfelijke Noten.
Dit concert wordt voorzien van boventiteling.
Ook interessant:
- Bachs leven in kaart
Johann Sebastian Bach (1685-1750)
Matthäus-Passion, BWV 244 (1727, revisie 1736 en 1742)
met teksten van Christian Friedrich Henrici, alias Picander
pauze ± 20.45 uur
einde ± 22.50 uur
Toelichting
Johann Sebastian Bach 1685-1750
Bach: Matthäus-Passion
Door Marloes Biermans
Verraad, veroordeling, dood en onvoorwaardelijke liefde, het zit allemaal in de Matthäus-Passion van Johann Sebastian Bach. Het stuk combineert het afschuwelijkste en het allermooiste en blijft je verbazen, of je nu religieus bent of niet.
Grote passie
Al voor de kerkgangers in Leipzig zal Bachs Matthäus-Passion opzienbarend zijn geweest. Alles aan het stuk was groots: Bach vroeg om twee koren met elk hun eigen solopartijen, twee orkesten en extra jongenssopranen. Na de uitvoering in de Thomaskirche in Leipzig in 1736 noteerde de koster zelfs dat het stuk ‘met beide s’ was gespeeld, en dat hij dat opschreef, betekende dat het bijzonder was. De dienst waarvoor Bach zijn Matthäus-Passion schreef, de avonddienst van Goede Vrijdag, zal met de gebruikelijke preek van een uur tussen de twee delen van de passie en inclusief gebeden en eren ruim vier uur geduurd hebben. Niet gek dus dat Bachs vrouw Anna Magdalena, toen ze een baspartij van de Matthäus uitschreef en snel wilde aangeven welk stuk van haar man dit was, er kortweg ‘grote passie’ boven zette.
Een oud verhaal
Het grootste deel van het verhaal van de Matthäus-Passion is al meer dan 2000 jaar oud en gebaseerd op het passieverhaal uit het evangelie van Mattheüs. Het gaat over de laatste dagen van Jezus: hij wordt verraden, berecht, sterft aan het kruis en wordt begraven. Samensteller van de tekst is Christian Friedrich Henrici. Hij was gemeenteambtenaar in Leipzig, maar schreef en dichtte onder het pseudoniem Picander. Bach gebruikte Picanders teksten vaker voor zijn kerkmuziek. Picander werkte waarschijnlijk in nauwe samenspraak met Bach zelf. Als rode draad voor de tekst gebruikten ze het evangelie van Mattheüs 26 en 27. Het grootste deel van die bijbeltekst – die Bach letterlijk en in zijn geheel gebruikte – laat hij ‘voorlezen’ door de Evangelist. Daar waar verschillende groepen of personen aan het woord komen, verdeelt Bach die over verschillende zangers, zoals Jezus, Judas, Petrus, een dienstmeisje, de leerlingen, de hogepriesters, het volk, de soldaten, enzovoort.
Met nieuwe toevoegingen
Op sleutelmomenten in het verhaal voegden Bach en Picander bekende kerkliederen en ’s toe, als reflectie of meditatie op het bijbelverhaal. De handeling wordt stilgezet en de koralen of aria’s plaatsen het gebeurde in de theologische context van die tijd. De gebruikte teksten en ën zijn afkomstig uit het lutherse gezangboek en stammen vooral uit de zestiende en zeventiende eeuw. Voor de kerkgangers in Leipzig waren deze liederen dagelijkse kost. Bach maakte ze vierstemmig, maar iedereen zal de melodie en tekst herkend hebben.
De ene groep vertelt het verhaal, de andere reageert, stelt vragen, levert commentaar of trekt conclusies
De teksten voor de aria’s waren gloednieuw en gedicht door Picander. Hij baseerde zich hiervoor deels op Der leidende Jesus oder das Leyden unsers Herrn und Heylandes Jesu Christi, een boek met passiepreken van theoloog Heinrich Müller (1631-1675) uit Bachs bibliotheek. Zowel de aria’s als de koralen sluiten vaak naadloos aan op de evangelietekst. Zo volgt op het ‘Aber Jesus schwieg stille’ van de Evangelist het van de tenor ‘Mein Jesus schweigt zu falschen Lügen stille’. Of klinkt na de vertwijfelde vraag van Jezus’ leerlingen ‘Herr, bin ich’s’ het koraal ‘Ich bin’s, ich sollte büssen’.
Dialoog
In zijn tekst maakt Picander onderscheid tussen twee groepen mensen: de ‘Töchter Zion’ en ‘die Gläubigen’. ‘Dochters van Sion’ (Jeruzalem) verwijst naar Jezus’ uitspraak in Lucas 23: ‘Dochters van Jeruzalem, weent niet over mij, maar weent over uzelf en over uw kinderen’. Ook in het Hooglied is sprake van de ‘dochters van Sion’. Zij helpen de bruid (de gelovige) haar bruidegom (Christus – het hoofd van de kerk) te zoeken. Zo verbindt Picander het Oude met het Nieuwe Testament. Hij gebruikt de term ‘dochters van Sion’ als verzamelnaam voor de gelovigen in de tijd van het evangelie. De tweede groep – ‘de gelovigen’ – staat voor de gelovigen van alle tijden. Op sleutelmomenten laat Picander deze twee groepen met elkaar in dialoog gaan.
Twee ensembles
Bach versterkte dit dialoogeffect door te kiezen voor twee afzonderlijke ensembles van zangers en instrumentalisten, die hij coro I en coro II noemt. Deze ensembles zet hij verschillende keren tegenover elkaar, de ene groep vertelt het verhaal, de andere reageert, stelt vragen, levert commentaar of trekt conclusies. Zo bracht hij een dubbele gelaagdheid aan.
Het openingsdeel begint meteen al met een monumentale dialoog. Het eerste ensemble spoort het tweede koor aan om het drama mee te maken: ‘Kommt, ihr Töchter, helft mir klagen, sehet den Bräutigam, seht ihn als wie ein Lamm’. Het tweede koor vraagt om wie en wat het precies gaat: ‘Wen?’, ‘Wie?’. Zodra het woord ‘Lamm’ valt en blijkt dat het gaat om Christus, zetten jongenssopranen het ‘O Lamm Gottes, unschuldig’ in. Dit is de Duitse variant van het Agnus Dei, dat in Leipzig dezelfde ochtend in de mis gezongen was. Zo koppelt Bach de twee belangrijkste diensten op Goede Vrijdag – een van de grote ‘feestdagen’ in het kerkelijk jaar – aan elkaar. De kerkgangers zullen de meteen herkend hebben. En nu nog steekt de koraalmelodie, ook dankzij het heldere G groot, af tegen de klaagzang in e klein. En zo klinkt meteen al de essentie en kernboodschap van de passie: Christus neemt belangeloos de schuld van de wereld op zich. Zijn iging betekent niet alleen dood maar ook leven.
Aria’s met onderbreking
Ook in sommige ’s zet Bach de twee ensembles tegenover elkaar. Bijvoorbeeld in ‘O Schmerz! Hier zittert das gequälte Herz’. Het eerste koor geeft commentaar op het gebeurde en het tweede koor stelt vragen. De tenor (uit het eerste koor) voelt mee met Jezus, die alleen achterblijft en bidt terwijl zijn leerlingen in slaap vallen. Het tweede koor valt hem in de rede en vraagt: ‘Was ist die Ursach aller solcher Plagen?’
Spelen met effecten
Heel bewust voegt Bach soms juist de twee ensembles samen, zoals in alle koralen. Alsof de hele gemeenschap instemt met het gesprokene. Of op plaatsen waar hij met maximaal effect de woedende menigte wil weergeven, zoals in ‘Lass ihn kreuzigen’ en ‘Sein Blut komme über uns’. Elders staan de twee ensembles echt tegenover elkaar om een groots stereo-effect te bereiken, zoals in ‘Sind Blitze, sind Donner’, of om de menigte haast zichtbaar te maken zoals in ‘Weissage uns’ of ‘Gegrüsset seist du’.
In het slotkoor ‘Wir setzen uns mit Tränen nieder’ staat iedereen treurend rond het graf, al is er ook berusting en een sprankje hoop. Bach versterkt dit in zijn muziek door te kiezen voor het van een dans, een wiegende sarabande. Net als in de aria ‘Aus Liebe’ staan hier lijden en vreugde tegenover elkaar. De spanning ebt langzaam weg met het oplossen van de laatste aan het slot.
Biografie
Nederlandse Bachvereniging, ensemble
Opgericht in 1921 om de Matthäus-Passion uit te voeren in de Grote Kerk in Naarden, is de Nederlandse Bachvereniging uitgegroeid tot een vocaal-instrumentaal ensemble van internationale betekenis. De musici geven het werk van Bach en zijn tijd- en geestgenoten door, en spelen daarbij op historische instrumenten.
Ze laten de veelkleurigheid van de oude muziek én van de Nederlandse Bachvereniging horen, waarbij het gedachtegoed van nieuwe generaties steeds tot veranderende invalshoeken leidt. Onder het motto ‘Alles van Bach voor iedereen’ geeft het gezelschap jaarlijks ruim zestig concerten in binnen- en buitenland. Daarnaast kan iedere muziekliefhebber via YouTube gratis genieten van alle werken die zijn opgenomen voor All of Bach.
Via het Young Bach Fellowship worden de musici van de toekomst opgeleid, de Nederlandse Bachvereniging coacht amateurmusici in de regio Utrecht en voor middelbare scholieren zijn er verschillende educatieprogramma’s. Sinds 1 mei 2025 is Johanna Soller artistiek leider. Zij dirigeerde het vorige optreden in de Eigen Programmering van Het Concertgebouw: Bachs Matthäus-Passion op 26 maart 2024.
Thomas Hobbs, tenor
Thomas Hobbs is een geliefd solist bij toonaangevende - en oudemuziekgezelschappen. Dit seizoen concentreert hij zich op Bach, odes van Purcell en oratoria van Händel met onder meer Gli Angeli Genève, Le Banquet Céleste, Alia Mens, Tafelmusik en Ensembles Masques; bij de Nederlandse Bachvereniging soleerde hij afgelopen december ook in Bachs Magnificat.
De tenor was te gast bij het RIAS Kammerchor en de Akademie für Alte Musik Berlin, het Bach Collegium Japan, het Dunedin Consort, Concerto Copenhagen, Sinfonietta Riga, het Australian Chamber Orchestra en Tafelmusik Toronto. Recente highlights waren ook Haydns Die Schöpfung met het City of Birmingham Symphony Orchestra en het Requiem van Schumann met het Scottish Chamber Orchestra onder Richard Egarr.
Op het toneel vertolkt Thomas Hobbs rollen van Monteverdi (English National Opera, Academy of Ancient Music) tot Britten (titelrol in Albert Herring) en Mozart (Ferrando in Così fan tutte).
In Het Concertgebouw soleerde hij eerder bij Philippe Herreweghe’s Collegium Vocale Gent.
Johanna Soller, dirigent
Johanna Soller, gespecialiseerd in vocale muziek en historische uitvoeringspraktijk, is artistiek directeur van het Münchener Bach-chor und Bach-orchester. Ze richtte in 2019 capella sollertia op, waarmee ze de serie ‘ um 1715’ organiseert en de complete cantates van Johann Ludwig Bach opneemt.
Als koordirigent repeteerde ze voor Zubin Mehta en Simon Rattle, en aan het Theater an der Wien was ze repetitor voor Händels Saul. Als toetsenist treedt ze op met het Freiburger Barockorchester en Vox Luminis en speelde ze op de Händel-Festspiele Göttingen, de Thüringer Bachwoche en het Verbier Festival. Händels Giulio Cesare in Egitto leidde ze als ‘maestra al cembalo’ en van 2019 tot 2023 leidde ze de Kammeroper München. Johanna Soller is in München bovendien organist van de Sankt Peter en doceert aan de Musikhochschule. Ze studeerde bij Michael Gläser, Christine Schornsheim, Edgar Krapp en Bernhard Haas, was prijswinnaar op het concours van het Festival Praagse Lente en kreeg in 2023 de Eugen-Jochum-Preis.
In Het Concertgebouw maakt ze haar debuut.
Isabel Schicketanz, sopraan
Isabel Schicketanz is het beste in haar element in de muziek van de zeventiende en achttiende eeuw. Haar interpretaties staan altijd in dienst van de over te brengen tekst, of het nu gaat om grote oratoria of repertoire.
De sopraan studeerde in haar geboortestad Dresden bij Hendrikje Wangemann en Olaf Bär en groeide in haar vak door samenwerkingen met en, orkesten en collega’s van naam. Zo werkte ze mee aan cd-opnames van het vocale oeuvre van Heinrich Schütz onder Hans-Christoph Rademann en dat van Johann Kuhnau met Opella Musica onder Gregor Meyer. Isabel Schicketanz is oprichter van het solistenensemble Ælbgut, dat voor zijn albums werd bekroond met een Opus Klassik en een Preis der deutschen Schallplattenkritik en werd uitgenodigd door de MDR Musiksommer, de Elbphilharmonie Hamburg, het Bachfest Leipzig en de Bachwoche Stuttgart.
In Het Concertgebouw maakt de zangeres haar debuut; met de Nederlandse Bachverenging werkte ze eerder, inclusief opnames voor All of Bach.
Myriam Arbouz, sopraan
De Franse sopraan Myriam Arbouz won in 2017 de Froville International Baroque Singing Competition en is laureaat van de Fondation Royaumont. Ze specialiseerde zich in de zeventiende en achttiende eeuw en werd daarvoor geëngageerd door Les Muffatti, Les Talens Lyriques (La morte d’Orfeo van Landi) en Barga (Catone in Utica van Händel).
Solos geeft Myriam Arbouz met klavecinist en organist Benjamin Alard. Met Ensemble Sarbacanes, een blaasgezelschap op historische instrumenten, bracht ze een origineel programma rondom de heldinnen in de ’s van Mozart.
In Nederland was Myriam Arbouz eerder te horen bij De Nationale Opera in de productie Trauernacht op muziek van Johann Sebastian Bach (2015, met Ensemble Pygmalion en Raphaël Pichon), in Mozarts La finta giardiniera in Theater De Nieuwe Regentes in Den Haag en bij het Residentie Orkest in Stravinsky’s Pulcinella. Op All of Bach van de Nederlandse Bachvereniging zingt ze in Bachs Johannes-Passion onder Jos van Veldhoven.
Marine Fribourg, mezzosopraan
De Franse Marine Fribourg wordt als solist uitgenodigd door bijvoorbeeld Gli Angeli Genève en de Nieuwe Philharmonie Utrecht en op het Festival d’Ambronay.
Bij de Nederlandse Bachvereniging is ze op All of Bach te zien en te horen in Bachs Johannes-Passion onder Jos van Veldhoven, en ze zingt geregeld in Philippe Herreweghe’s Collegium Vocale Gent. Bij 2Day en Vox Luminis stond ze in Charpentiers La troupe d’Orphée en bij Silbersee in Sarah’s Passion van Pärt.
Met (forte)pianiste Flore Merlin richt de mezzosopraan zich op het repertoire, en met Katherine Dain, Guy Cutting en Drew Santini vormt ze het Damask Vocal Quartet. Ook begeleidt ze zichzelf bij gelegenheid op viola da gamba. Marine Fribourg studeerde in Den Haag bij Sasja Hunnego en Barbara Pearson en specialiseerde zich in de oude muziek bij Jill Feldman, Michael Chance en Peter Kooij.
Met een bachelor van het Parijse conservatorium op zak werkt ze ook als koordirigent. In Het Concertgebouw maakt ze haar debuut.
Alex Potter, countertenor
Alex Potter voert muziek uit de zeventiende en achttiende eeuw uit met en als Hans-Christoph Rademann, John Butt, Lars Ulrik Mortensen, Jordi Savall, Jos van Veldhoven en Stephen Layton.
Naast in het werk van Bach, Händel en Telemann treedt hij ook graag op in onbekender repertoire: met La Festa Musicale tourde hij met solocantates van Vivaldi, Lotti en Caldara, in Vancouver zong hij in Brittens Abraham and Isaac, en met het ensemble Vespres d’Arnadí bracht hij in het Palau de la Musica in Barcelona een programma m Händel en tijdgenoten.
Alex Potter was koorknaap aan Southwark Cathedral in Londen, en werd daarna Scholar aan het New College in Oxford, waar hij ook muziekwetenschap studeerde. Aan de Schola Cantorum Basiliensis studeerde hij bij Gerd Türk en Evelyn Tubb.
In Het Concertgebouw zong de eerder in december 2017 in Bachs ‘Hohe Messe’ door het Concertgebouworkest met Philippe Herreweghe, en in de passie-uitvoeringen van de Nederlandse Bachvereniging in 2009, 2013 en 2022.
Raphael Höhn, tenor
Raphael Höhn deed zijn eerste zangervaring op als altsolist van de Zürcher Sängerknaben. Later studeerde hij aan de Zürcher Hochschule der Künste bij Scot Weir, en aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag bij Rita Dams, Peter Kooij, Michael Chance en Jill Feldman.
Masterclasses bezocht hij van Andreas Scholl en Gerd Türk en in 2016 was hij laureaat van de Internationaler Bach Wettbewerb Leipzig. De Zwitserse tenor zingt graag eren van Schubert en Schumann. Verder richt hij zich bij voorkeur op de interpretatie van muziek en zong hij bij de Bachstiftung St. Gallen, het Freiburger Barockorchester, Vox Luminis, de Dresdner Philharmonie en het Gewandhausorchester Leipzig.
Hij werkte met oudemuziekspecialisten als Frans Brüggen, Nikolaus Harnoncourt, Laurence Cummings, Justin Doyle, Ton Koopman, Václav Luks, Andrea Marcon en Jos van Veldhoven. Raphaël Höhn was te beluisteren op het Lucerne Festival, de Händel Festspiele Göttingen en het Bachfest Leipzig en zong ook in 2024 in de Matthäus-Passion van de Nederlandse Bachvereniging.
Guy Cutting, tenor
Guy Cutting sloot in 2012 zijn zangopleiding af aan het New College Oxford. Bij het Orchestra of the Age of Enlightenment was hij van 2019 tot 2021 ‘rising star’.
De Britse tenor soleerde bij het Monteverdi Choir, het Gabrieli Consort, de Academy of Ancient Music, Voces Tallinn en de Nederlandse Bachvereniging.
Hij werkte met Kristian Bezuidenhout, John Butt, Marcus Creed, John Eliot Gardiner, Paul McCreesh, Christoph Prégardien, Hans-Christoph Rademann, Daniel Reuss, Masaaki Suzuki en Jos van Veldhoven.
In Het Concertgebouw was Guy Cutting eerder te beluisteren bij Collegium Vocale Gent onder Philippe Herreweghe, en in oktober 2022 in Acis und Galatea van Händel/Mozart met het Concertgebouworkest onder leiding van Leonardo García Alarcón. Guy Cutting geeft graag s en maakt deel uit van het Damask Vocal Quartet, dat kamermuziek zingt uit de negentiende en twintigste eeuw.
Drew Santini, Bariton
De Canadese bariton Drew Santini, woonachtig in Den Haag, studeerde in New York aan The Juilliard School en de Manhattan School of Music. muziek voerde hij uit met het Freiburger Barockorchester, Gli Angeli Genève, The English Concert en Tafelmusik.
Bij de Nederlandse Bachvereniging nam hij deel aan meer dan 25 afleveringen van All of Bach, een project waarin dat gezelschap het complete oeuvre van Bach online aanbiedt.
Recente hoogtepunten zijn Händels Messiah met de Nieuwe Philharmonie Utrecht en John Blows Venus and Adonis bij Ensemble Masques. Hedendaagse muziek is een andere focus in het repertoire van Drew Martini. Zo nam hij een album op met het collectief Oerknal en stond hij in Menotti’s The Telephone (Nederlandse Reisopera/ Gothenburg) en The Fall of the House of Usher van Philip Glass bij Opera2Day.
Drew Santini is mede-oprichter van het Damask Vocal Quartet en debuteerde afgelopen oktober in Het Concertgebouw in Mozarts Così fan tutte door het Orkest van de Achttiende Eeuw onder Manoj Kamps.
Felix Schwandtke, bas
Centraal voor Felix Schwandtke staat de traditie van de zeventiende en achttiende eeuw, al strekt zijn repertoire zich uit tot en met de huidige tijd. De jonge bas, opgeleid in Dresden, staat in het vizier van oudemuziekgezelschappen als Collegium 1704 onder Václav Luks, Concerto Copenhagen onder Lars Ulrik Mortensen, het Dunedin Consort onder John Butt en het Wrocław Baroque Orchestra onder Andrzej Kosendiak.
Met de Internationale Bachakademie Stuttgart en Hans-Christoph Rademann heeft hij een hechte band en hij werkte mee aan hun complete opnames van Heinrich Schütz. Felix Schwandtke werkte ook met Reinhard Goebel, Kristian Bezuidenhout, Andreas Spering, Hermann Max en Kent Nagano (Silvesterkonzert 2018, Elbphilharmonie Hamburg).
In en muziektheater stond hij aan de Staatsoper Hamburg en de Semperoper Dresden en op de Münchner Biënnale. In het vocale ensemble The Present verbindt de zanger nieuwe met oude muziek.
Met de Nederlandse Bachvereniging was Felix Schwandtke in maart 2021 te beluisteren in Keisers Brockes-Passion in de NTR ZaterdagMatinee.
Kampen Boys Choir, koor
Het Kampen Boys Choir bestaat sinds september 2000. Sinds afgelopen november is Sander van den Houten artistiek leider en choirmaster, als opvolger van Rintje te Wies, die het koor leidde sinds 2012. Het ensemble telt 22 jongens (trebles) en 14 mannen (en, tenoren en bassen).
Het Kampen Boys Choir is gevormd naar de Engelse jongenskoortraditie en voert een consequente Engelse koorstijl – niet alleen qua omvang en stembezetting, maar ook in de sterke aandacht voor de stemkwaliteit van de individuele zangers: alle koorleden krijgen een klassieke zangopleiding. Thuisbasis is de Bovenkerk in Kampen, waar de zangers geregeld concerten en Choral Evensongs verzorgen – met als jaarlijks hoogtepunt op kerstavond het Festival of Lessons and Carols. Sinds 2006 werkt het Kampen Boys Choir mee aan de Matthäus-uitvoeringen van de Nederlandse Bachvereniging, en zo stond het ook in 2009, 2012, 2019, 2022 en 2024 in Het Concertgebouw.














