Bachs Matthäus-Passion bij het Concertgebouworkest
Koninklijk Concertgebouworkest
Riccardo Minasi dirigent
Nederlands Kamerkoor instudering Rienk Bakker
Nationaal Kinderkoor & Nationaal Jongenskoor instudering Irene Verburg
Mauro Peter tenor
Cody Quattlebaum bas
Jeanine De Bique sopraan
Eva Zaïcik alt
Valerio Contaldo tenor
Konstantin Krimmel bas
Een tekstboekje is voor € 3,- verkrijgbaar aan de zaal.
Het concert van wordt live op de radio uitgezonden door AVROTROS via NPO Klassiek.
Ook interessant:
- Zo veroverden de Matthäus en Johannes Nederland
JOHANN SEBASTIAN BACH (1685-1750)
Matthäus-Passion, BWV 244 (1727)
Passio Domini Nostri J.C. secundum Matthaeum
met teksten van Christian Friedrich Henrici, alias Picander
pauze na het eerste deel, ± 13.20 uur
einde ± 15.20 uur
Toelichting
Johann Sebastian Bach (1685-1750)
Matthäus-Passion
Door Clemens Romijn
De Johannes- en Matthäus-Passion waren meer dan een eeuw totaal vergeten, samen met vrijwel alle andere muziek van Bach. Pas in de negentiende eeuw kwamen er moeizaam weer uitvoeringen op gang, voor het eerst onder leiding van Felix Mendelssohn in Berlijn in 1829. In Nederland is de jaarlijkse uitvoering van de Matthäus-Passion, en in mindere mate de Johannes-Passion, een traditie van al meer dan 125 jaar oud. In Het Concertgebouw was de legendarische Willem Mengelberg een grote gangmaker. Parallel daaraan ontpopte de Grote Kerk in Naarden zich als een waar pelgrimsoord voor Bachs passie. Door de unieke combinatie van pracht, ontroering en bezinning in tekst en muziek blijft de belangstelling groeien. Duizenden zangers en muzikanten in Nederland zijn in de lijdenstijd in de weer voor naar schatting tientallen Matthäusen en Johannesen. En dat is het beste bewijs van de bedoeling die Bach met deze werken had. Hij wilde dat zijn lijdensmuziek iedereen zou aanspreken door zijn bevattelijkheid en directheid.
Wie in een encyclopedie of muzieklexicon het woord Matteüspassie opzoekt zou daar kunnen lezen: ‘De op muziek gezette tekst van het verhaal van het lijden, sterven en de graflegging van Jezus van Nazareth, zoals beschreven door de evangelist Matteüs.’ Misschien vermeldt het lexicon nog dat talrijke componisten vanaf de Middeleeuwen in Europa dit verhaal op muziek hebben gezet en hebben uitgevoerd in de zogenaamde lijdenstijd, de Goede Week, de week vóór Pasen. En dat in vrijwel alle kerken en kapellen in Europa teksten uit het evangelie werden gelezen en passiemuziek klonk, lijdensmuziek (‘passio’ is Latijn voor ‘lijden’). Zo zou de lezer zien dat de Matthäus-Passion van Bach maar een van de vele uitbeeldingen is van dat lijdensverhaal.
De grote passie
Bachs Matthäus-Passion behoort tot de absolute hoogtepunten uit de westerse beschaving, vergelijkbaar met de Ilias en Odyssee van Homerus en de drama’s van Shakespeare. In 1870 schreef de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche: ‘Deze week heb ik drie maal de Matthäus-Passion gehoord, iedere keer met hetzelfde gevoel van onmetelijke bewondering. Ook wie het christendom al finaal heeft afgezworen, die hoort het hier weer echt als een evangelie.’ Bachs Matthäus-Passion overschaduwde alle eerdere kerkmuziek van hemzelf en van anderen qua omvang, opzet, techniek, expressie en moeilijkheidsgraad. Toen zijn vrouw Anna Magdalena op een basso-continuopartij van de Matthäus schreef ‘zur gross Bassion’ (behoort bij de grote passie), wist iedereen in de familie wat ze bedoelde. Ook voor hen was er maar één ‘grote passie’.
Mauricio Kagel: ‘Het is mogelijk dat niet alle musici in God geloven, in Bach echter geloven ze allemaal’
Bach moet zich van de grootsheid van zijn Matthäus-Passion bewust zijn geweest, maar kan onmogelijk hebben geweten dat het werk nog eeuwen later de tongen zou roeren, en zeker niet dat het ‘het evangelie volgens Bach’ genoemd zou worden. In 1985 schreef de Argentijns-Duitse componist Mauricio Kagel: ‘Je zou bijna een vergelijking maken met de unieke betekenis van de figuur Mozes, wanneer je de plaats ziet van Bach als symbolische oervader voor componisten en als het summum van muziek voor de luisteraar. Zo’n vijf jaar geleden begon ik een Sankt-Bach-Passie te schrijven; op het eerste blad schreef ik als motto: ‘Het is mogelijk dat niet alle musici in God geloven, in Bach echter geloven ze allemaal.’
De algehele opzet van de Matthäus-Passion is vergelijkbaar met die van de Johannes-Passion van een paar jaar eerder. De hoofdmoot van de tekst is ontleend aan het evangelie van Matteüs dat in een soort spraakzang () verteld wordt door de evangelist, steevast een tenor. Die recitatieven wisselen af met meditatieve beschouwelijke ’s, koren en koralen. Overeenkomstig de traditie worden de woorden van Christus toevertrouwd aan een baszanger, evenals die van koning Pilatus. Het koor zingt naast de koralen nog een uitgebreid openingskoor waarin een rouwende menigte de dochters van Jeruzalem uitnodigt mee te klagen. De koren zijn de uitbeelding van de ‘turba’-gedeelten (‘turba’ is Latijn voor ‘massa’, ‘volk’) en stellen de dienaren van de hogepriester voor die Jezus zoeken in de hof van Gethsemane, en zich verderop in het verhaal warmen aan een vuurtje naast Petrus.
Woordschildering en toonsymboliek
Bach had in zijn Matthäus talloze kansen voor muzikale retoriek, woordschildering en symboliek. Een groot spektakel is het koor ‘Sind Blitze, sind Donner’, stellig het meest gevreesde onweer uit de muziekgeschiedenis. In een dubbelkorig stereo-effect kan men hier bliksem en donder van links naar rechts horen flitsen, terwijl het woord ‘Abgrund’ een schoolvoorbeeld van de generale pauze biedt.
In de altsolo ‘Ach Golgatha’ heeft Bach de duistere c klein waarmee de passie eindigt al voorbereid. In de aria liggen maar liefst alle twaalf tonen opgetast. En na extreem verafgelegen en als as klein en fes klein laat hij de alt nota bene besluiten met een onopgeloste , des-g, een traditioneel aangeduid als ‘diabolus in musica’ (de duivel in de muziek). Nog extremer gaat het eraan toe in de sterfscène nummer 61a ‘Und von der sechsten Stunde an’ (oude telling nummer 71). Hier zingt de evangelist op het woord ‘Finsternis’ (duisternis) een fes. Jezus’ laatste woorden, het Hebreeuwse ‘Eli, Eli, lama asabthani’, staan in het ongehoorde bes klein (5 mollen), de daaropvolgende vertaling in het Duits in es klein (6 mollen!).
Maar vooralsnog is er de Avondmaalsfeer aan het begin (nummer 2 tot 19) waarvoor G groot hem het meest geschikt leek. Had theoreticus Johann Mattheson de toonsoort niet zeer sprekend genoemd en ‘gar geschickt so wol zu seriösen als munteren Dingen’? Uitmuntend bruikbaar dus ook voor de ‘gevende’ aria ‘Ich will dir mein Herze schenken’. Het bedroefde e klein uit het openingskoor laat hij terugkeren in het troosteloze duet ‘So ist mein Jesus nun gefangen’. En in toepasselijk heeft hij ook de aria’s ‘Gerne will ich mich bequemen’ (g klein is ‘ziemlich ernsthaft, sehnend, mässige Klage’ ) en ‘Erbarme dich’ (b klein is ‘unlustig und melancholisch’) gekleurd.
Een zeer angstaanjagend tafereel is het tenorrecitatief nummer 63a, waar na het overlijden van Jezus ‘der Vorhang im Tempel zerriss in zwei Stück von oben an bis unten aus’. Hier heeft Bach met groot gevoel voor theater de retorische figuren van de anabasis en katabasis kunnen inzetten, de stijgende en dalende melodische lijn. Deze laatste suist zelfs in een peilloze diepte van twee octaven, tot de laagste noot van de . Ook als men de tekst niet verstaat is het pijnlijk duidelijk: onder een levensgevaarlijke stuwen immense krachten de wereld en zijn noten omhoog. In zijn onmetelijke toorn laat God de aarde beven. Rotsen splijten, graven scheuren open en de heiligen die daarin rusten staan op. De basso continuo lost hier een enorm salvo tweeëndertigste noten om de aardbeving kracht bij te zetten. Honderdnegentig noten om precies te zijn. Ooit telde iemand ze na.
Biografie
Riccardo Minasi, dirigent
Riccardo Minasi is eerste gastdirigent van Ensemble Resonanz in Hamburg, artistiek leider van het Orchestra La Scintilla in Zürich en muzikaal leider van het Teatro Carlo Felice in Genua. In 2012 was de Italiaanse en violist medeoprichter van het ensemble il Pomo d’Oro, dat hij tot 2015 leidde, en van 2017 tot 2022 was hij chef-dirigent van het Mozarteumorchester in Salzburg.
Onlangs maakte hij succesvolle debuten bij de Berliner Philharmoniker en het hr-Sinfonieorchester Frankfurt, de Staatskapelle Dresden, het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks en het Tokyo Metropolitan Symphony Orchestra.
Onder Riccardo Minasi’s hoogtepunten bevonden zich de afgelopen jaren Mozarts Die Zauberflöte en Händels Rodelinda bij De Nationale Opera, Mozarts Don Giovanni (Madrid), Così fan tutte (Glyndebourne Festival Opera) en Idomeneo (Genua). Verder leidde hij operaproducties in het Opernhaus Zürich, bij de Staatsoper Hamburg en bij de Opéra National de Lyon. Hij werkte mee aan maar liefst vier albums die in 2016 een Echo Klassik wonnen.
Zijn opnamen met het Ensemble Resonanz gewijd aan werken van Haydn, C.P.E. Bach en Kraft kregen recent een Diapason d’Or de l’Année toegekend. Riccardo Minasi gebruikt zijn musicologische achtergrond niet alleen als uitvoerend musicus, maar trad ook op als historisch adviseur voor het Orchestre Symphonique de Montréal en als redacteur (naast Maurizio Biondi) van Bärenreiters kritische uitgave van Bellini’s Norma in 2016. Zijn debuut bij het Concertgebouworkest in oktober 2020 moest worden geannuleerd wegens covid-19. Dit seizoen staat hij alsnog voor het orkest.
Nederlands Kamerkoor, koor
Het Nederlands Kamerkoor voert repertoire uit van de vroege Middeleeuwen tot de muziek van morgen. Het werkt samen met acteurs, dansers, dj’s en vj’s, componisten, dichters en wetenschappers. Het koor won in 2017 De Ovatie van de VSCD voor het programma Via Crucis onder leiding van Reinbert de Leeuw, en in 2019 won het de Rotterdamse dagen Award.
Vanuit zijn thuisbasis in Utrecht zet het Nederlands Kamerkoor zich in voor een bloeiende koorwereld met onder meer het traineeship NKK NXT voor jonge professionals en de Zingdagen voor amateurkoren. Oprichter Felix de Nobel was chef- van 1937 tot 1972; hij gaf opdrachten aan componisten als Francis Poulenc en Frank Martin.
Opvolgers waren Hans van de Hombergh (1972-1976), Kerry Woodward (1977-1980), Uwe Gronostay (1988-1997), Tõnu Kaljuste (1998-2000), Stephen Layton (2002-2005) en Risto Joost (2011-2015). Sinds 2015 is Peter Dijkstra chef-dirigent. De laatste decennia werden compositieopdrachten verleend aan onder anderen David Lang, Michel van der Aa, Sofia Goebaidoelina, James MacMillan en Caroline Shaw. De vorige samenwerking met het Concertgebouworkest betrof Bachs Matthäus-Passion onder Riccardo Minasi in april 2025.
Nationaal Kinderkoor, koor
Het Nationaal Kinderkoor, het Nationaal Jongenskoor, het Nationaal Vrouwen Jeugdkoor en het Nationaal Gemengd Jeugdkoor worden georganiseerd door Vocaal Talent Nederland. In het Nationaal Kinderkoor zingen talentvolle kinderen van 10 tot en met 15 jaar uit heel Nederland.
Van 2001 tot 2023 was Wilma ten Wolde artistiek leider, sinds 2023 is de artistieke leiding van het Nationaal Kinderkoor en het Nationaal Jongenskoor in handen van Irene Verburg en László Norbert Nemes. Het Nationaal Kinderkoor wordt vaak uitgenodigd voor concerten met orkesten, in Nederland en daarbuiten.
Het zong onder leiding van onder anderen Bernard Haitink, Nikolaus Harnoncourt, Mariss Jansons, Simon Rattle, Jordi Savall, Markus Stenz en Jaap van Zweden. Bij het Concertgebouworkest zijn de koren van Vocaal Talent Nederland met grote regelmaat te gast; de laatste keer was in mei 2025, toen het Nationaal Kinderkoor en het Nationaal Jongenskoor samenwerkten met het orkest in Mahlers Achtste symfonie, onder leiding van Klaus Mäkelä.
Mauro Peter, tenor
Mauro Peter werd geboren in Luzern en studeerde zang aan de Hochschule für Musik und Theater in München. In 2012 won hij de eerste prijs en de publieksprijs op het Internationaal Robert Schumann Concours in Zwickau. Een hoogtepunt in zijn loopbaan was het bejubelde debuut in 2012 op de Schubertiade in Schwarzenberg, waar hij Schuberts Die schöne Müllerin zong.
Sindsdien verschijnt de Zwitserse tenor regelmatig op de belangrijke Europese - en concertpodia. In het Theater an der Wien zong hij Mozart-rollen onder leiding van Nikolaus Harnoncourt. Andere en met wie hij samenwerkte zijn bijvoorbeeld Gustavo Dudamel, Marc Albrecht en John Eliot Gardiner.
Tijdens de opening van de Salzburger Festspiele in 2018 vertolkte hij Tamino in Mozarts Die Zauberflöte. Mauro Peter is een veelgevraagde solist voor de evangelistenrol in Bachs Passionen.
Bij het Concertgebouworkest vertolkte hij die in de Matthäus-Passion in maart 2018 onder leiding van Ton Koopman en in maart 2024 onder Trevor Pinnock.
Cody Quattlebaum, bas
Cody Quattlebaum studeerde aan het conservatorium van Cincinnati en de Juilliard School in New York. Meer -ervaring deed hij vervolgens op aan de opleidingstrajecten van het Opernhaus Zürich en – in het seizoen 2018/2019 – van De Nationale Opera, waar hij onder meer opviel in de rol van Bruno Zirato in de wereldpremière van Micha Hamels Caruso a Cuba.
Recent debuteerde de Amerikaanse bas succesvol bij English National als Graaf Almaviva in Mozarts Le nozze di Figaro, in het Teatro Real in Madrid als Masetto in Don Giovanni en in het Royal Opera House Covent Garden als Schaunard in Puccini’s La bohème.
Ook de concertpodia verovert hij één voor één. Zo debuteerde hij bij de BBC Proms in Händels Jephtha en bij het Spaanse RTVE in Berlioz’ Roméo et Juliette. Met het Philharmonia Baroque Orchestra & Chorale onder leiding van Richard Egarr ondernam hij een concerttournee met Bachs ‘Kaffeekantate’, BWV 211, en met de Academy of Ancient Music en dezelfde zong hij onder meer de Christusrol in Bachs Passionen.
Bij het Concertgebouworkest maakt hij zijn debuut.
Jeanine De Bique, Sopraan
Jeanine De Bique studeerde in New York en won prijzen op het Internationaal Vocalisten Concours ’s Hertogenbosch en de Viotti International Music Competition. De nationale UNESCO-commissie van haar geboorteland Trinidad en Tobago benoemde de sopraan tot Youth Ambassador for Peace.
hoogtepunten in het huidige seizoen zijn Rameaus Castor et Pollux bij de Opéra National de Paris onder leiding van Teodor Currentzis en Idomeneo van Mozart in het Theater an der Wien.
Bij De Nationale in Amsterdam keerde ze afgelopen najaar terug, in de pastiche Le lacrime di Eros met Raphaël Pichon en diens ensemble Pygmalion. Jeanine De Bique was ook te gast bij de operahuizen van Berlijn, Zürich, Genève, Barcelona, San Francisco en Houston en op de festivals van Aix-en-Provence (Rossini) en Salzburg (Purcell).
Ze soleerde op de BBC Proms en zong met de Staatskapelle Berlin en het Pittsburgh Symphony Orchestra. Haar eerste cd Mirrors (2021, met Concerto Köln) werd bekroond met een Opus Klassik, een Diapason d’Or en een Edison. In maart 2024 stond Jeanine De Bique in de in Les illuminations van Britten met het Nederlands Kamerorkest onder Maxim Emelyanychev.
In maart 2025 zong Jeanine De Bique in de Grote Zaal ’s en duetten van Händel met Maarten Engeltjes en diens PRJCT Amsterdam. Bij het Concertgebouworkest maakt ze haar debuut.
Eva Zaïcik, mezzosopraan
Voor Eva Zaïcik was 2018 een belangrijk jaar. Ze kreeg de Revelation Singers Award van de Victoires de la Musique Classique, en won de tweede prijs van de Koningin Elisabethwedstrijd in Brussel en de derde prijs van het concours Voix Nouvelles van Radio France.
Twee jaar eerder had ze haar master behaald aan het Conservatoire National Superieur in Parijs bij Élène Golgevit, waarna ze in 2017 werd geselecteerd voor William Christies Le Jardin des Voix.
De mezzosopraan werkte verder met Hervé Niquet, Christophe Rousset, Emmanuelle Haïm, René Jacobs, Alain Altinoglu en Raphaël Pichon. Berio’s Folk Songs en Mahlers Kindertotenlieder zong ze met het Mahler Chamber Orchestra en met Philippe Herreweghe werkte ze in Bachs Matthäus-Passion, Beethovens Missa solemnis en Mozarts Requiem. Met Le Consort onder leiding van Justin Taylor heeft Eva Zaïcik een speciale band: ze tourden samen door Europa – zo stonden ze in 2023 ook in Het Concertgebouw – en brachten de cd’s Venez, chère ombre (2018) en Royal Handel (2021) uit, beide bekroond met een Choc de Classica, en het Vivaldi-album Nisi Dominus (2022).
In het huis van Toulouse vertolkte de Franse mezzosopraan onder meer de titelrol in Bizets Carmen en Olga in Tsjaikovski’s Jevgeni Onjegin, in Lille en aan de Berliner Staatsoper maakte ze furore als Venus in Idoménée van Campra.
In het seizoen 2022/2023 maakte Eva Zaïcik haar debuut aan het Theater an der Wien en het Festspielhaus Baden-Baden. In seizoen 2024/2025 zong ze Beethovens Missa solemnis tijdens een Europese tournee met het Balthazar Neumann Ensemble onder Thomas Hengelbrock; ook stonden Bruckners Derde mis in f klein met dezelfde en Händels Dixit Dominus met de Los Angeles Philharmonic onder Emmanuelle Haïm op het programma.
Nadat een invalbeurt in Bachs Matthäus-Passion in maart 2021 werd gedwarsboomd door de pandemie, maakt ze alsnog haar debuut bij het Concertgebouworkest.
Valerio Contaldo, tenor
Valerio Contaldo werd geboren in Italië en groeide op in Zwitserland. Na een opleiding tot klassiek gitarist studeerde hij zang bij Gary Magby aan het Conservatoire de Lausanne. Masterclasses volgde hij bij Christa Ludwig, Alain Garichot, Klesie Kelly en David Jones.
Valerio Contaldo vertolkte de evangelistenrol in Bachs Matthäus-Passion bij de Nederlandse Bachvereniging onder Leonardo García Alarcón en zong onder meer in Die Schöpfung van Haydn en de Negende symfonie van Beethoven.
De afgelopen jaren werd de tenor veelvuldig geprezen vanwege de titelrol van Monteverdi’s L’Orfeo, die hij zong bij de NTR ZaterdagMatinee, in Antwerpen, Parijs, Genève, Barcelona, Boedapest, Adelaide, Shanghai, Peking, Buenos Aires, Rio de Janeiro en São Paulo. Ook excelleerde hij in de titelrol van Monteverdi’s Il ritorno d’Ulisse in patria en in Händel-rollen als Lurciano in Ariodante en Oronto in Alcina.
Een andere succesrol van Valerio Contaldo is Damon in Händels Acis and Galatea, die hij onder meer vertolkte tijdens zijn debuut bij het Concertgebouworkest op 30 september 2022 onder leiding van Leonardo García Alarcón.
Konstantin Krimmel, bariton
Konstantin Krimmel, met zingen begonnen bij de St. Georgs Chorknaben in zijn geboorteplaats Ulm, studeerde in 2020 af bij Teru Yoshihara en wordt gecoacht door Tobias Truniger in München.
De Duits-Roemeense bariton won de Deutscher Musikwettbewerb 2019 en de Internationaler Helmut Deutsch wettbewerb, was BBC New Generation Artist (2021-23) en kreeg in 2024 een Klassik als zanger van het jaar en een Gramophone Award voor Schuberts Die schöne Müllerin met pianist Daniel Heide. Voor datzelfde album en voor de cd Mythos met pianist Ammiel Bushakevitz won hij de Preis der deutschen Schallplattenkritik.
In 2023 bracht Konstantin Krimmel bovendien twee -cd’s uit met Hélène Grimaud (Silvestrov respectievelijk Brahms/Schumann). s gaf hij in de Kölner Philharmonie, het Konzerthaus Berlin, de Oper Frankfurt en Wigmore Hall in Londen en tijdens de Heidelberger Frühling, de Schubertiades van Vilabertran en Schwarzenberg en het Oxford Lieder Festival. Als solist in oratoria werd Konstantin Krimmel uitgenodigd door Raphaël Pichon (Brahms), Philippe Herreweghe (Bach), Thomas Hengelbrock (Fauré) en Hans-Christoph Rademann (Brahms).
Bij het Concertgebouworkest stond hij in 2024 in Bachs Matthäus-Passion. Met Mahlers Lieder eines fahrenden Gesellen debuteerde hij in december 2024 bij het Chicago Symphony Orchestra, en dezelfde cyclus zong hij afgelopen april in Het Concertgebouw met de Bamberger Symphoniker en Jakub Hrůša.
In het vak begon voor de zanger in september 2021 een nieuw hoofdstuk, toen hij werd opgenomen in het ensemble van de Bayerische Staatsoper in München. Met liederen van Schumann en Brahms debuteerde Konstantin Krimmel op 21 februari 2023 in de met pianist Julius Drake.
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest










