Bachs Johannes-Passion door Pygmalion
Pygmalion
Raphaël Pichon dirigent
Julian Prégardien evangelist
Huw Montague Rendall Christus
Ying Fang sopraan
Lucile Richardot alt
Laurence Kilsby tenor
Andreas Wolf bariton
Dit programma maakt deel uit van de serie Onsterfelijke Noten.
Dit concert wordt voorzien van boventiteling.
Ook interessant:
- Het interview met Raphaël Pichon
- Zo veroverden de Matthäus en Johannes Nederland
Anoniem
O Traurigkeit, O Herzeleid!
Johann Sebastian Bach (1685-1750)
Johannes-Passion, BWV 245 (1724): deel I
pauze ± 21.20 uur
Ich folge dir nach
Es ist vollbracht
uit cantate ‘Sehet! Wir gehn hinauf gen Jerusalem’, BWV 159 (1720)
Johannes-Passion, BWV 245 (1724): deel II
(incl. Jacob Handl – Ecce quomodo moritur)
einde ± 22.50 uur
Toelichting
Toelichting
Door Lonneke Tausch
Bach: Johannes-Passion
De gebeurtenissen rondom de kruisiging van Jezus zijn beschreven door de vier evangelisten Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes. Al in de Middeleeuwen werden hun getuigenverslagen gezongen als onderdeel van de liturgie. Tot in de dertiende eeuw gebeurde dat eenstemmig. In deze vroege ‘passie-uitvoeringen’ maakten verschillen in toonhoogte en tempo duidelijk wie aan het woord was: er moest laag en plechtig gezongen worden op de woorden van Jezus, op spreeksnelheid en op gemiddelde toonhoogte op die van de verteller (de evangelist) en juist hoog en opgewonden op die van de menigte (het joodse volk, soldaten, hogepriesters). De eerste meerstemmige passies dateren van circa 1450 en vanaf 1500 zijn vooral Duitse en Italiaanse toonzettingen van de verschillende passieverhalen overgeleverd.
Passiemuziek in Leipzig
Toch was het uitvoeren van dergelijke verhalende passiestukken niet overal even vanzelfsprekend. In Leipzig bijvoorbeeld werden ze uit de lutherse kerken geweerd omdat die dramatische muziekwerken te veel zouden neigen naar de Italiaanse . Totdat in 1717 in de Neukirche de Brockes-Passion van Georg Philipp Telemann klonk en de orthodoxe kerkbesturen deze muzikale ontwikkeling niet langer konden tegenhouden. Johann Kuhnau voerde in 1721 en 1722 in de Thomaskirche, de belangrijkste kerk van de stad, zijn eigen Markus-Passion uit. Hij overleed in juni 1722, en een klein jaar later volgde Johann Sebastian Bach hem op als Thomascantor en ‘director musices’ van de stad Leipzig.
Bachs eerste passie
Voordat hij naar Leipzig kwam, had Bach zich een paar jaar niet zo met kerkmuziek beziggehouden: hij was sinds 1717 kapelmeester geweest aan het hof van Köthen, waar hij vooral instrumentale muziek had geschreven en gespeeld. Bij aankomst in Leipzig begon hij met het componeren van s voor de wekelijkse kerkdiensten. In de belangrijke viering van Goede Vrijdag op 7 april 1724 in de Nikolaikirche zag hij een mooie gelegenheid om de kerkgemeente versteld te doen staan met iets grootsers, dus componeerde hij de Johannes-Passion – het eerste deel uit te voeren vóór de preek, de rest erna.
In de Johannes-Passion zijn de aanleidingen voor tekstschildering talloos
Bach maakte van zijn eerste passie- een indrukwekkende aaneenschakeling van tientallen stukken muziek: koorscenes, koralen, dialogen en solo’s, alles verbonden door de recitatieven van de evangelist. In het orkest gaf hij twee instrumenten die ook al in Bachs tijd niet al te gebruikelijk waren een opvallende solorol: de viola d’amore en de viola da gamba.
Dreiging
Het dramatische gehalte van het evangelie van Johannes (hoofdstuk 18 en 19) verleidde Bach ertoe zijn hele compositorische arsenaal in te zetten. Waarmee hij de arbeidsvoorwaarden van het kerkbestuur om alleen ‘solche Compositiones zu machen, die nicht theatralisch wären’ volledig negeerde. Van het koor vraagt de componist veel: complexe ’s, scherpe tekstarticulatie, , coloraturen. Met name de felle en (soms zeer) korte ‘turbae’ springen in het oor. Het zijn er in totaal veertien, en vanuit een nog redelijk voorzichtig en vragend ‘Bist du nicht seiner Jünger einer’ ontwikkelt zich gaandeweg een onhoudbare volkswoede, via het al vrij stellige ‘Nicht diesen, sondern Barrabam’ tot de onvermijdelijke veroordeling van Jezus tot de kruisdood in ‘Kreuzige, kreuzige’. In feite broeit de onrust die de hele Johannes-Passion onderhuids bestiert meteen al in de allereerste instrumentale maten van het openingskoor ‘Herr, unser Herrscher’: in de hamerende basnoot, de turbulente zestiendenbeweging in de strijkers en de e dialoog daarboven van hobo’s en fluiten. Overigens fungeren de orkestpartijen op meer plekken in de Johannes-Passion als de voorspellers van het naderende onheil. Zo wees Bachvorser en uitvoerder Hans Brandts Buys (1905-1959) in vijf turbae hetzelfde vinnige begeleidingsmelodietje aan. Hij noemt dat het ‘tumultmotief’: een hakkelig stijgend lijntje in zestienden waarop hij precies de woorden ‘Wir wollen Jesu Christi Tod’ laat passen – woorden die niet gezongen worden maar die zo meteen vanaf de eerste turba (‘Jesum, Jesum’) impliciet de toon zetten in de toenemende hetze. De haatdragende en huichelachtige turbae staan overigens steeds in scherp contrast met de kalmte waarmee Jezus zijn lijden aanvaardt.
Tekstschildering
Bach voorzag zijn manuscripten trouw van het opschrift SDG, Soli Deo Gloria (‘alleen aan God de eer’). Zijn kerkmuziek stond ten dienste van de tekst; die moest zo beeldend mogelijk worden overgebracht. In de Johannes-Passion zijn de aanleidingen voor tekstschildering talloos. Dat kan vrij algemeen zijn, zoals een stijgende of juist dalende muzikale beweging als sprake is van omhoog of omlaag gaan, of van hemel of graf. Maar op tientallen plekken bedenkt Bach ook juist heel specifieke manieren om het gezongen woord extra uit te lichten. Zo krullen de hobo’s ingenieus om elkaar heen in de alt- ‘Von den Strikken meiner Sünden’: lijnen raken verstrikt en schieten weer los. Een bekende tekstschildering is het ‘kraaien’ in de continuobegeleiding op het moment dat Petrus voor de derde keer Jezus verloochent en prompt daarop – zoals Jezus hem had voorspeld – de haan hoort kraaien. Petrus komt tot besef en huilt, op een sliert van smartelijke overgebonden dissonanten (overigens greep Bach op dit emotionele moment in het verhaal even naar een tekstfragment uit het evangelie volgens Matteüs). Een veel voorkomende figuur in de muzikale retorica is de ‘diabolus in musica’, de overmatige kwart (of verminderde ); in dit ‘duivelsinterval’ laat Bach de melodie van de evangelist uitlopen aan het eind van de zin ‘Barrabas aber war ein Mörder’. Direct daarna volgt een huiveringwekkende op het woord ‘geisselte’. De kronkelende, vallende zestienden doen je de geselingen die Jezus te verduren krijgt meevoelen. Als in het sarcastische koor ‘Sei gegrüsset, lieber Jüdenkönig’ vervolgens de aan het ‘giechelen’ slaan, is er geen uitweg meer en is Jezus’ lot beklonken.
Structuur
Hiermee komen we aan bij het centrum van de Johannes-Passion: het ‘Durch dein Gefängnis, Gottes Sohn’. Net ervoor is de afloop van het verhaal onafwendbaar geworden: Pilatus levert Jezus uit aan de moordlustige menigte. In het evangelie van Johannes ligt daarin een hoger plan besloten: Jezus is een martelaar en zijn lijden zal zijn volgelingen vrijpleiten. Om dit zo belangrijke koraal heen heeft Bach een ingenieuze, symmetrische structuur gevouwen. Voor en na ‘Durch dein Gefängnis’ heeft hij in twee turbae met dezelfde strekking (het grimmige ‘Wir haben ein Gesetz’ en het even dogmatische ‘Lässest du diesen los’) dezelfde muziek gebruikt. Daar weer voor respectievelijk na bevinden zich de turbae ‘Kreuzige, kreuzige’ en ‘Weg, weg mit dem’, die ook gelijke noten en inhoud delen. En Bachs gelijke opbouw aan weerskanten telt nog een derde trede: de turbae ‘Sei gegrüsset’ en ‘Wir haben keinen König’ maken beide hetzelfde punt, namelijk dat Jezus de koning der Joden zou zijn. De symmetrie die Bach in zijn Johannes-Passion aangebracht heeft, is zelfs nog veelomvattender: de scene waarin Pilatus Jezus loslaat, is de middelste van de vijf ‘bedrijven’ waaruit het passieverhaal is opgebouwd, te weten de aanhouding in de tuin, de hogepriesters, Pilatus, de kruisiging en de graflegging. Bach maakte het middelste deel het langst en de twee buitenste het kortst en besluit ieder onderdeel met een koraal.
Bespiegeling en opstanding
Alle aria’s en arioso’s in de Johannes-Passion reflecteren in vrije poëzie (geen bijbelteksten, maar regels uit een door vele componisten gebruikt libretto van de eerder genoemde Brockes) op de gevangenneming, de veroordeling en de kruisiging van Jezus, zoals ook het koor dat doet in de in totaal twaalf koralen. Het zijn vooral deze beschouwelijke passages waarin Bach de emotie de ruimte geeft. Dit geldt nadrukkelijk ook voor het laatste grote koordeel, ‘Ruht wohl’. Dit galante slotkoor heeft het van een ; met het introduceren van deze toen modieuze dans haalde Bach aan het eind nog een ‘theatraal’, wereldlijk element zijn passie-oratorium in. In ‘Ruht wohl’ overheersen berusting en eerbied: de sfeer is eerder vredig en troostrijk dan verdrietig. Jezus rust (tijdelijk) in het graf, en met zijn marteldood heeft hij voor zijn volk de toegang tot de hemel zekergesteld (‘Das Grab macht mir den Himmel auf und schliesst die Hölle zu’). Het slotkoraal ademt nogmaals Bachs onverminderde godsvertrouwen: ‘Ich will dich preisen ewiglich!’
Biografie
Pygmalion, orkest en koor
Pygmalion omvat een koor plus een orkest dat speelt op authentieke instrumenten. Het werd in 2006 opgericht door Raphaël Pichon en onderzoekt de lijnen die Bach verbinden met Mendelssohn, Schütz met Brahms of bijvoorbeeld Rameau met Gluck en Berlioz. Pygmalion herinterpreteert grote werken zoals de Passionen van Bach, de tragédies lyriques van Rameau of de missen van Mozart.
Daarnaast stelt het originele programma’s samen die liaisons tussen composities of componisten blootleggen, zoals Mozart & The Weber Sisters of Stravaganza d’amore over de geboorte van de aan het hof van de Medici. In dat concept paste ook de productie Le lacrime di Eros, in de winter van 2024 bij De Nationale Opera. Pygmalion heeft zijn standplaats aan de Opéra National de Bordeaux, waar het ook kamermuziek en laagdrempelige workshops verzorgt onder de noemer Le Kiosque Pygmalion.
Het ensemble staat op de grote Franse podia (Philharmonie de Paris, Opéra Royal de Versailles, Opéra Comique, Festival d’Aix-en-Provence, en operatheaters in het hele land) en reisde ook naar tal van Europese steden, de BBC Proms, Peking en Hongkong. Cd’s werden al vaak bekroond; de opname van Monteverdi’s Mariavespers kreeg in 2024 een Edison Klassiek. Pygmalion was eerder te gast in de NTR ZaterdagMatinee (Brahms in 2021 en 2025, en Elias van Mendelssohn in 2023) en maakte in april 2025 zijn debuut in de Eigen Programmering van Het Concertgebouw met Bachs Johannes-Passion.
Raphaël Pichon, dirigent
Raphaël Pichon studeerde viool, piano en zang aan de verschillende conservatoria van Parijs en werkte als jonge zanger met Jordi Savall, Gustav Leonhardt en Ton Koopman. In 2006 richtte hij zijn eigen ensemble Pygmalion op, waarmee hij sindsdien furore maakt. Veel van hun programma’s geeft hij een dramaturgische benadering.
Opvallende projecten waren het debuut op het festival van Aix-en-Provence met Trauernacht op muziek van Johann Sebastian Bach, een nieuwe reconstructie van Luigi Rossi’s Orfeo, een omvangrijke Bachserie in de Philharmonie de Paris en een geënsceneerde versie van Ein deutsches Requiem van Brahms in de onderzeebootbasis van Bordeaux. In Aix-en-Provence keerde de meermaals terug voor Mozart: Die Zauberflöte (2018), het Requiem (2019) en Idomeneo (2022).
Raphaël Pichon dirigeerde in het Bolsjojtheater in Moskou, De Nationale in Amsterdam en de Opéra National de Bordeaux en was ook te gast bij het Mozarteumorchester (Salzburger Festspiele 2018), het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin, La Scintilla, Les Violons du Roy en het Freiburger Barockorchester. In 2021 debuteerde hij bij de Handel and Haydn Society in Boston, waar hij in 2022 terugkeerde voor Mozarts Le nozze di Figaro. Die opera leidde hij in 2023 ook bij de Wiener Philharmoniker op de Salzburger Festspiele. Raphaël Pichon is Officier dans l’Ordre des Arts et des Lettres.
Bij het Concertgebouworkest maakt de dirigent zijn debuut. Op 31 maart jongstleden bracht hij met Pygmalion Bachs Matthäus-Passion in de .
Julian Prégardien, tenor
Julian Prégardien kreeg zijn eerste muzieklessen aan de Dom St. Georg in Limburg (Hessen). Na studies in Freiburg, Kopenhagen en Aix-en-Provence was hij van 2009 tot 2013 ensemblelid van de in zijn geboorteplaats Frankfurt.
Hij was te gast in Aix-en-Provence en de theaters van Hamburg, München en Parijs, en vertolkte rollen als Narraboth in Richard Strauss’ Salomé (Salzburger Festspiele), Tamino in Mozarts Die Zauberflöte (Staatsoper Berlin) en de titelrol van Monteverdi’s L’Orfeo (Versailles).
Julien Prégardien debuteerde in november 2022 bij het Concertgebouworkest in het Requiem van Mozart onder leiding van Klaus Mäkelä en gaf op 14 februari 2023 voor het eerst een in de – samen met zijn vader, tenor Christoph Prégardien. Toen de zanger in 2023/2024 met onder meer een cd-opname de 200ste verjaardag van Schuberts Die schöne Müllerin vierde, keerde hij naar de Kleine Zaal terug met Kristian Bezuidenhout op fortepiano.
Zijn vorige optreden in Het Concertgebouw was als Evangelist in Bachs Johannes-Passion met Pygmalion en Raphaël Pichon in april vorig jaar. Julian Prégardien geeft sinds 2017 les aan de Hochschule für Musik und Theater in München en hij initieerde in 2024 het Liedstadt Festival.
Huw Montague Rendall, bariton
Huw Montague Rendall studeerde aan het Royal College of Music in Londen en werd geselecteerd voor de jongtalentprogramma’s van het Glyndebourne Festival, de Salzburger Festspiele en de Oper Zürich (2016-18). De afgelopen jaren stond hij in producties van de het Royal House Covent Garden in Londen, de Opéra National de Paris en het Festival d’Aix-en-Provence.
Recentelijk debuteerde hij aan de Bayerische Staatsoper in München en de Opéra de Rouen (Mozart) en de Staatsoper Hamburg (Johann Strauss jr.), en met Les Musiciens du Louvre ging hij op tournee naar het Teatro Real in Madrid en het Théâtre des Champs-Elysées in Parijs. Eerder debuteerde hij ook aan de Komische Oper Berlin en de theaters van Santa Fe en Chicago.
Op het concertpodium stond Huw Montague Rendall met het Scottish Chamber Orchestra en het Bournemouth Symphony Chorus & Orchestra, en Raphaël Pichon en zijn Pygmalion vroegen hem voor een Mozart-serie in Salzburg en voor hun Bachtrilogie (Weihnachtsoratorium, Johannes-Passion en Osteroratorium). s verzorgde de Britse bariton op vele podia in zijn vaderland, maar ook bijvoorbeeld in Lille en Nancy.
In de debuteerde Huw Montague Rendall afgelopen november met het Italienisches Liederbuch van Wolf met sopraan Erin Morley en pianist Malcolm Martineau; in de maakt hij vandaag zijn debuut.
Ying Fang, sopraan
Ying Fang maakte in april 2025 haar Concertgebouwdebuut in Bachs Johannes-Passion met het ensemble Pygmalion gedirigeerd door Raphäel Pichon. Actueel zijn ook haar debuten aan het Royal House Covent Garden in Londen, de Bayerische Staatsoper in München, de Wiener Staatsoper en de San Francisco Opera.
Bij De Nationale in Amsterdam was ze in seizoen 2023/2024 te gast in Händels Agrippina en Mozarts Die Zauberflöte. Op het concertpodium zong ze in onder andere Mahlers Vierde symfonie met de orkesten van Sydney, Chicago en San Francisco, en in de Achtste met het Boston Symphony Orchestra onder leiding van Andris Nelsons.
Ying Fang was in 2009 in haar geboorteland de winnaar van de prestigieuze Golden Bell Award for Music. De zangeres behaalde haar bachelor aan het conservatorium van Shanghai en haar master aan The Juilliard School in New York. Aan The Metropolitan Opera volgde ze het Lindemann Young Artist Development Program.
Lucile Richardot, alt
Lucile Richardot begon met zingen in een kinderkoor in Épinal en bij de Maîtrise de Notre-Dame de Paris, en specialiseerde zich aan het conservatorium in Parijs in de oude muziek. In 2012 richtte ze met twee luitisten het ensemble Tictactus op, en s geeft ze met de klavecinisten Jean-Luc Ho en Philippe Grisvard.
In 2017 tourde de Française met het Monteverdi-drieluik van John Eliot Gardiner en het Monteverdi Choir, in 2018 debuteerde ze op het Festival van Aix-en-Provence (Purcell) en in Carnegie Hall in New York (Berlioz) en in 2019 stond ze voor het eerst in La Scala in Milaan.
De alt treedt zowel op in huizen als op het concertpodium, met Correspondances (Sébastien Daucé), Les Arts Florissants (Paul Agnew), Collegium 1704 (Václav Luks) en Le Poème Harmonique (Vincent Dumestre). Hedendaags repertoire zong ze bij het Ensemble intercontemporain.
Met Reinbert de Leeuw en Het Collectief nam ze diens bewerking voor kamerorkest van Mahlers Das Lied von der Erde op, en met pianiste Anne de Fornel, bariton Stéphane Degout en sopraan Raquel Camarinha alle eren van Lili en Nadia Boulanger. Lucile Richardot debuteerde in de Eigen Programmering van Het Concertgebouw in april 2025 in Bachs Johannes-Passion met Pygmalion en Raphaël Pichon.
Laurence Kilsby, tenor
Laurence Kilsby werd genomineerd in de categorie ‘Young Singer’ tijdens de International Awards 2023 en won eerste prijzen op drie internationale concoursen: de Wettbewerb ‘Das ’ tijdens de Heidelberger Frühling, de Wigmore Hall/Bollinger International Song Competition en de Cesti Competition tijdens de Innsbrucker Festwochen der Alten Musik.
Met pianiste Ella O’Neill bracht hij onlangs zijn debuutalbum Awakenings uit.
Laurence Kilsby begon zijn zangcarrière als jongenssopraan bij de Tewkesbury Abbey Schola Cantorum. Later studeerde hij aan het Royal College of Music in Londen en aan het Curtis Institute of Music in Philadelphia. Inmiddels maakt de Britse tenor furore op zowel het - en concertpodium als in de kunst.
Sinds zijn Concertgebouwdebuut in 2022 in Bachs Johannes-Passion met het Orchestra and Choir of the Age of Enlightenment keerde hij er al drie keer terug, de laatste keer in mei 2025, toen hij tijdens het Mahler Festival in de liederen van Mahler zong met pianist Julius Drake. Laurence Kilsby debuteert bij het Concertgebouworkest.
Andreas Wolf, bariton
Na zijn studie bij Heiner Eckels en Thomas Quasthoff vestigde Andreas Wolf zijn naam in zalen als de Philharmonie de Paris, het Barbican Center in Londen, de Philharmonie in Berlijn, het Lincoln Center in New York en de Herkulessaal in München.
Tot zijn -engagementen van de afgelopen seizoenen behoren Mozarts Così fan tutte bij het Teatro Real in Madrid, De Munt in Brussel en de Wiener Festwochen, Don Giovanni aan De Munt en het Staatstheater Stuttgart, Le nozze di Figaro in Madrid en aan de Opéra National du Rhin en Die Zauberflöte aan het Grand Théâtre de Genève.
Met de Staatsoper München heeft de Duitse bas-bariton een hechte band: hij stond er onder meer in Bizets Carmen, Richard Strauss’ Ariadne auf Naxos en Schrekers Die Gezeichneten. In Händels Serse tourde hij met il Pomo d’Oro. s geeft Andreas Wolf met pianist Kit Armstrong.
In Het Concertgebouw was hij onder meer te horen in Bachs Matthäus-Passion – met de Nederlandse Bachvereniging, het Nederlands Kamerorkest en het Amsterdam Baroque Orchestra & Choir – en diens Weihnachtsoratorium met het Nederlands Kamerkoor en Concerto Köln. In oktober 2024 zong hij in Händels Esther met het Amsterdam Baroque Orchestra & Choir ter gelegenheid van Ton Koopmans tachtigste verjaardag, en in een programma met werken van Bach en Händel door het het Concertgebouworkest. Op 2 april jongstleden was hij in de een van de solisten in Beethovens Negende symfonie door het Symfonieorkest Vlaanderen en het Estonian Philharmonic Chamber Choir.







