Bachs Johannes-Passion bij het Concertgebouworkest

Concertgebouworkest
Andrew Manze dirigent
Maximilian Schmitt tenor (Evangelist)
Arttu Kataja bas (Christus)
Rachel Redmond sopraan
Catriona Morison alt
Robin Tritschler tenor
Ashley Riches bas (aria’s en Pilatus)
Laurens Collegium instudering Edward Caswell

solisten uit het Laurens Collegium:
Bobbie Blommesteijn sopraan (dienstmeisje)
André Cruz en Daan Verlaan tenor (dienaar 1 en 2)
Peter Scheele bas (Petrus)

instrumentale solisten en basso continuo:
Kersten McCall en Julie Moulin fluit
Alexei Ogrintchouk en Silvia Esain Nagore hobo, oboe da caccia, oboe d’amore
Gustavo Núñez fagot
Liviu Prunaru en Cecilia Ziano viool en viola d’amore
Robert Smith viola da gamba
Gregor Horsch cello
Dominic Seldis contrabas
Erwin Wiersinga orgel

Een tekstboekje is voor € 2,50 verkrijgbaar aan de zaal.

Het concert maakt deel uit van de serie D.

Ook interessant:

- Infographic Historische uitvoeringspraktijk
- 7 onbekende passies
- Notenbeeld: Johann Sebastian Bach - Johannes-Passion
- Hoe klinkt de ultieme Bach?
- Bachs verleiding

Johann Sebastian Bach (1685-1750)

Johannes-Passion, BWV 245 (1724)
op teksten van Barthold Heinrich Brockes en anderen

pauze na het eerste deel, ± 21.00 
einde ± 22.40 

Toelichting

Johann Sebastian Bach (1685-1750)

Bach: Johannes-Passion

Door Dirk Luijmes

‘Herr! Herr! Herr!… unser Herrscher’ Wie zich zijn of haar allereerste confrontatie met het openingskoor van de Johannes-Passion van Johann Sebastian Bach nog kan herinneren, kan zich wellicht voorstellen dat het werk tijdens de vespers op 7 april 1724 in de Leipziger Nikolaikerk insloeg als een bom.

Ongekend

De en in de blazers, de onbestemde beweging in de strijkers, de hardnekkige toonsherhalingen in het continuo én de uitroepen in het koor: menig luisteraar zal destijds zijn oren niet hebben geloofd. Dat hun cantor, die nog geen jaar de kerkmuziek in Leipzig bestierde, met iets bijzonders zou komen hadden de gelovigen vast verwacht. Het afgelopen jaar had hij immers in zijn s zondag-in, zondag-uit van zich laten horen. Bovendien had hij de afgelopen kerstdagen luister bijgezet met een indrukwekkend Magnificat. Maar een zó dramatische en ongehoorde zetting van de eerste woorden van psalm 8 moet menigeen hebben verrast.

Menig luisteraar zal destijds zijn oren niet hebben geloofd

Hoe het er werkelijk aan toeging tijdens Bachs eerste passie op Goede Vrijdag 1724, is niet bekend. Over de eerste uitvoering weten we niet veel meer dan wat organisatorische zaken. Bach had gedacht dat de passie in de Thomaskerk zou worden uitgevoerd, maar op grond van eerdere afspraken bleek in 1724 de Nikolaikerk aan de beurt. Zo geschiedde, hoewel daar extra ruimte voor koor en orkest moest worden vrijgemaakt. Bovendien moest het klavecimbel worden gerepareerd en moesten er pamfletten gedrukt worden om duidelijk te maken waar de passie tot klinken zou komen.

Kleuren

Wat zou de luisteraars destijds zijn opgevallen? Misschien dat hun cantor voor het eerst tijdens zijn Leipzigse carrière en voorschreef? Of dat hij met instrumenten als de viola d’amore, de luit en de viola da gamba de ­Johannes-Passion op een speciale manier inkleurde? Vaste herkenningspunten voor de lutheranen waren ongetwijfeld de koralen, waarvan ze de meeste uit hun gezangboek kenden. Dat neemt niet weg dat de speciale k waarmee Bach vaak tekst en sfeer onderstreepte ze verrast zal hebben.

  • Johann Sebastian Bach

Bekend voor de kerkgangers was natuurlijk ook de bijbeltekst uit het Evangelie van Johannes (hoofdstuk 18 vers 1 tot en met hoofdstuk 19 vers 42). Dat de Evangelist die woorden dankzij Bach op een beeldende manier gestalte gaf, was waarschijnlijk niet nieuw na de s die ze in de maanden ervoor hadden gehoord. Voorbeelden van muzikale illustraties te over: wrange en bij verrader Judas, de toonschilderingen bij het geselen, en een opmerkelijk behandeling van woorden als ‘gekruisigd’ en ‘sterven’.

Tekstuitbeelding en spiegeling

Twee speciale plaatsen in de evangelistenpartij moeten ook toen al in het oog zijn gesprongen. Het eerste is het moment dat Petrus bitter weent over zijn verraad, omdat het bij Bach breed, in lijnen, wordt uitgemeten. Opvallend is ook het moment dat het gordijn van de tempel openscheurt en de aarde gaat beven – wat in de continuopartij niet ongemerkt voorbijgaat. Deze twee plekken vallen niet alleen op door Bachs nadrukkelijke toonzettingen, het zijn ook de enige passages waarin de componist een tekst uit het Mattheüs-­evangelie citeert.

Ook in de partijen van de andere personages wemelt het van de tekstuitbeelding: als Jezus aan Petrus vraagt zijn zwaard in de schede te steken, gaat de naar beneden; als hij spreekt over ‘vechten’ gaat dat met drukke bewegingen gepaard.

  • Het verraad van Jezus op de Olijfberg

Het koor neemt in het verhaal de rol van onder meer de soldaten en het volk op zich. De actieve, beeldende ‘turba-koren’ (turba = menigte) geven Bachs Johannes-Passion een ongemeen felle dramatiek en vaart. Oplettende luisteraars moeten destijds misschien ook gehoord hebben dat Bach in het tweede deel, na de preek, de muziek van verschillende koren terug laat keren. Achteraf zal de componist desgevraagd wellicht uitgelegd hebben dat hij het ‘Durch dein Gefängnis’ als scharnierpunt gebruikte. Het koor erna, ‘Lässest du diesen los’, gaf hij dezelfde noten als ‘Wir haben ein Gesetz’. Daaromheen trok hij nog grotere kringen: ‘Kreuzige’ en ‘Weg, weg’ zijn gespiegeld rond het koraal, evenals ‘Sei gegrüsset’ en ‘Schreibe nicht’.

Ariamateriaal

De in de kerk aanwezige theologen zullen scherp opgelet hebben welk materiaal Bach voor de vrijere ’s gebruikte. Kenners zullen de teksten van Barthold Heinrich Brockes, Christian Weise en Christian Heinrich Postel herkend hebben. Het zal hun niet zijn ontgaan dat Bach ook met hun teksten illustratief te werk ging. Denk aan de ‘Regenbogen’ in de aria ‘Erwäge, wie sein blutgefärbter Rücken’; het haasten en de vertwijfelde vragen ‘Wohin, wohin?’ in de aria ‘Eilt, ihr angefochtnen Seelen’, en aan de tegenstelling tussen de donkere nacht en de mfantelijke zege van de held in de aria ‘Es ist vollbracht’.

Diepere lagen

Zouden de dieperliggende lagen die men tegenwoordig na veel onderzoek in de Johannes-­Passion bespeurt ook gezien zijn door Bachs tijdgenoten? Het is niet ondenkbaar, omdat men er destijds – in een leven doordrongen van religie – waarschijnlijk meer op gespitst was. Wellicht associeerden de kenners toen in het openingskoor ook al de standvastige bas met God, de ‘zwevende’ strijkersbeweging met de Heilige Geest en – om de Triniteit compleet te maken – de smartelijke klanken in de blazers met de lijdende Christus.

Hoe zou Bach die eerste uitvoering zélf hebben ervaren? Ook dat weten we niet. Het is wel bekend dat hij een jaar later al flink wat veranderde in het oorspronkelijke concept: hij verving de hoekdelen door andere en voegde drie aria’s toe. Later, in 1728 of 1732, volgde een derde variant. In de laatste versie van 1739 keerde de componist weer grotendeels terug naar de eerste opzet.

Intussen zou hij in ieder geval nog één andere grote passie schrijven: de dubbelkorige Matthäus-Passion uit 1727. Een heel ander werk: langer, breder uitgesmeerd en met minder felle koren. In de woorden van componist Matthijs Vermeulen (1888-1967): ‘De Johannes-Passie is gevoeld, gedacht, geplaatst op deze aarde; de Mattheus-­Passie ergens in een ruimte buiten de tijd als een herinnering welke wij meedragen. De eerste is de passie van Martha, die de dingen doet, de tweede die van Maria, die over de dingen nadenkt. De eerste actief, de tweede contemplatief.’ Dat de Johannes-Passion bijna drie eeuwen na de eerste uitvoering nog tot de verbeelding spreekt is zonneklaar.

Zoals de passie voor Bach kennelijk een ‘work in progress’ was, is het werk voor veel luisteraars, musici en theologen vandaag de dag ook niet ‘af’. Iedere keer als de Johannes-Passion klinkt, hoor je weer andere details, en ervaar je weer nieuwe elementen. De een ziet er een theologische boodschap in, de ander verheugt zich over Bachs vakmanschap, en nummer drie wiegt eenvoudigweg mee op het sarabanderitme van het slotkoor ‘Ruht wohl’. Over één ding blijven velen het eens: de Johannes-­Passion is een veelomvattend meesterwerk.

Biografie

Andrew Manze, dirigent

Met zijn geschiedenis als violist en ensembleleider (Academy of Ancient Music en The English Concert) in de historische uitvoeringspraktijk én jarenlange directie-ervaring in de eigentijdse concertpraktijk, is Andrew Manze evenveel thuis in romantische en moderne als in oudere muziek.

Van 2006 tot 2014 was hij chef- van het Helsingborgs , waarvan hij nu eredirigent is. 

Hij was ook als vaste gastdirigent werkzaam bij het BBC Scottish Symphony Orchestra en het Noors Radio Orkest. Van 2014 tot de zomer van 2023 was Andrew Manze chef- van de NDR Radiophilharmonie in Hannover.

Dirigent en orkest ondernamen samen tweemaal een succesvolle tournee naar China en brachten een reeks cd’s uit met werken van Mozart en Mendelssohn, waarvan de eerste een Preis der deutschen Schallplattenkritik opleverde. Sinds het seizoen 2018/2019 is Andrew Manze tevens vaste gastdirigent van het Royal Liverpool Philharmonic Orchestra, waarmee hij onder meer alle symfonieën van Vaughan Williams op cd opnam. Als gastdirigent werkt de Engelsman geregeld met orkesten als de Münchner Philharmoniker, het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Stockholm en Camerata Salzburg. Hij is regelmatig te gast bij het Mostly Mozart Festival in New York.

In 2017 leidde Andrew Manze het Concertgebouworkest voor het eerst. De laatste samenwerking was in november 2023, toen werken van Elgar en Vaughan Williams op het programma stonden. 

Maximilian Schmitt, tenor

De Duitse tenor Maximilian Schmitt ontdekte zijn liefde voor zang toen hij als kind zong bij de Regensburger Domspatzen. Hij volgde zijn opleiding aan de Universität der Künste Berlin. Verdere ervaring deed hij op in de opleidingsklas van de ­Bayerische Staatsoper, waar hij zijn debuut als Tamino maakte in Mozarts Die Zauber­flöte.

Van 2008 tot 2012 maakte hij deel uit van het gezelschap van het Nationaltheater Mannheim. Buiten het podium treedt ­Maximilian Schmitt veel op als zanger van eren en oratoria, waaronder ook in Nederland. In oktober 2012 debuteerde hij in de met Schuberts Die schöne Müllerin, in december van datzelfde jaar trad hij bij De Nationale Opera op als Tamino in Mozarts Die Zauberflöte.

De tenor wordt veel gevraagd voor de evangelistenrol in Bachs Matthäus-­Passion, zoals ook in 2014 bij het Concertgebouworkest met Philippe Herreweghe. In april 2022 zong hij in Bachs Johannes-Passion onder ­leiding van Andrew Manze.

Arttu Kataja, bas

Arttu Kataja studeerde aan de Sibelius Academie in Helsinki en won tweemaal het Mozart-concours van het Mozarteum in Salzburg.

Als ensemblelid van de Staatsoper Unter den Linden in Berlijn – sinds 2006 – vertolkte hij onder meer de grote Puccini- en Mozart-­rollen voor zijn stemvak.

De bariton was te gast bij het Theater an der Wien, de Deutsche Oper am Rhein, het Théâtre du Capitole in Toulouse, de Tampere , de Finse Nationale Opera en het operafestival van Savonlinna.

Ook in het -, - en concert­repertoire is de Finse zanger actief. Zo zong hij in Bachs Magnificat met zowel de Bachakademie Stuttgart als het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin, in BrahmsEin deutsches Requiem met het Kammerchor Stuttgart en in Die Schöpfung van Haydn met de NDR Radiophilharmonie onder leiding van Risto Joost. Eerder dit jaar bracht Arttu Kataja een cd uit met Mahler-liederen uit Des Knaben Wunderhorn.

In 2022 zong hij de Christus-partij in Bachs Johannes-Passion bij het Concertgebouworkest onder leiding van ­Andrew Manze en in Het Zondagochtend Concert van 1 mei 2022 soleerde hij in Kullervo van Sibelius bij het Radio Filharmonisch Orkest en James Gaffigan.

Rachel Redmond, sopraan

Rachel Redmond werd geboren in Glasgow en zong in het kinderkoor van het Royal Scottish National Orchestra. Ze studeerde aan de Music School of Douglas Academy, het Royal Conservatoire of Scotland en de Guildhall School of Music and Drama, waarna ze zich aansloot bij de Jardin des Voix, het opleidingstraject van William Christie’s Les Arts Florissants.

Na haar debuut bij de Opéra Comique als Iris in Lully’s Atys volgden succesvolle optredens in onder meer het Théâtre du Capitole de Toulouse en het Théâtre du Châtelet, alsmede tournees met English Touring (als Susanna in Mozart Le nozze di Figaro) en Les Arts Florissants (bijvoorbeeld als Belinda in Purcells Dido and Aeneas en Damon in Händels Acis and Galatea). Haar uitgebreide concertrepertoire bevat onder meer het Weihnachtsoratorium, de ‘Hohe Messe’ en de Matthäus-Passion van Bach, talloze werken van Händel, Ein deutsches Requiem van Brahms en Orffs Carmina Burana.

Rachel Redmond soleerde bij onder meer het European Union Baroque Orchestra, het Noors Kamerorkest en het BBC Scottish Symphony Orchestra. Bij het Concertgebouworkest maakt ze haar debuut.

Catriona Morison, mezzosopraan

De Schotse, in Berlijn woonachtige mezzosopraan Catriona Morison brak door toen ze in 2017 de prestigieuze BBC Cardiff Singer of the World Competition op haar naam schreef. Ze was verbonden aan de Oper Wuppertal en maakte ook haar opwachting in de theaters van onder meer Edinburgh, Keulen, Hamburg en Weimar.

In 2015 debuteerde ze op de Salzburger Festspiele. Catriona Morison is daarnaast een geliefd concertzangeres.

Zo zong ze in 2022 in Bachs Johannes-­Passion bij het Concertgebouworkest gedirigeerd door Andrew Manze. Met het Deens Nationaal voerde ze eren van Alma Mahler uit, en in Mahlers Achtste symfonie zong ze bij het NHK Symphony Orchestra, Tokyo onder leiding van Fabio Luisi.

Hoogtepunten in seizoen 2025/2026 zijn optredens met de Wiener Symphoniker en het NDR Elbphilharmonie Orchester, haar debuut bij de Bayerische Staatsoper als Componist in Ari­adne auf Naxos van Richard Strauss, de rol van Fricka in Das Rheingold van Wagner met de Berliner Philharmoniker onder leiding van Kirill Petrenko en Beethovens Negende symfonie met het Orchestre Philharmonique de Monte-Carlo.

Liedrecitals gaf de mezzo­sopraan in onder meer de Londense Wigmore Hall, het Wiener Konzerthaus en de Elbphilharmonie in Hamburg. In de maakte Catriona Morison haar debuut tijdens het Mahler Festival 2025.

Robin Tritschler, tenor

De Ierse tenor Robin ­Tritschler studeerde af aan de Royal Academy of Music in Londen en was een BBC New ­Generation Artist. Bij de Welsh National trad hij op in rollen als Almaviva in Rossini’s Il barbiere di Siviglia, Narraboth in Richard Strauss’ Salome en Don Ottavio in MozartDon Giovanni.

Ook trad hij op bij de Nantes Opéra en De Munt in Brussel en soleerde hij bij het BBC Philharmonic en het BBC Symphony Orchestra en tijdens de BBC Proms met Mark Elder. Met het RTE Concert Orchestra trad hij voor Paus Benedictus XVI op in Händels Messiah ter gelegenheid van het tachtigjarig bestaan van de staat Vaticaanstad.

Recent vierde hij successen met The Creation van Haydn in New York en als Jaquino in Beethovens Fidelio in het London House, Covent Garden. Verder trad de tenor op met het London Philharmonic Orchestra onder leiding van Yannick Nézet-Séguin, Nathalie Stutzmann en Vladimir Jurowski, de Hong Kong Philharmonic onder Edo de Waart.

In februari 2017 maakte Robin Tritschler zijn debuut in Teatro Colón, Buenos es, in De materie van Louis Andriessen. In december van dat jaar debuteerde hij bij het Concertgebouworkest in Bachs ‘Hohe Messe’ onder leiding van Philippe Herreweghe.

Ashley Riches, bas

Ashley Riches studeerde Engels aan Cambridge University, waar hij lid was van het prestigieuze King’s College Choir. Hij studeerde zang aan de Guildhall School of Music and Drama in Londen en maakte deel uit van het Jette Parker Young Artists Programme van The Royal . Hij vertegenwoordigde het Engelse operagezelschap tijdens een galaconcert in het Bolsjoj Theater in Moskou. In seizoen 2017/2018 was Ashley Riches een van de BBC New Generation Artists.

Tot de recente hoogtepunten behoren zijn optredens als Creon in Stravinsky’s Oedipus Rex met John Eliot Gardiner en de Berliner Philharmoniker, de Ferryman in Brittens Curlew River in de Hamburgse Elbphilharmonie en de Pirate King in The Pirates of Penzance van Gilbert and Sullivan bij English National .

Tijdens een Europese tournee met Masaaki Suzuki en het Orchestra of the Age of Enlightenment nam hij deel aan uitvoeringen van Bachs Weihnachtsoratorium.

Bij het Concertgebouw­orkest maakt hij zijn debuut.

Laurens Collegium, koor

Het Laurens Collegium is het beroepskoor van Rotterdam en maakt deel uit van Laurens Vocaal. Het kamerkoor bestaat uit jonge professionele zangers en staat onder leiding van Wiecher Mandemaker. Het repertoire omvat koorliteratuur uit alle stijlperiodes van de westerse muziekgeschiedenis.

Jaarlijks staat het Laurens Collegium in zijn thuisstad geprogrammeerd in meerdere series in De Doelen. Daarnaast is het regelmatig te gast op de andere Nederlandse podia.

Het Laurens Collegium realiseert eigen producties en werkte samen met onder andere het Rotterdams Philharmonisch Orkest, het Orkest van de Achttiende Eeuw, Het Gelders Orkest en het Residentie Orkest Den Haag.

Met het Concertgebouworkest werkte het koor in december 2019 voor het eerst samen in Schumanns Szenen aus Goethes ‘Faust’ onder leiding van John Eliot Gardiner.