Bachs Goldbergvariaties door Trio Zimmerman
Kamermuziek 20.15 uur
Trio Zimmermann:
Frank Peter Zimmermann viool
Antoine Tamestit altviool
Christian Poltéra cello
Johann Sebastian Bach 1685-1750
Goldberg-variaties, BWV 988 (1741)
‘Aria mit 30 verschiedenen Veraenderungen’ oorspronkelijk voor klavier solo; bewerking voor strijktrio door Dmitri Sitkovetski (1984)
Aria
Variatie 1
Variatie 2
Variatie 3 – Canone all’unisono
Variatie 4
Variatie 5
Variatie 6 – Canone alla seconda
Variatie 7
Variatie 8
Variatie 9 – Canone alla terza
Variatie 10 – Fughetta
Variatie 11
Variatie 12 – Canone alla quarta
Variatie 13
Variatie 14
Variatie 15 – Canone alla quinta: Andante
Variatie 16 – Ouverture
Variatie 17
Variatie 18 – Canone alla sesta
Variatie 19
Variatie 20
Variatie 21 – Canone alla settima
Variatie 22 – Alla breve
Variatie 23
Variatie 24 – Canone all’ottava
Variatie 25 – Adagio
Variatie 26
Variatie 27 – Canone alla nona
Variatie 28
Variatie 29
Variatie 30 – Quodlibet
Aria da capo
er is geen pauze
einde van het concert ca. 15.15 uur
Toelichting
Johann Sebastian Bach 1685-1750
Goldberg-variaties
Tekst: Agnes van der Horst
VERSTAND EN GEVOEL
Het was zo’n mooi verhaal: Johann Sebastian Bach zou de Goldberg-variaties geschreven hebben voor zijn jonge briljante leerling Johann Gottlieb Goldberg. Dit op verzoek van een goede bekende van Bach: graaf Hermann Carl von Keyserlingck. De man leed aan slapeloosheid en had Bach gevraagd om een compositie die zijn privéklavecinist Goldberg voor hem zou kunnen spelen wanneer hij de slaap weer eens niet kon vatten. Bach schreef vervolgens een met 32 variaties en werd door een dolgelukkige Keyserlingck vorstelijk beloond met een gouden beker vol geld.
Het verhaal stond te lezen in de eerste biografie die er van Bach werd geschreven door Johann Nikolaus Forkel (1802). Forkel had het weer gehoord van Wilhelm Friedemann, Bachs oudste zoon, die misschien de verleiding niet had kunnen weerstaan de herinneringen aan zijn vader nog een tikje mooier te maken. Want, helaas, er klopt niets van dit verhaal. In Bachs opschrift op het titelblad van de compositie komt de naam Keyserlingck niet voor – wat (als het verhaal wel geklopt had) heel ongebruikelijk en zeer onbeleefd zou zijn geweest, gezien de opdracht en de uitzonderlijk hoge beloning. Ook is die kostbare beker nooit teruggevonden, en zo langzamerhand is het algemeen bekend dat die er ook nooit is geweest. Maar de in de negentiende eeuw ontstane titel Goldberg-variaties is altijd gebleven.
De echte titel die Bach aan het werk gaf is te vinden op het omslag van de achttiende-eeuwse gedrukte versie: Clavier Übung bestehend in einer Aria mit verschiedenen Veraenderungen vors Clavicimbal mit 2 Manualen. Hij voegde er ook nog aan toe met welk doel hij die klavieroefeningen had geschreven: Denen Liebhabern zur Gemüths Ergetzung, voor het (speel-)plezier van liefhebbers. Bachs ‘Aria met variaties’ zijn dus klavieroefeningen en dan ook allesbehalve slaapverwekkend. Het is zelfs een beetje beledigend om te veronderstellen dat een dermate complex en vernuftig werk bedoeld zou zijn om lekker bij in te dutten. Het tegendeel is het geval: de Goldberg-variaties zetten het verstand juist op scherp.
DE KUNST VAN….
Bach schreef de ‘Aria met variaties voor een klavecimbel met twee klavieren’ als vierde deel van zijn zo’n tien jaar eerder begonnen verzameling klavieroefeningen voor vergevorderde leerlingen en professionele klavecinisten. ‘Clavier Übung 4’ ontstond in een periode waarin Bach begon met het schrijven van grote, bijna encyclopedische composities: werken waarvoor hij geen specifieke opdrachten had ontvangen en die ook niet bedoeld waren voor een bepaalde gelegenheid.
Bach was de vijftig gepasseerd en had zijn hele leven keihard gewerkt. Vooral in Leipzig, waar hij onder meer verantwoordelijk was voor de muziek van de twee hoofdkerken, de s en klavecimbels, het koor, het stadsorkest en voor de muziekopleiding aan de Thomasschule. Hij had zoveel s geschreven dat ze er in Leipzig nog verschillende kerkelijke jaargangen mee vooruit konden en daarnaast een enorme hoeveelheid andere muziekstukken, in alle (op de na) bestaande genres. Hij wilde weg uit Leipzig en het liefst een aanstelling vinden aan een belangrijk hof. Dat is hem nooit gelukt, maar hij bleef niet werkeloos zitten afwachten.
Vanaf het begin van de jaren veertig van de achttiende eeuw componeerde Bach – misschien voor zichzelf, of voor de muziekwereld om hem heen – stukken die een overzicht bieden van zijn kunnen: Die Kunst der Fuge (over het componeren van ’s), Musikalisches Opfer (over het componeren op een ), de Hohe Messe (over het schrijven van vocale muziek) enzovoort. De Goldberg-variaties (over de kunst van het variëren) staat aan het begin van deze reeks ‘overzichtscomposities’.
SYMMETRISCHE ARCHITECTUUR
Bach componeerde de variaties omstreeks 1741 en baseerde het werk op een eerder geschreven die hij opnam in het Klavierbüchlein für Anna Magdalena Bach. Die aria, het fundament van het hele werk, is een lieflijke sarabande met een voor die tijd karakteristieke dalende baslijn. De aria is opgebouwd uit twee delen van 16 maten. De complete Goldberg-variaties bestaat uit 32 delen: twee keer de aria (aan het begin en aan het eind) plus 30 variaties. Iedere variatie afzonderlijk is, net als de aria, tweedelig en – op vijf variaties na – hebben ze ook 32 maten. Het is niet zomaar een uiterst knap spel met getallen dat Bach hier speelt.
Hij volgt de regels van de retoriek en zorgt daarmee voor een perfecte balans in de hele compositie. Zo zijn de variaties 10 en 22 fugatisch en polyfoon en beide staan op evenveel afstand van de kern van het werk, de Ouverture, die als enige variatie uit 48 maten bestaat. Dit deel krijgt daardoor meer gewicht, omdat het een nieuw begin aankondigt: de start van de tweede helft. Andere symmetrische kenmerken zijn de s: iedere derde variatie is er een, zodat zowel de derde variatie vanaf het begin en de derde variatie vanaf het eind een canon is. Die canons zelf beschrijven ook een cyclus: de imiterende stem is steeds een toon hoger geplaatst.
Bach toont hiermee zijn architectonische vaardigheid. Maar dat is slechts een van de eindeloze hoeveelheid compositietechnieken die hij toepast. Zo varieert hij in de Goldberg-variaties op de baslijn, de len, maar ook op , en . Hij laat tegelijkertijd alle mogelijke verschillende stijlen en figuraties van het klavierspel aan bod komen, waaronder toonladders, ’s en diverse manieren van versieringen. Hij gebruikt verschillende dansvormen, muziekstijlen en genres. En bovenop dat knappe technische denk- en componeerwerk is de muziek ook nog zeer expressief: vrolijk, , trots of melancholiek. De Goldberg-variaties vormen een indrukwekkend voorbeeld van hoe Bach het rationele volledig kan laten samenvallen met het emotionele en speelsheid met techniek. Van dat laatste is het Quodlibet (het voorlaatste deel) een mooi voorbeeld. Hier combineert Bach twee populaire jes uit zijn tijd met de baslijn van de aria.
Deze maand leest u in programmablad Preludium meer over de Goldberg-variaties.
Biografie
Trio Zimmermann
Zimmermann werd in 2007 in het leven geroepen door Frank Peter Zimmermann en komt één of twee periodes per seizoen bij elkaar voor het maken van een korte tournee. Het trio treedt op op de belangrijke podia van steden als München, Parijs, Berlijn, Milaan, Brussel, Londen en Wenen, en was te gast op de festivals van Salzburg en Edinburgh.
Frank Peter Zimmermann studeerde bij onder anderen Herman Krebbers en soleert wereldwijd bij grote orkesten, onder leiding van bekende en. Hij legde vioolconcerten van bijvoorbeeld Dvořák en Hindemith op cd vast en componisten als Eötvös, Lindberg en Pintscher schreven nieuw werk voor hem.
Frank Peter Zimmermann bespeelt een Stradivarius uit 1711, die ooit toebehoorde aan Fritz Kreisler. Altviolist Antoine Tamestit studeerde bij onder anderen Tabea Zimmermann (geen familie van Frank Peter Zimmermann) en brak door met het winnen van de Maurice Vieux Competition in 2000.
Hij soleert graag en is tevens een fervent kamermusicus; in de van Het Concertgebouw debuteerde hij in de Rising Stars-serie van seizoen 2005/06. Bovendien is hij mededirecteur van het Viola Space Festival in Tokio en geeft hij les aan het conservatorium in Parijs.
Zijn instrument is een van Antonio Stradivari uit 1672. Cellist Christian Poltéra studeerde bij Nancy Chumachenco, Heinrich Schiff en Boris Pergamenschikow. Hij nam deel aan het New Generation Artists-programma van de BBC en kreeg in 2004 een Borletti-Buitoni Trust Award. Hij is een graag geziene gast bij tal van orkesten en muziekfestivals.
Christian Poltéra bespeelt de ‘Mara’- van Stradivari uit 1711. Het Zimmermann nam inmiddels drie prijswinnende cd’s op en was tweemaal eerder te beluisteren in de Kleine Zaal van Het Concertgebouw: in september 2008 en in april 2014.
