Bachs feestelijke Weihnachts-oratorium met RIAS kammerchor

Koorserie 20.15 uur

RIAS Kammerchor 
Freiburger Barockorchester
Hans-Christoph Rademann dirigent
Anna Lucia Richter sopraan
Anke Vondung mezzosopraan
Maximilian Schmitt tenor
Roderick Williams bariton

Johann Sebastian Bach 1685-1750

Weihnachtsoratorium, BWV 248 (1734-35)

I. Teil: am 1. Weihnachtstag
II. Teil: am 2. Weihnachtstag

pauze

III. Teil: am 3. Weihnachtstag
VI. Teil: am Epiphaniasfest

begin van de pauze ca. 21.15 uur
einde van het concert ca. 22.30 uur 

teksten gratis verkrijgbaar aan de zaal
dit concert wordt mede mogelijk gemaakt door KLM

Toelichting

Johann Sebastian Bach 1685-1750

Het Weihnachtsoratorium

Tekst: Agnes van der Horst

In 1734 had Johann Sebastian Bach al elf jaar van kerkcantates-componeren achter de rug. In 1723 – direct na zijn benoeming als cantor van de vier belangrijkste Lutherse kerken in Leipzig – was hij ermee begonnen. Het werd tijd voor iets anders.

Bach hoopte hofkapelmeester te worden van de nieuwe Saksische keurvorst in Dresden. August III hield van kunst en muziek en in zijn hofkapel werkten de beste musici van Europa. Met het componeren van feestelijke s, opgedragen aan de vorst, probeerde Bach een voet tussen de paleisdeur te krijgen. Helaas lukte dat niet.

Dus toen Kerstmis naderde zette Bach zich weer aan het schrijven van nieuwe kerstcantates, ook al lag zijn aandacht meer bij seculiere hofmuziek. Maar daardoor kregen verschillende van Bachs wereldlijke hofcomposities een nieuwe gedaante in de vorm van religieuze cantates.

Zo is de muziek van Jauchzet, ­frohlocket, het juichende openingskoor van het Weihnachtsoratorium, afkomstig uit Bachs verjaardagscantate voor de keurvorst. Zeventien van de 64 onderdelen van Bachs uit zes kerstcantates opgebouwde Weih­nachtsoratorium waren zo­genoemde ‘parodieën’, bewerkingen van eerder geschreven koren en ’s.

Waarom Bach dat deed, daarover verschillen de meningen. Sommige Bach-kenners houden het op tijdgebrek, anderen ­zeggen dat Bach juist díe compo­sities recyclede, verfijnde en perfectioneerde die hij te goed vond om eenmalig uitgevoerd te worden.

Omdat de zes s een aansluitend verhaal vertellen noemde Bach ze samen het Weihnachtsoratorium. Maar ze werden los van elkaar uitgevoerd in de kerkdiensten van Eerste, Tweede en Derde Kerstdag, Nieuwjaarsdag, de zondag na Nieuwjaar en Driekoningen.

De tekst voor het Weihnachtsoratorium komt voor een deel uit de Bijbel (de evangelies van Lucas, Johannes en Matteüs). De rest komt hoogstwaarschijnlijk van de dichter ­Picander, die al vaker teksten voor Bach had geschreven.

De eerste drie cantates vertellen het kerstverhaal: de aankondiging en de geboorte van Jezus en de verering door de herders. De laatste drie hebben als ­ de presentatie van Jezus in de tempel, de komst van de drie wijzen uit het Oosten en de vlucht voor Herodes naar Egypte.

Johann Sebastian Bach 1685-1750

Eerste cantate

De voor Eerste Kerstdag opent met een feestelijke uitbarsting van fluiten, en ten. Ze functioneren als de herauten van het van vrolijkheid borrelende openingskoor: Jauchzet, frohlocket.

In Bachs tijd waren trompetten uitsluitend bestemd voor muziek ter ere van wereldlijke vorsten. Bach zet ze hier bewust in om het koningschap van Christus te benadrukken.

De alt-­ Bereite dich Zion was in een vroeger leven een woede-aria uit de hofcantate Herkules auf dem Scheidewege, door Bach overtuigend omgetoverd tot een onvoorwaardelijke liefdesverklaring aan Jezus.

Het  Wie soll ich dich empfangen leende Bach van het O Haupt voll Blut und Wunden uit de Matthäus-­Passion. Daar is het een klacht vol verdriet om het lijden van Christus. In het Weihnachtsoratorium klinken dezelfde ­lijnen verwachtingsvol en ingetogen.

De rijk versierde bas- Grosser Herr, o starker König is een vorstelijk eerbetoon aan God. De ­Eerste Kerstdag wordt besloten met een bijna kinderlijk gebed: het intieme koraal Ach mein herzliebes Jesulein.

Johann Sebastian Bach 1685-1750

Cantate II

In 2 spelen (blok-)fluiten en hobo’s (in de de pastorale instrumenten) een grote rol. In de instrumentale bepalen ze de klank met sierlijke en vredige dialogen. Het erop volgende van de evangelist verhaalt van de verschijning van de engel aan de herders.

De tenor- Frohe Hirten, eilt, ach eilet is een schitterend voorbeeld van tekstuitdrukking door muziek. De snelle, lange melismen op ‘eilt’ zorgen voor een atmosfeer van haast en ongeduldige verwachting. Met de ontroerende alt-aria Schlafe mein Liebster zette Bach het mooiste wiegelied uit de muziekliteratuur op zijn naam.

Johann Sebastian Bach 1685-1750

Cantate III

nummer 3 is het slot van de eerste helft van het Weihnachtsoratorium. Deze eerste drie cantates zag Bach als een eenheid. Dat blijkt onder meer uit de D groot; dezelfde als in cantate nummer 1.

Ook het energieke openingskoor, dat in de tweede cantate ontbrak, is weer terug. Het Dies hat er alles uns getan is een innig dankgebed dat verder wordt uitgewerkt in het duet voor sopraan en bas, Herr, dein Mitleid, dein Erbarmen (oorspronkelijk een liefdeslied uit de seculiere Hercules-cantate).

In het slotkoraal Seid froh, dieweil grijpt Bach terug op het openingskoor van deze cantate.

Johann Sebastian Bach 1685-1750

Cantate VI

De zesde (en slot-) van het Weihnachtsoratorium staat in het teken van de vreugde om de komst van Jezus en de overwinning op de zonde, de dood en de duivel. De cantate opent weer met een feestelijk en groots opgezet koor, Herr, wenn die stolzen Feinde schnauben, dat in de feestelijke D groot staat.

Het  Ich steh an deiner Krippen hier is een van de weinige wat meer ingetogen nummers van de , want met de trotse tenor- Nun mögt ihr stolzen Feinde schrecken keert de overwinningsstemming weer terug.

Voor het slotkoor Nun seid ihr wohl gerochen is ook weer – net als voor het koraal Wie soll ich dich empfangen van de eerste cantate – O Haupt voll Blut und Wunden gebruikt, waarmee Bach de cyclus van de zes kerstcantates volmaakt afrondt.

Biografie

Hans Christoph Rademann, dirigent

Hans-Christoph Rademann groeide op in een muzikale familie; zijn vader was kerkmusicus in onder andere Schwarzenberg. Al gedurende zijn opleiding richtte Hans-Christoph Rademann het Dresdner Kammerchor op, waarvan hij nog altijd is. Van 1991 tot 1999 stond hij ook aan het hoofd van de Dresdner Singakademie en van 1999 tot 2004 leidde hij het NDR Chor.

In 2007 werd hij benoemd tot muzikaal-artistiek leider van het RIAS Kammerchor. Met een verbreding van het repertoire en het uitschrijven van opdrachtcomposities gaf hij dit gezelschap een belangrijke artistieke impuls. In juni 2013 volgde Hans-Christoph Rademann Helmuth Rilling op als leider van de Bachakademie Stuttgart.

Als gastdirigent werkte Hans-Christoph Rademann met onder meer Collegium Vocale Gent en het koor van de Bayerische Rundfunk in München. Ook stond hij op de bok bij bijvoorbeeld het Rundfunk-Sinfonieorchester Berlin en het Rotterdams Philharmonisch Orkest.

In de van Het Concertgebouw leidde hij in 2011 Bachs Matthäus-Passion door het RIAS Kammerchor met Concerto Köln. Hans-Christoph Rademann geeft les aan de Musikhochschule in Dresden en is artistiek leider van het Musikfest Erzgebirge.

RIAS Kammerchor, koor

Het RIAS Kammerchor Berlin werd kort na de Tweede Wereldoorlog opgericht door de radiozender ‘Rundfunk im amerikanischen Sektor’.

Met Beethovens Ode an die Freude opende het koor – samen met de Berliner Philharmoniker onder leiding van Herbert von Karajan – op 15 oktober 1963 de zaal waar het tot op heden veelvuldig te beluisteren is: de Philharmonie.

Het RIAS Kammerchor is thuis in muziek van de Renaissance tot en met hedendaags repertoire, en zong premières van bijvoorbeeld Hindemith, Krenek, Boulez, Kagel en Henze.

Chef- is sinds seizoen 2017/2018 Justin Doyle; zijn voorgangers waren Uwe Gronostay (1972-86), Marcus Creed (1987- 2001), ­Daniel Reuss (2003-06) en Hans-Christoph Rademann (2007-15).

Ieder seizoen laat het koor vier academisten meezingen in zijn gelederen. De discografie van het RIAS Kammerchor is bekroond met onder meer een Gramophone Award, een Choc de l’Année, een Echo Klassik Preis en de ereprijs ‘Nachtigall’ van de jury van de Preis der deutschen Schalplattenkritik.

De zangers werken regelmatig samen met de Akademie für Alte Musik Berlin, het Freiburger Barockorchester en het Chamber Orchestra of Europe en reisden in 2018 voor het eerst naar Japan. Het vorige optreden in de Eigen Programmering van Het Concertgebouw was een uitvoering van Stravinsky’s Psalmensymfonie samen met het Boedapest Festival Orkest onder leiding van Iván Fischer in februari 2019.

Freiburger Barockorchester

Het Freiburger Barockorchester begon in 1987 als studenteninitiatief en groeide in de jaren daarna uit tot een internationaal gewaardeerd professioneel ensemble in de oudemuziekwereld. De musici tourden langs vele Europese landen en traden tevens op in Noord- en Zuid-Amerika, Azië, Australië en Nieuw-Zeeland.

Sinds 2012 heeft het Freiburger Barockorchester, met een vaste kern van dertig leden, zijn uitvalsbasis in het Ensemblehaus Freiburg. Eigen concertseries organiseert het in Freiburg, Stuttgart en Berlijn en regelmatig begeleidt het gezelschap ­opvoeringen.

De artistieke leiding van het Freiburger Barockorchester ligt bij concertmeester Gottfried von der Goltz en (forte-)pianist Kristian Bezuidenhout.

Onder de gastdirigenten van het orkest zijn Simon Rattle, Pablo Heras-Casado, Teodor Currentzis en René Jacobs. Solistische partijen worden vaak toebedeeld aan de eigen orkestleden, en ook wordt er samengewerkt met bekende musici als Isabelle Faust, Christian Gerhaher en Jean-Guihen Queyras.

Voor zijn vele opnamen kreeg het Freiburger Barockorchester onder meer drie Jahrespreise der Deutschen Schallplattenkritik, twee Gramophone Awards, drie Edisons, een Classical Brit Award en twee Grammy-nominaties.

In de Eigen Programmering van Het Concertgebouw was het orkest voor het laatst te gast in december 2016 samen met het RIAS Kammerchor Berlin met Bachs Weihnachtsoratorium.

Anna Lucia Richter, mezzosopraan

Anna Lucia Richter zong in het kinderkoor van de Dom van Keulen en studeerde bij Kurt Widmer, Klesie Kelly-Moog, Christoph Prégardien en Margreet Honig. In 2016 won ze een Borletti-Buitoni Trust Award en debuteerde ze bij het ­Koninklijk ­Concertgebouworkest in Bachs ­Magnificat.

Begeleid door Tamar Rachum ontwikkelde de zangeres zich in 2020 van sopraan naar mezzosopraan; een stap die nieuwe mogelijkheden bood, zoals de altpartij van Mahlers Tweede en Vierde symfonie bij de Bamberger ­Symphoniker en Jakub Hrůša.

Het ­repertoire van Anna Lucia Richter omvat alle genres en reikt van Monteverdi en Bach tot en met eigentijdse componisten als Reimann, Holliger en Rihm. Op het podium stond ze tijdens de Salzburger Fest­spiele (Mozart), in het Theater an der Wien (Offenbach, Henze) en aan de Staatsoper Unter den Linden in Berlijn. Residencies bekleedde ze op het Rheingau Musik Festival 2018 en in de Kölner Philharmonie. ­

recitals gaf ze in Wigmore Hall in Londen, de opera­huizen van München en Frankfurt, het Konzerthaus Wien, ­Carnegie Hall en Park Avenue Armory in New York en ­Suntory Hall in Tokio. Onder haar partners aan de piano rekent ze András Schiff, Mitsuko Uchida, Igor Levit, ­Michael Gees en Gerold Huber.

Anna ­Lucia Richter debuteerde in 2014 in de en stond daar voor het laatst op het podium in maart 2023 met het Licht! met pianist Ammiel ­Bushakevitz – een dwarsdoorsnede uit acht eeuwen Duitse ­liedgeschiedenis, ­tevens uitgebracht op cd. Tijdens het Mahler Festival 2025 soleerde ze in ­Mahlers Tweede symfonie en Kindertotenlieder bij het Budapest Festival Orchestra onder leiding van Iván Fischer. Deze en andere orkestliederen van Mahler bracht ze dit najaar ook uit op de cd Songs of Fate, opgenomen met het Gürzenich-Orchester Köln.

Anke Vondung, mezzosopraan

Anke Vondung studeerde in Mann­heim bij Rudolf Piernay. Ze begon haar loopbaan als lid van het vaste ensemble van het Tiroler Landes­theater in Innsbruck.

Vanaf 2000 debuteerde ze in theaters in onder meer München, Berlijn, Dresden, Palermo, Genève, Parijs, Amsterdam en San Diego en op de festivals van Salzburg en Glyndebourne.

Van 2003 tot 2006 was ze ensemble­lid van de Staatsoper Dresden, waarmee ze sindsdien nauwe banden onderhoudt. In 2007/2008 was Anke Vondung voor het eerst te gast bij de Metropolitan in New York. Ze soleerde bij een reeks bekende orkesten, onder leiding van en als Gerd Albrecht, Marc Albrecht, Edo de Waart, James Conlon en James Levine.

In de verzorgde ze in 2013 samen met andere solisten een Schubertiade; in de was ze voor het laatst te beluisteren in het Weih­nachtsoratorium in 2016, met het RIAS Kammerchor en het Freiburger Barockorchester.

Roderick Williams, bariton

Roderick Williams ontving in 2016 de Singer of the Year Award van de Royal Philharmonic Society en in 2017 de Most Excellent Order of the British Empire.

Voordat hij in Londen zijn ­zangstudie aan de Guildhall School of Music begon, was hij muziekleraar. De zanger is tevens componist; zijn werk klonk onder meer in Barbican Hall en Wigmore Hall in Londen.

Roderick Williams geniet bekendheid door zijn Mozart- en Britten-vertolkingen, maar stond ook in de premières van nieuwe ’s van onder anderen Sally Beamish, Alexander ­Knaifel en Michel van der Aa. Hij trad op met alle BBC-orkesten en met uiteenlopende gezelschappen als de Academy of Ancient Music, London Sinfonietta, de Berliner Philharmoniker, het RIAS Kammerchor, het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin, het Russisch Nationaal Orkest, de New York Philharmonic, het Bach Collegium Japan en De Nationale Opera.

In de van Het Concertgebouw was Roderick Williams onder meer te beluisteren in maart 2018 in Bachs Matthäus-Passion met het Orchestra of the Age of Enlighten­ment en in december 2018 in Händels Messiah met Britten . In de gaf hij s in april 2017 (Brits repertoire) en in april 2019 (Schubert en Finzi). In maart 2021 nam Roderick Williams met pianist Daan Boertien in de Kleine Zaal een Empty Concertgebouw Session op met de Songs of Travel van Vaughan Williams.