Bachs Brandenburgse concerten door Bach Collegium Japan

Bach Collegium Japan
Masato Suzuki dirigent

Johann Sebastian Bach (1685-1750)

Brandenburgs concert nr. 2 in F gr.t., BWV 1047 (1721?) voor trompet, blokfluit, hobo, viool, strijkers en basso continuo
(Allegro)
Andante
Allegro assai

Brandenburgs concert nr. 4 in G gr.t., BWV 1049 (1721?) voor viool, twee blokfluiten, strijkers en basso continuo
Allegro
Andante
Presto

pauze ± 20.55 uur

Brandenburgs concert nr. 5 in D gr.t., BWV 1050 (1721?) voor klavecimbel, viool, traverso, strijkers en basso continuo
Allegro
Affettuoso
Allegro

Brandenburgs concert nr. 1 in F gr.t., BWV 1046 (1721?) voor twee hoorns, drie hobo’s, fagot, violino piccolo, strijkers en basso continuo
(Allegro)
Adagio
Allegro
Menuetto – Trio I – Polacca – Trio II

einde ± 22.10 uur

Toelichting

Johann Sebastian Bach (1685-1750)

Brandenburgse concerten

Door Noortje Zanen

De Brandenburgse concerten, BWV 1046-1051 behoren tot de populairste werken van Johann Sebastian Bach. Dankzij de originele en steeds wisselende bezetting komen bijna alle instrumenten aan bod en zijn de zes concerten elk heel verschillend van karakter: van uitbundige, feestelijke jachtpartijen voor s en hobo’s in het eerste concert tot de intieme lage strijkersklank van het zesde concert.

Helaas is er maar weinig bekend over de ontstaansgeschiedenis van de instrumentale muziek van Bach. Van de Brandenburgse concerten is echter een belangrijk manuscript bewaard gebleven waaraan de concerten hun naam danken: de verzameling van Six concerts avec plusieurs instruments, opgedragen aan de markgraaf van Brandenburg in 1721. Bach schrijft in zijn voorwoord dat hij deze concerten speciaal voor markgraaf Christian Ludwig heeft ‘aangepast aan verscheidene instrumenten’. Meer om zijn kwaliteiten als componist te tonen dan om de hofkapel van Christian Ludwig van nieuwe concerten te voorzien, want die hofkapel was hiervoor veel te klein bezet. Voor wie en wanneer Bach deze muziek dan wél creëerde is onduidelijk.

Het is aannemelijk dat Bach geïnspireerd was door zijn eigen hofkapel in Köthen, die een uitzonderlijk hoog niveau had. Als kapelmeester was Bach van 1717 tot 1723 in dienst van prins Leopold van Anhalt-Köthen. Een droombaan, want Leopold hield veel van muziek, nam alleen de beste musici aan en stelde Bach in de gelegenheid om met grote regelmaat instrumentale muziek te componeren. In het calvinistische plaatsje Köthen speelde kerkmuziek namelijk een ondergeschikte rol, waardoor er voor Bach tijd overbleef voor het schrijven van muziek die niét voor de kerk was bestemd. In de spaarzame bronnen staat alleen een uitvoering van het vijfde concert vermeld, maar Bachs virtuoze muzikanten zullen vermoedelijk ook andere Brandenburgse concerten hebben uitgevoerd in Köthen.

Er valt ook te beargumenteren dat Bach deze concerten nog vóór zijn verblijf in Köthen heeft gecomponeerd, dus vóór 1717. Als hij deze muziek speciaal voor de hofkapel in Köthen had gemaakt dan had hij de concerten immers vast niet opgedragen aan een andere broodheer dan Leopold, met wie hij een goede relatie had. Ook ­muzikaal zijn er aanwijzingen die ervoor pleiten dat Bach de zes concerten al in Weimar heeft geschreven, waar hij van 1708 tot 1717 werkzaam was aan het hof van hertog Willem Ernst van Saksen-Weimar. Net als de originele sluit de Italiaans ­georiënteerde stijl van de Brandenburgse concerten aan bij Bachs andere composities uit die periode. Opvallend is bijvoorbeeld de combinatie van twee jachthoorns (corno da caccia) en drie hobo’s in het eerste concert. Ook de vier solo-instrumenten in het tweede concert zijn zeer origineel: nooit eerder koos een componist voor een solo­kwartet van , blokfluit, hobo en viool, waarbij vooral de extreem hoge trompetpartij opvalt. Ook de dialoog tussen viool en twee blokfluiten in het vierde concert is speciaal, en het vijfde concert bevat de eerste grote klavecimbelsolo in de muziekgeschiedenis. In de wat kleiner bezette concerten nummer drie en zes (die vanavond niet op het programma staan) bepaalt een rijke strijkersklank het karakter.

Of Bach deze concerten nu in Weimar of in Köthen componeerde, feit is dat de zes originele werken tot op de dag van vandaag een grote uitdaging zijn voor de uitvoerende musici. Niet alleen is deze concertcyclus een prachtig voorbeeld van ‘concertare’ (het wed­ijveren tussen de solisten en de begeleidende musici), Bach creëerde ook veel virtuoze solo’s zodat het tweede concert bijna een trompetconcert lijkt, het vierde een vioolconcert en het vijfde een klavecimbelconcert met een intiem langzaam deel voor een klein ensemble van klavecimbel, viool en traverso.

Biografie

Bach Collegium Japan

Het Bach Collegium Japan werd in 1990 opgericht door Masaaki Suzuki. Zijn doel was het Japanse publiek kennis te laten maken met historisch geïnformeerde uitvoeringen van de grote werken uit de – met focus op Johann Sebastian Bach.

Het gezelschap bestaat uit een koor en een orkest en heeft zijn thuisbasis in Tokio in de City Concert Hall. In 1995 verscheen de eerste -cd, en met deel 55 voltooide het Bach Collegium Japan in november 2013 zijn volledige Bach-­cyclus die in 2014 werd bekroond met een Echo Klassik Preis.

Een nieuwe ­registratie van de Matthäus-Passion kreeg in 2020 een Gramophone Award. Nog altijd speelt Bachs oeuvre een hoofdrol, maar koor en orkest hebben hun repertoire inmiddels uitgebreid naar de , met uitvoeringen en opnames van onder meer Mozarts Requiem en Beethovens Missa solemnis en Negende symfonie.

Tournees brachten het Bach Collegium Japan naar toonaangevende concertzalen in bijvoorbeeld Berlijn, Londen, Los Angeles en New York en naar prestigieuze festivals als het Edinburgh International Festival en het Hong Kong Arts Festival.

Masaaki Suzuki is nog altijd artistiek leider van het Bach Collegium Japan, sinds 2018 samen met zijn zoon Masato Suzuki. In Het Concertgebouw waren koor en orkest eerder te beluisteren in mei 2006, mei 2012, april 2016 (driemaal Bach) en mei 2018 (Haydn en Mozart).

Masato Suzuki, dirigent

Masato Suzuki studeerde klavecimbel, en compositie aan de Tokyo University of the Arts, het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en het Conservatorium van Amsterdam.

Als continuospeler treedt hij al bijna vijfentwintig jaar op met het Bach Collegium Japan. Hij ontving talrijke onderscheidingen, waaronder in Japan de Minister of Education Award for New Artists en de Hideo Saito Memorial Fund Award.

Samen met zijn vader Masaaki leidt Masato Suzuki sinds 2018 het Bach Collegium Japan, en daarnaast is hij eerste gastdirigent van het Kansai Philharmonic Orchestra, artistiek directeur van Ensemble Genesis en en creatief partner van het Yomiuri Nippon Symphony Orchestra.

Als gast­dirigent verscheen hij bij toonaangevende orkesten als het NHK Symphony Orchestra in Tokio, het Orchestre de Paris en de Nederlandse Bachvereniging. In januari 2025 leidde hij een succesvolle Europese tournee van het Bach Collegium Japan.

Masato Suzuki heeft ook een uitgesproken interesse in : in zijn ‘Masato Suzuki Produces BCJ Opera Series’ bracht hij opera’s van ­Monteverdi en Händel. Daarnaast dirigeerde hij onder andere Glucks Orfeo ed ­Euridice en Mozarts Die Zauberflöte en Don ­Giovanni.

Masato Suzuki speelde eerder in de continuo in het Bach Collegium Japan, en maakt er nu zijn debuut als dirigent.