Bach, Haydn, Beethoven en Hillborg bij het Concertgebouworkest
Koninklijk Concertgebouworkest
Andrew Manze dirigent
Pekka Kuusisto viool
pauze ca. 15:00 uur
einde ca. 16:15 uur
Dit concert maakt deel uit van de series D en Z.
Carl Philipp Emanuel Bach 1714-1788
Symfonie in Bes gr.t., Wq 182 nr. 2 (1773)
Allegro di molto
Poco adagio
Presto
Johann Sebastian Bach 1685-1750
Derde Brandenburgs concert in G gr.t., BWV 1048 (1708-21)
[geen tempoaanduiding]
‘Very tender’ (uitwerking van het tweede deel door Anders Hillborg)
Allegro
m.m.v. Pekka Kuusisto, viool
Anders Hillborg 1954
Bach Materia (2017)
voor viool en orkest
Nederlandse première; geschreven in opdracht van het Zweeds Kamerorkest voor viool en strijkers
pauze
Joseph Haydn 1732-1809
Einleitung ‘Die Vorstellung des Chaos’ uit
‘Die Schöpfung’ (1796-98)
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Eerste symfonie in C gr.t., op. 21 (1795-1800)
Adagio molto – Allegro con brio
Andante cantabile con moto
Menuetto: Allegro molto e vivace
Finale: Adagio – Allegro molto e vivace
Toelichting
inleiding
Mecenassen: Brandenburg en Van Swieten
tekst: Clemens Romijn
‘Iedere zondag gaan we naar Baron von n [sic], en we spelen niets anders dan Händel en Bach.’ Dat schreef Wolfgang Amadeus Mozart vanuit Wenen aan zijn vader in Salzburg in april 1782. Mozart was van plan ‘een collectie van Bach-’s aan te leggen, zowel van Sebastian als van Emanuel en Friedemann.’
Die regels geven een inkijkje in het doen en laten van een groot geleerde, fanatieke muziekliefhebber en mecenas die Mozart pas had ontmoet: baron Gottfried van Swieten (1733-1803), een in Leiden geboren Oostenrijkse diplomaat.
Hij organiseerde ‘historische concerten’ met Händel, Bach en zonen op de lessenaars, vaak onder Mozarts leiding
Hij was de zoon van de lijfarts van keizerin Maria Theresa, Gerard van Swieten. En hij was degene die later Joseph Haydn overhaalde Die Schöpfung en Die Jahreszeiten te componeren, waarvoor hij zelf de tekstboeken leverde, inclusief suggesties voor toonschilderingen.
Als ambassadeur aan het Pruisische hof van Frederik de Grote in Berlijn (1770-1777) was de baron in de ban geraakt van de muziek van Johann Sebastian Bach en zijn oudste zonen Friedemann en Carl Philipp Emanuel.
Na zijn pensionering terug in Wenen werd hij directeur van de keizerlijke hofbibliotheek en organiseerde hij ‘historische concerten’ met Händel, Bach en zonen op de lessenaars, vaak onder Mozarts leiding.
Van Swieten haalde Haydn en Mozart – en later ook Beethoven – over in de ke stijl te componeren. Voor Mozart was het een cultuurshock. Deze muziek van minstens vijftig jaar oud was volledig aan het katholieke Zuid-Duitsland en Oostenrijk voorbij gegaan. Die confrontatie is goed hoorbaar in zijn Requiem. Na Mozarts dood regelde de gulle baron de begrafenis en verzorgde hij een financiële voorziening voor de weduwe en de kinderen.
Carl Philipp Emanuel Bach 1714-1788
Symfonie
Van Carl Philipp Emanuel Bach kende men in Wenen wel de vermaarde leerschool Versuch über die wahre Art das Clavier zu spielen. Daarmee waren Haydn en Mozart achter het klavecimbel groot gebracht, net als Beethoven in Bonn. Maar pas dankzij Gottfried van Swieten kwam Carl Bachs muziek in Wenen tot klinken.
‘Hij is de vader, wij de jongens, wie van ons iets kan, heeft het van hem geleerd.’
Dat concludeerde Mozart nadat hij bij Van Swieten de geruchtmakende strijkerssymfonieën, Ramlers en het Auferstehung und Himmelfahrt Jesu had uitgevoerd. Die symfonieën had Van Swieten in 1773 zelf besteld bij Carl Bach, voorheen hofklavecinist van Frederik de Grote, maar nu al vijf jaar muzikaal leider van de vier Hamburgse hoofdkerken.
De baron wist dat hij partituren zou ontvangen vol spontane expressie, wisselende stemmingen, abrupte wendingen en gewaagde harmonische ‘excursies’: Empfindsamkeit en Sturm und Drang kortom. Carl moest vooral geen rekening houden met speeltechnische moeilijkheden en muzikale modes, maar ‘zich volledig laten gaan’.
Het eerste deel van de Symfonie in Bes groot buitelt als wervelende humor over de luisteraar heen, het tweede deel is breekbaar en teder, ontroostbaar melancholiek, maar wordt bruusk onderbroken door de grove pennenstreken van deel drie met zijn bizarre wendingen en razende virtuositeit.
Johann Sebastian Bach 1685-1750
Derde Brandenburgs concert
Als dank voor zijn bemoeienis met Johann Sebastian Bachs muziek droeg Johann Nikolaus Forkel in 1802 zijn eerste Bach-biografie terecht aan Van Swieten op. Hier klinkt als eerbetoon aan vader Bach zijn Derde Brandenburgs concert in G groot.
Het is in de negentiende eeuw vernoemd naar Christian Ludwig van Brandenburg (1677-1734), keurvorst in Berlijn, aan wie Bach het in 1721 samen met vijf andere concerten opdroeg.
Bach stuurde de keurvorst muziek uit zijn vroegere Weimarse tijd toen hij in de ban was van de uit Italië overgewaaide concerti grossi en soloconcerten van Antonio Vivaldi en consorten.
Het lijkt er sterk op dat Bachs ‘zes concerten voor verschillende instrumenten’ een muzikale sollicitatiebrief vormden
Uit niets blijkt dat Christian Ludwig de werken ooit heeft laten uitvoeren in het Berlijnse Stadtschloss. En evenmin of Bach er enige vergoeding voor heeft ontvangen. De verdween achter slot en grendel en kwam na de dood van de keurvorst in 1734 in de Brandenburgse archieven terecht.
Pas in 1849 werd ze daar teruggevonden en een jaar later uitgegeven, een eeuw na Bachs dood. Het lijkt er sterk op dat Bachs ‘zes concerten voor verschillende instrumenten’ een muzikale sollicitatiebrief vormden. Een poging het provinciale Köthen te verruilen voor wereldstad Berlijn met zijn adellijke hoven en mecenassen.
Twee jaar later werd dat universiteitsstad Leipzig met zijn vacature van Thomascantor. Het korte middendeel klinkt vanavond in de uitwerking van Anders Hillborg, speciaal geschreven voor de combinatie met diens Bach Materia.
Anders Hillborg 1954
Bach Materia
Een fascinerend eigentijds antwoord op Bachs Derde Brandenburgs concert klonk afgelopen 2 maart voor het eerst in Stockholm door het Zweeds Kamerorkest onder leiding van Thomas Dausgaard met solist Pekka Kuusisto.
Het betrof Bach Materia van Anders Hillborg, een componist die werd gevormd in de Zweedse koorwereld en compositie en studeerde in Stockholm.
Na een onbestemd begin maakt zich in dit twintig minuten durende stuk voor strijkers een quasi-geïmproviseerde vioolsolo los. Uit nevelige klanken doemen plots citaten uit Bachs Derde Brandenburgs concert op, met ’s als van een zigeunerorkest, verderop jazzy s met geplukte contrabas, en dan weer de ke motoriek van Bachs concert.
Opnieuw is er die ijle strijkersklank met de eenzaam hoge vioollijn als echo van Bachs langzame deel. En dat mondt uit in een waar vogelconcert boven getokkelde bastonen. Verderop mixt Hillborg als antwoord op Bachs snelle derde deel heel aanstekelijk barokke motoriek met Braziliaanse samba. Aan het eind zweeft de muziek stil weg in de verte.
Joseph Haydn 1732-1809
'Die Vorstellung des Chaos'
Ook bij de laatste werken van dit programma was Gottfried van Swieten de man achter de schermen. Eerst is er de adembenemende orkestinleiding van Die Schöpfung.
Hier heeft Haydn met behulp van Van Swietens suggesties een indruk gegeven van de chaos die heerste voordat God de wereld schiep. De componist die meester was van de klassieke orde en regelmaat, moest hier zijn eigen systeem ondergraven om wanorde en leegte uit te beelden.
Dat kost enorme moeite. De muziek blijft maar dwalen en zwerven, zonder houvast, zonder richting, tastend in het duister. Lijkt er een aanknopingspunt in zicht dan volgt een ontwijkend . Pas na een ijl dalend fluitloopje is er ontspanning in een C groot-akkoord en lijkt het einde van de chaos nabij.
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Eerste symfonie
Dan opnieuw een wonderlijk begin, dat van Beethovens Eerste symfonie in C groot, door de componist opgedragen aan zijn mecenas Gottfried van Swieten. Aan deze symfonische eersteling van Ludwig van Beethoven is Van Swietens feilloze neus voor kwaliteit en originaliteit goed te horen.
Al de eerste maat zaait verwarring. Wat is dat voor vragend begin? Een -septiemakkoord: werkelijk een ongehoorde manier om een werk te beginnen.
Het lijkt alsof de strijkers hier nog op een thema zitten te broeden.
Het Weense publiek was gewaarschuwd voor deze nieuwkomer met zijn tomeloze talent. Ook verderop zijn vele misleidende maten die de luisteraar bij de neus nemen. En zelfs het turbulente slotdeel begint met een langzame inleiding.
Het lijkt alsof de strijkers hier nog op een zitten te broeden. Beethoven was nog maar dertig en had nog acht symfonieën te gaan. Tot aan zijn dood in 1803 zou Van Swieten achter hem blijven staan.
Biografie
Andrew Manze, dirigent
Met zijn geschiedenis als violist en ensembleleider (Academy of Ancient Music en The English Concert) in de historische uitvoeringspraktijk én jarenlange directie-ervaring in de eigentijdse concertpraktijk, is Andrew Manze evenveel thuis in romantische en moderne als in oudere muziek.
Van 2006 tot 2014 was hij chef- van het Helsingborgs , waarvan hij nu eredirigent is.
Hij was ook als vaste gastdirigent werkzaam bij het BBC Scottish Symphony Orchestra en het Noors Radio Orkest. Van 2014 tot de zomer van 2023 was Andrew Manze chef- van de NDR Radiophilharmonie in Hannover.
Dirigent en orkest ondernamen samen tweemaal een succesvolle tournee naar China en brachten een reeks cd’s uit met werken van Mozart en Mendelssohn, waarvan de eerste een Preis der deutschen Schallplattenkritik opleverde. Sinds het seizoen 2018/2019 is Andrew Manze tevens vaste gastdirigent van het Royal Liverpool Philharmonic Orchestra, waarmee hij onder meer alle symfonieën van Vaughan Williams op cd opnam. Als gastdirigent werkt de Engelsman geregeld met orkesten als de Münchner Philharmoniker, het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Stockholm en Camerata Salzburg. Hij is regelmatig te gast bij het Mostly Mozart Festival in New York.
In 2017 leidde Andrew Manze het Concertgebouworkest voor het eerst. De laatste samenwerking was in november 2023, toen werken van Elgar en Vaughan Williams op het programma stonden.
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest

