Bach-cantates door het Monteverdi Choir en Gardiner

Monteverdi Choir
English Baroque Soloists
Sir John Eliot Gardiner dirigent
Hannah Morrison sopraan
Reginald Mobley countertenor
Matthew Brook bas-bariton
n.t.b. tenor uit het Monteverdi Choir

pauze ca. 21.10 uur
einde ca. 22.25 uur 

teksten gratis verkrijgbaar aan de zaal

Johann Sebastian Bach 1685-1750

Cantate ‘Weinen, klagen, sorgen, zagen’, 
BWV 12 (1714)
Sinfonia
Koor: Weinen, klagen, sorgen, zagen
Recitatief: Wir müssen durch viel Trübsal
Aria: Kreuz und Krone sind verbunden
Aria: Ich folge Christo nach
Aria: Sei getreu, alle Pein
Koraal: Was Gott tut, das ist wohlgetan 

Cantate ‘Wachet! Betet! Betet! Wachet!’, 
BWV 70 (1723)
Teil I:
Koor: Wachet! betet! seid bereit allezeit
Recitatief: Erschrecket, ihr verstockten Sünder!
Aria: Wenn kömmt der Tag
Recitatief: Auch bei dem himmlischen Verlangen
Aria: Lasst der Spötter Zungen schmähen
Recitatief: Jedoch bei dem unartigen Geschlechte
Koraal: Freu’ dich sehr, o meine Seele
Teil II:
Aria: Hebt euer Haupt empor
Recitatief: Ach, soll nicht dieser grosse Tag
Aria: Seligster Erquickungstag
Koraal: Nicht nach Welt, nach Himmel nicht

pauze 

Cantate ‘Jesu, der du meine Seele’, BWV 78 (1724)
Koor: Jesu, der du meine Seele
Duet: Wir eilen mit schwachen, doch emsigen Schritten
Recitatief: Ach, ich bin ein Kind der Sünden
Aria: Das Blut, so meine Schuld durchstreicht
Recitatief: Die Wunden, Nägel, Kron und Grab
Aria: Nun du wirst mein Gewissen stillen
Koraal: Herr, ich glaube, hilf mir Schwachen

Cantate ‘Wachet auf, ruft uns die Stimme’, BWV 140 (1731)
Koor: Wachet auf, ruft uns die Stimme
Recitatief: Er kommt, er kommt, der Bräutgam kommt!
Duet: Wenn kömmst du, mein Heil?
Koraal: Zion hört die Wächter singen
Recitatief: So geh herein zu mir, du mir erwählte Braut
Duet: Mein Freund ist mein! Und ich bin sein!
Koraal: Gloria sei dir gesungen 

Toelichting

Johann Sebastian Bach 1685-1750

Weinen, Klagen, Sorgen, Zagen

Door Lonneke Tausch

De karakteristieke dalende, in elkaar overlopende zanglijnen van het openingskoor van BWV 12, Weinen, klagen, sorgen, zagen kregen nog meer eeuwigheidswaarde dan ze al hadden toen de oude Johann Sebastian Bach ze een nieuw leven gaf in het Crucifixus van zijn Mis in b klein, BWV 232. Deze ‘Hohe Messe’ is de ultieme proeve van Bachs koormuziek, goeddeels gerecycled uit eerder werk van eigen hand.

Toen Bach de wrange lijnen met daaronder een twaalf keer terugkerende lamentobas opschreef, werkte hij al een paar jaar aan het hof van Willem Ernst, de gelovige en kunstminnende hertog van Saksen-Weimar. In maart 1714 promoveerde de componist tot concertmeester, waarmee hij voortaan maandelijks een cantate moest schrijven voor een kerkdienst in de hofkapel. In die zogenaamde Himmelsburg ging op zondag 22 april 1714, de derde zondag na Pasen, BWV 12 in première.

Tien jaar later zou Bach de herhalen in Leipzig, waar hij inmiddels aan het hoofd stond van de Thomaskirche en schule en muziek werd geacht te leveren voor de wekelijkse liturgie. Het onderwerp van Weinen, klagen, sorgen, zagen is de samenhang tussen verdriet en troost. In de inleidende instrumentale zingt een dwalende hobo een klaaglied vol zuchtende figuren (‘Seufzer’), een voorbode van de klaaglijke sfeer van het openingskoor.

Na het enige , waarin de alt – zoals de evangelist dat doet in Bachs Passionen – een bijbelwoord ‘spreekt’, volgen drie ’s. Over de tenor-aria Sei getreu, alle Pein heen speelt de  Jesu meine Freude, een melodie die in Bachs tijd iedereen kende. Ook het vierstemmige slotkoraal wordt bekroond met een extra instrumentale bovenstem.

Johann Sebastian Bach 1685-1750

Wachet! Betet! Betet! Wachet!

Ook BWV 70, Wachet! Betet! Betet! Wachet!, bestemd voor de Tweede Adventszondag van december 1716, ontstond in Weimar. In Leipzig bouwde Bach zijn zesdelige adventscantate om voor 21 november 1723, de laatste zondag van het kerkelijk jaar.

De trompet is de onheilspellende bazuin die waarschuwt voor de Dag des Oordeels

Door de toevoeging van vier recitatieven en een werd het een groots opgezet werk in twee ‘partes’, uit te voeren vóór respectievelijk na de preek. signalen roepen meteen al vanaf de eerste tellen op tot opperste oplettendheid. Hier dient de trompet als de vreugdevolle aankondiger van Gods terugkeer op aarde; verderop in de cantate is hij de onheilspellende bazuin die waarschuwt voor de Dag des Oordeels.

Overal in de duiken de muzikale tekstillustraties op die Bachs koorwerken zo beeldend maken, bijvoorbeeld in deel 2 de slingerende coloraturen voor zowel solist als strijkers op ‘Freude’ en in deel 6 het wrange op ‘böse’ en de hoge noten op ‘himmlisch Eden’.

In het van de bas (deel 9) komt de tekstschildering tot een hoogtepunt met de sidderende zestienden in het continuo waarmee de aarde ten onder gaat, de vallende toonladderfiguren op negatieve woorden als ‘Verfall’ en ‘Schlag’ en daartegenover de stijgende melodische wendingen op woorden als ‘Trost’, ‘Gnadenarm’ en ‘Freuden’.

In de aansluitende bas- valt het grote muzikale contrast op tussen de milde regels waarin het vertrouwen in Jezus wordt bezongen (‘Jesus führet mich zur Stille’) en het veel wildere middendeel (‘Schalle, knalle, letzter Schlag, Welt und Himmel, geht zu Trümmern!’).

Bijzonder aan het slotkoraal, dat nog uit Weimar stamt, is de uitbreiding van het vierstemmige koorweefsel met drie onafhankelijke strijkerspartijen in hoge ligging, met als resultaat een ‘hemelse’ zevenstemmige .

Johann Sebastian Bach 1685-1750

Jesu der du meine Seele

Voor zijn tweede jaargang in Leipzig nam Bach in 1724 teksten uit het Leipziger Kirchliches Gesangbuch als vertrekpunt. Voor cantate BWV 78, Jesu, der du meine Seele koos hij een twaalf coupletten tellend van Johann Rist uit 1641. Het eerste couplet klinkt in het openingskoor en het laatste in het slotkoraal, maar de tussenliggende drie ’s en drie recitatieven bezingen in vrije, poëtische teksten – met af en toe tóch letterlijk een zin uit het lied van Rist erin – het van de verlichting van zonden door Jezus’ lijden.

Net als in de eerste cantate van dit programma is ook hier het openingskoor gestoeld op een lamentobas, een maar liefst 27 keer terugkerend patroon van vier maten waarin de een kwart daalt in stappen van een halve toon. Zoals in veel van zijn cantates legt Bach ook hier de oorspronkelijke melodie in lange noten in de sopranen, terwijl de alten, tenoren en bassen die steeds weer anders omspelen en ondersteunen.

De acht zinnen worden van elkaar gescheiden door een , een instrumentaal refrein. Op deze vrij complexe structuur volgt abrupt een tintelend en beweeglijk duet tussen alt en sopraan, waarover John Eliot Gardiner in zijn Bach-biografie schrijft: 'Bachs toverkunsten laten je glimlachen, meetikken met je voet en instemmend knikken bij de wens ‘Laat uw genadig aangezicht ons tot vreugde zijn'.'

Hierna brengt de berouwvolle biecht van het tenorrecitatief de serieuze toon terug. Nogmaals Gardiner: 'Het is bijna een vervolg op Petrus’ uitingen van berouw in de Johannes-Passion, die Bach zes maanden eerder aan zijn publiek had gepresenteerd.’ In de volgende vegen tenor en traverso de schuld weg in een lichtvoetige 6/8-maat. Dat dansante karakter wordt behouden in het duet tussen bas en hobo, voordat BWV 78 met een eenvoudig koraal eindigt.

Johann Sebastian Bach 1685-1750

Wachet auf, ruft uns die Stimme

Een 27e zondag na Trinitatis kent de kalender alleen in die jaren waarin Pasen valt vóór 27 maart. In Bachs omvangrijke oeuvre komt voor die viering dan ook maar één voor, BWV 140, Wachet auf, ruft uns die Stimme, geschreven in Leipzig in 1731. In 1742 maakte de componist deze bijzondere zondag nog ‘ns mee, en hij besloot die cantate te herhalen.

Op deze zeldzame zondag gaat de liturgie over de vijf wijze en de vijf dwaze maagden (Matthäus 25:1-13): tien maagden gaan op weg, hun bruidegom tegemoet. De wijzen onder hen nemen extra lampenolie mee. Het wordt donker, de dames vallen in slaap, totdat – midden in de nacht – de bruidegom zich aandient.

Vijf lampen worden ontstoken, de andere vijf maagden hebben geen olie meer en komen zo niet in aanmerking voor een huwelijk. Bach bouwde zijn op rond de drie strofen van de hymne Wachet auf, ruft uns die Stimme (1599, Philipp Nicolai), die hij opknipte in drieën.

Het openingsdeel is niet alleen in tekst één groot ontwaken: de hobo’s en de violen porren elkaar in gepuncteerde s steeds wakker en schrikken telkens weer op in snelle loopjes en stijgende tjes. Tussen de drie hymnedelen componeerde Bach tweemaal een plus duet op anonieme teksten die refereren aan het Hooglied. Deze duetten tussen bas en sopraan zijn pure liefdeslyriek: Jezus is de bruidegom, de bruid is de ziel van de gelovige.

Biografie

John Eliot Gardiner, dirigent

John Eliot Gardiner wordt beschouwd als een sleutelfiguur in de ontwikkeling van de historische uitvoeringspraktijk. Zijn repertoire beslaat de vroege tot en met de twintigste eeuw.

De afgelopen decennia bleef hij zijn visie vernieuwen en verbreden.

Hij is oprichter en artistiek leider van zowel de English Baroque Soloists als het Monteverdi Choir. In 1989 riep hij bovendien het Orchestre Révolutionnaire et Romantique in het leven. John Eliot Gardiner is chef- geweest van het Dallas Symphony Orchestra, het CBC Vancouver Orchestra en de Opéra Natio­nal de Lyon. Als gastdirigent leidde hij onder meer het London Philharmonic ­Orchestra, het London Symphony ­Orchestra, de Berliner en de Wiener Philharmoniker, het ­Mahler Chamber ­Orchestra, het Orcheste National de France en het Leipziger ­Gewandhausorchester.

Hij maakte ruim 250 plaat- en cd-opnamen en ontving meer Gramophone Awards dan welke andere levende klassieke artiest ook. Voor de live-opnames van Bachs complete geestelijke s kreeg hij de Gramophone Special Achievement Award. John Eliot Gardiner heeft verschillende eredoctoraten en een ‘honorary fellowship’ aan King’s College in Cambridge en is voorzitter van het Bach Archiv in Leipzig. In 2013 verscheen zijn Bach-biografie Music in the Castle of Heaven.

Hij is Commandeur dans l’Ordre des Arts et des Lettres en Chevalier de la Légion d’Honneur. In 1998 werd hij geridderd in de Queen’s Birthday Honours List en in 2005 kreeg hij het Verdienstkreuz in Duitsland. In januari 2016 kreeg hij de Concertgebouw Prijs toegekend. Het Concertgebouworkest leidde hij vele malen sinds 1994.

Tussen 2021 en 2023 leidde hij bij het orkest een Brahms-cyclus; opnamen van de vier symfonieën werden uitgebracht op Deutsche Grammophon.

Monteverdi Choir, koor

‘Als er een Nobelprijs voor koren bestond, zou het Monteverdi Choir die moeten krijgen’, aldus Le Monde. John Eliot Gardiner richtte het Monteverdi Choir in 1964 op voor een uitvoering van Monteverdi’s Vespers. Het groeide uit tot een veelzijdig koor dat zowel concerten geeft als ingezet wordt bij producties.

Het werkte samen met bijvoorbeeld het Gewandhausorchester in Leipzig, de Londense dansgroep van Hofesh Shechter, het National Youth Choir of Scotland, de Opéra Comique en het Théâtre du Châtelet in Parijs, het Royal House Covent Garden en natuurlijk Gardiners instrumentale ensembles, de English Baroque Soloists en het Orchestre Révolutionnaire et Romantique. Het meest ambitieuze project was ongetwijfeld de Bach Cantata Pilgrimage in 2000, toen het koor in het 250ste geboortejaar van Johann Sebastian Bach al diens 198 religieuze s uitvoerde in meer dan zestig kerken in Europa en Noord-Amerika.

Onder de recentere programma’s vinden we de gelauwerde tournee door Europa en de Verenigde Staten met Monteverdi’s drie overgeleverde opera’s en bejubelde uitvoeringen van Verdi’s Messa da requiem. Het Monteverdi Choir heeft meer dan 150 lp- en cd-opnamen en talloze prijzen op zijn naam staan. Met het Concertgebouworkest was het in september 2021 en oktober 2022 te horen in koorwerken van Brahms onder leiding van John Eliot Gardiner.

English Baroque Soloists, Ensemble

De English Baroque Soloists werden opgericht in 1978 door John Eliot Gardiner. Het ­ensemble zoekt sinds die tijd naar vernieuwing binnen de oude muziek en combineert spel met de klank van historisch instrumentarium.

De musici koesteren een breed repertoire en wijden zich aan zowel kamermuziek, symfonisch repertoire als ’s. Op cd brachten ze ­onder meer vele van de latere symfonieën van Mozart uit, alsmede al zijn pianoconcerten.

In de loop der jaren trad de formatie op in bijvoorbeeld de ­Scala in Milaan en het Sydney House en ook zeer geregeld in Het Concert­gebouw – voor het laatst in BachMatthäus-Passion in maart 2016. Naast de eigen concerten treden de English Baroque Soloists regelmatig op aan de zijde van het eveneens door John Eliot Gardiner opgerichte Monteverdi Choir.

Hun meest roemruchte gezamenlijke onderneming was de Bach Cantata Pilgrimage in 2000. Meer recent deelden de groepen het podium tijden de Bach Marathon in de Londense Royal Albert Hall en tijdens opvoeringen van Glucks opera Orfeo ed Euridice in Hamburg, Versailles en Londen. De English Baroque Soloists staan onder patronage van Charles, Prince of Wales.

Hannah Morrison, sopraan

Hannah Morrison is van Schots-­IJslandse origine, werd geboren in Nederland en studeerde piano en zang aan het conservatorium in Maastricht. Ook had ze les in Keulen en aan de Guildhall School of Music and Drama in Londen.

De sopraan kan bogen op een breed repertoire en zong inmiddels op vele bekende podia in Europa, de Verenigde Staten en Japan. Tal van orkesten en ensembles engageerden haar, waaronder het Gewandhausorchester Leipzig, het Boston Sym­phony Orchestra, B’rock, het Bach Collegium Japan, het Ricercar Ensemble en het Beethoven Orchester Bonn.

Hannah Morrison zingt ook graag eren en werd voor s uitgenodigd door onder meer de Philharmonie in haar woonplaats Keulen en Wigmore Hall in Londen.

In Het Concertgebouw soleerde ze eerder bij het Monteverdi Choir onder leiding van John Eliot Gardiner (Matthäus-­Passion 2016) en in mei 2017 in een Bach-programma van Collegium Vocale Gent en Philippe Herreweghe.

Reginald Mobley, countertenor

De Amerikaanse Reginald Mobley groeide op met jazz en gospel, is geschoold in klassieke zang en maakte naam met een breed repertoire. Hij werd vooral beroemd met zijn vertolkingen van het werk van Purcell, Händel en Johann Sebastian Bach. Als pleitbezorger van diversiteit in muziek en programmering werd Reginald Mobley de allereerste programma-adviseur van de Handel & Haydn Society in Boston.

Daarnaast is hij ‘Visiting Artist for Diversity Outreach’ bij het Apollo’s Fire Baroque Orchestra (Cleveland en Chicago) en artistiek adviseur bij het Portland Baroque Orchestra. Ook leidt hij in het Verenigd Koninkrijk een onderzoeksproject naar muziek van componisten met diverse culturele achtergronden. Als solist werd Reginald Mobley recentelijk uitgenodigd door gezelschappen als de New York Philharmonic, het Pittsburgh Symphony Orchestra, het Philharmonia Baroque Orchestra, de Nederlandse Bachvereniging en de Wiener Akademie.

De zanger studeerde aan de University of Florida bij Jean Ronald LaFond en aan de Florida State University bij Roy Delp. Met het Monteverdi Choir en de English Baroque Soloists onder leiding van John Eliot Gardiner was Reginald Mobley eerder te gast in de in maart 2016 in Bachs Matthäus-Passion en in mei 2018 in een programma met Bachcantates. Hij maakt zijn debuut in de .

Matthew Brook, bas-bariton

Matthew Brook studeerde aan het Royal College of Music in Londen en heeft een grote reputatie in muziek van Händel en Bach. De Britse bas-bariton werd uitgenodigd door onder meer Philharmonia, het London Symphony Orchestra, het Royal Philharmonic Orchestra, het Freiburger Barockorchester, de Staatskapelle Dresden, het Chamber Orchestra of Europe, het Dunedin Consort en het Gabrieli Consort.

In de vertolkte Matthew Brook rollen als Aeneas in Purcells Dido and Aeneas, Ned Keene in Brittens Peter Grimes, Young Sam in Bernsteins A Quiet Place, Zuniga in Bizets Carmen en de Mozartpartijen Papageno, Figaro en Leporello. Hij was te beluisteren in het Royal Opera House Covent Garden, het Theater an der Wien, het Staatstheater Stuttgart, Carnegie Hall in New York en de Opéra National de Paris.

In Het Concertgebouw trad Matthew Brook op met het Monteverdi Choir en de English Baroque Soloists (2006, 2008 en 2018), de Nederlandse Bachvereniging (2009), Il Complesso Barocco (2012), Britten (2014), het Orchestra of the Age of Enlightenment (2015 en 2018) en in december 2021 en 2024 met The Academy of Ancient Music. Bij het Concertgebouworkest maakt hij zijn debuut.