Augustin Hadelich en Charles Owen in duet: Beethoven en Janáček

Augustin Hadelich viool
Charles Owen piano

Lees ook: De werkdag van Augustin Hadelich

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Sonate in F gr.t., op. 24 (1800-01) ‘Frühling’
Allegro
Adagio molto espressivo
Scherzo: Allegro molto
Rondo: Allegro ma non troppo

Leoš Janáček (1854-1928)

Sonate (1914-15, rev. 1922)
Con moto
Ballade: Con moto
Allegretto
Adagio

pauze ± 21.00 uur

Coleridge-Taylor Perkinson (1932-2004)

Louisiana Blues Strut: A Cakewalk (2002)

Blue/s Forms (1972)
Plain Blue/s
Just Blue/s: Very free
Jettin’ Blue/s: Fast

Maurice Ravel (1875-1937)

Sonate in G gr.t. (1923-27)
Allegretto
Blues: Moderato
Perpetuum mobile: Allegro

einde ± 21.55 uur

Toelichting

Augustin Hadelich en Charles Owen in duet: Beethoven en Janáček

Door Lies Wiersema

Beethoven: ‘Frühling’-sonate

Hoewel deze vioolsonate van Ludwig van Beethoven op het titelblad van de eerste druk ‘ für Pianoforte und Violin’ werd genoemd, met de piano als eerste, begon hier de gelijkwaardigheid tussen de instrumenten bij Beethoven op gang te komen. In de opening valt de viool binnen met een levenslustig eerste , waarna de piano het overneemt. En dan ontspint zich een opgewekte conversatie tegen de achtergrond van een vloeiende begeleiding, met zo nu en dan enkele stormachtige momenten. Ze lijkt plaats te vinden in een pastorale ambiance met af en toe vogelgeluiden. In het verdiept het gesprek zich in een bespiegelende sfeer met een betoverende . Het grijpt Beethoven aan om bij de herhaling van het thema een grap uit te halen: hij laat de violist steeds een tel achterblijven bij de piano. Met het komt alles weer op zijn pootjes terecht met eenzelfde opgetogen conversatie als in het begin, nu begonnen door de piano met een blijmoedig rondothema.

Janáček: Sonate

Ruim een eeuw later en in weinig idyllische omstandigheden – 28 juni 1914 werd aartshertog Franz Ferdinand vermoord – ontstond Leoš Janáčeks enige vioolsonate: ‘Ik schreef de vioolsonate in het begin van de oorlog, in 1914, in afwachting van de komst van de Russen in Moravia’,
zo verklaart Janáček achteraf het ontstaan ervan. In hoeverre de oorlog echt een inspiratiebron was is onduidelijk. Het tweede deel, dat oorspronkelijk als derde gepland stond, werd namelijk al veel eerder geschreven. En na verschillende revisies werd de uiteindelijke versie van de sonate pas zeven jaar later voltooid. Afgezien van zijn patriottische trots klinkt er ook iets van Janáčeks persoonlijkheid in de muziek: vurig en temperamentvol, maar ook teder en gepassioneerd, en bij tijden stekelig en balorig. In de door volksmuziek geïnspireerde melodieën ligt de passie voor zijn volk besloten. Zo roepen de ’s van de pianist na de korte, indringende inzet van de viool in het begin van het eerste deel de klank op van een , een typisch instrument uit de Hongaarse volksmuziek. Na al die onrust klinkt het tweede deel, ‘Ballade’, als een vol tederheid en eenvoud. Het meest in de stijl van de volksmuziek is het derde deel in de vorm van een driedelig scherzo. De vrolijke boerendans wordt gevolgd door een bijna romantisch middendeel. Komisch zijn de korte interrupties van de viool. Zoiets gebeurt ook in het vierde deel. De pianist opent met een sfeervol achtig en wordt telkens onderbroken door korzelige reacties van de violist. Een gevoel van rusteloosheid en somberheid overheerst in het hele werk. Na een uitvoering van zijn sonate gehoord te hebben was Janáčeks commentaar dat de musici speelden ‘alsof een ziel geen rust had’.

  • Coleridge-Taylor Perkinson

Perkinson: Louisiana Blues Strut en Blue/s Forms

De muziek van de Afro-Amerikaanse componist Coleridge-­Taylor Perkinson is een sprong naar een nieuwere tijd en een ander werelddeel. Perkinson groeide op met muziek en dans en studeerde compositie en directie met het ac­cent op de traditionele West-Europese vormen van muziek. Al tijdens zijn studie raakte hij sterk geïnteresseerd in jazz en vervolgens in blues en spirituals. De verschillende stijlen begon hij te combineren, daarmee bijdragend aan een verdere ontwikkeling van de ‘zwarte’ muziek. De twee composities op dit programma zijn geschreven voor soloviool. In beide is te horen hoe een Amerikaanse modern-klassieke en bluestraditie samenkomen. De Louisiana Blues Strut was oorspronkelijk bedoeld als vierde deel van de Blue/s Forms. De toevoeging ‘A Cakewalk’ duidt op een dansvorm die ontstond onder Amerikaanse tot slaaf gemaakten, die daarmee de ballroomdansen van hun meesters parodieerden. Met dat steeds terugkerende jazzy krijgt het stuk de vorm van een , maar het roept ook associaties op met Bachs s voor soloviool. Dat laatste geldt ook voor de virtuoze Blue/s Forms. Er zijn drie delen: het eerste, Plain Blue/s, is improviserend van aard, evenals het contemplatief klinkende tweede deel, Just Blue/s, dat vrij is in en karakter. Het laatste deel, Jettin’ Blue/s, is met zijn snelle zestienden, grote sprongen en snelle veranderingen van metrum een technische uitdaging voor de violist.

Ravel: Sonate

Maurice Ravel was al vroeg gecharmeerd van jazz en blues, die hij in de Parijse jazzkroegen veelvuldig tegenkwam. In een lezing in Houston (Texas) tijdens een Amerikaanse tournee sprak hij zijn gehoor bewonderend toe over de Amerikaanse muziek met zijn ‘rijke en verleidende ritme van uw jazz… en de emotionele expressie van uw blues… voortkomend uit en bijdragend aan een nobel nationaal erfgoed in uw muziek’. In zijn expressieve vioolsonate verwerkt hij die voorliefde, vooral in het tweede deel. Het eerste deel is een Allegretto. Ravel vond piano en viool eigenlijk onverenigbare instrumenten. Het eerste lijkt dan ook meer toegesneden op de viool. Over het tweede deel, getiteld Blues, zegt Ravel dat hij weliswaar de blues-vorm uit de Amerikaanse muziek heeft overgenomen, maar niettemin Franse muziek heeft geschreven. De blues-elementen vormden het bouwmateriaal, het uiteindelijke kunstwerk is ‘Ravels muziek’. Heel beeldend is de viool die al tokkelend een banjo imiteert en tussendoor zijn ’s laat horen. Een deel van het materiaal zal in de finale terugkeren, een Perpetuum mobile dat gekenmerkt wordt door een briljante vioolpartij die contrasteert met een meer bescheiden pianobegeleiding. In recensies ging veel aandacht uit naar het tweede deel, maar bij de première werd de briljante uitvoering van de finale beloond met een lange ovatie.

Biografie

Augustin Hadelich, viool

Augustin Hadelich studeerde aan het Instituto Mascagni in Livorno en bij Joel Smirnoff aan de Juilliard School of Music in New York. Hij won de International Violin Competition of Indianapolis (2006), kreeg een Avery Fisher Career Grant (2009) en een Borletti-Buitoni Trust ­Fellowship (2011), werd in 2018 door Musical America uitgeroepen tot ’instrumentalist of the year’ en in 2021 nogmaals door Klassik.

Voor zijn opname van Dutilleux’ vioolconcert L’Arbre des songes won hij in 2016 een Grammy Award.

Augustin Hadelich soleerde bij de Berliner Philharmoniker, het Symphonie­orchester des Bayerischen Rundfunks, het Orchestre National de France, het London Philharmonic Orchestra, het Seoul Philharmonic Orchestra, het NHK Symphony Orchestra Tokyo en alle grote orkesten in Noord-Amerika.

Bij het Concertgebouworkest debuteerde Augustin Hadelich in februari 2017 met Bernsteins Seren­ade. In oktober 2024 kwam hij terug met SibeliusVioolconcert onder leiding van Karina Canellakis. Van 2019 tot 2023 was de violist associate artist van het NDR Elbphilharmonie Orchester in Hamburg. Augustin Hadelich geeft les aan de Yale School of Music en bespeelt de ‘Leduc-ex-Szeryng’-Guarneri del Gesù uit 1744.

Charles Owen, piano

Charles Owen geeft les aan de Guildhall School of Music and Drama in Londen en het Royal Welsh College of Music and Drama in Cardiff, en houdt er een internationale podiumcarrière op na. Hij speelde op bekende Britse podia als Bridgewater Hall in Manchester, The Sage Gateshead en Wigmore Hall en Kings Place in Londen, maar ook in bijvoorbeeld Lincoln Center en Carnegie Hall in New York, de Wiener Musikverein en het Musée d’Orsay in Parijs.

Onder zijn kamermuziekpartners zijn Julian Rachlin, Alina Ibragimova, Steven Isserlis en het Vertavo en het Takács Kwartet. Hij vormt een pianoduo met Katya Apekisheva, en samen voeren zij de artistieke leiding over het jaarlijkse London Piano Festival.

Charles Owen werd uitgenodigd door de festivals van Aldeburgh, Bath, Cheltenham, Oxford, Verbier en Perth en soleerde bij onder meer Philharmonia, het Hallé Orchestra, het Aurora Orchestra en de London Philharmonic onder en als Mark Elder, Ryan Wigglesworth, Nicholas Collon en Martyn Brabbins.

Solo nam hij repertoire op van Bach, Brahms, Liszt, Janáček, Poulenc en Fauré; met Natalie Clein bracht hij de sonates van Rachmaninoff en Chopin uit en met het Sacconi Quartet de wereldpremière van het Pianokwintet van Jonathan Dove.

Ook in april 2014 gaf Charles Owen met Augustin Hadelich een in de .