Asko|Schönberg & Nora Fischer: Loevendie, Kyriakides en Golijov

Asko|Schönberg
Etienne Siebens dirigent
Nora Fischer zang

er is geen pauze
einde ca. 21.30 uur

teksten gratis verkrijgbaar aan de zaal

Theo Loevendie 1930

Six Turkish Folk Poems (1977)
Şu daglar olmasaydı
Mercimek kile kile
Ak gelin allı gelin Girl
Al çubanın hasını
Karpuz kestim yiyen yok
Dolu musun boş musun?

Yannis Kyriakides 1969

The Arrest (2010)

Osvaldo Golijov 1960

Ayre (2004)
Mañanita de San Juan
Y una madre comió asado
Tancas serradas a muru
Luna
Nani
Wa habibi
3aini taqtiru
Kun li-guitari wataran ayyuha al-maa’
Suéltate las cintas
Yah, annah emtza’cha
Ariadna en su laberinto 

Toelichting

Loevendie: Six Turkish Folk Poems

Door Joep Stapel

Tijdens een van de reizen die hij als jongeman maakte viel Theo Loevendies oog op een Turkse schone. Dat was op de boot van Istanbul naar eille. Haar vader fronste zijn wenkbrauwen toen Loevendie haar vijf dagen later al ten huwelijk vroeg, maar de Amsterdamse musicus liet zich niet weerhouden. Het paar kreeg twee dochters en was dertig jaar gelukkig getrouwd.

Loevendies belangstelling voor Turkse cultuur komt niet uit de lucht vallen, met andere woorden. In zijn Six Turkish Folk Poems toonzette hij anonieme kwatrijnen uit de volkstraditie. Met hun alledaagse onderwerpen en directe verteltoon staan deze tekstjes mijlenver af van de gangbare ideeën over oosterse kunst, en juist dat sprak Loevendie aan.

Op een abstract niveau ontleende hij ook zijn muzikale materiaal aan de Turkse volkstraditie, maar van hoorbare invloed – zoals in Golijovs cyclus Ayre – is nauwelijks sprake.

In het eerste lied, een overpeinzing van de sterfelijkheid, creëert Loevendie een zwevende, dromerige sfeer, met harp en vibrafoon. De pastorale met eigenzinnig springerige voorslagen krijgt tegenwicht van stekelige sul ponticello-strijkers (waarbij dichtbij de kam gestreken wordt), die een voorbode blijken: in het jachtige tweede lied spuugt de zangeres haar vileine woorden bijna uit.

Het in melancholie gedrenkte derde lied (‘Is je man soms soldaat, bruid?’) loopt uit op een nerveus-e fluitsolo; die zet de toon voor lied numero vier, dat qua dictie herinnert aan de hectiek van het tweede. De dubbelzinnige eenzaamheid van het vijfde lied resoneert in de intiem vervlochten lijnen van fluit en klarinet, die de treurige zangstem mooi tegenkleuren.

Het korte slotlied wordt voortgedreven door een geagiteerde piano, in lijn met de gemoedstoestand van de verteller – druk druk, en dan ook nog een geliefde die naar de fles grijpt.

Kyriakides: The Arrest

Yannis Kyriakides, geboren op Cyprus maar sinds 1992 gevestigd in Nederland, studeerde bij Louis Andriessen en Dick Raaijmakers. Hij baseerde zich voor The Arrest op een droom van de Franse schrijver Georges Perec. In La boutique obscure (1973) verzamelde Perec de dromen die hij had opgeschreven om voor te leggen aan zijn psychotherapeut; die was echter niet over Perecs dromen te spreken en deed ze af als ‘inauthentiek’.

In The Arrest beschrijft Perec hoe hij in Tunis wordt achtervolgd door politiemannen, die hem willen arresteren voor ‘een klein vergrijp’ waaraan hij geen herinnering bewaart. Hij vermoedt dat de situatie te maken heeft met het feit dat hij joods is, en met zijn pro-Palestijnse stellingname, waarover hij zich schuldig voelt. Perecs joodse ouders kwamen allebei om tijdens de Tweede Wereldoorlog, en hoewel zijn werk altijd een spelelement heeft, is het doortrokken van ’s als verlies en afwezigheid.

Kyriakides betrekt de luisteraar nadrukkelijk bij de verwarring van de dromer, juist door de tekst níet te laten zingen maar in grote witte letters op een zwart scherm te projecteren. Op die manier wordt de vertelstem de innerlijke stem van de toeschouwer, de stem die wij in onze geest horen.

De muziek voltrekt zich in verschillende lagen en snelheden en ondersteunt de door de tekst opgeroepen beelden en ideeën met het hoekige, gefragmenteerde idioom van de droom. De relatie tussen woord en klank is direct en ogenschijnlijk eenvoudig, maar het effect is gelaagd en ontroerend. Kyriakides werkte eerder met dromen in het vijfluik Dreams of the Blind uit 2007, dat in 2012 bekroond werd met de Willem Pijper Prijs.

Golijov: Ayre

De Argentijnse componist Osvaldo Golijov liet zich voor zijn erencyclus Ayre inspireren door de veertig jaar oudere cyclus Folk Songs van de Italiaanse modernist Luciano Berio. Berio schreef Folk Songs voor zijn vrouw en muze, stemkunstenares Cathy Berberian, en baseerde zich daarbij op volksliedjes uit onder meer Amerika, Armenië en Italië.

Het was een baanbrekend werk, dat na het strikte van het voorgaande decennium bij componisten de deuren opende naar een hernieuwde, ‘bartókiaanse’ interesse in volksmuziek. Ayre (oud-Spaans voor zowel ‘’ als ‘lucht’) is net als Folk Songs opgebouwd uit elf liederen, en net als Berio maakt Golijov gebruik van liederen in verschillende talen, waaronder Arabisch en Ladino, de dode taal van de sefardische joden.

Golijov schreef Ayre voor zijn muze, de Amerikaanse sopraan Dawn Upshaw, die de standaard zette met haar intense vertolking: Ayre vereist zowel taalgevoel, stembeheersing als overgave in hoge dosering. 

Het bindende element in Golijovs cyclus is dat alle eren op een of andere manier te maken hebben met Al-Andalus, het middeleeuwse zuiden en midden van Spanje dat een smeltkroes was van joodse, christelijke en islamitische cultuur. Herkenbare traditionele ën klinken in intrigerende symbiose met flarden postminimalisme, een hedendaagse klanksensibiliteit en opvallend gebruik van elektronica.

De onderwerpen van de teksten lopen zeer uiteen: het tweede lied, gebaseerd op een fragment uit de Klaagliederen van Jeremia, is een lieflijke sefardische deun over een moeder die haar eigen zoon opeet; het zesde lied, Wa habibi (‘Mijn liefste’), giet een traditioneel christelijk-Arabisch paasthema in een jasje van zuchtende en opzwepende elektronische rai (Noord-Afrikaanse populaire muziek ontstaan in Algerije).

In lied 8 en 10 reciteert de zangeres in het Engels een gedicht van de Palestijnse dichter Mahmoud Darwish, waarin hij de situatie in het hedendaagse Midden-Oosten in verband brengt met de exodus uit Egypte en de Spaanse verovering van de Amerika’s. De gevarieerde, bevlogen heksenketel van Ayre is in rap tempo uitgegroeid tot een moderne klassieker.

Biografie

Asko|Schönberg, ensemble

Asko|Schönberg is een toonaangevend ensemble voor nieuwe muziek, van solostukken tot grootbezet repertoire in zowel concertvorm als in interdisciplinaire voorstellingen. Naast de topcollectie van de grote twintigste-eeuwse componisten – Boulez, Goebaidoelina, Kurtág, Ligeti – speelt het ensemble ook het allernieuwste eenentwintigste-­eeuwse werk.

Asko|Schönberg biedt kansen aan jong talent door compositieopdrachten te verlenen, en geregeld brengt het gezelschap gloednieuw werk in première. Speciale aandacht is er voor samenwerkingen met vooraanstaande musici en en en aanstormende jonge makers. Dankzij de intensieve samenwerking met componisten zijn de ensembleleden gespecialiseerd in het uitvoeren van nieuwe muziek.

Asko|Schönberg is ensemble in residence bij het Muziekgebouw aan ’t IJ. Daarnaast is het bijvoorbeeld te gast bij het Holland Festival, November Music, de Gaudeamus Muziekweek en De Nationale en verzorgt het coproducties met partners uit verschillende kunstdisciplines, zoals Club Guy & Roni en het Noord Nederlands Toneel. Vanuit de Amsterdamse thuisbasis opereert het ensemble over de hele wereld.

Bij het vorige optreden in de , met Lucas De Man in de serie Scherpdenkers in oktober 2019, stond onder meer muziek van Andriessen, Oestvolskaja en Ives op de lessenaars. Afgelopen november werkte Asko|Schönberg ook samen met Awoiska van der Molen, in de wereldpremière van Odysseus van Calliope Tsoupaki.

Nora Fischer, zang

Nora Fischer treedt op met gezelschappen als Yo-Yo Ma’s Silk Road Ensemble, het Kronos Quartet, Asko|Schönberg, L’Arpeggia-ta en De Nationale , en was te gast op Oerol, Lowlands en Into the Great Wide Open. In 2018 bracht Deutsche Grammophon haar album Hush uit, met eigenzinnige vertolkingen van muziek uit de vroege samen met gitarist Marnix Dorrestein.

De zangeres werkte samen met tal van hedendaagse componisten, onder wie David Lang en Osvaldo Golijov. Louis Andriessen schreef speciaal voor haar de cyclus The Only One, in première gebracht met de Los Angeles Philharmonic en herhaald met het BBC Symphony Orchestra tijdens de Proms in Londen en met het Radio Filharmonisch Orkest in de NTR ZaterdagMatinee.

In de maakte Nora Fischer haar debuut in januari 2014 voor Dutch Classical Talent. In seizoen 2017/18 zong ze er in het kader van haar Rising Stars-tournee, die haar – op voordracht van Het Concertgebouw en BOZAR in Brussel – naar vijftien belangrijke Europese concertzalen voerde.