Artemis Kwartet: JANÁČEK, MOZART EN GRIEG
Strijkkwartetten 20.15 uur
Artemis Kwartet:
Vineta Sareika viool
Anthea Kreston viool
Gregor Sigl altviool
Eckart Runge cello
Leoš Janáček 1854-1928
Eerste strijkkwartet (1923) ‘Kreutzer’
Adagio
Con moto
Con moto (Vivace, Andante)
Con moto (Adagio)
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
Strijkkwartet in G gr.t., KV 387 (1782)
Allegro vivace assai
Menuetto: Allegretto
Andante cantabile
Finale: Molto allegro
pauze
Edvard Grieg 1843-1907
Eerste strijkkwartet in g kl.t., op. 27 (1877-78)
Un poco andante – Allegro molto ed agitato
Romanze: Andantino – Allegro agitato
Intermezzo: Allegro molto marcato
Finale: Lento – Presto al saltarello
begin van de pauze ca. 21.05 uur
einde van het concert ca. 22.05 uur
Toelichting
Leoš Janáček 1854-1928
eerste strijkkwartet
Tekst: Marco Nakken
In de herfst van 1923 had Leoš Janáček slechts tien dagen nodig om zijn Eerste strijkkwartet, de ‘Kreutzersonate’ – naar Tolstojs novelle –, te componeren.
In de in 1890 verschenen novelle van Tolstoj vertelt ene Pozdnisjev gedurende een lange treinreis hoe hij in een ongelukkig huwelijk gevangen heeft gezeten en hoe hij uiteindelijk, verteerd door jaloezie, zijn vrouw om het leven heeft gebracht. De muziek fungeert in het verhaal als katalysator. Als Pozdnisjevs vrouw samen met een violist en huisvriend op een avondje Beethovens ‘Kreutzersonate’ voor viool en piano speelt, slaat de toch al labiele verteller volledig door.
Voor Tolstoj was de novelle onder andere een middel om zijn omstreden opvattingen over het huwelijk (of de onmogelijkheid daarvan) uiteen te zetten, maar Janáček lijkt vooral in de schildering van de hoog oplopende emoties geïnteresseerd te zijn geweest.
‘Ik ben er nog helemaal opgewonden van en het is al een jaar geleden dat ik het geschreven heb. Ik had een ongelukkige Russische vrouw in gedachten, gekweld, geschopt en uiteindelijk doodgeslagen, zoals de Russische schrijver Tolstoj dat in De Kreutzersonate heeft verteld’, schreef Janáček aan Kamila Stösslová, de hartstochtelijk aanbeden muze van zijn laatste jaren, nadat in 1924 het kwartet was uitgevoerd.
Het eerste deel van het kwartet wordt gekenmerkt door vele, abrupte tempowisselingen. Het klaaglijke () waarmee het deel opent wordt afgewisseld met een haastig voorbij scherend volksliedje. Het tweede deel is een . Het begint als een dansje, maar mondt al snel uit in een door de aan de kam gespeelde spookachtige passage. Het derde deel wordt wederom gekenmerkt door de abrupte overgangen van hartstochtelijke lyriek naar bijna gewelddadige ’s. In de finale keert het klagelijke motief uit het eerste deel terug en geeft de met ‘snikkend’ aangeduide, onbegeleide van de eerste viool wellicht de smeekbeden van de wanhopige echtgenote weer.
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
Strijkkwartet
Tekst: Carine Alders
In het kielzog van zijn mecenas aartsbisschop Colloredo arriveerde Wolfgang Amadeus Mozart op 16 maart 1781 in Wenen. Aangetrokken door de kansen op roem en inkomen besloot hij zich definitief in de stad te vestigen.
Met enige moeite verbrak hij de verbintenis met zijn broodheer, zodat hij opdrachten aan kon nemen en kon optreden voor wie hij maar wilde. Zijn huwelijk met Constanze Weber anderhalf jaar later – tegen de zin van zijn vader – zette de kroon op Mozarts streven naar zelfstandigheid, de kans om zelf zijn koers te bepalen.
Een van de eerste werken waar hij zich in alle vrijheid aan zette, was het Strijkkwartet in G groot, KV 387. Kort daarvoor had Joseph Haydn met zijn strijkkwartetten 33 een nieuwe standaard gezet. Mozart pakte de handschoen op en besloot een antwoord te componeren. Daarbij ging hij niet over één nacht ijs. Mozart bezat de gave ‘in zijn hoofd’ te componeren en vervolgens het kant-en-klare stuk in een keer op papier te zetten, maar met de zes strijkkwartetten die hij aan Haydn opdroeg werkte het anders. De manuscripten laten voor Mozart ongebruikelijke verbeteringen zien.
Aan Haydn schreef hij dat deze kwartetten ‘de vrucht waren van een lang en moeizaam pogen’. In het eerste strijkkwartet van de serie is al te horen dat Mozart zijn grote voorbeeld goed bestudeerd heeft. De vier instrumenten gaan op basis van gelijkwaardigheid een beschaafd gesprek aan, elk deel eindigt in met een pianissimo. Ook is te horen dat Mozart zich verdiept heeft in de muziek van Johann Sebastian Bach. In het laatste deel zijn bijvoorbeeld tische elementen verwerkt.
Haydn was tevreden, hij vertrouwde Mozarts vader toe dat zijn zoon de grootste componist was die hij kende.
Edvard Grieg 1843-1907
eerste strijkkwartet
Tekst: Liesbeth Houtman
De muziek van Edvard Grieg is geworteld in de klassiek-romantische traditie van Schumann en Mendelssohn waarmee men hem aan het conservatorium van Leipzig vertrouwd had gemaakt. Daarnaast raakte hij bezeten van het nationalistische ideaal een eigen Noorse muziektaal te creëren. Nog vóór Bartók de volksmuziek van zijn land in kaart bracht, verzamelde Grieg al volksmelodieën die hij verwerkte in talloze korte pianostukjes.
Vooral de ostinate s en modale ën fascineerden hem, waardoor deze oude elementen zich vermengden met zijn eigen romantische idioom. De ritmes in het Strijkkwartet in g klein, 27 hebben een bijna aardse primitiviteit. Een hevige stuwing is hiervan het resultaat waarbij regelmatig in volle vaart wordt afgestevend op de zo Scandinavisch klinkende ‘open’ fortissimoakkoorden, bestaande uit en en octaven.
Het hele kwartet wordt gedreven door twee contrasterende gemoedsbewegingen: een overrompelende dosis dramatiek en een zoete, gevoelige lyriek die soms neigt naar de bonbondoos. Als vormgevende factor zette Grieg een terugkerend motto in, ontleend aan zijn Spillemaend, 25 nummer 1, dat in de langzame inleiding tot het eerste deel door de vier strijkers unisono wordt geïntroduceerd. Onder dit beweeglijke oppervlak is echter ook de klassieke steeds herkenbaar.
Terwijl het publiek bij de première in 1878 Griegs hartstochtelijke werk onmiddellijk in het hart sloot, waren vorm en inhoud zó verfrissend nieuw dat behoudzuchtige critici hem ‘een gebrek aan enig talent voor structuur en ontwikkeling’ en ‘een waarlijk kinderlijk plezier in alles wat lelijk klinkt’ verweten. Zelf stelde de componist dat zijn kwartet ‘niet ging over triviale onderwerpen voor kleinzielige lieden. Mijn doel is een brede vlucht van de verbeelding, en vooral sonoriteit van de instrumenten waarvoor het is geschreven’.
Biografie
Artemis Kwartet, kwartet
Het Artemis Kwartet werd in 1989 opgericht aan de Musikhochschule in Lübeck. In de beginjaren werd het gecoacht door onder anderen Walter Levin, Alfred Brendel en het Alban Berg Kwartet. Sinds het in 1996 het ARD Concours in München won, treedt het kwartet wereldwijd op.
Het heeft eigen concertseries in Berlijn, Wenen en München. Ruimer bezet repertoire speelt het Artemis Kwartet regelmatig samen met bijvoorbeeld Sabine Meyer, Elisabeth Leonskaja, Leif Ove Andsnes, Truls Mørk en Valentin Erben.
Het Artemis Kwartet kan bogen op een uitgebreide discografie, die is bekroond met onderscheidingen als de Gramophone Award, de Diapason d’Or en de ECHO Klassik Preis. Naast werk uit het verleden speelt het graag hedendaagse muziek: bijvoorbeeld Jörg Widmann, Thomas Larcher en Eduard Demetz schreven nieuw werk voor het ensemble.
In de van Het Concertgebouw was het Artemis Kwartet geregeld te gast, voor het laatst in maart 2018 met op het programma strijkkwartetten van Mendelssohn, Bartók en Mozart.
De toetreding van twee nieuwe leden, violiste Suyoen Kim en celliste Harriet Krijgh, markeert het dertigjarig bestaan van het Artemis Kwartet. Tijdens een tournee afgelopen voorjaar speelde het vernieuwde Artemis Kwartet ook een werk in sextetbezetting samen met de twee scheidende leden, violiste Anthea Kreston en mede-oprichter Eckart Runge.
