Artemis Kwartet: ‘Dissonanten’ van Mozart

Artemis Kwartet:
Vineta Sareika viool
Anthea Kreston viool
Gregor Sigl altviool
Eckart Runge cello 

Felix Mendelssohn 1809-1847

Derde strijkkwartet in D gr.t., op. 44 nr. 1 (1838)
Molto allegro vivace
Menuetto: Un poco allegro
Andante espressivo ma con moto
Presto con brio

Béla Bartók 1881-1945

Tweede strijkkwartet in a kl.t., op. 17 (1915-17)
Moderato
Allegro molto capriccioso
Lento 

pauze

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Strijkkwartet in C gr.t., KV 465 (1785) ‘Dissonanten’
Adagio – Allegro
Andante cantabile
Menuetto: Allegro
Allegro 

pauze ca. 21.15 uur
einde ca. 22.10 uur

Dit concert maakt deel uit van de serie Strijkkwartetten.

Toelichting

Felix Mendelssohn (1809-1847)

Mendelssohn: Derde strijkkwartet

Door Liesbeth Houtman

In de muziek van Felix Mendelssohn lopen de emoties maar zelden hoog op: bij hem vinden we geen intense melancholie zoals bij Franz Schubert of het soort grilligheden waarin Robert Schumann meester was. Maar gelukkig hoeft muziek, zelfs die uit de Hoog-, niet psychologisch beladen te zijn om te overtuigen.

Als geen ander bezat Mendelssohn de gave zijn publiek te betoveren met zangerige ën. Hij was een zondagskind wiens fantasie en jeugdig enthousiasme bloeiden bij de gratie van een evenwichtige klassieke vorm. Neem het eerste deel van het Strijkkwartet in D groot, dat hij in 1838 als laatste in een serie van drie kwartetten voltooide.

De vurige aanhef van de eerste viool vormt daarin de kiem waaruit steeds weer nieuwe ’s voortkomen. Ook de beide middendelen, een ‘ouderwets’ Haydn-achtig to en een intiem , zijn vol e schoonheid.

Maar naast alle lieftalligheid laat Mendelssohn zich in de finale ook van zijn onstuimige kant zien: het is een saltarello, dezelfde opwindende Italiaanse dans die ook zijn Vierde symfonie op effectieve wijze besluit. Mendelssohn schreef zijn 44 vermoedelijk voor zijn jeugdvriend Ferdinand David, die concertmeester was van het Gewandhaus-orchester in Leipzig, waarvan Mendelssohn in 1835 de leiding op zich had genomen.

Later droeg hij ook zijn Vioolconcert in e klein aan zijn jeugdvriend op. David was niet alleen een briljant en inspirerend musicus, maar ook een gedreven organisator: in Leipzig zette hij een van de eerste professionele kamermuziekseries op poten.

Van de drie strijkkwartetten was dat in D groot Mendelssohn het meest dierbaar. Aan David schreef hij: ‘Ik heb zojuist mijn derde kwartet, in D groot, voltooid en ben er erg tevreden over. (...) Het is geïnspireerder dan de andere kwartetten, en voor de musici is het dankbaarder om te spelen.’

Bartók: Tweede strijkkwartet

Een erudiet en fijnzinnig man met een tengere gestalte, die zich bij voorkeur kleedde in driedelig pak, dat is de indruk die wij op oude foto’s van Béla Bartók krijgen. Zo voorkomend als hij naar de buitenwereld toe was, zo hevig sloeg de vlam in de pan in zijn muziek.

Met scherpe en en een beukende ritmiek creëerde hij een klanktaal vol barbaarse primitiviteit. Wat betreft , en is zijn idioom stevig verankerd in de Hongaarse volksmuziek, die hij als jonge onderzoeker vastlegde.

Dat is in het Tweede strijkkwartet in a klein goed te horen in het centrale tweede deel: een -achtig , gedreven door ostinate s, dat in stijl verwant is aan het eerder geschreven  barbaro voor piano. Maar hoe grillig ook het klankbeeld van zijn muziek, nooit neigde Bartók naar structuurloosheid.

Het was zijn doel, zoals hij zelf zei, te componeren ‘met de techniek van westerse kunstmuziek (…) en met de geest van traditionele volksmuziek, welke een unieke schoonheid en perfectie heeft’. Met meesterlijke beheersing hanteerde hij de vormentaal, zoals die van de klassieke in het openingsdeel van zijn Tweede strijkkwartet, waarin twee e ’s zijn verwerkt.

Geen flitsende finale tot slot, maar een introverte klaagzang met verfijnde nachtelijke en, zoals later ook Bartóks Zesde strijkkwartet zou eindigen.

Mozart: 'Dissonanten-kwartet'

Het Strijkkwartet in C groot, KV 465 is het laatste van een serie van zes, geschreven tussen 1782 en 1785, die Wolfgang Amadeus Mozart opdroeg aan Joseph Haydn. Daar was een mooie aanleiding voor: in 1781 had Mozart zijn oudere collega voor het eerst ontmoet.

De twee raakten bevriend en naar het schijnt speelden ze samen in een strijkkwartet waarbij Mozart de hanteerde. Maar 1781 was ook het jaar waarin Haydn zijn 33 publiceerde: zes kwartetten waarin de meester de ‘norm’ stelde voor het klassieke vierdelige strijkkwartet met zijn vier gelijkwaardige stemmen.

‘Hier zijn ze, mijn zes kinderen, gevierde Man en beste Vriend!’ noteerde Mozart in zijn opdracht aan Haydn. Het Strijkkwartet in C groot begint met een raadselachtige die het werk de bijnaam ‘enkwartet’ opleverde. Sommige musici geloofden hun oren niet en stuurden de boos terug naar de uitgever met het verzoek ‘de foute noten te corrigeren’.

Ook Haydn was aanvankelijk geschokt. Later stelde hij: ‘Als Mozart ze heeft geschreven, dan zal hij het zo hebben bedoeld.’ Van enige dissonantie is in de rest van het kwartet geen sprake. Integendeel: de muziek is opmerkelijk transparant en evenwichtig van karakter. Met kennelijk plezier buit Mozart de mogelijkheden van zijn ’s en motieven uit. Het tweede deel, cantabile, is een wonder van lyriek, met subtiele conversaties en echo’s tussen de eerste viool en de .

Biografie

Artemis Kwartet, kwartet

Het Artemis Kwartet werd in 1989 opgericht aan de Musikhochschule in Lübeck. In de beginjaren werd het gecoacht door onder anderen Walter Levin, Alfred Brendel en het Alban Berg Kwartet. Sinds het in 1996 het ARD Concours in München won, treedt het kwartet wereldwijd op.

Het heeft eigen concertseries in Berlijn, Wenen en München. Ruimer bezet repertoire speelt het Artemis Kwartet regelmatig samen met bijvoorbeeld Sabine Meyer, Elisabeth Leonskaja, Leif Ove Andsnes, Truls Mørk en Valentin Erben.

Het Artemis Kwartet kan bogen op een uitgebreide discografie, die is bekroond met onderscheidingen als de Gramophone Award, de Diapason d’Or en de ECHO Klassik Preis. Naast werk uit het verleden speelt het graag hedendaagse muziek: bijvoorbeeld Jörg Widmann, Thomas Larcher en Eduard Demetz schreven nieuw werk voor het ensemble.

In de van Het Concertgebouw was het Artemis Kwartet geregeld te gast, voor het laatst in maart 2018 met op het programma strijkkwartetten van Mendelssohn, Bartók en Mozart.

De toetreding van twee nieuwe leden, violiste Suyoen Kim en celliste Harriet Krijgh, markeert het dertigjarig bestaan van het Artemis Kwartet. Tijdens een tournee afgelopen voorjaar speelde het vernieuwde Artemis Kwartet ook een werk in sextetbezetting samen met de twee scheidende leden, violiste Anthea Kreston en mede-oprichter Eckart Runge.