Arod Kwartet: Mendelssohn en Beethoven
Arod Kwartet:
Jordan Victoria viool
Alexandre Vu viool
Tanguy Parisot altviool
Samy Rachid cello
pauze ca. 21.00 uur
einde ca. 22.05 uur
Dit concert maakt deel uit van de serie Strijkkwartetten op woensdag.
Felix Mendelssohn 1809-1847
Vierde strijkkwartet in e kl.t., op. 44 nr. 2 (1837)
Allegro assai appassionato
Scherzo: Allegro di molto
Andante
Presto agitato
Benjamin Attahir 1989
Al’asr (2017)
Nederlandse première
pauze
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Strijkkwartet in e kl.t., op. 59 nr. 2 (1805-06)
Allegro
Molto adagio
Allegretto
Finale: Presto
Toelichting
Mendelssohn: Strijkkwartet
tekst: Michiel Cleij
De muziek van Felix Mendelssohn maakt in het algemeen een ongetroubleerde indruk – zeker in vergelijking met die van andere negentiende-eeuwers. Pathetische uitbarstingen ontbreken en dramatiek blijft meestal beperkt tot subtiele stemmingswisselingen. Daartegenover staat dat Mendelssohn excelleert in melodische inventiviteit en opvallend vaak neigt naar een strakke, bijna motorische puls. strakke uitvoeringen van zijn werk hebben zelfs hun weg naar de draaitafels van dj’s gevonden.
Mendelssohn was een uitstekend violist, al sinds zijn tienerjaren. Zijn eerste composities voor strijkers kon hij uitproberen in het huisensemble dat hij met zijn familieleden vormde. Strijkkwartetten componeerde hij in alle fases van zijn korte leven. Naast de onvermijdelijke Haydn- en Mozart-trekjes vertonen ze de invloed van Beethovens kwartetten met hun vaak dichte stemmenweefsels.
De drie strijkkwartetten die samen 44 vormen componeerde hij als twintiger tijdens een hectische periode. Naast zijn kersverse huwelijksleven had hij een stroom aan concertverplichtingen als van het Gewandhausorchester in Leipzig én als organisator van een kamermuziekserie. ‘Zijn groeiende verantwoordelijkheden gingen op termijn enigszins ten koste van de spontaniteit’, aldus Mendelssohn-specialist John Horton, ‘maar in opus 44 is dat nauwelijks te merken.’
Het Vierde strijkkwartet in e klein biedt precies wat je van een Mendelssohn-kwartet mag verwachten: hecht samenspel, een vlinderlicht met springerig -spel en een langzaam deel waarvan de de drager van een liefdesgedicht zou kunnen zijn – niet verwonderlijk bij een compositie die tijdens een huwelijksreis ontstond.
Attahir: Al'asr
Bij jonge componisten van nu is een welluidende schrijfwijze eerder regel dan uitzondering. De muziek van de Fransman Benjamin Attahir staat op het eerste gehoor dichter bij de avant-garde van de jaren zestig. Hij schuwt het klankexperiment niet en de (indirecte) invloed van Pierre Boulez is hoorbaar. Toch legt Attahir steeds verbanden met oude muziek – hij componeerde stukken voor instrumenten – en met culturele tradities van het Midden-Oosten.
Het strijkkwartet Al’asr behoort tot een cyclus van vijf composities voor verschillende bezettingen, gebaseerd op de salah, het rituele gebed van de islam. Het idee, vertelde Attahir onlangs in een interview, kreeg hij op een dag bij zijn familie in Beiroet: de incantatie van de muezzin die vanaf de minaret opriep tot het ochtendgebed drong tot in de verste uithoeken van de stad door. ‘Aan dit magnifieke gezang wilde ik mijn eigen muzikale en poëtische interpretatie geven. Dankzij mijn gemengde afkomst en verschillende thuisbases sta ik naar mijn idee op een punt van verschillende volkeren en geloven. Deze cyclus zou je kunnen zien als een ontmoeting tussen culturen en religies.’
Het strijkkwartet is volgens Attahir een intimiderend genre: het heeft een lange historie en is door moderne meesters als Henri Dutilleux, György Ligeti en Pascal Dusapin tot het uiterste gedreven. Hij bood dit ‘wespennest’ het hoofd door de vier strijkers zo compact en samenhangend mogelijk te laten klinken, als één meerstemmig instrument. Al’asr (vernoemd naar het middaggebed) mag bij vlagen avant-gardistisch klinken, het is in essentie een versierde monodische zanglijn, Midden-Oosters geïnspireerd.
Beethoven: Strijkkwartet opus 59 nr. 2
tekst: Floris Don
Oorlogsgekletter klonk op de achtergrond toen Beethoven in 1806 zijn drie kwartetten 59 ‘Razoemovski’ schreef. De bijnaam verwijst naar Beethovens gulle mecenas, graaf Andreas Razoemovski, die als Russische ambassadeur jarenlang in Wenen verbleef. Woelige jaren: tussen 1806 en 1814 (waarin op Nieuwjaarsdag Razoemovski’s paleis afbrandde – een traumatische gebeurtenis die hij nooit te boven kwam) woedden de Napoleontische oorlogen, was Wenen een tijd door militairen bezet en ging het met de economie ook niet florissant. Het ontmoedigde het kunstbeleid van Razoemovski allerminst. Zelf was hij een gepassioneerd tweede violist in kwartetjes, en hij waardeerde het soms rauwe talent van Beethoven.
Voor het nieuw gevormde kwartet van violist Ignaz Schuppanzigh, waarschijnlijk het eerste professionele strijkkwartet in de geschiedenis, bestelde Razoemovski bij Beethoven drie nieuwe werken. Als wenk werden hierin enkele Russische ’s verwerkt; in het Strijkkwartet in e klein verstopte Beethoven een Russische religieuze in het van het . Dezelfde hymne, Glorie aan God in de hemel, zou Moesorgski later verwerken in zijn Boris Godoenov.
De drie Razoemovski-kwartetten zijn alle lastig speelbaar, origineel en baanbrekend, maar het tweede kwartet spant de kroon. De openingsmaten zijn meteen opmerkelijk: een kort wordt forte gespeeld, waarna stilte volgt. Nieuwe frasen worden telkens door gewichtige stiltes onderbroken. De toon voor dit weerbarstige en hecht georganiseerde kwartet is daarmee gezet, al kent het daaropvolgende langzame deel ook momenten van verstilling.
Volgens Carl Czerny, voormalig student van Beethoven, vond de componist voor dit inspiratie in de sterrenhemel. De fanatiek huppelende Finale lijkt van de meeste zorgen vrij. Maar vreemd is het wel dat niet de grondtoonsoort e klein domineert. De eerste vijftig maten staan in C groot, waarna beide en kibbelen om ie; e klein mfeert in de snelle .
Biografie
Quatuor Arod, strijkkwartet
Het in Parijs gevestigde Quatuor Arod bestaat sinds 2013 en brak drie jaar later internationaal door met het winnen van het ARD Concours in München. Het sleepte ook eerste prijzen in de wacht tijdens het Carl Nielsen Kamermuziekconcours (2015) en de European Chamber Music Competition (2014) en werd in 2017 uitgeroepen tot BBC New Generation Artist. In de maakte het zijn debuut in maart 2018 en keerde het een jaar later al terug in het kader van de Rising Stars-serie.
Het Quatuor Arod was te gast in de belangrijkste Europese concertzalen waaronder het Wiener Konzerthaus en de Philharmonie Berlin, en ook in Carnegie Hall in New York en Oji Hall in Tokio. Daarnaast speelde het op festivals als die van Verbier, Montreux, Aix-en-Provence, Rheingau, Bremen en Praag.
In groter bezette kamermuziek werkten de musici samen met bijvoorbeeld altviolist Amihai Grosz en klarinettist Martin Fröst, en afgelopen januari klonk tijdens de Strijkkwartet Biënnale Amsterdam Schuberts Strijkkwintet in C groot met Klaus Mäkelä als extra cellist. In 2025 verscheen de nieuwste cd: Haydn Op. 76.
De laatste keer dat het Quatuor Arod optrad in de was in april 2022 met pianist Alexandre Tharaud als gast in het Tweede pianokwintet van Dvořák. De ensemblenaam is ontleend aan de naam van Legolas’ paard in The Lord of the Rings; in Tolkiens mythische Rohirric-taal betekent ‘arod’ zoveel als ‘snel’.
