Apollon Musagète Kwartet speelt Grieg

Strijkkwartetten 20.15 uur 

Apollon Musagète Kwartet:
Paweł Zalejski viool
Bartosz Zachłod viool
Piotr Szumieł altviool
Piotr Skweres cello

Giacomo Puccini 1858-1924

Crisantemi (1890)
elegie voor strijkkwartet

Anton Arenski 1861-1906

Tweede strijkkwartet in a kl.t., op. 35 (1894/1899)
Moderato
Moderato
Finale. Andante sostenuto

pauze

Jean Sibelius 1865-1957

Andante festivo (1922, arr. 1938)
voor strijkkwartet

Edvard Grieg 1843-1907

Eerste strijkkwartet in g kl.t., op. 27 (1877-78)
Un poco andante – Allegro molto ed agitato
Romanze: Andantino – Allegro agitato
Intermezzo: Allegro molto marcato
Finale: Lento – Presto al saltarello

begin van de pauze ca. 20.55 uur
einde van het concert ca. 22.00 uur

Toelichting

Giacomo Puccini 1858-1924

Crisantemi

tekst: Aad van der Ven

Wie Puccini zegt, zegt . De schaarse werken in andere genres van de beroemdste Italiaanse componist na Giuseppe Verdi zijn nagenoeg vergeten, met uitzondering van de vooral door amateurkoren nog wel eens uitgevoerde Messa di Gloria.

Een handjevol instrumentale partituren (orkest- en kamermuziek) ontstond in zijn studiejaren, rond 1880. Tien jaar later kwam een mini-compositie voor strijkkwartet uit de lucht vallen: Crisantemi (Chrysanten), met de ondertitel Elegia.

Giacomo Puccini schreef het stuk dat amper zes minuten duurt als in memoriam voor de pas overleden hertog Amadeo van Aosta, tevens prins van Savoie. De titel refereert aan de belangrijke rol voor de chrysant bij de uitvaart in Italië. 

De eendelige compositie bestaat uit twee aaneengesloten ’s waarvan het eerste tegen het einde herhaald wordt. Het eerste thema (‘dolce’) bezit mede door de stijgende lijn in halve toonschreden een enigszins onbestemde weemoed die al snel aan WagnerTristan und Isolde doet denken.

Neutraler van karakter is thema twee (‘con molto espressione’), met gepunteerde s en melodische sprongen boven een regelmatig kabbelende begeleiding. Beide thema’s zijn ook vervlochten in de van Manon Lescaut, Puccini’s derde waaraan hij in dezelfde periode werkte. Crisantemi is ook bekend geworden in een versie voor strijkorkest.

Anton Arenski 1861-1906

Tweede Strijkkwartet

Kamermuziek was in het negentiende-eeuwse Rusland een genre waarvan diverse componisten zich bedienden wanneer zij een in memoriam wilden schrijven. Met die bedoeling ontstonden bijvoorbeeld de ’s van Pjotr Iljitsj Tsjaikovski en Serge Rachmaninoff.

Anton Arenski wilde met zijn Tweede strijkkwartet in a klein zijn held Tsjaikovski eer bewijzen. Het werk ontstond in 1894, een jaar na de dood van de grote meester met wie hij in Moskou in nauw contact stond en door wie hij duidelijk is beïnvloed.

Dit laatste uit zich in een voorkeur voor traditionele Centraal-Europese muziekvormen. Arenski voelde zich niet thuis bij zijn collega’s van de Russische nationale school, onder wie Mili Balakirev, Modest Moesorgski en Aleksandr Borodin. 

Arenski’s 35 neemt in het repertoire voor strijkkwartet een bijzondere plaats in. Dit alleen al vanwege de instrumentale samenstelling van de originele versie uit 1894: niet twee violen, en , zoals het strijkkwartet sinds Joseph Haydn er pleegt uit te zien, maar viool, altviool en twee cello’s.

Met als resultaat een veelheid van volle en die een donkere omgeving vormen waaruit de viool naar voren treedt. In 1899 bewerkte de componist het stuk voor ‘gewoon’ strijkkwartet, de versie die vanavond te horen is.

Zowel in het eerste als in het laatste deel klinkt een dat is ontleend aan muziek bij de uitvaartliturgie van de orthodoxe kerk. Bovendien bevat het slotdeel tegen het einde een tische uitwerking van het zogenoemde ‘Slava-’, dat we ook uit Beethovens Strijkkwartet in e klein, 59 nummer 2 kennen en dat prominent voorkomt in Moesorgski’s  Boris Godoenov.

Het middendeel is een serie van zeven variaties waarvoor Arenski een thema koos uit een van Tsjaikovski’s Kinderliederen, opus 54.

Jean Sibelius 1865-1957

Andante Festivo

Een bedrijf dat ter gelegenheid van zijn vijfentwintigjarig bestaan een compositie-opdracht voor strijkkwartet verleent. Waar vinden we dat nog? De bewuste fabriek, producent van multiplex, bevond zich anno 1922 in de buurt van de Finse stad Jyväskylä.

De componist was niemand anders dan Jean Sibelius, beroemd in zijn vaderland en ver daarbuiten. Natuurlijk zei hij ja. Voor hem was het in het vooruitzicht gestelde honorarium minstens zo interessant als de herkomst en de aard van de opdracht.

Het frequente cafébezoek van de toen 57-jarige componist sloeg geregeld een bres in zijn financiën. Opmerkelijk is dat het ongeveer zes minuten durende  festivo allerminst een feestelijke indruk maakt. Met zijn breed uitgesponnen melodische lijnen roept het eerder op tot bezinning.

Zeventien jaar later ontving Sibelius het verzoek van Amerikaanse bewonderaars om het stuk zodanig te veranderen dat het door een strijkorkest kon worden gespeeld. Een op de plaat gezette radioregistratie onder leiding van de toen 73-jarige componist is voor zover bekend de enige nog bestaande opname van Sibelius als .

Edvard Grieg 1843-1907

Eerste strijkkwartet

Miniatuurkunst was zijn sterkste kant, zoals zijn eren, toneelmuziek en pianostukken duidelijk maken. Edvard Grieg was de eerste om dat toe te geven. Aan een symfonie durfde de Noorse componist na een poging in zijn studiejaren niet meer te beginnen.

Wilde hij een strijkkwartet schrijven, ook een ­genre dat de grote componisten voor hem op een intimiderend hoog niveau hadden gebracht, dan diende dat een eigen klank en karakter te bezitten.

Dat dit laatste zeker geldt voor het op 45-jarige leeftijd gecomponeerde 27 (het enige strijkkwartet dat hij voltooide) wordt al bij de inzet duidelijk. Door de musici tegelijk in robuuste dubbelgrepen een te laten spelen golft een magistrale klank door de ruimte die de muziek meteen het effect van een compleet strijkorkest geeft.

Die volle, krachtige sonoriteit is een kenmerk van het werk in zijn geheel. Grieg streefde naar samenhang door een kernthema als bindend element te gebruiken. Het hoofd­ van het uitgesproken dramatische eerste keert herhaaldelijk al dan niet letterlijk terug, het duidelijkst in het slotdeel.

Dat heeft zijn uitgelaten stemming te danken aan het van een Italiaanse springdans (saltarello), een opmerkelijk uitstapje van deze zo sterk met zijn vaderland verbonden componist.

Biografie

Apollon Musagète Kwartet, kwartet

Het Apollon Musagète Quartett – in 2006 opgericht en vernoemd naar Apollo, god van onder andere de muziek – studeerde bij Johannes Meissl aan de European Chamber Music Academy.

Veel muzikale inspiratie ontleenden de Poolse strijkers ook aan hun samenwerking met het Alban Berg Quartett aan de Universität für Musik und darstellende Kunst in Wenen. Met het winnen van het ARD Concours in München wist het ensemble in 2008 de internationale aandacht op zich te vestigen.

In seizoen 2011/2012 debuteerde het Apollon Musagète Quartett in de van Het Concertgebouw als deelnemer aan het Rising Stars-programma van de European Concert Hall Organisation. De musici waren tevens BBC New Generation Artists en ontvingen in 2014 een Borletti-Buitoni Trust Award.

Intussen ontwikkelde het Apollon Musagète Quartett zich tot een veelgevraagde gast van concertpodia als Wigmore Hall in Londen, het Gewandhaus in Leipzig en Carnegie Hall in New York. Het viertal was ook te horen op bijvoorbeeld het festival ‘Chopin and his Europe’ in Warschau, de Schu­bertiade Hohenems en de Kasseler Musiktage, en in februari van dit jaar was er een uitgebreide tournee door de Verenigde Staten en Canada.

Het Apollon Musagète Quartett betrekt graag andere stijlen en kunstvormen bij zijn projecten: zo tourde het met popzangeres Tori Amos (de cd-opname Night of Hunters kreeg een Echo Klassik), trad het op met het theatergezelschap Nico and the Navigators en werkte het mee aan een balletproductie in het Staatstheater Nürnberg.

Het vorige optreden van het kwartet in de Kleine Zaal was in de serie Strijkkwartetten van 2016/2017, met werken van Puccini, Arenski, Sibelius en Grieg. Een in maart 2020 geplande terugkeer kon niet doorgaan vanwege de coronapandemie.