Apollon Musagète Kwartet: Dvořák

Dit concert is geannuleerd in verband met de uitbraak van het coronavirus. 

Apollon Musagète Kwartet:
Paweł Zalejski viool
Bartosz Zachłod viool
Piotr Szumieł altviool
Piotr Skweres cello

Dit concert maakt deel uit van de serie Strijkkwartetten.

Uitleg over het printen van concertprogramma's

Joseph Haydn (1732-1809)

Strijkkwartet in D gr.t., op. 64 nr. 5 (1790) ‘The Lark’
Allegro moderato
Adagio
Menuet: Allegro – Trio
Finale: Vivace

Krzysztof Penderecki (1933)

Derde strijkkwartet (2008) ‘Bladzijden van een niet geschreven ­dagboek’
[in één deel]

pauze ± 20.55 uur

Antonín Dvořák (1841-1904)

Veertiende strijkkwartet in As gr.t., op. 105 (1895)
Adagio ma non troppo – Allegro appassionato
Molto vivace
Lento e molto cantabile
Allegro non tanto

einde ± 22.00 uur

Toelichting

Joseph Haydn 1732-1809

Haydn: Strijkkwartet ‘The Lark’

Door Michiel Cleij

Vogels zijn altijd een dankbare inspiratiebron voor musici geweest. De charme van leeuweriken is onder meer dat ze hoog zingen en hoog vliegen – en dááraan dankt het hier gespeelde Haydn-kwartet zijn bijnaam. In het begindeel kwinkeleert de eerste viool boven de andere instrumenten uit met een golvende op de hoogste snaar.

Al die bijnamen van Joseph Haydns composities, ook al bedacht hij ze niet zelf, zeggen veel over zijn muzikale persoonlijkheid. Een droogkloot schrijft geen muziek die associaties oproept met kippen, klokken, beren, scheermessen en leeuweriken; zijn muziek is speels en vaak dwars. Stijl en stijlbreuk gaan bij hem hand in hand. Hij was grondlegger van het strijkkwartet, maar net als in zijn symfonieën bleef hij onophoudelijk experimenteren met de vorm en de inhoud. Zo aarzelde hij niet om officiële composities voor zijn adellijke broodheer te verlevendigen met ‘rare klompendansen’, zoals componist Theo Loevendie het eens formuleerde.

  • Joseph Haydn

Ook in dit strijkkwartet stuitert folklore via de achterdeur naar binnen: de bijna boertige Finale contrasteert sterk met de etherische vogelzang van deel één en het hymne-achtige . Het verbindende kenmerk tussen de delen is evenwel de glansrol van de eerste viool. Haydn schreef dit werk voor de Hongaarse violist Johann Tost, een van de vele uitstekende musici in het hoforkest van zijn werkgever, Prins Esterházy. De ‘Tost-kwartetten’ – er zijn er twaalf – hebben voor Haydns doen een ongewoon strenge hiërarchie: tweede viool, en hebben grotendeels een begeleidende functie, de primarius soleert vrijwel onophoudelijk met afwisselend beweeglijkheid en geconcentreerd cantabile-spel.

Tost, tevens behept met een scherp zakelijk inzicht, zorgde als wederdienst dat een aantal van Haydns werken in Parijs werden uitgegeven. Deze ex-leeuwerik zou zich later ontpoppen als een commerciële hoogvlieger: hij werd een steenrijke textielhandelaar in Wenen. Maar hij wordt herinnerd als de aanjager van de meest ‘violistische’ muziek die Haydn ooit componeerde.

Krzysztof Penderecki 1933

Penderecki: Derde strijkkwartet

Voor sommige concertbezoekers is de naam van Krzysztof Penderecki bovenal verbonden aan de horrorachtige strijkersglissando’s van Threnos voor de slachtoffers van Hiroshima. Dat was een typisch avant-gardestuk uit de jaren zestig, of – zoals de componist zelf later zei – het werk van ‘de jonge, boze Penderecki’.

Inmiddels is Penderecki het provoceren al vele decennia voorbij; zijn avant-gardefase was van korte duur en zijn vaderland Polen heeft geen communistisch bewind meer dat hij kan tarten met religieuze (en dus ongewenste) composities. De boosheid maakte plaats voor een innige band met laatromantische muziek. En dat is te horen in het Derde strijkkwartet, waarin lijnen zich als warme dekens over je heen plooien; een wereld van verschil met het akoestische spijkerbed van zijn eerste twee kwartetten uit de sixties. Het schuurt soms wel, maar dat doen sommige dekens ook.

  • Krzysztof Penderecki

Dat de hedendaagse Penderecki zich niet geneert voor negentiende-eeuwse zelfexpressie blijkt al uit de titel. In dit ‘ongeschreven dagboek’ blikt hij terug op het muzikale verleden waarvan hij inmiddels zelf deel uitmaakt, met stijlverwijzingen naar Brahms, Bartók en zelfs Haydn. Tegen het slot citeert Penderecki een zigeunerdeuntje dat zijn vader in zijn kindertijd placht te spelen; autobiografischer kan muziek niet worden.

Maar nergens kruipt hij in de huid van zijn illustere voorgangers of verliest hij zich in imitatie. Het hele werk is overduidelijk een eigentijds, objectiverend commentaar op het verleden, mede door de fragmentarische ‘verteltrant’. De voortdurende abrupte tempo- en sfeerwisselingen zijn typisch voor de componist: ze kenmerkten al zijn vroege avant-gardewerken. En dat bewijst weer eens, aldus Penderecki-­specialist Adrian Thomas, ‘dat een componist van stijl kan veranderen, maar niet van karakter.’

Antonín Dvořák 1841-1904

Dvořák: Veertiende strijkkwartet

Het leven van Antonín Dvořák verliep minder roerig dan dat van sommige andere romantische componisten, maar in artistiek opzicht was hij bepaald geen flatliner. Hij werd als provinciaal Boheems componist ontdekt door Johannes Brahms, maakte internationaal naam met zijn veelal Tsjechisch gekleurde muziek en werd in New York op het schild gehesen als docent en inspirator van jonge Amerikaanse componisten. Terug in zijn vaderland zette hij zich plots tot het schrijven van symfonische gedichten, een artistieke koerswijziging die bij sommige puristen verkeerd viel: muziek die ‘ergens over gaat’ zou van lager allooi zijn.

Maar in- en aanvulling is nu eenmaal moeilijk tegen te houden, ook bij abstracte muziek. Zo lijken de werken die hij in New York componeerde veel meer Amerikaanse couleur locale te bevatten dan ze feitelijk hebben; zelfs in het beroemde ‘Amerikaanse’ strijkkwartet en de Negende symfonie (‘Uit de Nieuwe Wereld’) is de invloed van inheemse volksmuziek beperkt tot een handvol oppervlakkige kleurinkjes.

  • Antonin Dvořák

Zijn Veertiende strijkkwartet, tevens het laatste, componeerde hij deels nog in Amerika, en ook hier is Dvořáks palet dat van een klassiek-romantisch componist uit Centraal-Europa; de exotiek gaat niet verder dan een enkel pentatonisch ‘zwarte toetsen’-je in de finale. Wel vertoont het stuk opvallende dramatische contrasten: het onheilspellende intro en het uitbundige gekwinkeleer dat daarop volgt hebben het effect van een -­ouverture.

Ook het langzame derde deel heeft theatrale allure: de hoofdmelodie leende hij van een koorwerk dat hij zojuist had voltooid en heeft ook zonder tekst een -achtig effect. De energieke delen twee en vier staan dichter bij de Slavische dansritmes waarmee Dvořák zijn vroegere werken placht te kruiden – maar de gelaagde stemmenweefsels en de ritmische complexiteit zijn het werk van een doorgewinterd vakman: vaak vullen de vier partijen elkaar aan met hun eigen melodische motiefjes en tegendraadse en.

Dvořák, die zijn muzikale loopbaan was begonnen als violist, had zijn kamermuziekoeuvre niet waardiger kunnen afsluiten.

Biografie

Apollon Musagète Kwartet, kwartet

Het Apollon Musagète Quartett – in 2006 opgericht en vernoemd naar Apollo, god van onder andere de muziek – studeerde bij Johannes Meissl aan de European Chamber Music Academy.

Veel muzikale inspiratie ontleenden de Poolse strijkers ook aan hun samenwerking met het Alban Berg Quartett aan de Universität für Musik und darstellende Kunst in Wenen. Met het winnen van het ARD Concours in München wist het ensemble in 2008 de internationale aandacht op zich te vestigen.

In seizoen 2011/2012 debuteerde het Apollon Musagète Quartett in de van Het Concertgebouw als deelnemer aan het Rising Stars-programma van de European Concert Hall Organisation. De musici waren tevens BBC New Generation Artists en ontvingen in 2014 een Borletti-Buitoni Trust Award.

Intussen ontwikkelde het Apollon Musagète Quartett zich tot een veelgevraagde gast van concertpodia als Wigmore Hall in Londen, het Gewandhaus in Leipzig en Carnegie Hall in New York. Het viertal was ook te horen op bijvoorbeeld het festival ‘Chopin and his Europe’ in Warschau, de Schu­bertiade Hohenems en de Kasseler Musiktage, en in februari van dit jaar was er een uitgebreide tournee door de Verenigde Staten en Canada.

Het Apollon Musagète Quartett betrekt graag andere stijlen en kunstvormen bij zijn projecten: zo tourde het met popzangeres Tori Amos (de cd-opname Night of Hunters kreeg een Echo Klassik), trad het op met het theatergezelschap Nico and the Navigators en werkte het mee aan een balletproductie in het Staatstheater Nürnberg.

Het vorige optreden van het kwartet in de Kleine Zaal was in de serie Strijkkwartetten van 2016/2017, met werken van Puccini, Arenski, Sibelius en Grieg. Een in maart 2020 geplande terugkeer kon niet doorgaan vanwege de coronapandemie.